Liliane Vertessen en Lydia Schouten hebben hun plaats in de kunstgeschiedenis allang verdiend
Een retrospectieve, een podcast en een expo: het werk van Liliane Vertessen en Lydia Schouten geniet aandacht. Beide kunstenaars ondermijnen sinds de jaren zeventig de gevestigde beeldtaal rond vrouwen met hun eigen lichaam.
Misogynie woekert. Anno 2026 lijken conservatieve oprispingen en morele verontwaardiging weer een sport te zijn. Hoewel Madonna indertijd ook de wind van voren kreeg voor haar vrijgevochten attitude, worden popsterren als Sabrina Carpenter en Taylor Swift vandaag genadeloos afgerekend op hun lichamelijke autonomie. Oude gendernormen circuleren in nieuwe gedaanten, onder invloed van tradwives en de manosphere. Vrouwenrechten worden teruggeschroefd en in vraag gesteld: in Italië, Hongarije en de VS staan abortuswetten onder druk, in Polen werd het recht op abortus in 2020 zelfs zo goed als helemaal afgeschaft.
Zijn het die bewegingen die onze blik vestigen op het werk van twee generatiegenoten: de Belgische Liliane Vertessen (74) en de Nederlandse Lydia Schouten (78)? En is er wel sprake van een ‘heropleving’, of kennen de carrières van deze kunstenaars gewoon een vrij normaal golvend continuüm?
Inktballon
Naar aanleiding van Lydia Schoutens vijftigjarige kunstenaarschap organiseerde Museum Arnhem recent de retrospectieve Eeuwig Jong / Forever Young. Te zien waren performances en video’s waarin Schouten haar eigen lichaam inzet om de dominante representaties van vrouwen te ontregelen en machtsverhoudingen bloot te leggen. Ze dissecteert de patriarchale, mannelijke blik en de maatschappelijke verwachtingen waaraan vrouwen geacht worden te voldoen.
Curator en kunstcriticus Mirjam Westen beschrijft Schoutens performance Sexobject (1979) als “een agressieve presentatie die voortkwam uit woede om het reduceren van vrouwen tot seksobjecten. Performance was een manier om haar eigen angsten te confronteren en te overwinnen.” Tijdens Sexobject droeg Schouten een zwartleren korset, vastgehaakt aan een stalen frame met elastieken koorden. Ze riep associaties op met bondage, maar meteen ondermijnde ze dat beeld weer: met een zweep sloeg ze met inkt gevulde ballonnen stuk, zodat de zwarte vloeistof over de wandtekst “How does it feel to be a sex object” heen droop. Aan het einde bevrijdde Schouten zich van het korset.
Lydia Schouten, Sexobject, 1979© via Museum Arnhem
Westen legt uit hoe Schouten reageerde op bijvoorbeeld reclame- en filmbeelden “waarin vrouwen altijd weer als een soort begeerlijk object worden afgebeeld.” In Kooi (1978) wreef ze haar lijf, gehuld in een natte, witte bodysuit, tegen tralies waaraan potloden waren bevestigd. Op de stof bleven strepen achter: Schouten vergeleek die met de dwang die vrouwen ervaren om zich op te maken, om netjes voor de dag te komen, terwijl de wereld hen ontglipt. Het lichaam als canvas, de kooi als vorm.
In de jaren tachtig verschoof Schoutens werk van directe zelfexpressie naar geënsceneerde videoverhalen, waarin ze via verschillende personages – en met meer afstand en humor – stereotiepe mannelijke en vrouwelijke rollen onderzocht. Later verlegde ze haar focus: centraal kwamen maatschappelijke thema’s als eenzaamheid en media-overdaad te staan, waarbij ze persoonlijke ervaringen met collectieve angsten verbond. De laatste vijftien jaar heeft Schouten dan weer vooral aandacht voor milieu en klimaatverandering. Maar de kern blijft hetzelfde: wie het beeld controleert, controleert de betekenis.
‘Onfatsoenlijk’
Ook Liliane Vertessen hertekent sinds de jaren zeventig het zelfbeeld vanuit een zekere woede door met haar lichaam zeggenschap te bewaren over beeldvorming. Ze ensceneert zichzelf voor de camera en verschijnt in verschillende rollen om kwalijke clichés rond vrouwelijkheid te ondergraven.
