Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Vechten tegen de cocaïnekaai: Nederland en België niet op één lijn in de strijd tegen drugs
0 Reacties
© Mart Production / Pexels
© Mart Production / Pexels © Mart Production / Pexels
VL ⇄ NL

Vechten tegen de cocaïnekaai: Nederland en België niet op één lijn in de strijd tegen drugs

De havens van Antwerpen en Rotterdam vormen de belangrijkste Europese toegangspoort voor cocaïne. Openlijk verkondigen Nederland en België dat ze eendrachtig de ruggengraat van de drugshandel willen breken. Maar achter de schermen spelen verschillen in politieke cultuur op en heersen wrevel en somberheid. De drugscriminelen komen opvallend vaak uit Nederland, vinden de zuiderburen. In België lopen ze achter in de aanpak, oordelen de Nederlanders dan weer.

“Je kunt niemand vertrouwen. Hier is waarschijnlijk ook wel een mol”, zegt een douanemedewerker bij een kop koffie. In een loods in de haven van Vlissingen staat de pers op een koude winterdag half januari te wachten op bewindslieden uit Nederland en België, die samen de cijfers presenteren over de hoeveelheid drugs die in 2023 is onderschept in de Lage Landen. Gevraagd naar de samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische douane bromt hij dat die echt beter kan. Maar uitleggen wat er dan aan schort, wil hij niet. Daarvoor moeten we bij de boven hem gestelden zijn.

Die maken er een goednieuwsshow van, al zijn de cijfers niet opwekkend. Antwerpen boekte een nieuw record: 116 ton onderschepte cocaïne in 2023. In Rotterdam daalde de ontdekte hoeveelheid weliswaar lichtjes, maar Nederland als geheel laat juist een stevige stijging zien. Dat is vooral te danken aan de plek waar we zijn: Vlissingen. Daar zijn de vangsten verviervoudigd ten opzichte van het jaar daarvoor, tot ruim 11 ton. Samen zijn de Lage Landen goed voor grofweg 190.000 kilo onderschepte coke. Daarmee vormen ze veruit de belangrijkste toegangspoort tot Europa voor harddrugs.

Door de cijfers samen aan de internationale pers te brengen, proberen Nederland en België een dubbele boodschap uit te dragen: we pakken het eendrachtig aan én we boeken succes. Zo zegt Aukje de Vries, Nederlands staatssecretaris van Toeslagen & Douane, dat de toename in de hoeveelheid onderschepte cocaïne laat zien dat de afspraak tussen België en Nederland om de strijd tegen ondermijning te intensiveren zijn vruchten heeft afgeworpen.

Maar terwijl douaniers buiten demonstreren hoe ze een container controleren, geeft ze in een tête-à-tête toe dat het ingewikkeld is om de cijfers te interpreteren en dat meer vangst ook kan betekenen dat er domweg meer binnenkomt. Feit is dat de straatprijs voor een gram coke niet is gestegen. Onderzoek toont dat cocaïne een andere marktlogica volgt dan bijvoorbeeld een pak suiker. Maar omdat de gebruikersmarkt juist is gegroeid, is er weinig reden te veronderstellen dat het aanbod is gedaald. Niemand weet precies hoe groot de omvang van de drugssmokkel is, of hoeveel van haar middelen justitie eraan kwijt is. Informele schattingen lopen op tot wel zeventig procent.

Eenstemmig verkondigen de bewindslieden en douanebeambten op het Vlissingse podium de boodschap dat samenwerking cruciaal is. Drugscriminelen kennen geen grenzen, op de wereldkaart liggen Antwerpen en Rotterdam als twee stipjes dicht bij elkaar, de havens vormen “communicerende vaten”. Unisono zeggen de Nederlanders en Belgen dat ze van elkaar leren. Een Nederlandse douanebeambte keek bij zijn Belgische collega‘s mee hoe ze kunstmatige intelligentie inzetten bij het scannen van containers. Die zagen op hun beurt hoe hun Nederlandse confraters een schip doorzoeken.

