Publicaties
Wat Maurice Gilliams ons influistert over deze digitale tijden
0 Reacties
© Letterenhuis, Antwerpen / beeldbewerking ‘de lage landen’
© Letterenhuis, Antwerpen / beeldbewerking ‘de lage landen’ © Letterenhuis, Antwerpen / beeldbewerking ‘de lage landen’
literatuur

Wat Maurice Gilliams ons influistert over deze digitale tijden

Maurice Gilliams zou in 2020 zijn 120ste verjaardag hebben gevierd, en op 18 oktober is het precies 38 jaar geleden dat Antwerpen zijn meest verfijnde schrijver verloor. Zijn teksten verdienen een nieuwe generatie lezers, schrijft neerlandicus Filip De Ceuster, in deze tijden van digitalisering en thuisisolatie misschien zelfs meer dan ooit. In een wereld die van technologie is doordrongen en door data is geobsedeerd, raakt Gilliams’ werk aan het huidige gevoel dat men de waarheid voor ons verbergt.

Maurice Gilliams (1900-1982) liet een klein maar onsterfelijk oeuvre na en staat vandaag in eerste instantie bekend als de auteur van Elias of het gevecht met de nachtegalen, die roman uit 1936, waarmee hij volgens contemporaine critici een frisse wind door de Vlaamse letteren deed waaien. Bij zijn dood prijkten zowel de Constantijn Huygensprijs (1969) als de Driejaarlijkse Staatsprijs (1972) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1980) op zijn palmares. Gilliams’ canonieke status werd een paar maanden geleden nogmaals bevestigd toen de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Elias opnieuw opnam in haar canon als een van de mooiste literaire werken uit de Nederlandstalige literatuur.

Hoewel zijn proza vandaag nog maar weinig wordt gelezen, heb ik tijdens de pandemiemaanden vaak aan Gilliams moeten denken. Het bericht waarmee de rector van mijn universiteit in april 2020 aankondigde dat alle colleges vanwege COVID-19 voor de rest van het academiejaar online zouden plaatsvinden, werd al snel gevolgd door een waarschuwing voor het gebruik van het videobelplatform Zoom. Met een stijging in gebruikersaantal van 535 procent in de eerste weken van de ‘lockdown’, rees ook de bezorgdheid over de veiligheid van dat populaire programma.

Privacy-experten noemden Zoom een privacy disaster en categoriseerden de app al snel als malware. Net als bijvoorbeeld Amazons Alexa en Echo Dot zou Zoom uitgerust zijn met afluistertools om persoonlijke data te verkopen aan adverteerkanalen die claimen onze levens via allerlei algoritmes te willen “optimaliseren”.

Toen ik tijdens een van mijn eerste virtuele colleges met mijn literatuurstudenten een kortverhaal las uit Oefentocht in het luchtledige (1933), Gilliams’ eerste gepubliceerde prozabundel, leek het wel alsof de Vlaamse schrijver onze digitale tijden iets had ingefluisterd.

Toen ik een kortverhaal las uit Gilliams’ eerste prozabundel, leek het wel alsof de Vlaamse schrijver onze digitale tijden iets had ingefluisterd

In ‘Het verloren paradijs’, zo heet het korte verhaal, is Gilliams’ hoofdpersoon Elias ervan overtuigd dat levenloze voorwerpen ons iets kunnen vertellen over de wereld die hen omringt. Wanneer de dienstmeid des huizes de deurtjes van de kast met het keukengerei opendoet, gooit de kleine Elias er zonder dat zij het ziet een paar propjes papier in: “ze ritselden verloren over de deksels, door een handvat, langs een zeef of een houten paplepel”. Gooien doet de jongen steevast met gesloten ogen, “opdat ik aan de onzekerheid van mijn worp een meer intens genot beleven zou”, zegt hij. Verder lezen we dat hij de papieren balletjes heeft “uitgerust” met “het mysterievolle teeken”, dat hij er in potlood op heeft aangebracht.

Eens geland in de keukenkast beginnen de propjes informatie te vergaren. Ze luisteren ’s nachts naar “het verschuiven van een deksel, naar een kleine krieuwelende spin of trippelende muizepootjes”. Terwijl Elias in zijn bed ligt te slapen, is “het briefje naar de krakende meubels blijven luisteren”, en hoewel men er “niets bijzonders aan veranderd [kon] vinden”, is het propje de volgende ochtend “als geladen met duizelingwekkende ervaringen”. Wanneer de meid weer iets nodig heeft uit de kast, kijkt de jongen nieuwsgierig toe: “uit een kan, uit een pot haalde zij onverwacht het balletje te voorschijn. Door mijn eigen handen was het ineengefrommeld, geplet en afgerond geworden; en welk een geheim verkenner van het onbekende was dit simpel propje papier, waar niemand de schelmsche medeplichtigheid van vermoeden kon, wanneer ik het gebruikte om er de ontoegankelijkste verborgenheden mee te peilen”.