In haar zelfportretten en performances – ondersteund door spiegels en neonlichten met woorden als LOVE, PUNK, SEX, LICK, RAGE en ZIJN – oogt ze nu eens kwetsbaar of afstandelijk, dan weer dominant en uitdagend. Die houdingen zijn maskers die evengoed beschermen als confronteren. Haar blik ontmoet die van de toeschouwer, waardoor een spel ontstaat tussen kijken en bekeken worden, tussen verlangen en controle. Met verwijzingen naar prostitutie en porno is Vertessens esthetiek soms weelderig, soms bedreigend, maar altijd in your face en geladen met ongemak.
Een sleutelwerk binnen Vertessens vroege praktijk is het Lilian-eum, een erotische installatie die in 1982 opgesteld stond in De Warande in Turnhout en ‘onfatsoenlijk’ werd genoemd. Critici deden haar werk af als te lichamelijk, te emotioneel en te weinig theoretisch onderbouwd. Ze vonden het een perverse poging om in te spelen op de mannelijke blik. De preutse opmerkingen leidden ertoe dat het stadsbestuur het Lilian-eum snel weer weg wilde uit De Warande.
Liliane Vertessen, Lilian-eum, 1982 © Giannina Ottiker / De Warande
Ruim vier decennia lang zou het werk niet meer publiekelijk te zien zijn. Het belandde in de privécollectie van een psychiater. Pas na zijn overlijden kwam de installatie opnieuw boven water. Maaike Leyn, curator, beeldend kunstenaar én de schoondochter van de psychiater, gaf het Lilian-eum een tweede leven: ze liet het restaureren, nam contact op met Vertessen en wijdde er een podcast aan.
“Pas na de podcastopnames begon ik te begrijpen dat Vertessens kunstenaarschap geworteld is in een vroege, existentiële noodzaak om te maken”, zegt Leyn. “Als kind al creëerde ze, als een manier om met trauma om te gaan.” Kunst bood Vertessen de ruimte om haar eigen regels te bepalen – een houding die ze haar hele carrière consequent zou volhouden. Hier heeft zij de controle, zij en zij alleen bepaalt hoe er naar haar gekeken wordt.
Mannelijk vriendengroepje
Volgens Maaike Leyn toont het parcours van Liliane Vertessen aan hoe selectief en normerend de kunstwereld werkt. Ze legt uit hoe de scene in de jaren tachtig werd gedomineerd door een kleine, voornamelijk mannelijke, vriendenkring met een uitgesproken voorkeur voor conceptuele en minimalistische kunst. “Vertessen kreeg wel kansen, maar de interesse van mannelijke curatoren bleef vaak beperkt tot het erotische en choquerende aspect van haar werk”, zegt ze. “De rest van haar oeuvre raakte daardoor structureel onderbelicht.” Leyn voegt nog toe dat Vertessen nooit gestopt is met werken: “Alleen keek het systeem dikwijls de andere kant op.”
Ook professor theaterwetenschappen Christel Stalpaert (UGent) wijst op de verwevenheid tussen wie kiest en wie gezien wordt: “Zichtbaarheid is een fragiel resultaat van context, macht en infrastructuur. Publieke aandacht hangt nauw samen met de kringen waarin een werk circuleert.” Lange tijd werd de kunstwereld gestuurd door mannelijke netwerken, verzamelaars en voorkeuren, zegt ze. “En ook vandaag nog gaan de grootste bedragen naar werken van mannelijke kunstenaars en zijn de verzamelaars zelf grotendeels mannen. Ze houden de vicieuze cirkel intact.”
Lydia Schouten, Romeo Is Bleeding, 1982© via Museum Arnhem
Lydia Schouten stond vanaf eind de jaren zeventig in de belangstelling, weet Mirjam Westen. “Eind jaren negentig nam haar zichtbaarheid enigszins af, al is ze nooit helemaal weggeweest.” Na de millenniumwissel kreeg haar werk weer meer aandacht, mede door een hernieuwde interesse in feministische kunst die zich tot het lichaam verhoudt, waarbij een jongere generatie kunstenaars haar opnieuw ontdekte. “Maar het is helaas wél zo dat veel oudere kunstenaressen vaak uit de geschiedenis worden geschreven. In die zin is er de laatste jaren wel degelijk meer aandacht voor deze groep, voor mensen als Evelyne Axell, Pearl Perlmuter, Diana Blok en Lili Dujourie.”
Schaamte confronteren
Zijn Schouten en Vertessen nu terug van weggeweest? Christel Stalpaert plaatst de vraag in een breder historisch perspectief. Zij ziet feministische thema’s opduiken en wegebben, zonder ooit echt te verdwijnen. Ze verwijst naar de klassieke indeling in feministische golven – van de strijd om gelijke rechten aan het einde van de negentiende eeuw tot het hedendaagse, digitaal gedreven activisme. “Maar onder die golven loopt een constante onderstroom, een dagelijkse feministische strijd.”
