Publicaties
Zijn hele werkzame leven in de kerk
0 Reacties
literatuur

Zijn hele werkzame leven in de kerk

Een nieuwe roman van Maarten ’t Hart en een boek over zijn werk

De nachtstemmer is subtieler dan je door de afleidingsmanoeuvres op het eerste gezicht denkt. Elsbeth Etty tracht het werk, de persoonlijkheid en de literaire betekenis van Maarten ’t Hart te doorgronden en schrijft zo een nuttige introductie tot diens oeuvre.

Door in De nachtstemmer een orgelstemmer uit Oost-Groningen naar het ongenoemde maar gemakkelijk herkenbare Maassluis te sturen, is Maarten ’t Hart dicht bij huis gebleven. Dat geldt ook voor de keuze voor zijn hoofdpersoon en ik-verteller. Gabriël Pottjewijd is specialist in zeventiende-eeuwse Schnitgerorgels. Het Hervormde kerkbestuur vertrouwt hem het fraaie orgel van Schnitgers leerling en Bachs tijdgenoot Garrels toe. Pottjewijd mag het protestantse geloof vaarwel hebben gezegd, een “kerkverlater” kan hij zich beroepshalve niet noemen: “ik breng al heel mijn werkzame leven in kerken door”. Pottjewijd stelt ’t Hart in staat opnieuw zijn gelovige afkomst te etaleren. En zoals Pottjewijd in een tijd van leeglopende kerken en afnemende populariteit van orgelmuziek nog voldoende emplooi voorziet, zo lijkt ’t Hart erop te vertrouwen dat er nog een lezerspubliek is dat oude gereformeerde gebruiken herkent, zoals het fenomeen mannenvereniging, met een naam als “Schrift en Belijdenis”.

Pottjewijd doet verslag van zijn verblijf en werkzaamheden in het hem onbekende stadje. We schrijven eind vorige eeuw. De ontvangst in zijn onderkomen is een eerste kennismaking met de plaatselijke mores, waaronder een nogal bot taaleigen. Toevallig vergadert in het hotelletje die avond ook Schrift en Belijdenis en is hij getuige van een curieuze discussie over het oudtestamentische verhaal van de sprekende ezel. In de daaropvolgende dagen ontmoet Pottjewijd menige grappenmaker die hem louter voor zijn eigen lol schoffeert. Hij houdt er een theorie op na over de overeenkomst tussen mens en orgel. Bij beide komt het aan op “de stemming” en de onveranderlijke orgelpijpklank is tekenend voor het menselijke gebrek aan flexibiliteit.

De verzameling rolvaste, dickensiaanse typetjes die zijn relaas bevolkt, geeft dit boek een veelstemmigheid die de raison d’être ervan lijkt te zijn. In zijn buitenstaandersrol is Pottjewijd ’t Harts ideale secondant. De herrie die het bedrijvige stadje voortbrengt, van een voor dag en dauw gillende stoomfluit tot allesdoordringend gehamer op de werf, versterkt de naargeestige sfeer. Omdat stilte een voorwaarde is voor orgelstemmen neemt Pottjewijd ten slotte zijn toevlucht tot een nachtelijke stemsessie.

Hij vindt aansluiting bij twee andere buitenstaanders, een duo dat hem als stemhulp wordt toegewezen. Hoe raakte de Braziliaanse Gracinha met haar zwijgzame dochter Lanna hier verzeild? Hoe slaagt deze weduwe, een exotische schoonheid, erin zich het stadje van het lijf te houden? Is Lanna werkelijk zo achterlijk als wordt verondersteld? Als geregelde gast van Gracinha’s wereldkeuken, die hij prefereert boven de Hollandse pot van zijn onderkomen, krijgt Pottjewijd alle gelegenheid hierover na te denken. Het steeds weer opwerpen van een vraag, een (quasi-)raadsel, als inleiding tot een reeks speculaties, groeit uit tot vliegwiel van De nachtstemmer.

’t Hart creëert zijn geliefde sfeer van alledaagse vervreemding

Een nogal onschuldig thrillerelement dat ’t Hart gaandeweg toevoegt, wakkert Pottjewijds speculatiedrift extra aan. Hij meent gevolgd te worden, wordt later daadwerkelijk onverhoeds de haven in gesmeten en in een dreigbrief gesommeerd de omgang met Gracinha te staken. Zo creëert ’t Hart zijn geliefde sfeer van alledaagse vervreemding. Zijn verteller raakt, zoals vaker, geleidelijk betrokken bij wat hij aanvankelijk gedistantieerd en verwonderd waarnam. Pottjewijd gaat ook twijfelen aan zichzelf, wat een bron is van nieuwe vragen. Is hij bezig paranoïde te worden?