‘Het ingewikkelde landsbestuur in België maakt het ook voor een douane-organisatie moeilijker om slagvaardig te opereren’ – Nanette van Schelven (directeur-generaal Nederlandse douane)

Ook Nanette van Schelven, de Nederlandse directeur-generaal van de douane, roemt de samenwerking. “Die loopt echt goed”, zegt ze buiten bij de demonstratie waarbij douaniers neppakjes coke uit de koelelementen van een container vissen. Maar als we haar vragen of er niet ook cultuurverschillen meespelen, begint ze te lachen. “Dat heb je alleen al aan de presentatie gezien.” Het cliché was waar: de Nederlanders presenteerden losser, terwijl de Belgen er wat stijfjes bij stonden. “De Belgen zijn formeler”, zegt Van Schelven. “Ze hebben een veel ingewikkeldere besturing van het land. Dat maakt het ook voor een douane-organisatie moeilijker om slagvaardig te opereren. Alleen al het feit dat mijn collega alles in drie talen moet doen, zet grenzen aan de flexibiliteit.”

Onderhuidse frictie

Op de bühne mogen bewindslieden de Laaglandse samenwerking loven, achter de schermen, en soms ook openlijk, is er onderlinge frictie. Nederland is voor België niet alleen de gedroomde samenwerkingspartner, maar ook het gevreesde voorland. “Nederland is het narcoland van Europa”, zegt de burgemeester van Antwerpen Bart De Wever, ‘s avonds na de presentatie van de jaarcijfers in het tv-programma Terzake. “De grote drugslords zitten nog altijd in Amsterdam”, stelt hij. “Rotterdam en Antwerpen zijn een beetje de benen van de drugsmaffia.”

De Wever en zijn Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb dragen graag het beeld uit dat ze innig samenwerken om die benen te breken. “De war on drugs werkt niet? Begin er maar eens aan”, lieten ze samen optekenen in de Volkskrant. Ondanks hun verschillende politieke signatuur reizen ze samen af naar de bronlanden, begin dit jaar nog naar Colombia, Peru, Costa Rica en ook, onder zware bewaking, brandhaard Ecuador. Daar gaan ze in gesprek met presidenten, ministers en de lokale veiligheidsdiensten.

De Antwerpse burgemeester Bart De Wever en zijn Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb dragen graag het beeld uit dat ze innig samenwerken om de benen van de drugsmaffia te breken

Hun bromance bezegelden ze op een zomerdag in 2019 met een groot congres in de Rotterdamse Kuip. Maar uit het geheime verslag waar het Vlaamse journalistieke platform Apache de hand op legde, bleek dat de stemming somber was. De havenbazen noemden de situatie in hun havens “zeer ernstig” en constateerden dat die nog verder aan het verslechteren was. Beide burgemeesters spraken in alarmerende bewoordingen over de wurggreep van de drugscriminaliteit op hun stad.

Van alle toen gesmede mooie plannen om samen de handschoen op te nemen, is nog weinig gekomen, constateerde Apache twee jaar later. Anno 2024 loopt het in de samenwerking tussen de twee havensteden nog steeds niet op rolletjes: “Er is geen sprake van een vaste overlegstructuur of afspraken daaromtrent”, laat de gemeente Rotterdam weten.

Dat de samenwerking niet over rozen gaat, was ook al te lezen in het onderzoek ‘Illegale drugsmarkten in Nederland en België. Communicerende vaten?’, uit 2018. Experts van Nederlandse en Belgische universiteiten constateerden dat er geen sprake was van systematische informatie-uitwisseling en mensen vaak niet wisten bij wie ze aan de andere kant van de grens moesten zijn voor een bepaald probleem. Afgelopen zomer is een vervolgonderzoek afgerond dat analyseert of die problemen intussen uit de weg zijn geruimd. Een half jaar later is het nog niet openbaar gemaakt. “De Belgen doen nogal moeilijk over het rapport”, meldt een Nederlandse onderzoeker.