Die fascinatie voor het innerlijke leven en de verborgen eigenschappen van levenloze voorwerpen is een belangrijk thema in zowel dit korte verhaal als in nogal wat andere teksten van Maurice Gilliams. In Elias of het gevecht met de nachtegalen beschikt Elias’ tante Henriette over het vermogen om “de onbezielde dingen door een eenvoudige aanraking, door een bizonder wonderlijke schikking een taal” te “doen spreken”. Haar hoger aanvoelen van de werkelijkheid leidt tot perioden waarin “ze de meubels niet met rust kan laten, telkens opnieuw verandert zij ze van plaats. […] Het schenkt haar in zekere mate vertroosting, de dingen om zich heen te beheerschen, ook als het gevoelloze voorwerpen zijn”, want zelfs de kleinste voorwerpen op haar toilettafel luisteren mee! Daar zijn zowel Elias als zijn excentrieke tante van overtuigd.

Wat voor de kleine Elias nog vooral onschuldig spel der verbeelding is, klinkt de lezer vandaag onverwacht herkenbaar in de oren

Wat voor de kleine Elias nog vooral onschuldig spel der verbeelding is, klinkt de lezer vandaag onverwacht herkenbaar in de oren. Onze huiskamers zijn uitgerust met net zulke alledaagse voorwerpen waarvan wij de verborgen eigenschappen niet louter meer vermoeden. Van onze telefoons en luidsprekers tot verwarmingen en waterkokers die aanspringen als we dat vragen: we weten dat ze data verzamelen over hun omgeving en hun gebruikers. Telkens als we ze activeren – en zelfs als we dat niet doen – luisteren en/of kijken ze mee. Niet toevallig typeren de breinen achter deze voorwerpen ze als “mysterieus” – net zoals Elias doet. Zo noemt David Rose, productontwikkelaar en onderzoeker aan het MIT Media Lab, zijn technologische objecten enchanted objects (ook de titel van zijn boek uit 2015), precies vanwege hun interactieve verbondenheid. Hij beschouwt ze als “digitale herinterpretaties” van een oudere, minder tastbare eigenschap van gebruiksvoorwerpen: “tools were practical, but they also told stories”, schrijft hij over zijn grootvaders hamer, “they each possessed a lineage. They stirred emotions.”

Maar zelfs Elias beseft dat er een fundamenteel verschil is tussen bijvoorbeeld de viool van zijn overleden grootvader, waarover we lezen dat “het instrument meer weet dan de menschen van hem vertellen”, en de afluisterpraktijken van zijn propjes papier. In tegenstelling tot de aloude neiging om zorgvuldig uitgekozen voorwerpen op te laden met verhalen en herinneringen, vormen de met het internet verbonden, “levende” apparaten die onze huiskamers vullen een informatienetwerk van “geheime verkenners” waarover we zelf geen controle hebben. We weten niet welke informatie er wordt opgeslagen en welke wordt doorgeseind. De vraag is dan ook wie in dit netwerk eigenlijk het voorwerp is: het ding dat heimelijk de data verzamelt of de tot data gereduceerde gebruiker ervan?

Wie is in dit netwerk eigenlijk het voorwerp: het ding dat heimelijk de data verzamelt of de tot data gereduceerde gebruiker ervan?

Gilliams problematiseert deze specifieke kwestie natuurlijk niet. Het gaat hem er in de late jaren 1920 eerder om de wereld, die door de rationele moderniteit stelselmatig is onttoverd, iets van zijn mysterie of magie terug te geven. Op dat punt verschilt Elias bijvoorbeeld van Antoine Roquentin, de hoofdpersoon uit Sartres La nausée (1938). Ook Roquentin heeft het gevoel dat de alledaagse objecten uit zijn omgeving tot leven komen. Zijn nausée komt juist voort uit het onvermogen te bepalen of hij het is die de dingen aanraakt of dat de dingen juist hem aanraken, waarbij het onderscheid tussen hemzelf en de materiële wereld steeds verder vervaagt:

Les objets, cela ne devrait pas toucher, puisque cela ne vit pas. On s’en sert, on les remet en place, on vit au milieu d’eux: ils sont utiles, rien de plus. Et moi, ils me touchent, c’est insupportable. J’ai peur d’entrer en contact avec eux comme s’ils étaient des bêtes vivantes.

In tegenstelling tot Jean-Paul Sartre is Maurice Gilliams in de lijsten van de literatuur het slachtoffer geworden van zijn wat retrograde en oververfijnde imago. Onder kopjes als “alleenstaande figuur” voeren onze literatuurgeschiedenissen hem onterecht op als een volbloed estheet die slechts op zoek was naar zichzelf en vormelijke perfectie en die aan de wereld daarbuiten liefst niet te veel woorden vuilmaakte. Toch meen ik dat de teksten van Maurice Gilliams, vandaag misschien zelfs meer dan ooit, recht hebben op de belangstelling van een nieuwe generatie lezers.

In ‘Het verloren paradijs’ worden bijvoorbeeld niet alleen de kiemen gelegd van Elias’ niet aflatende zoektocht naar de waarheid achter de dingen, het verhaal is ook opmerkelijk actueel. Het raakt aan het huidige gevoel dat men die waarheid achter de dingen voor ons verborgen wil houden in onze van technologie doordrongen en door data geobsedeerde wereld. Gilliams’ teksten zetten nog steeds aan tot reflectie, ook over de wereld van nu.

Laat vandaag dan ook een dag zijn om Maurice Gilliams te lezen en herlezen. En laat ons hopen dat na Elias ook de vroege verhalen en andere teksten van deze boeiende Vlaamse modernist opnieuw in de handel komen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.