Deel artikel

kunst

Beeldend kunstenaar Lola Daels schildert met steen

27 februari 2026 6 min. leestijd

Met eeuwenoude technieken als rocaille, scagliola en pietra dura buigt de Brusselse kunstenaar Lola Daels zich over landschappen die getekend zijn door klimaatverandering, industriële rampen en ecologische catastrofes. ‘Van kunstbomen tot imitatiemarmer: we bootsen na wat we niet hebben.’

Lola Daels verwelkomt me in haar appartement op de negende verdieping in Molenbeek, waar het uitzicht reikt van de Basiliek van Koekelberg tot het Justitiepaleis. We spreken hier af omdat haar atelier momenteel in dozen zit. Het is een periode van verandering. Zeker omdat ze sinds vorige zomer mama is van een zoon, die bij momenten op haar schoot komt zitten.

Het kunstenaarschap een periode loslaten is niet vanzelfsprekend voor iemand die haar hele leven creatief bezig is. “Ik heb zo lang ik me kan herinneren getekend en werd daarin aangemoedigd door mijn ouders. Misschien hielp het dat de broer van mijn vader een beeldhouwer is”, vertelt ze. “Op mijn vijftiende verliet ik mijn kleine dorp om naar de kunsthumaniora in Brussel te gaan. Dat was een brede richting, maar ik wist toen al dat ik met mijn handen wilde werken. Daarom schreef ik me in voor een bachelor schilderkunst aan LUCA.”

Tijdens haar Erasmus in Montpellier verdween het schilderen naar de achtergrond. De kunstschool had geen schilderatelier, en zo ging ze een meer sculpturale richting uit. Toen ze in 2014 afstudeerde, wist ze niet goed of ze verder wilde als kunstenaar. Daarom liep ze enkele maanden stage bij kunstenaar Ana Santos in Lissabon. Terug in Brussel combineerde ze deeltijdse jobs met twee dagen in haar atelier, maar dat bleek te weinig om haar werk te laten groeien.

“In 2017 maakte ik een duidelijke beslissing: ofwel ga ik er nu voluit voor, ofwel komt het er waarschijnlijk nooit van. Ik schreef me in voor een hele reeks residenties en kreeg die – tot mijn verbazing – bijna allemaal. Ik verbleef in Marrakech, Parijs, Antwerpen en zelfs Teheran. Zulke residenties geven een enorme boost: mensen zien potentieel in je werk, je ontmoet andere kunstenaars, schrijvers en curatoren, die je ook opnemen in expo’s. Een netwerk is cruciaal.”

Stenen en zaden

De ondersteuning gaf Daels de tijd om haar eigen pad te zoeken. Ze legde er de basis van haar kunstenaarschap tot op heden. Een van die sleutelmomenten was in 2018, toen ze in het Marokkaanse Atlasgebergte een steen vond. “Ik toonde hem in Parijs aan een geoloog. Maar die vertelde me dat het gewoon versteende klei was uit een rivier, en dus waardeloos. Het raakte me dat hij besloot dat die steen geen kwaliteiten had, terwijl ik die al zes maanden met me meedroeg.”

Wie bepaalt wat waarde heeft, wat authentiek is? Die vragen vormen sindsdien een rode draad in haar werk. Tijdens haar residentie in Parijs liep Daels voortdurend langs kraampjes met kopieën van de Eiffeltoren. “Als iets gereproduceerd wordt, wordt het origineel automatisch waardevoller”, bedacht ik. “Dus mijn steen zal meer waarde krijgen als ik er een replica van maak.” Ze begon kopieën van de steen te maken in felle kleuren, met plasticachtige wax. Die presenteerde ze in bouquinistes, de kisten langs de Seine waarin vroeger mooie prentkaarten, maar vandaag ook veel prul verkocht wordt.

Verder onderzocht ze de herkomst van de steen en ze ontdekte dat die regio onderhevig is aan verwoestijning. “Hele dorpen in Marokko moeten verhuizen, en door de klimaatopwarming gebeurt dat meer en meer.” Het problematische gedrag van de mens en de ecologische impact werd zo een steeds belangrijker aspect in haar werk. “Ik besloot nóg een reeks replica’s te maken, dit keer refererend aan die verwoestijning. Ik las ooit dat herbebossing de enige remedie is tegen verwoestijning. Daarom maakte ik ‘seed sculptures’: sculpturen van klei, aarde en zaden, opnieuw gevormd naar mijn Marokkaanse steen. Worden ze nat, dan barst er leven uit de steen en groeien er planten.”

Parelwit maar giftig

Het onderzoek bracht Daels ook bij andere imitatietechnieken. Rocaille bijvoorbeeld: de imitatie uit cement van natuurlijke fenomenen als stenen, rotsen, grotten, watervallen en hout. “Tijdens de lockdown fietste ik in Jette langs een kopie van de grot van Lourdes. Ik viel uit de lucht: waarom hebben we de behoefte om een grot na te maken, in een ander land, uit cement? Ik raakte gefascineerd door de rocailletechniek en kreeg een beurs van de Vlaamse Overheid om in de leer te gaan bij Françoise Lombaerts, een van de laatste Belgische rocailleurs.”

