‘We willen niet telkens het gevoel hebben dat we opnieuw moeten beginnen’: herbeluister ons debat op FAAR
Anna Bijns, Petronella Moens, Lucretia van Merken, Ella Wassenaer en vele anderen: in hun tijd waren ze vernieuwend en succesvol, maar daarna zijn ze in de plooien van de geschiedenis beland. Hoe komt dat? Waarom verdienen ze herwaardering? En wie doet dat? Tijdens het boekenfestival FAAR in Oostende gingen Gaea Schoeters, Joke van Leeuwen en Willem Bongers-Dek erover in gesprek. Herbeluister hier het debat.
In een klein klooster met nonnetjes zaten
De zusters te spinnen en samen te praten,
De pater zat daar en hield hen in het oog.
Toen heeft een zuster een fraaie kordate
Vanachter ontsnappende wind gelaten
Joke van Leeuwen had de lachers op haar hand toen ze in Boekhandel Corman, tijdens een evenement van de lage landen op FAAR, haar hertaling voorlas van ‘’T es beter geveesten dan qualijck gevaren’, een gedicht van Anna Bijns (1493-1575). Als onafhankelijke, ongetrouwde Antwerpse dichter trok zij vurig van leer – tegen Maarten Luther, bijvoorbeeld, of de nietsontziende legeraanvoerder Maarten van Rossum. Maar net zo goed schreef ze verzen over flatulente begijntjes of de nadelen van het huwelijk (‘Dus waag je er niet aan, als dat nog kan / Ongebonden gelukkig zijn, vrouw zonder man’).
Tijdens haar leven en lang daarna werd Anna Bijns gewaardeerd om haar scherpe, creatieve pen. Tot ze vergeten werd. Hetzelfde overkwam Johanna Hobius, Isabella de Moerloose, Lucretia van Merken en vele andere talentvolle schrijvers uit de vroegmoderne tijd.
© de lage landen / Tom Christiaens
Hoe zijn al die vrouwen dan in de plooien van de geschiedenis beland, was de vraag waarmee moderator Heleen Debruyne het gesprek met Joke van Leeuwen, Gaea Schoeters en Willem Bongers-Dek op gang trok. “Zoveel weten we intussen: het klopt niet dat er in die tijd simpelweg geen vrouwelijke schrijvers waren”, antwoordde Schoeters, die lid is van het schrijverscollectief Fixdit en tourt met de Dead Ladies Show. “Ze waren er wél, ze waren in veel gevallen succesvol en bekend.”
Dat ze niet in de literaire canon zijn beland, is volgens Schoeters het gevolg van bewuste keuzes. “Canonisering is een mechanisme, een proces van namen noemen en blijven noemen – of dat net níét doen. De namen die opduiken zijn die van mannen, niet van vrouwen. Mannen refereren steeds weer aan elkaar, en vrouwen moeten aan mannen refereren om geloofwaardigheid te kopen. Zo worden zij zelf weggefilterd.”
© de lage landen / Peter Vanwijnsberghe
Om het verzwegen werk van vrouwelijke schrijvers opnieuw te laten weerklinken, zette Fixdit-lid Fleur Speet een hertalingsproject op, als onderdeel van de nieuwe podcastreeks Historische Klassiekers. Ze vroeg Simone Atangana Bekono, Maud Vanhauwaert, Lize Spit, Ilja Leonard Pfeijffer en Joke van Leeuwen om de werken van vroegmoederne schrijvers te herinterpreteren.
© de lage landen / Tom Christiaens
“Het was een puzzel”, zei Van Leeuwen daarover tijdens het gesprek op FAAR. “Heel wat woorden hebben intussen een andere betekenis. En het was geen eenvoudige klus om dezelfde rijmschema’s aan te houden.” De hertalingen van Van Leeuwen en haar collega’s zijn te lezen in het nieuwe nummer van de lage landen, en op Fixdit.
© de lage landen / Tom Christiaens
Ook woordkunstenaar Zindzi Tillot Owusu haalde een verzwegen stem vanonder het stof. Op vraag van het Vlaams-Nederlands huis deBuren vertaalde zij Reade Runen, de Friese dichtbundel waarmee Ella Wassenaer in 1959 debuteerde.
‘ALSOF IK EEN VULKAAN LEES’: DE FRIESE DICHTERES ELLA WASSENAER WEERKLINKT OPNIEUW
Wassenaer (Lipkje Post-Beuckens, 1908-1983) was vrouw, dichtte in het Fries en hanteerde een toon die voor die tijd erg direct en gepassioneerd was. Maar haar vernieuwende werk werd niet naar waarde geschat. “Het literaire veld — gedomineerd door mannen — was onverbiddellijk”, zei Willem Bongers-Dek (deBuren), die de bundel als redacteur mee samenstelde. Hij nam op FAAR de honneurs waar voor Tillot Owusu, die er vanwege ziekte niet bij kon zijn. “Wassenaers werk werd bekritiseerd als ‘erotiek op de hooizolder’, het was een ‘bom op het Friese erf’.” Haar reade runen raakten in de vergetelheid.
Tillot Owusu’s eigentijdse Nederlandse vertaling Rode Runen verscheen in 2025, precies 65 jaar na het origineel. De bundel, aangevuld met essays van onder anderen Annelies Verbeke en Sophia Blyden en met literaire bijdragen van Tillot Owusu, Mona Thijs en anderen, is verkrijgbaar bij uitgeverij Pelckmans.
© de lage landen / Tom Christiaens
“De bundel bestaat uit 26 gedichten, waarmee Wassenaer haar eigen alfabet hakt uit de taal”, zei Bongers-Dek. Hij las voor uit het voorwoord in dichtvorm:
Is dit alles
Tussen twee eeuwigheden
De limiet aan bezigheden
De limiet aan verlangens
De limiet aan angsten
En het schreeuwen aan dovemansoren
Om het huilende hart
Niet te horen









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.