Publicaties
Zeker, laat duizend bloemen bloeien. Maar we moeten door het bos de bomen blijven zien
2 Reacties
taal

Zeker, laat duizend bloemen bloeien. Maar we moeten door het bos de bomen blijven zien

Het gaat goed met het Nederlands, concludeert de Taalunie uit haar grootschalige onderzoek naar de Staat van het Nederlands. Toch heeft hoofdredacteur Luc Devoldere een paar bedenkingen, over de bloem van de standaardtaal en de gedachteloze omhelzing van Engels en Engels alleen.

In Nederland en Vlaanderen is het een sterk ingebedde taal in de samenleving. In Suriname en Brussel moet het natuurlijk leven naast andere talen. Het Limburgs staat in Nederland als regionale taal het sterkst. Het gebruik van het Fries neemt toe bij jongere generaties. Het West-Vlaams blijft sterk in Vlaanderen.

We kunnen daarmee leven. Ook al rukt het Engels op in de openbare ruimte in de Randstad, denk ik dan. Ook al blijft de onvoldoende standaardisering van het Nederlands in Vlaanderen niet volledig onproblematisch volgens mij, en weet ik dat ik hiermee opnieuw de banvloek van de onthechte sociolinguïsten over me oproep die ruimte vragen voor alle varianten van het Nederlands, van dialect over regionale taal en tussentaal (niet hetzelfde in Vlaanderen en Nederland) tot standaardtaal.

Standaardtaal is een nuttige fictie

Ik wil ook wel duizend bloemen laten bloeien, maar ook gewoon door het bos de bomen blijven zien, en blijf beweren dat één variant, die van de standaardtaal in Vlaanderen, wel wat meer water en zorg kan gebruiken. En nee, dat hoeft voor niemand fnuikend te zijn. Ik geloof nu eenmaal in nuttige ficties en de standaardtaal is zo een nuttige fictie. Cultuur heeft nuttige ficties nodig, net zoals de natie als ‘verbeelde’ (en niet: ingebeelde) gemeenschap een nuttige fictie is.

Een crux in de ‘staat’ van het Nederlands blijft de bezorgdheid om het gebruik van het Nederlands in het hoger onderwijs. In Nederland is die ‘verengelsing’ sterker doorgeschoten dan in Vlaanderen. Dat weten we. Dat tegelijk het maatschappelijk draagvlak ervoor afneemt, is wellicht nieuw.

De bezorgdheid om het gebruik van het Nederlands in het hoger onderwijs blijft

De grendels in de Vlaamse regelgeving, daarentegen, natuurlijk aangebracht door een gevoelig taalverleden, blijken nog stevig te zijn. Ze leiden tot frustratie bij Vlaamse universiteitsbestuurders die zich gekortwiekt voelen in hun internationale ambities: buitenlandse topstudenten en dito docenten aantrekken voor ‘excellent’ onderwijs en onderzoek. In tegenstelling met Nederland lijkt het maatschappelijke draagvlak tegen de ‘verengelsing’ in Vlaanderen dan weer af te nemen. Dat is ook nieuw. We weten dus wat ons hier te wachten staat.

U hebt gemerkt dat ik de term verengelsing tussen aanhalingstekens plaatste. In een discussie onlangs over de noodzaak van een lingua franca wees een decaan me daarop: verengelsing zou een niet neutrale term zijn (liefst te vervangen door ‘groeiende Engelstaligheid’) zoals veramerikanisering, terwijl het Engels zien als noodzakelijke lingua franca, vehiculaire taal, nu juist nodig is in een volwassen, internationale gedachtenwisseling. Niemand had toch ooit problemen met het Latijn? Dat klopt. Alhoewel iedereen het Latijn moest leren, en er geen natiestaat, laat staan een bepaalde, ‘Angelsaksische’ visie op staat en huishoudkunde met de taal meekwam.

Er zijn toch nog andere, internationale talen, Frans en Duits bijvoorbeeld?