Zeggen dat oudere vrouwelijke kunstenaars vandaag worden ‘herontdekt’, wekt de indruk dat ze voordien niet meer relevant waren. “Terwijl ze al die tijd aan hun oeuvre aan het werken waren”, zegt Stalpaert. “Het zou toch ook gek zijn om te stellen dat Léon Spilliaert tijdens het Ensorjaar in 2024 niet meer relevant was?”
“De aandacht die Liliane Vertessen en Lydia Schouten vandaag krijgen, lijkt me normaal: ze hebben de leeftijd voor een retrospectieve, er is sprake van een volwassen oeuvre dat stilaan voltooid raakt”, vult curator en kunsthistoricus Femke Vandenbosch aan. “Een kunstenaar als Vertessen was haar tijd vooruit. We vergeten soms hoe revolutionair haar beeldtaal is – met haar gebruik van neon en kitsch, en haar referenties aan prostitutie. Het is ook daardoor dat haar werk zo fris blijft aanvoelen.”
Liliane Vertessen, Star In My Eyes, 1981 en Art Deco, 2012 © Nosbaum Reding
Mirjam Westen heeft een soortgelijke opmerking: “Hoe Vertessen en Schouten hun eigen representatie in handen namen en zichzelf naakt afbeeldden: dat was revolutionair. Ze hebben enorm veel teweeggebracht.”
Revolutionair of niet, hun werk wordt vaak in een eng kader geplaatst. Bij Vertessen, Schouten en andere vrouwelijke kunstenaars wordt hun zelfreferentialiteit dikwijls herleid tot een commentaar op hun vrouw-zijn. Is hun naakte vrouwenlichaam dan voldoende om kunst als ‘vrouwelijk’ te bestempelen? Of verraadt die vraag vooral onze neiging om kunst langs vastgelegde identiteiten te lezen?
“Een kunstenaar die zijn lichaam gebruikt, brengt onvermijdelijk zijn biologische identiteit mee. Maar gaat het dan per se daarover”, vraagt Vandenbosch zich af. Ze wijst op de hypocrisie in hoe we taal inzetten en hierover reflecteren: “Bij mannelijke bodyartists wordt het lichaam meestal universeler gethematiseerd als een plaats van pijn, metamorfose of extase, zonder dat het meteen over ‘mannelijkheid’ moet gaan.”
Schilder en performancekunstenaar Nina Van denbempt (°1989) herkent hoe hardnekkig seksistische kaders overeind blijven. “We zitten duidelijk nog in een overgangsperiode naar een nieuw normaal, alleen duurt die overgang nogal lang”, lacht ze. In haar werk gebruikt Van denbempt haar eigen lichaam om onrecht en kwetsbaarheid zichtbaar te maken en, net als Vertessen en Schouten, angsten te overwinnen. “Ik wil patronen en taboes doorbreken en telkens een stukje schaamte confronteren. Figuren als Vertessen en Schouten inspireren mij om dat te durven.” Performance beschouwt ze als een hedendaags ritueel: “Toeschouwers zeggen mij achteraf vaak dat ze zich verbonden en gezien voelden. Daarvoor doe ik het.”
Voor Van denbempt gaat het naakte lichaam in haar werk uiteindelijk niet over vrouw-zijn, maar over mens-zijn, over het lichaam dat je krijgt en waarmee je in de maatschappij moet navigeren. “Soms ben ik dat lichaam beu,” zegt Van denbempt, “maar dit is wat ik heb gekregen om mee te werken.” Tegelijk besluipt haar weleens de twijfel wanneer ze haar liefde voor ‘camp’ en een ‘girly’ esthetiek omarmt in confrontatie met haar lichaam: “Ik ben heel blij dat ik mijn eigen ding doe, maar soms ben ik bang dat ik net daardoor niet serieus wordt genomen.”
Nina Van denbempt: ‘De vrouw bestaat niet als één homogeen beeld. Ik vind het belangrijk dat we verschillende lichamen kunnen blijven zien. Daarom vergroot ik in mijn werk mijn eigen fysiek uit’ © Carole Clément
Volgens Christel Stalpaert raakt Van denbempt daarmee aan een fundamenteel spanningsveld. “Hoe kun je als vrouw vol zelfvertrouwen in je eigen lichaam staan en dat lichaam tonen,” vraagt ze, “zonder als provocerend of bedreigend te worden gezien?” Bij mannen wordt viriliteit doorgaans gewaardeerd, maar vrouwelijke lichamelijkheid wordt al snel gezien als intimiderend, promiscu of hysterisch. “Precies dat hebben Vertessen en Schouten blootgelegd”, zegt Stalpaert. “Het is geen toeval dat hun werk vandaag resoneert, ook bij jonge kunstenaars.”
