Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Vrije ruimte voor onze vrije tijd: ‘Aan zee’ van Martin Hendriksma
0 Reacties
© Koen van Engelen / Unsplash
© Koen van Engelen / Unsplash © Koen van Engelen / Unsplash
recensie Water, vloek en zegen
maatschappij
geschiedenis

Vrije ruimte voor onze vrije tijd: ‘Aan zee’ van Martin Hendriksma

Van gevreesd naar geliefd: dat is de geschiedenis van de kust die Martin Hendriksma in het zand tekent. In Aan zee beschrijft hij vijf eeuwen kustbeleving. Maar hoe zit het met de toekomst van zee en land?

In de zeventiende eeuw vreesde men de zee. Ze baarde monsters met kieuwen, ze zette de landerijen onder water en ze verdronk de vissers. Is het dan gek dat men de kust, die ongrijpbare plek tussen land en zee, het liefst meed? Toch kwam hier in de negentiende eeuw verandering in. Arts Anthonij Moll beweerde dat de mens ook iets uit die zilte watermassa kon halen: gezondheid. Een dagelijks glas zeewater, een sprong in de branding en de frisse lucht zouden een mens goeddoen. Het eerste badhuis in Nederland, opgericht in Scheveningen in 1818, onthaalde klanten met die claim.

Martin Hendriksma (1966) vertelt in Aan zee. Een kroniek van de kust hoe de Nederlanders de zee en de bijbehorende kuststrook ontdekten als een plek om te ontspannen en om lief te hebben. “Wat de eerste kustbewoners deed huiveren – het ongewisse, het onpeilbare van strand en zee – is wat ons erin trekt.” Hendriksma’s these is niet uniek. Eind jaren zeventig schreef de Franse historicus Alain Corbin het boek Le territoire du vide: L’occident et le désir du rivage (1750-1840), dat een vergelijkbaar verhaal vertelt en dat Hendriksma ook lovend citeert. Wat Aan zee bijzonder maakt, is dat het specifiek over Nederland gaat. De plek waar, ondanks de lange kustlijn, de schoonheid van de zee pas laat werd ontdekt.

Verwacht van het boek echter geen doorwrocht geschiedkundig betoog. Hendriksma is geen historicus, maar een journalist en schrijver. Eerder verschenen van zijn hand de romans Hunkering (2010) en Familievlees (2008). De literaire inslag is in Aan zee onmiskenbaar. Hendriksma giet kleine observaties in prachtige beeldspraak, bijvoorbeeld over een foto van polderbewoners. “Lachen naar het vogeltje deden ze eind negentiende eeuw niet. Je keek naar de camera met een schuw soort berusting, als naar een vuurpeloton.” Of nog zo één, over Serooskerke: “Een dorp van kleine huizen die de hervormde kerk omsluiten als zogende biggen een zeug.”

Ondanks zijn lange kustlijn ontdekte Nederland de schoonheid van de zee pas laat

Ook blijft Hendriksma niet alleen in het verleden. De auteur trakteert ons op een mix van geschiedschrijving en literaire reportage, verleden en heden. Voor het eerste trok hij langs archieven in Middelburg, Den Haag en Naaldwijk. Voor het tweede banjerde Hendriksma door de duinen, de badplaatsen en over het Wad. Ondertussen interviewde hij er kleurrijke personages die de het rampzalige en pijnlijke verleden van kustplaatsen opdiepen, of die juist het natuurschoon van nu willen bewaren voor de toekomst.

Hendriksma licht verschillende functies van de kust uit. Zo komen de vissers in Moddergat en de slavenhandelaren uit Middelburg langs. Toch gaat verreweg de meeste aandacht in het boek uit naar de recreatieve kust. Hendriksma laat zien hoe badplaatsen als Domburg eerst kuuroorden waren voor deftige aristocraten, en hoe de kust langzaamaan door andere groepen werd geclaimd. Het begon met het socialistisch kamperen, toen kwamen de naaktstranden, en tegenwoordig “festivalliseert” de kust. Het strand werd vrije ruimte voor onze vrije tijd. Hoewel deze verhalen stuk voor stuk interessant zijn, sneeuwen ze andere aspecten van de kust onder, zoals handel en visserij .

Pas in het laatste hoofdstuk wijdt Hendriksma zeven bladzijden aan de zeespiegelstijging

De mix van verleden en heden werkt. Eén dimensie krijgt echter verrassend weinig aandacht: de toekomst. Pas in het laatste hoofdstuk, voor de conclusie, worden zeven bladzijden aan de zeespiegelstijging gewijd. De bodemdaling waar we nu mee kampen, blijft onbesproken. De kustlijn van de toekomst, zo schrijft ook Hendriksma, zou wel eens verder landinwaarts kunnen liggen. Als je dan nog van “landinwaarts” kunt spreken.

De weinige aandacht voor de toekomst is des te opmerkelijker omdat de verhalen van Hendriksma zo mooi op dit thema hadden kunnen aansluiten. Zo beschrijft hij hoe de vissers in Petten hun dorp meerdere keren moesten heropbouwen. En hij schetst hoe het leven in de verdwenen plaatsen in Zeeland en West-Vlieland er uit zag. In Aan zee blijven deze locaties en gebeurtenissen historisch, terwijl ze juist ook heel actueel zijn.

Maar ondanks deze tekortkoming is Aan zee een genot om te lezen. De korte hoofdstukken, mooie verhalen en stilistische kunde maken het een uitstekend boek om in de zomer mee op vakantie te nemen, naar het strand bijvoorbeeld. Als je het boek dan dichtslaat, daar tussen de zandkastelen, parasols en joelende kinderen, blijft één vraag echoën: gaan we die zee weer vrezen?

Martin Hendriksma, Aan zee. Een kroniek van de kust, De Geus, Amsterdam, 2021, 360 p.
Reeks

Water, vloek en zegen

Bericht uit de delta

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.