Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Met TikTok gaan we de leescrisis niet oplossen
0 Reacties
opinie De temperatuur van de literatuur
literatuur

Met TikTok gaan we de leescrisis niet oplossen

Wie denkt de dalende leeesvaardigheid te kunnen bestrijden door jongeren op Tiktok populaire boeken vol spanning en actie aan te bieden, zal van een koude kermis thuis komen. Het leesniveau opkrikken lukt alleen met teksten die een beroep doen op de verbeelding en het taalvermogen. Haal de doelgroep binnen met wat ze kent en bemint, en stuur haar naar buiten met iets wat schuurt, schrijft expert literatuuronderwijs Jeroen Dera.

Als ontlezing een spook is, dan betreft het een tweekoppig monster. De term “ontlezing” verwijst aan de ene kant naar het proces dat er door de tijd heen minder boeken gelezen worden als vrijetijdsbesteding, en dat door alle generaties heen. In die definitie staat ontlezing dus min of meer gelijk aan een afnemende leesfrequentie. Aan de andere kant heeft het begrip, zeker in de media, zo langzamerhand betrekking op dalende leesprestaties en gaat het dus hand in hand met debatten over laaggeletterdheid, leesonderwijs en kansengelijkheid. Wanneer het woord “ontlezing” bijvoorbeeld valt in relatie tot de dramatische PISA-scores van Nederlandse en Vlaamse vijftienjarigen, dan gaat het niet zozeer om leesfrequentie, maar om leesvaardigheid.

Natuurlijk zijn dat begrippen die sterk met elkaar in wisselwerking staan. Onderzoek van John Jerrim en Gemma Moss laat bijvoorbeeld zien dat wie regelmatig een boek leest, meer specifiek een fictieboek, beter scoort op toetsen voor leesvaardigheid. Zoals zo vaak gaat het hier om communicerende vaten: wie hoog scoort op leestoetsen, is meestal ook eerder geneigd om boeken te lezen. Als we ons het spook van de ontlezing voorstellen als een tweekoppig monster, dan gaat het de facto om een monster met een januskop.

Teksten die plezier schenken, zijn niet per definitie geschikt om ook de leesvaardigheid te vergroten

Die januskop roept voor leesbevorderaars een principieel dilemma op. Wie ervoor wil zorgen dat niet-lezers of aarzelende lezers toch een boek openslaan, zal dat vaak doen om de ene helft van de januskop te voeden, dus om de leesvaardigheid van die lezers te vergroten. Om de andere helft van de kop tevreden te stellen, zal intussen moeten worden ingezet op leesvoldoening, want zonder harde dwang klimt de leesfrequentie alleen omhoog langs het hobbelige pad van het plezier.

Teksten die plezier schenken, zijn niet per definitie geschikt om ook de leesvaardigheid te vergroten. Natuurlijk is het in een samenleving waarin een aanzienlijk deel van de stemgerechtigden zelden tot nooit leest nog altijd pure winst als niet-lezers in groten getale formulethrillers gaan oppakken die hun een absorberende leeservaring bezorgen, maar daarmee zullen we het monster niet temmen. Dit schepsel met zijn januskop kunnen we immers pas onthoofden als niet alleen de leesfrequentie, maar ook de leesvaardigheid wordt aangepakt.

Goed leren lezen doe je, zo benadrukt de Zweedse literatuurwetenschapper Maria Nikolajeva, als hoogleraar verbonden aan Cambridge University, met teksten die zich verzetten tegen decodering. Teksten dus waar je cognitief mee aan het werk moet, teksten die een beroep doen op je verbeelding en je taalvermogen. Veel teksten die zich anno 2024 in het hart van de literaire cultuur onder jonge mensen bevinden, voldoen niet of nauwelijks aan die kwalificatie van Nikolajeva. De Twisted-serie van Ana Huang, Icebreaker van Hannah Grace, of de Nederlandstalige titels Museumnacht en Happyland van Chinouk Thijssen: het zijn geen teksten die zich verzetten tegen decodering, en dus geen teksten die het type leesvaardigheid bevorderen dat nodig is om te kunnen functioneren in de complexiteit van de hedendaagse informatie- dan wel desinformatiemaatschappij.

Goed leren lezen doe je met teksten die een beroep doen op je verbeelding en je taalvermogen

De meeste leesbevorderaars weten dat ook en zetten stevig in op wat ook wel “rijke teksten” wordt genoemd – teksten die “rijk” zijn wat betreft inhoud én vorm. Tegelijkertijd willen ze om hun publiek te bereiken net zo goed uitpakken met wat goed scoort onder de doelgroep, die onlangs in een enquêteonderzoek door de Nijmeegse letterkundestudent Alicia Anthonise liet optekenen dat lezen in het Nederlands “cringe” is. En dus organiseren bibliotheken en culturele instellingen massaal book events (inderdaad met Engelse naam) waarin ze de jongeren precies voorhouden wat goed scoort op het Amerikaans georiënteerde #BookTok – van young adult-teksten tot romance en fantasy.

