‘De mensheid is gegroeid: zij breekt vervloekte boeien’ – Petronella Moens hertaald door Simone Atangana Bekono
Voor Historische Klassiekers, de Fixdit-podcast over vroegmoderne vrouwelijke schrijvers, hertaalde Simone Atangana Bekono Petronella Moens, die in de achttiende en negentiende eeuw actief was. Hier lees je een gedicht over de afschaffing van de slavernij in Frankrijk, met toelichting door Fleur Speet.
Mijn God! Ik vind geen woorden
Die mijn gedachten schetsen.
De mensheid is verbeterd:
De vrije Franse Natie,
Verbreekt de slavenketens:
De onderdrukte zwarten
Nu hun ongebonden broeders.
De mensheid is gegroeid:
Zij breekt vervloekte boeien
Zwaar liggend om hun enkels.
(…)
Het rinkelen van ketens,
Kwelt de natuur niet langer,
Vrije broeders hoeven niet meer,
Wrede christenen te vervloeken.
Geen wanhopig handenwringen,
Of hebzucht en verdoemenis,
Dat onschuldige mensen verteert.
Geen ouders stervend van verdriet,
Terwijl kinderen lijden.
Geen zonen die vol woede,
Voor hun vaders brekend hart,
Zich verhangt aan eigen boeien.
Geen wreedheid scheidt de jongeman,
Van ’t meisje van zijn dromen.
Geen zwangere vrouw in tranen,
Gescheiden van het kind zijn vader.
Geen jonge meisjes op de vlucht,
Voor hun eer en mensenrovers,
Geen angstige dochters meer,
Die los van moeder moeten komen,
Hier stopt het radeloos snikken,
Van moeders die kleine kinderen,
Liever in hun slaap laten stikken,
Dan een hels leven ondervinden.
(…)
© Vera Anna Mae Polkamp / Lin Woldendorp
Morele verontwaardiging
Het gedicht ‘Bij het afschaffen van den slavenhandel door de Fransche natie’ (1798) is slechts één voorbeeld uit het zeer omvangrijke oeuvre van Petronella Moens (1762-1843). Zij schreef romans, kinderboeken, toneel, tijdschriftartikelen, pamfletten en poëzie, altijd met een oog voor actuele gebeurtenissen én hun morele consequenties. In dit gedicht jubelt ze over de Franse afschaffing van de slavenhandel, maar houdt tegelijk de Nederlanders impliciet een spiegel voor: waarom doen wij dit niet ook?
Opvallend is dat Moens haar lof verbeeldt via korte, intieme scènes uit het gezinsleven. Ze toont moeders, kinderen, geliefden en ouders die uit elkaar worden gerukt. Slavernij bestaat uit een opeenstapeling van handelingen: het scheiden van families, het vastketenen van lichamen, het onteren van meisjes. Daarmee sluit Moens aan bij een bredere abolitionistische traditie waarin vrouwen vroeg en zichtbaar actief waren, juist door de nadruk te leggen op morele verontwaardiging en empathie in plaats van economische argumenten.
Moens houdt de Nederlanders impliciet een spiegel voor: waarom doen wij dit niet ook?
In de hertaling van Simone Atangana Bekono komt die empathie nog scherper naar voren door inkorting en verstrakking van de beelden. De situaties blijven hetzelfde, maar bijvoeglijke bepalingen en verklarende bijzinnen verdwijnen, waardoor de handeling zelf centraal komt te staan: “Hier stopt het radeloos snikken,/ Van moeders die kleine kinderen,/ Liever in hun slaap laten stikken.” In de hertaling blijft sec de handeling over, zonder verzachtende context. Daardoor spoort Atangana Bekono minder aan tot medelijden, maar confronteert ze de lezer sterker met een besluit dat voortkomt uit extreme omstandigheden. Dat sluit aan bij Moens’ oorspronkelijke inzet: slavernij zichtbaar maken via het intieme gezinsleven, zonder de lezer daarmee volledig plat te drukken.
De hertaling verandert de manier waarop het gelezen wordt. Het tempo ligt hoger, de afstand tussen beeld en lezer is kleiner, waardoor Atangana Bekono de nabijheid vergroot. De tekst toont zo hoe een achttiende-eeuwse abolitionistische poëtica, gericht op empathie en morele betrokkenheid, nog altijd kan raken. (Fleur Speet)











Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.