Ik som nog enkele andere problemen op van het gedachteloos omhelzen van Engels en Engels alleen. Benadelen we er geen groepen mee die al zwak staan in het Nederlands, en leveren we uiteindelijk geen mensen en burgers af die in meerdere talen niet echt schitteren? Of zijn we allemaal in staat om verschillende talen feilloos te beheersen? Leidt functieverlies van een taal, het Nederlands dus, dat op termijn minder concepten gaat ontwikkelen in een wetenschappelijke discipline, niet tot prestigeverlies? En vooral dit: waarom wordt de met de lippen beleden meertaligheid altijd ingevuld als Engelstaligheid alleen?

Er zijn toch nog andere, internationale talen, Frans en Duits bijvoorbeeld, die zeker in een Europese context, belangrijk zijn, en die in de Lage landen onze nabuurtalen zijn.

Voor de rest kan ik kan me alleen maar volmondig aansluiten bij de toch wel ferme conclusie van de Taalunie: “Als we het Nederlands als volwaardige taal willen behouden, dan moet het binnen alle vakgebieden blijvend worden gebruikt.”

LucGerardDevoldere

Beste Jef. Excuus voor dit late antwoord. Ik kan je kritische kanttekeningen bij het gevoerde onderzoek en de interpretatie alleen maar onderschrijven. Wat je laatste opmerking betreft: de zorg die de standaardtaal behoeft is in Vlaanderen van een andere aard dan in Nederland. Aangezien ik Vlaming ben, wilde ik vooral dat benadrukken. Blijf intussen vooral doorgaan met je kritische lectuur.

JefVanStaeyen

dag Luc,

Een zwak punt in het onderzoek van de Taalunie is allicht het feit dat niet onderzocht werd welke taal of talen de mensen spreken, maar wel welke taal of talen de mensen beweren te spreken.

Het is bekend: vraag kinderen hoeveel zakgeld ze krijgen, en je hoort flink hogere bedragen dan wanneer je hun ouders vraagt hoeveel zakgeld ze geven; vraag mannen naar hun seksuele relaties met vrouwen (frequentie, aantal partners...) en je krijgt hogere cijfers dan wanneer je vrouwen naar hun seksuele relaties met mannen vraagt (al is dit verschil kleiner dan het hoger vermelde zakgeldverschil).

Ook de resultaten van dit onderzoek, waarbij gevraagd werd wat de mensen beweren (of denken) te spreken mag met een flinke korrel zout worden genomen. Mensen die bewust zijn (of zelfs trots zijn) een streektaal te spreken geven dat ook aan. Anderen niet. Zo gaat het allicht evenveel over perceptie als over realiteit. Blijkbaar spreekt niemand Hollands! Deze variant wordt op pagina 25 van het onderzoeksrapport niet eens vermeld.

(Volgens de zoekfunctie komen de termen Hollands, Amsterdams, Rotterdams, Haags niet eens voor in het 346 pagina's tellende rapport!)

Iets anders.
De cijfers die zeggen dat 90% van de Vlaamse respondenten (zonder Brussel) en 85% van de Nederlandse respondenten altijd Nederlands spreken met familie, vrienden en bekenden (Taalunie-artikel op de website van Ons Erfdeel) zouden bijzonder onrustwekkend zijn, in die twee kleine landen met grote en nabije buren (zijn die mensen zo op zichzelf gericht dat ze geen vrienden of bekenden hebben met wie ze al eens Frans, Engels, Duits, Arabisch, Pools... spreken?), ware het niet dat het onderzoeksrapport niet meteen hetzelfde zegt als wat op de website van Ons Erfdeel staat. In het onderzoeksrapport gaat het immers over dagelijkse omgang en dagelijkse contacten (het woord staat zelfs in het vetjes gezet), wat het door de Taalunie geschreven artikel op de Erfdeel-site gemakkelijkheidshalve en slordig vergeet.

Kortom: Het onderzoek vervormt de werkelijkheid (perceptie en persoonlijke weergave in plaats van realiteit), en de samenvatting vervormt het rapport (door weglating van essentiële inhoud). En wat er uiteindelijk in ons hoofd blijft hangen is allicht ook een vervorming van de samenvatting...

Wat niet belet dat jouw conclusies grotendeels juist zijn. Met één nuancering: "blijf beweren dat één variant, die van de standaardtaal in Vlaanderen, wel wat meer water en zorg kan gebruiken."
Alleen in Vlaanderen, meen je dat echt?

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be