Met rocaille wilde Daels tonen hoe absurd het is dat mensen rotsen, houtpartijen of grotten namaken in cement, een zeer vervuilend materiaal. Ze maakte een zuil met daarop een sint-jakobsschelp, het logo van Shell. Die vernoemde ze naar het aantal kilo CO₂ dat ze uitstootte om het te maken. Het werk bracht haar verder bij onderzoekers van de KU Leuven, die experimenteren met alternatieven voor cement, zoals koranel (een afvalproduct uit de koperindustrie) en red mud (een residu van aluminiumproductie). “Toen ik daarmee aan de slag ging, moest ik plots handschoenen, masker en bril dragen – alsof ik in een lab stond. Zo besefte ik hoe giftig die materialen zijn en hoe desastreus hun ontginning kan zijn. In 2010 brak in Hongarije een reservoir met red mud open: een dorp werd overspoeld en de Donau raakte besmet.”

Ondertussen ontdekte ze op een jaarlijkse familievakantie in Firenze het museum van de pietra dura, een zestiende-eeuwse Italiaanse techniek waarbij stenen tot mozaïeken worden ingelegd. “Het is eigenlijk schilderen met steen! Dat wilde ik ook doen.” Omdat de zeldzame techniek nauwelijks nog onderwezen wordt, probeerde ze het eerst zelf te leren. Daarna vond ze een sociaal project in Pakistan dat bereid was enkele van haar ontwerpen te realiseren. Later kwam ze ook in contact met een Britse meester, bij wie ze in de leer ging en naar wiens atelier ze nog steeds jaarlijks terugkeert.

Het ene werk vloeit onlosmakelijk over in het andere. Door haar eerdere materiaalonderzoek en haar fascinatie voor de absurditeit en impact van menselijk handelen besefte ze dat ze geen idyllische landschappen wilde maken in pietra dura, maar dat ze ermee wilde confronteren. Dat doet ze door hedendaagse landschappen te verbeelden waarin klimaatverandering, industriële rampen en ecologische catastrofes zichtbaar worden.

“Mijn eerste pietra dura-serie baseerde ik op beelden van het Groot Barrièrerif, dat in kritische toestand verkeert. Daarna volgden werken over industriële rampen: het overstroomde Hongaarse dorp, de breuk van de dam bij een ijzerertsmijn in Brazilië of een strand in Italië dat parelwit lijkt, maar eigenlijk vergiftigd is door afvalwater van chemiebedrijf Solvay. De kleuren en lijnen zijn verleidelijk, maar onder de schoonheid schuilt een donker verhaal. De serie bestaat voorlopig uit zeven werken en blijft groeien: ik blijf maar van die absurde verhalen tegenkomen.”

Pralines op grote schaal

Tegelijkertijd werkte ze aan een serie in scagliola, een techniek die marmer imiteert. Ook dat werk ontstond toevallig, nadat Daels een doos Guylian-zeevruchten cadeau kreeg. “Ik vroeg me af waarom we de noodzaak voelen om chocolade te eten in de vorm van schelpen. En ‘Belgische chocolade’ is op zich al een gek idee: cacao is een koloniaal product; de economische winst blijft hier, maar de grondstof komt van elders. Ik ging op zoek naar het ontstaansverhaal van de chocoladezeevruchten, en kwam terecht bij Guy en Liliane, van het bedrijf Guylian. Zij maakten de zeevruchten als aandenken aan een mooie dag aan de Belgische kust, en het werd een wereldwijd succes. Het marmerpatroon geeft de chocolaatjes ook nog eens een luxueuze uitstraling.”

De link met scagliola was snel gelegd. Daels besloot de elf pralines op grotere schaal na te maken om het verhaal van de zeevruchten en de Belgische chocolade te vertellen. De afgelopen jaren stonden zo bijna volledig in het teken van zestiende-eeuwse Italiaanse imitatietechnieken. Zelfs tot vlak voor haar bevalling eind augustus bleef ze hard aan het werk. “Ik wilde het gat opvullen voor de komst van mijn zoon, uit angst voor hoe de kunstwereld mijn afwezigheid zou zien”, zegt ze.

Ook na de geboorte kon ze haar werk eerst niet loslaten. Pas in november durfde ze een pauze in te lassen, tot januari. “Dat was moeilijk, ook omdat kunst voor mij als een noodzaak aanvoelt. Maar de combinatie zorgde ervoor dat ik én geen ideale kunstenaar was én er niet helemaal was voor mijn zoontje. Ik zette mijn nieuwe werken dus even on hold.”

Ze wijst naar een stapel vol aantekeningen, ideeën, notities, die garant staan voor nog jaren vol maakkracht. En die misschien alleen maar beter worden dankzij het nieuwe leven op haar schoot.

Maya Toebat

Maya Toebat

freelance journalist en redacteur

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003caf0000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)