Publicaties
‘Zonder verleden is de toekomst blind’
0 Reacties
geschiedenis

‘Zonder verleden is de toekomst blind’

Herman Balthazar over het Gentse standbeeld voor Willem I

Eind oktober 2018 werd in Gent een standbeeld van de Nederlandse koning Willem I onthuld. Bij die gelegenheid hield emeritus hoogleraar geschiedenis en zelfverklaarde ‘pragmatische orangist’ Herman Balthazar een toespraak, wars van Groot-Nederlandse nostalgie. ‘Dit is veel meer dan een banaal souvenir.’

In 2011 publiceerden Johan Decavele en ikzelf het boekje Het Geheugen van Nederland in Gent. We hadden er een dubbel publiek mee voor ogen: de Gentenaars en dan de Nederlandse toerist in Gent aan wie we duidelijk wilden maken dat van de middeleeuwen tot de twintigste eeuw Gent op vele plaatsen en momenten verbonden is met de vaderlandse geschiedenis van Nederland. Vanzelfsprekend sloot dit boekje af met een hoofdstukje over Koning Willem I.

Joris De Zutter van het Gentse departement Cultuur publiceerde er in 2015 een volledige studie over onder de titel Vivat Willem! Onzen Koning. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830. Deze titel brengt ons al dichter bij wat Gent moest beroeren over wat twee eeuwen geleden een bijzondere periode was van de Gentse geschiedenis.

Het is op een zeer geslaagde wijze gevisualiseerd in de succesrijke tentoonstelling in het STAM die als titel Het verloren Koninkrijk. Willem I en België droeg. Dat was ook de titel van het grote werk van Els Witte over het orangisme, van zijn opgang in 1828 tot zijn neergang rond 1850.

Kunnen we, mogen we dat woord “neergang” hier vandaag wel gebruiken aan de prachtige en pas weer opengelegde Reep? Ik denk dat de hardnekkigste initiatiefnemers voor een standbeeld van Willem I dit woord “neergang” niet in de mond zouden willen nemen. Er was, gepersonifieerd in de kranige persoonlijkheid van professor Karel Evrard, van bij de start van de overlegrondes over de herdenking van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1814-1830), een kleine groep aan het werk die ervan overtuigd was dat er in Gent een standbeeld voor Willem I moest en zou komen.

Scepticisme

De historische kritiek gebiedt mij te zeggen dat van bij de aanvang dit idee van een standbeeld op veel, zeer veel scepticisme en afwijzen botste. Tegenover de groep die een standbeeld als een ereteken en dankbare erkenning zag, stonden veel andere stemmen met kritische vragen. Is überhaupt een standbeeld van een historisch personage, laat staan van een vorst, nog van deze tijd? Men verwees onder meer naar de moeilijke debatten rond de realisatie van het standbeeld van koning Boudewijn in het Citadelpark. Dat was de recentste casus over vorstelijke standbeelden, zoals er in feite zeer weinig zijn in Gent en die elk hun geschiedenis van polemieken kenden, polemieken uit nu vervlogen tijden.

Denk maar aan de hevige discussies circa 1850 over een standbeeld voor Keizer Karel dat oorspronkelijk bedoeld was om de Vrijdagmarkt te sieren. Dichter Prudens Van Duyse schreef er zijn colère over uit in een episch gedicht in dertien strofen. Het kwam er dus niet, althans daar niet, maar in 1863 stonden er wel duizenden op de Vrijdagmarkt geestdriftig de onthulling bij te wonen van het u allen bekende standbeeld van de toen ongecontesteerde volksheld Jacob Van Artevelde.

Een andere interessante casus is het borstbeeld van koning Leopold II in het parkje tussen de Franklin Rooseveltlaan en de Gustaaf Callierlaan. Het werd in 1936 onthuld met een zeer grootse vaderlandse plechtigheid waar honderden leerlingen van de Gentse scholen het lied ‘Vers l’Avenir’ / ‘Naar Wijd en Zijd’ zongen. De oudsten hier zullen dat lied nog wel kennen met die merkwaardige passus:

Is uw bodem hier klein
Ginds toch wacht u een land
Als een wereld zo groot
Waar uw vlag staat geplant.

Sinds een halve eeuw, na de dekolonisatie van Congo, wordt dat lied niet meer gezongen, maar daarenboven is sinds enkele jaren een felle discussie opgelaaid over standbeelden van Leopold II vanwege zijn hoogst bedenkelijke rol in het zeer bloedige misbruiken van de Congolese bevolking bij de uitbouw van een kolonie.

U hoort het dus: standbeelden van koningen kunnen in andere tijden en nieuwe historische inzichten tot grote problemen leiden.

