Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De erfenis van de utopie
0 Reacties
© Stijn Felix
© Stijn Felix © Stijn Felix
edito Utopisten van vandaag
maatschappij

De erfenis van de utopie

Hoofdredacteur Hendrik Tratsaert licht het thema ‘Utopisten van vandaag’ toe en formuleert een virtuele nieuwjaarsbrief voor 2022.

Thomas More schreef zijn Utopia in Antwerpen, waar hij verbleef bij stadssecretaris Pieter Gilles, op voorspraak van zijn goede vriend Erasmus. Toen het boek in 1516 van de persen van drukker Dirk Martens in Leuven rolde, kon niemand vermoeden wat een impact het zou hebben op latere humanistische idealen van gelijkheid en rechtvaardigheid. Het boek was duidelijk opgesteld als een denkoefening over hoe de ideale staat er zou kunnen uitzien en het begrip Utopia werd dan ook de referentie in elk gesprek over de samenleving van de toekomst. Die ijkpuntwaarde vatte Oscar Wilde, met zijn doeltreffende zin voor aforismen, goed samen in de uitspraak: “A map that does not include Utopia is not even worth glancing at.”

Het begrip ‘concrete utopie’ moest de antipode worden van de ‘abstracte utopie’: dat waar men naïefweg van droomt en dat er nooit van komt

Precies die naderhand in romantiek gedrenkte connotatie van de utopie noopte de Duitse filosoof Ernst Bloch tot een correctie voor eigen toepassing. Hij lanceerde het begrip “concrete utopie”. Het moest de antipode worden van de “abstracte utopie”, die volgens de neomarxisten van de Frankfurter Schule te weinig toepasbaar was en in gedachte-experimenten bleef steken, ofwel “dat waarvan men naïefweg van droomt en dat er nooit van komt”.

Die notie werd later door socioloog en andersglobalist Immanuel Wallerstein opgepikt en verder gepropageerd in zijn Utopistics en tot werkbare proporties voor de toekomst beschreven. In hetzelfde jaar (1998) dat Wallersteins boek uitkwam, publiceerde de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis De erfenis van de utopie, een lijvige geschiedenis die, in tegenstelling tot die van zijn Joods-Amerikaanse collega, forse kanttekeningen plaatst bij de invulling van de utopie en alle totalitaire gevaren vandien, bijna bij wijze van impliciete waarschuwing, “bezint eer gij begint”.

In het openingsstuk van dit nummer schetst filosofe Tinneke Beeckman helder en overzichtelijk waar het op staat: waar komt de utopiegedachte vandaan, welke weg volgde ze, welke tegenpolen zagen het licht? Ook wijst ze op het groeiende denken over de dystopie, de maatschappelijke nachtmerrie, die in fictie altijd al driftig verbeeld werd, maar nu akelig dichterbij komt. Ze besluit haar discours meer dan pertinent: “Voor de mensheid is de vraag langzamerhand niet zozeer of een utopie mogelijk is, dan wel of de dystopie kan worden afgewend.”

In 2022 wordt het vijftigjarige bestaan van het alarmerende, baanbrekende rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome in herinnering gebracht. Het gonsde er destijds van in alle media en alle cenakels van veeleer progressieve signatuur. Zelfs tot op mijn schoolbanken drong het door bij monde van een verlichte onderwijzer voor de zesde klas. Het stemt bitter te weten dat er volgend jaar lofrijke nabeschouwingen zullen verschijnen, maar dat er helemaal niets te vieren valt.

Hoe gaat het eraan toe op het krachtenveld van de concrete utopieën? Wie zijn de utopisten van vandaag?

En hoe gaat het er inmiddels aan toe op het minder beladen krachtenveld van de concrete utopieën? Wie zijn de utopisten van vandaag? Momenteel zijn er in Vlaanderen en Nederland tientallen kunstenaars, uitvinders, ontwerpers, creatieve ondernemers en non-profitcollectieven die oplossingen aanreiken voor maatschappelijke problemen. Hun creaties en zin voor actie getuigen van optimisme en geloof in de toekomst en kunnen als zodanig strekken tot voorbeeld, ook over de grens. Ze raken aan burgerrechten, maatschappelijke problemen als klimaatopwarming en milieuvervuiling, voedselproductie, gebrek aan groene ruimte, privacy...

Enkele voorbeelden: de visionaire uitvindingen van Daan Roosegaarde, de Plastic Soup Foundation van Boyan Slat, de acties van kunstenaar Jonas Staal, de G1000-groep rond David Van Reybrouck en de participatieve kunstprojecten van Sarah Vanhee. In ons themadossier over utopieën wordt de recente praktijk van haar “nomadische school” en “zacht leren” belicht. Vanhee brengt mensen dichter bij elkaar in een soort onnadrukkelijke uitwisseling, waarvan zij het geheim kent.

Binnen hetzelfde themadossier vroegen we Peter Vermeersch, naar aanleiding van zijn recente ervaringen tijdens een assisenzaak, om zich te richten op alternatieven voor het klassieke gevangenissysteem. Verder haalt Anne van den Dool uit de stapel recente romans drie boeken die de commune als setting hebben, een oud ideaal dat ook vandaag vitaal wil zijn – of is het amechtige reanimatie? Het dossier besluit met conceptuele ingenieurs die zich zowaar aan taalverbetering zetten.

Wat tot slot van dit kalenderjaar in onze virtuele nieuwjaarsbrief moet staan, kon de lezer vermoedelijk afleiden uit de evolutie van het voorbije jaar. Wij willen meer aanwezig zijn in het debat, de Nederlands-Vlaamse samenwerking beter belichten en pertinente ontwikkelingen in de Lage Landen duiden op het vlak van maatschappij, taal, geschiedenis, literatuur en de kunsten. Dat alles in een samenspel van tijdschrift en site. Aan u alvast de keuze uit de veertig stukken in dit bevlogen eindejaarsnummer van inkt en papier.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.