Eén adres voor wie Het Zesde Metaal niet begrijpt: het vernieuwde Vlaams Woordenboek
‘Maar zonder vrouw en kind / De colle waar da’ j’ nog mee tuop’ hing / Was ’t gedaan’. Wie moeite heeft met de streektaal van Het Zesde Metaal kan voor tekst en uitleg terecht op het vernieuwde vlaamswoordenboek.be, dat de grootste verzameling Belgisch-Nederlandse woorden bevat. Hoewel: staan er wel dialectwoorden in? En wie beslist wat er wel en niet in komt? Beheerder Miet Ooms beantwoordt vijf vragen.
Op 30 december 2025 werd het Vlaams Woordenboek 2.1 gelanceerd, in de vorm van de grondig vernieuwde website vlaamswoordenboek.be, die de grootste verzameling Belgisch-Nederlandse woorden van ons taalgebied omvat. Het bijzondere eraan: nieuwe inhoud werd en wordt aangebracht door de gebruikers zelf, en niet – zoals bij klassieke woordenboeken als Van Dale – door een woordenboekredactie.
1 Waarom was een Vlaams woordenboek nodig?
De oorspronkelijke versie van het Vlaams Woordenboek kwam al in 2007 online. Ze bevatte een bescheiden verzameling woorden en uitdrukkingen die vooral of alleen in België gangbaar waren en in Nederland onbekend. In Van Dale waren ze toen niet te vinden.
Op dat moment trof je in Van Dale en andere woordenboeken vooral een duidelijk onevenwicht aan: het label “NL” voor typisch Nederlandse woordenschat bestond nog niet, en veel gangbare Belgische woorden, uitdrukkingen en betekenissen stonden er gewoon niet in. Waren ze wel opgenomen, dan hadden ze het label “BE”. In principe hield dat geen afkeuring in, maar het werd wel zo geïnterpreteerd: een label stond gelijk met “afwijkend taalgebruik” en dus “niet correct”.
Vier jaar vóór het Vlaams Woordenboek had de Taalunie al verklaard dat nationale variatie in de standaardtaal bestaat en geaccepteerd wordt. Toch beschouwden veel mensen woorden en uitdrukkingen die alleen in Nederlandstalig België worden gebruikt in die tijd niet als volwaardig Nederlands.
Daar kwam ook biotechnicus Anthony Liekens achter toen hij enkele jaren in Eindhoven woonde en werkte. Dagelijks werd hij met verschillen geconfronteerd tussen zijn taalgebruik en dat van zijn collega’s. Hij ontdekte de zuidelijke leemtes en de labels in het woordenboek, maar legde zich daar niet bij neer. De verschillen waar hij op stootte, schreef hij op, en in de zomer van 2007 verzamelde hij die op een website. Zo werd die woordenschat toch zichtbaar, en kreeg ze geleidelijk aan wat meer status.
Oprichter Anthony Liekens ontdekte de zuidelijke leemtes en de labels in het woordenboek, en legde zich daar niet bij neer
Liekens baseerde zich op het principe van Wikipedia: naast zijn eigen verzameling nodigde hij gebruikers uit om zelf nieuwe bijdragen te leveren en bestaande artikelen aan te vullen of te corrigeren. Hij beperkte het Vlaams Woordenboek niet tot strikt algemeen Vlaamse woorden, maar gaf ook ruimte aan regionalere woorden, zoals het West-Vlaamse keppe en het Antwerpse tuttefrut. Om die te onderscheiden van het “algemene Vlaams”, voegde hij een regiolijstje toe, ingedeeld zoals de toeristische regio’s op Wikipedia stonden opgelijst.
2 Hoeveel lemma’s staan erin?
Dankzij vele sporadische bijdragen en het noeste werk van een kleine groep trouwe gebruikers groeide de verzameling in de loop van de jaren aan tot bijna 39.000 artikelen. Een belangrijk deel van de inhoud bestaat intussen uit woorden die niet gemakkelijk in het vizier van woordenboekredacties kwamen – woorden die zeker toen nog uit kranten en tijdschriften werden geweerd wegens “te zuidelijk”.
Maar intussen waren de geesten gerijpt en streefden Van Dale en Prisma naar een evenwichtige markering van typisch Belgische en typisch Nederlandse woordenschat. Toen Van Dale-hoofdredacteur Ruud Hendrickx het Vlaams Woordenboek ontdekte, nam hij in overleg met Liekens een deel van de algemene Belgisch-Nederlandse woordenschat in Van Dale op. De leemte van zoveel jaar eerder was eindelijk opgevuld.
Vandaag heeft de website zelf ook zijn plekje veroverd bij de taalminnende Vlaming én bij de Nederlander die op zoek is naar de betekenis van een opvallend woord, een streektalige song van pakweg Het Zesde Metaal, of die gewoon een taalbadje wil nemen in de zuidelijke woordenschat.
3 Waarom zie ik mijn bijdrage niet meer meteen verschijnen?
Een verzameling met zoveel lemma’s en gebruikers die vrijelijk kunnen bijdragen: dat houdt ook risico’s in. Er is heel weinig echte controle op de kwaliteit.