Historisch moment

We moeten dat voor ogen houden bij dit inhuldigingsmoment van een standbeeld voor koning Willem I. Ik denk persoonlijk dat we daarbij niet zozeer moeten stil staan bij de persoon Willem I, maar wel bij de betekenis van het historische moment waarin Willem I onze koning was.

Er zijn in de voorbije jaren zeer grondige en wetenschappelijk uitstekende biografieën gepubliceerd over de opeenvolgende koningen Willem I, Willem II en Willem III, de drie Nederlandse koningen van de negentiende eeuw sinds het einde van het napoleontische rijk in november 1813.

De biografie over Willem I is geschreven door Jeroen Koch. Het is een zeer boeiende, maar ook zeer nuchtere analyse. En het is zeker geen hagiografie. Willem I is er niet de lyrisch bezongen held. En Koch is een Nederlandse historicus, wat betekent dat het decor van het toneel waarin Willem I wordt opgevoerd er exclusief één is van de Nederlandse natie zoals die vorm kreeg in de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648. Dat hij in 1814 koning werd, koning wou worden over Noord en Zuid, komt bij Koch slechts in één paragraaf ter sprake. Een volledig hoofdstuk – hoofdstuk 7 – gaat over ‘Een Koninklijk Echec: de Zuidelijke Nederlanden, 1825-1831’.

Zal de Nederlandse toerist van de 21ste eeuw dus niet raar opkijken wanneer hij hier in Gent een standbeeld ziet staan van een Nederlandse koning die in hun eigen nationale geschiedenis niet in de tophitlijst staat?

Concreet verhaal

En toch begroet ik als Gentenaar en als historicus de realisatie van dit standbeeld. Niet, laat dit zeer duidelijk zijn, uit orangistische nostalgie. Mijn leven lang al ijver ik voor de best denkbare samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen/België. Ik heb er ontelbaar veel goede redenen en argumenten voor, maar ik ben er mij van bewust dat er tussen Essen en Roosdaal een kloof ligt met aan beide zijden twee verschillende Europese staten met een zeer verschillende publieke opinie.

De echte reden waarom ik de komst van dit standbeeld toejuich, is omdat het ons toelaat een zeer concreet verhaal te vertellen over de geschiedenis en de toekomst van Gent. Ik zal in dit verhaal drie elementen voorop stellen: de universiteit, de haven voor zee- en binnenvaart en de economische draagkracht van de stad. Het gaat over drie elementen, die ten tijde van koning Willem I een start en/of een nieuwe versnelling kregen en dus te danken zijn aan zijn beleid.

Vorig jaar herdachten wij in Gent de stichting van de universiteit in 1817. Vandaag staat deze universiteit met 40.000 studenten als eerste Belgische universiteit op de prestigieuze internationale Shanghai Ranking of Academic Subjects. Tot de top behoren in universitair onderwijs en onderzoek blijft een fundamentele en sterke wissel op de toekomst.

Dit jaar beleefden we ook de creatie van de North Sea Port, de sinds vele jaren gewenste fusie van de Gentse haven met de havens van Terneuzen en Vlissingen. De start van dit proces kunnen we in 1823 plaatsen met het graven van het kanaal van Terneuzen. Vandaag staat de North Sea Port in de top tien van de Europese havens.

En er is ten slotte de economisch-industriële factor. In de Oostenrijkse en Franse periode, zo tussen 1740 en 1810, begon er in Gent een economische renaissance die de stad tot een centrum maakte van de eerste Industriële Revolutie. Het was ten tijde van koning Willem I dat de fundamentele take-off plaats greep naar de mechanisering van de textielindustrie. Gent werd, in goed en kwaad, de grootste fabriekenstad van Vlaanderen. Na de diepgaande structurele crisis van de textielindustrie in de jaren 1950-1960 is Gent geslaagd in een wonderbare reconversie. Op de ecologische noden van deze tijd en samen met de universiteit moet nu verder worden gewerkt aan een nieuwe creatieve toekomst.

Met deze enkele bedenkingen kom ik terug bij dit standbeeld. De eind 2017 overleden Jean d’Ormesson gaf ooit een prachtige redevoering bij de intrede van Marguerite Yourcenar in de Académie française. Hij wou vooral een hommage brengen aan de steeds aanwezige betekenis van geschiedenis in het grote oeuvre van Yourcenar. Zo begon zijn boodschap: “L’avenir sans le passé est aveugle. Le passé sans l’avenir est stérile.” Het is de historische herinnering aan belangrijke figuren en momenten die veel meer moet zijn dan een banaal souvenir. Dit is in mijn ogen de betekenis van dit standbeeld.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be