Publicaties
Gewoon beginnen sturen
1 Reacties
Taaltoestanden
taal

Gewoon beginnen sturen

Fieke van der Gucht leest en luistert, en beschrijft wat haar opvalt in ons taalgebruik. “We zijn beginnen sturen.”

De kinderen heeft ze naar bed gestuurd. De oudste pruttelt nog tegen: dat hij al 16 is. Omdat het in dit geval nog maar 16 is, stuurt ze hem wandelen. Het gepruttel sterft uit, de trap op, de slaapkamer in. In haar hand houdt ze de gsm waarop zonet de ademafsnijdende appjes zijn binnengetrild. Ze berichten over kleren aan en kleren uit en verwarring, maar geen spijt en het moet stoppen en toch doorgaan.

- Ik wil het begrijpen, zegt ze. Vrijdag zwaai je mij uit, dagdag en veel plezier op weekend nog. Zaterdag deel je lijf en leden met een andere vrouw. Hoe kom je zó snel van A naar B?

- Gewoon. We zijn beginnen sturen, probeert hij, de handen in de schoot, de ogen in het ijle.

[...]

Was ik een schrijver, ik focuste op de man, de vrouwen (zij die de zijne is én zij die de zijne niet is), hun verleden, hun toekomst. Het zou een verhaal worden over alle grijs tussen wit en zwart. Het geheel kruidde ik af met het motto Never waste a good crisis. Klaar! Maar als linguïst laat ik het rijke innerlijke leven van fictieve mannen en vrouwen liever aan de literatoren over. Mijn aandacht gaat naar de laatste zin: “We zijn beginnen sturen.”

Mijn grootvader leest de zin en fronst de wenkbrauwen. Waarheen beginnen sturen dan? Gaat het om een op hol geslagen auto waarbij geen tegensturen meer helpt? Een man en een vrouw (die niet de zijne is) die zo de beerput inrijden, terwijl ze eigenlijk droomden van een idyllische eilandbestemming? Of tracht de schrijver de bedmanoeuvres te omschrijven? Een man en een vrouw (die niet de zijne is) sturen linksom en rechtsom, het duurt even voor ze de juiste richting uitrijden?

Tracht de auteur bedmanoeuvres te omschrijven?

Mijn grootvader herleest de zin en haalt de neus op. Wat beginnen sturen dan? Zou plompweg verondersteld worden dat de man een brief stuurt aan de vrouw (die de zijne niet is)? Maar bij iemand iets sturen het lijdend voorwerp verzwijgen, dat klinkt mijn grootvader te nieuwerwets in de oren. Bovendien slaat het nérgens op: een brief die vrijdag pas de post opgaat, arriveert nooit op zaterdag – zeker niet met de besparingen bij bpost. Mijn grootvader schuift de roman meteen terzijde: dit. is. niet. zijn. kopje. thee.

Mijn grootvader beaamt haar laatste angst: vrouwen die te sturend zijn, raken hun mannen kwijt. “Zou dat het probleem zijn van de man die stuurde met de vrouw (die de zijne niet is)?”, denkt hij nog gauw. Mijn jongste nicht, zijn jongste kleinkind, schudt niet-begrijpend het hoofd. Tussen haar en mijn grootvader gapen de jaren. Het werkwoord sturen heeft daar slinks gebruik van gemaakt. Sinds kort heeft sturen immers een nieuwe betekenis: “aan iemand een sms, appje of messengerbericht sturen”. Wanneer dat precies gebeurde? Moeilijk om zeggen: in elk geval ná 3 december 1992 toen de eerste sms werd verstuurd.

Valentiereductie

Zinnen met sturen in die specifieke betekenis drukken slechts één (meewerkend) voorwerp uit dat de bestemmeling noemt: “Ik heb hem gestuurd” (vergelijk met “Ik heb hem geschreven”). En het kan nog korter. In sommige gevallen laat het Nederlands zelfs dat ene voorwerp weg: bij wederkerig gebruik (“We sturen nog”) of als de identiteit van de bestemmeling bekend is uit de context (“Na onze ruzie heeft hij nooit meer gestuurd”). Bij andere Nederlandse werkwoorden is dat procedé al langer bekend: “We schrijven nog” of “Na onze ruzie heeft hij nooit meer geschreven”.

Bij “Ik heb hem gestuurd” spreekt de taalkunde van valentiereductie: het (lijdend) voorwerp dat benoemt wat je stuurt (een e-berichtje), is weggelaten en wordt tegelijk verondersteld. Het zit namelijk in de betekenis van het werkwoord vervat, al wordt het niet concreet ingevuld. Ook dat fenomeen bestaat al langer in het Nederlands. Mijn grootvader en nichtje kunnen bijvoorbeeld perfect op restaurant eten zonder te zeggen wát ze precies eten. Maar terwijl sturen geen berichtje in wat voor e-vorm dan ook oproept bij mijn gsm-loze grootvader, kan mijn nichtje geen sturen horen zonder te denken aan een trillende smartphone die nieuws heeft. Ademafsnijdend nieuws nog wel. Geprikkeld slaat ze de roman weer open:

[...]

- Gewoon. We zijn beginnen sturen, probeert hij, de handen in de schoot, de ogen in het ijle.

- Correct is ‘beginnen TE sturen’, fluistert ze stuurloos.

Met dank aan prof. dr. Timothy Colleman en prof. dr. Klaas Willems, die mijn taalkundige geheugen wilden opfrissen.
Mijn beide grootvaders zijn al lang overleden, maar ze zijn het vast met me eens. Of mijn jongste nicht Vindingrijke Elf is, dat weet ik niet. Awel is een anoniem forum.

JefVanStaeyen

hartelijk dank,
al heeft dat werkwoord geen (verdwenen) lijdend voorwerp (of toch? maar welk dan wel), er bestaat enige gelijkenis met "bellen": "hij/zij heeft nooit meer gebeld".

vriendelijke groet

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be