De oorsprong van die alomtegenwoordige zin voor het raadselachtige ligt in het mythische Maassluis en haar “vrome volk”, zoals een van de personages van De nachtstemmer de stadsbewoners typeert: een toespeling op ’t Harts fameuze verhalenbundel Het vrome volk (1974). ’t Hart maakte van jongs af deel uit van een wonderlijke wereld, waarvan hij bovendien scherp waarnemer was – en waarvan hij zich dus tegelijkertijd ook al begon te distantiëren. Bij monde van Pottjewijd brengt hij maar weer eens de kiem van twijfel aan de geloofswaarheden ter sprake. Ook voor ’t Hart zelf, zo toont onder andere Magdalena (2015), waren Bijbelse ongerijmdheden de losrakende schroefjes die tot ineenstorting van de constructie leidden. Tegelijkertijd koestert hij de verbazing over de mannen van Schrift en Belijdenis als leerschool omtrent de menselijke soort. Het onbegrijpelijke van het geloofsverschijnsel an sich stimuleert zo zijn vertelkracht. Pottjewijd probeert Lanna iets uit te leggen over orgelstemwerk, wat mogelijk te ingewikkeld is, “[m]aar dat geeft niet. Er zijn in je jeugd zoveel zaken waarover je onderhouden wordt waar je niets van begrijpt. En toch blijkt dan later dat er iets is blijven hangen, waar je soms zelfs profijt van hebt.”

De nachtstemmer heeft, tien jaar later, niet het peil van de voorgangers Verlovingstijd (2009) en Het psalmenoproer (2006). Dat komt vooral door het repetitieve vraag-speculatiepatroon en herhalingen in de geschiedenis zelf, die te breed uitgesmeerd en daardoor dun wordt. Toch is de roman subtieler dan je door de apodictische afleidingsmanoeuvres, met de bekende tirades tegen bijvoorbeeld de Hollandse verjaardagcultus, op het eerste gezicht denkt. De verteller vergelijkt een groepje steelse stadsbewoners met Verdi’s slavenkoor en inderdaad zoeken sommige opera-achtige scènes de grenzen van het ogenschijnlijke realisme op. De geleidelijke toenadering tussen Gracinha en Pottjewijd wordt met een ontnuchterende tournure bekroond. De afwezigheid van romantiek is in lijn met het algeheel down-to-earth liefdesperspectief. Een vervreemdingseffect is Pottjewijds verbazing over de “archaïsche taal” van het dreigbriefje, met een veelvuldig gebruik van “reeds”. Nu is in De nachtstemmer zelf “reeds” ook niet van de lucht, om maar te zwijgen van “andermaal” of “voortschrijdend” (voor “lopend”). Hier moet sprake zijn van zelfspot.

Aantrekkelijk is ook dat Pottjewijd niet buiten schot blijft. Hij bespaart ons andermans oordelen over zichzelf niet, zoals “zorgwekkend asociaal”, niet in staat een gestructureerd verhaal te vertellen, saai of ongemanierd. Meer dan dat rare stadje bedreigt hem zijn eigen, sterk ontwikkelde angst voor vrouwelijke charme. De verdedigingslinie van kunstgenot die hij heeft opgetrokken rond zijn geliefde solitaire bestaan zal mogelijk niet bestand blijken voor verleiding in die vorm. Een aantrekkelijke vrouw, uit Brazilië of Nederland, is in zijn biotoop altijd een exoot. Op de keper beschouwd is Pottjewijd dus slechts één van de plaatselijke zonderlingen. Maar, en ook dat maakt hem tot verhalenverteller, hij beschikt eveneens over een hang naar een bestaan zonder menselijke complicaties, een sereen oord van muziek of poldernatuur, dat je zomaar kunt betreden: “Wat wonderlijk toch dat zo pal onder de rook van dat nijvere havenstadje met zijn uiterst zuinige groenvoorzieningen zo’n paradijselijke, in vredige zondagmorgenstilte verzonken landweg naar een totaal andere wereld verwees dan die waar we zo-even nog hadden vertoefd.”

Ook Elsbeth Etty stelt in Minnebrieven aan Maarten vast dat De nachtstemmer een terugkeer is naar Maassluis – en overig werk, waarop het toespelingen bevat. Dat laat ze zien in een boeiende beschouwing uit het biografische perspectief dat juist in dit oeuvre zo voor de hand ligt. Etty wilde “het werk, de persoonlijkheid en de literaire betekenis” doorgronden en betrok ’t Hart zelf bij een “verkenning waarbij ik zijn leven en werk met elkaar confronteer”.