In de oorspronkelijke versie hoefde je alleen maar een account aan te maken, en je kon beginnen. Dat werkte nog vrij goed in de eerste jaren, toen het internet onschuldiger was en de meeste gebruikers een oprechte bijdrage wilden leveren. Maar vandaag bevat de databank ook veel rommel: van dubbele ingangen en talrijke uitspraakvarianten van hetzelfde woord tot posts van flauwe grappenmakers en spammers. Bovendien botste de vaste kern gebruikers, die nieuwe bijdragen zo goed en zo kwaad het ging controleerden, op haar grenzen: de groep is beperkt, en de meesten hebben geen taalkundige achtergrond. De kwaliteit van de artikelen is, meer nog dan bij het grote voorbeeld Wikipedia, erg wisselend.
En op negentien jaar tijd is er veel veranderd. Bots, spammers en hackers teisteren het internet, oude codes zijn gevoelig geworden voor veiligheidslekken en softwarebedrijven scrapen het internet om hun AI-modellen te trainen. Programmeertalen die twintig jaar geleden nog prima werkten, zoals die waarmee het Vlaams Woordenboek werd geschreven, zijn verouderd.
Daarom heeft een kleine kerngroep een volledig nieuwe, robuuste databankstructuur gebouwd, die het Vlaams Woordenboek een duurzame toekomst geeft. Om te voorkomen dat grapjassen en spambots de site vervuilen, is ook het systeem om bijdragen te leveren veranderd. Gebruikers kunnen nog steeds suggesties indienen, nu zelfs zonder account, maar hun inzendingen komen niet meteen online. Ze gaan eerst door een redactieproces voor ze, eventueel, goedgekeurd worden.
Dat redactieproces wordt uitgevoerd door enkele redacteurs en eindredacteurs. Dat zijn vrijwilligers die niet alleen nieuwe bijdragen bekijken, beoordelen en eventueel bewerken voor ze online komen, maar ook de artikelen uit het oude Vlaams Woordenboek aan een kritische blik onderwerpen en verbeteren. Zo zal de rommel tussen de parels er stilaan uit verdwijnen.
4 Staat er tussentaal in? En dialectwoorden?
Vandaag hebben Belgisch-Nederlandse woorden dezelfde status als woorden die in het hele taalgebied of alleen in Nederland gangbaar zijn, maar de status van de informele Vlaamse spreektaal, de “tussentaal”, is wel nog steeds onderwerp van discussie. “Vlaams” is een koepelterm die zowel over dat erkende Belgisch-Nederlands als over tussentaal en regionaal taalgebruik kan gaan. In het Vlaams Woordenboek zitten ze allemaal. Daarom kent de kerngroep waar mogelijk een status toe aan de ingangen in het Woordenboek: algemene standaardtaal, algemeen Belgisch-Nederlands, kandidaat Belgisch-Nederlands, geen standaardtaal. De redactie baseert zich hierbij op de labels in de woordenboeken en de omschrijvingen op de taaladviessites.
Het Vlaams Woordenboek is geen dialectwoordenboek, en er zal dus grondig gesnoeid worden in de dialectwoorden die er nu in staan. Maar dialectwoorden die ook buiten de regio bekend zijn, bijvoorbeeld via literatuur, muziek of televisie, blijven wel in het woordenboek. Daarom blijft ook de regio-indeling bestaan, met dit verschil dat de oude indeling op basis van toeristische regio’s werd vervangen door de dialectologische indeling die de UGent gebruikt heeft voor het Gesproken Corpus van de zuidelijk-Nederlandse Dialecten (GCND).
Op technisch vlak is het Vlaams Woordenboek klaar om de komende jaren duizenden nieuwe gebruikers te laten snuffelen in de typische en verrassende woordenschat van het Belgisch-Nederlands. Maar er ligt duidelijk nog veel werk op de plank. De redactie is er alvast mee begonnen, maar die kan wel wat versterking gebruiken. Alle hulp is dus welkom!
5 Wat met het Nederlands van Nederland?
Er bestaat geen Nederlandse tegenhanger van het Vlaams Woordenboek, met woordenschat die alleen of vooral in Nederland gangbaar is. Die lemma’s zijn wel te vinden in Van Dale, Prisma of het Algemeen-Nederlands Woordenboek van het Instituut van de Nederlandse taal, onder het label NL.
Terwijl de zuidelijke woordenschat als “afwijkend” werd beschouwd, was de noordelijke de norm. Standaardtaal
Dat heeft te maken met dat jarenlange statusverschil. Terwijl de zuidelijke woordenschat als “afwijkend” werd beschouwd, was de noordelijke de norm. Standaardtaal. Het Nederlands dat in Nederland bekend en gebruikelijk was, was tot 2003 namelijk de enige norm, ongeacht of die woorden in de praktijk in het hele taalgebied, of alleen in Nederland bekend waren. Daarom hoefde die woordenschat niet apart te worden beschreven. Niet in Nederland, want daar is die gewoon. En niet in Vlaanderen, want daar zoekt men onbekende, noordelijke woorden gewoon op in het woordenboek.
Samen met het besef dat Belgisch-Nederlands volwaardig Nederlands is, realiseren steeds meer mensen zich dat er ook woorden bestaan die typisch Nederlands zijn en niet over de grens gebruikt worden, zoals bankpas, kroelen en demissionair. Die hebben intussen in de woordenboeken ook een label gekregen, “NL”, en heten in taaladviezen “standaardtaal in Nederland”. Misschien is een Nederlands-Nederlands Woordenboek een logische volgende stap?
Wie wil meewerken aan het Vlaams Woordenboek, kan zich melden bij coördinator Miet Ooms via contact@vlaamswoordenboek.be








Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.