De Bibliotheek Schiedam, bijvoorbeeld, organiseerde onlangs een pizzasessie om samen met jongeren te onderzoeken hoe ze hen vaker naar de bieb konden krijgen, met als uitkomst dat er vooral ingezet moest worden op boeken vol spanning en actie en op activiteiten zoals creatief schrijven, want in de bieb willen jongeren vooral iets “doen”. Bij een enkeling zal dit ongetwijfeld tot invloed op de leesfrequentie leiden, maar de leesvaardigheid heeft er niet direct baat bij.

Tekenend is misschien wel dat de jongeren die deel hadden genomen aan de pizzasessie een cadeaubon kregen en argwanend vroegen of ze daarvan per se een boek moesten kopen. Op de website van de bibliotheek schrijft de organisatie daarover: “Opluchting als ze horen dat ze zelf mogen kiezen waaraan de bon besteed wordt. Een boek kunnen ze namelijk wel lenen in de bibliotheek!”

Leesbevorderaars die vanuit een dergelijke houding met jongeren werken, hebben wat weg van cultuurbemiddelaars uit de jaren dertig van de vorige eeuw, die de “massa” hoopten op te voeden via een trapsgewijs model. Als we op de populaire radio maar aandacht besteedden aan detectiveromans en de luisteraars zo verleidden tot luchtige lectuur, dan kwamen ze uiteindelijk misschien bij de trede van Arthur van Schendel uit. Als we het hedendaagse ontlezingsmonster met zijn januskop willen slachten, kunnen we ons zo’n houding niet veroorloven. Leesbevorderaars moeten dan iets anders doen: op elke sport van de ladder moet plezier te vinden zijn, in de definitie van de doelgroep, maar óók “resistance to decoding”, om Nikolajeva nog eens aan te halen.

Hoe ziet dat er dan uit? Elke middag of avond die een bibliotheek besteedt aan young adult schrijvers op #BookTok, moet zich niet alleen richten op wat daar populair is, maar óók op rijke teksten die er populair zouden kunnen zijn. Concreet: plaats Chinouk Thijssen niet naast Laura Diane, zoals De Nieuwe Bibliotheek in Almere deed, maar naast Edward van den Vendel, wiens klassieke jeugdroman De dagen van de bluegrassliefde uit 1999 niet zou misstaan te midden van de queerfictie die zo populair is binnen de subcultuur die #BookTok vormt. Of organiseer een debat over de diversiteit van de Nederlandstalige literatuur en nodig naast Noah de Campos Neto, goed voor meer dan 27.000 volgers op TikTok en fervent verkondiger van de boodschap dat er geen diversiteit in de Nederlandstalige literatuur zou zijn, ook Sabrine Ingabire uit, die met haar debuutroman Lotgenoten de stem van een tiener van kleur vangt op een manier die tot de verbeelding van menig jongere zal spreken, maar die niet opgewassen is tegen de populariteit van Adam Silvera en Taylor Jenkins Reid.

De vuistregel voor een verantwoorde programmering zou moeten zijn: haal de doelgroep binnen met wat ze kent en bemint, en stuur haar naar buiten met iets wat schuurt, iets wat op decodering wacht, maar zich er ook tegen verzet. Want hoe hoog de leesfrequentie voor sommige jongeren ook is, als ze massaal in de fuik van algoritmisch gepromote formulefictie zwemmen, slaat de andere kop van de ontlezing ook onder hen genadeloos toe.

Als jongeren massaal in de fuik van algoritmisch gepromote formulefictie zwemmen, slaat de leesvaardigheid ook onder hen genadeloos toe

Toen eind vorig jaar het vijfde deel van de razend populaire reeks Heartstopper verscheen, organiseerde menig boekhandel een lanceringsbijeenkomst. Er kwamen fans aan het woord, men discussieerde over de Netflixbewerking en er werd gezamenlijk gelezen met chips en cola erbij. Elke leesbevorderaar weet: als ik nu iets rond Heartstopper programmeer, zit de hele zaal vol gretige tieners. Maar weet elke leesbevorderaar óók dat hoofdpersoon Charlie op zijn slaapkamerdeur een poster heeft hangen van Evelyn Waughs klassieker Brideshead Revisited? En weet elke leesbevorderaar ook dat Isaac, het personage uit de Netflixserie dat zelfs op de bowlingbaan nog een boek loopt te lezen, zich verdiept in The Awakening van Kate Chopin en Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry? Wie leesplezier waarlijk wil combineren met de bevordering van leesvaardigheid, en dus beide monden van de januskop wil voeden, zou precies die zaken moeten uitlichten – zodat alle fans die op Charlie en Isaac willen lijken, ook gaan lezen zoals zij.

Dit opiniestuk is een herwerkte versie van een keynotelezing die Jeroen Dera in Oostende gaf tijdens FAAR, het non-fictieboekenfestival van de Lage Landen. De organisatie van het programma vroeg hem te reageren op een tekst die begon met de volgende zin: “De O van ontlezing waart als een spook door Letterenland.” Als we ons daar nu een stereotiep spook bij voorstellen, dan rijst de vraag: wat zit er precies onder het laken? Met andere woorden: waar hebben we het eigenlijk over als we over ‘ontlezing’ spreken?

Beluister hier de keynote van Jeroen Dera:

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.