Veiliger, maar niet veilig
In een maatschappij die vrouwen voortdurend allerlei patriarchale mechanismen opdringt, ziet Mirjam Westen het gebruik van het eigen lijf vooral als een zelfbeschikkingsrecht. “Kunstenaars als Schouten en Vertessen stellen de vraag: hoe willen en kunnen we omgaan met de onderdrukkende, objectiverende mannelijke blik? En vooral: welke alternatieve beelden reiken we aan?”
Voor Nina Van denbempt ligt het antwoord op die laatste vraag er deels in haar lichaam ongecensureerd in de strijd te gooien. “Schoonheidsidealen blijven een probleem en we internaliseren ze nog ook.” Het is voor haar dan ook noodzakelijk dat ze vrouwen representeert in al hun menselijke complexiteit, en op een herkenbare manier. “De vrouw bestaat niet als één homogeen beeld. Ik vind het belangrijk dat we verschillende lichamen kunnen blijven zien. Daarom vergroot ik in mijn werk mijn eigen fysiek uit. Het helpt om vrede te nemen met een normaal lichaam.” Wanneer we een vrouw te zien krijgen die buiten de norm ligt, kunnen we ons een vrouw verbeelden die meer is dan de norm.
Als feminisme, vrouwelijke seksualiteit en lichamelijkheid vandaag opnieuw onder spanning staan, is dat dan werkelijk ‘opnieuw’? Of verandert vooral de retoriek rond die thema’s? “Vrouwen worden nog steeds geobjectiveerd, en door sociale media gebeurt dat misschien alleen maar intensiever. Dat maakt het vroege werk van Schouten ongemakkelijk actueel”, zegt Mirjam Westen.
Nina Van denbempt, Void Stuffin’ Doesn’t Work, 2026© Nina Van denbempt
“In het Westen zijn vrouwen misschien veiliger dan ooit, maar daarmee zijn ze nog steeds niet veilig”, zegt Femke Vandenbosch. “Daar had Vertessen iets over te zeggen en daar heeft een nieuwe generatie ook iets over te zeggen. Het is een pijnlijke vaststelling dat vragen die zij met haar oeuvre opwerpt brandend actueel blijven.” Vanuit die nood aan weerwerk kadert Nina Van denbempt ook een aspect van haar werk: “We hebben punk vandaag net heel hard nodig, want er is nog veel om ons tegen te verzetten”, besluit ze.
Dat het werk van Liliane Vertessen en Lydia Schouten zo actueel is, heeft dus minder te maken met hoe de kunstenaars bij het heden aansluiten, en meer met hoe hardnekkig de structuren zijn die zij al decennialang omver willen werpen. Hun werk is niet ‘teruggekeerd’, het is de wereld die heeft nagelaten verder te gaan. Stellen dat er sprake is van een ‘heropleving’ van feministische thema’s als modegril is daarnaast ondoordacht en gaat voorbij aan zeer reële problemen en gevaren die nooit echt zijn geweken.
Het doet de oeuvres van Schouten en Vertessen oneer aan om hun succes toe te wijzen aan het kader waarin de maatschappij hen zo graag wil blijven duwen: dat van de naakte spektakelvrouw die niet verdergeraakt dan haar vrouw-zijn. Vertessen en Schouten zijn meer dan dat: ze zijn pioniers die hun plek in de kunstgeschiedenis ruimschoots hebben verdiend, samen met welke retrospectieve dan ook.
Bezoek de website van Lydia Schouten.
De podcast Lilian-eum van Maaike Leyn is te beluisteren op Spotify. Werk van Liliane Vertessen is tot en met 8 mei te zien tijdens de solotentoonstelling expo ‘See and Think About It’, in Diskus, Aalst.
Werk van Nina Van denbempt is te zien tijdens de expo ‘Kunst kijken’, op 25 & 26 april en 1-3 mei in het Begijnhof Gent (Lange Violettestraat). Van denbempt is vertegenwoordigd bij Collectief ZIJspoor tijdens het Antwerp Art Weekend’s Off Program en tijdens Playgrounds-Deuce, 14-17 mei.
De performance UnforgetTABLE van Van denbempt gaat door tijdens Late Donderdag: la fille d’O × MSK in het Museum voor Schone Kunsten, Gent, op 2 april om 19 uur.











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.