’t Harts kernverhaal volgens Etty: zijn zwaarbevochten geloofsbevrijding die ook verlies betekende

’t Harts zwaarbevochten geloofsbevrijding die tevens verlies betekende, is volgens Etty het kernverhaal van zijn leven en werk. Haar boekje heeft deels de vorm van weergave van vragen en antwoorden die beiden schriftelijk wisselden. Ook zijn er gesprekken geweest. Etty probeerde in dat persoonlijke contact autobiografische feiten of vermoedens naar aanleiding van het werk te verifiëren. Ze concentreert zich in haar lezing van dat werk op de “intieme zaken” die ’t Hart van meet af aan hebben beziggehouden, te weten “geloofsafval, schuldgevoel, travestie, zijn huwelijk en verliefdheden”. In de uitwerking passeert ook ’t Harts thematisering van de Holocaust de revue en zijn publieke interventies, onder meer in het feminismedebat en de zaak-Lucia de Berk (over een verpleegster die van meerdere moorden werd verdacht). In de aanklacht tegen De Berks onterechte veroordeling speelde hij niet zijn favoriete rol van “provocateur”, maar was hij volop geëngageerd.

Hoewel sterk autobiografisch, geeft ’t Harts werk zelden directe duidelijkheid over zijn leven. Meermalen wijst Etty besprekers terecht – het valt op dat ze besprekers van lang geleden in het vizier heeft, zoals Wam de Moor of Hans Werkman – die te eenvoudige relaties legden. Etty laat in haar interpretaties zien dat ’t Hart in zijn oeuvre autobiografische onderwerpen vaak “in verhulde vorm” weergeeft. Behalve op het literaire versleutelingsproces bieden haar voorbeelden zicht op enkele thema’s van ’t Hart. De homoseksuele geaardheid van de vroege hoofdpersonen zou staan voor het anders-zijn als ongelovige en daarmee ’t Harts geloofsafval symboliseren. Etty ziet biografische parallellen tussen figuren in uiteenlopende romans en verhalen, namelijk de vader-met-losse-handjes, de pedofiele orgelleraar Brikke en de vereerde schoolmeesters Cordia en Mollema. Op het literaire vlak verwijzen deze figuren naar motieven als travestie en sadomasochisme. Etty legt haar naspeuringen naast diverse bronnen. Die variëren van gepubliceerde interviews met en autobiografische werken van ’t Hart, onthullingen door Mensje van Keulen in Geheime dame (1992) en – voornaamste referentiepunt – ’t Hart in persoon.

Toch blijft de aanpak tweeslachtig, wellicht noodgedwongen. Soms antwoordt ’t Hart met nieuwe feiten. Desgevraagd geeft hij toe spijt te hebben van kwalificaties aan het adres van feministe Joke Smit. Ter verklaring van zijn travestieneigingen verwijst hij naar een studie, een literatuurtip waar Etty overigens niet zichtbaar iets mee heeft gedaan. Ze toont wel, en dat is een van de charmes van het boek, dat ’t Hart nogal eens sceptisch is over haar conclusies. Etty is zich terdege bewust van de beperkte autoriteitswaarde van auteurscommentaar op eigen werk, dat ze ons meegeeft zoals ’t Hart het gaf. Jammer is echter dat ’t Harts bijdragen nauwelijks echte biografische onthullingen bevatten, ondanks de “openhartigheid” van zijn kant waarvan Etty rept in haar verantwoording. De deur naar de werkelijkheid zit zo goed als dicht.

Waar ze voor haar doel harde gegevens nodig heeft om naast het werk te leggen, blijft ze dus voornamelijk gebonden aan het werk zelf, aan interpretatie, van waaruit het weer teruggaat naar (aannemelijke) biografische hypotheses. Dat laatste is gezien de opzet verklaarbaar. Jammer is dat per saldo het verdiepende thematische inzicht nogal onderbedeeld blijft. Etty zegt tenslotte ook een “evaluatie” van het oeuvre na te streven. Zowel biografisch als interpretatief blijft de reikwijdte al met al beperkt. Achteraf lijkt deze tweeslachtigheid al vervat te zijn in de cryptische titelverklaringspassage. Onduidelijk blijft of de multatuliaanse minnebrieven nu slaan op Etty’s lezersindrukken of het werk van ’t Hart – of beide, of anders. De lezer mag het invullen. Dat neemt niet weg dat Minnebrieven aan Maarten een nuttige introductie vormt tot ’t Harts werk en overtuigend afrekent met de misvatting dat dit zich niet zou lenen voor grondige beschouwing.

Maarten ’t Hart, De nachtstemmer, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2019, 320 p;
Elsbeth Etty, Minnebrieven aan Maarten. Over Maarten ’t Hart en zijn oeuvre, 152 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.