Nederland op voorsprong

De sessie in het Rotterdamse voetbalstadion kreeg op 1 april 2022 een vervolg in de Antwerpse Handelsbeurs. De bijeenkomst kostte een lieve duit, ruim honderdveertigduizend euro. Maar dat de gasten in de watten werden gelegd, zorgde niet voor een jubelstemming. In het niet-openbare verslag dat we op de kop tikten, is te lezen dat burgemeester Bart De Wever in zijn openingsspeech zei dat politie en justitie te weinig mensen en middelen hebben en dat er te weinig grensoverschrijdende samenwerking is tussen justitiële en politionele diensten. “Daardoor ligt de pakkans in Europa laag en is het continent voor criminele netwerken een uitgelezen werkgebied.”

Aboutaleb deed aan het eind een “ongemeen scherpe uitval”, vertelt Stephan Vanfraechem, directeur van de bedrijvenvereniging AlfaPort Voka in de Antwerpse haven. Naar de overheid, die haar gezag niet voldoende gebruikte om paal en perk aan het drugsprobleem te stellen, en naar de rederijen, die hun verantwoordelijkheid niet genoeg namen. “Meteen na die uitval vertrok hij naar Rotterdam”, zegt Vanfraechem. “We hebben toen niet de kans gehad met hem rechtstreeks in gesprek te gaan en te zeggen: een aantal voorstellingen van feiten klopt niet.”

'We hebben niet de kans gehad met Aboutaleb rechtstreeks in gesprek te gaan en te zeggen: een aantal voorstellingen van feiten klopt niet' – Stephan Vanfraechem (Alfaport Voka)

In het verslag is opgetekend dat Aboutaleb zei dat havenmedewerkers geen urgentie voelen en zich hebben neergelegd bij de drugsproblematiek. “Daar ben ik het niet mee eens”, zegt de baas van de bedrijvenvereniging. “Ik merk een zeer grote bezorgdheid bij bedrijfsleiders die horen van medewerkers dat ze gecontacteerd zijn via de sociale media en ook fysiek en die zich zorgen maken over hun veiligheid. Bedrijven zijn niet geneigd om te communiceren over wat ze hieraan doen omdat ze hun medewerkers willen beschermen. Als we onszelf in de spotlight zetten, worden we nog meer een target.”

Dat de private sector zijn verantwoordelijkheid wél opneemt, blijkt in de ogen van Vanfraechem ook uit het pact dat de rederijen in februari 2023 sloten met de Nederlandse en Belgische overheid. “Dat is iets waar ik sterk in geloof: het samengooien van informatie uit het veiligheidscluster van politie en douane en informatie uit het private cluster van rederijen, terminals en expediteurs die ook bepaalde afwijkingen in stromen kunnen zien.”

Het ongenoegen over het optreden van Aboutaleb in Antwerpen laat opnieuw zien dat het tussen België en Nederland niet allemaal koek en ei is. De Nederlanders vinden dat de Belgen achterlopen. “Wegens haar minder uitgebreide wettelijke kader staat de Belgische overheid nog niet zo ver als de Nederlandse wat betreft de integrale aanpak van georganiseerde criminele activiteiten”, meldt het verslag van het congres in Antwerpen.

‘Wat in Rotterdam gebeurt is: elkaar leren kennen, af en toe botsen, vertrouwen kweken. Dat kun je niet zomaar kopiëren in Antwerpen’ – Lieselot Bisschop (Erasmus Universiteit)

Ook academici wijzen op verschillen tussen de beide landen. Nederlandse burgemeesters hebben bijvoorbeeld via de Wet BIBOB de optie om panden te sluiten. Die in 2003 ingevoerde wet geeft ze de mogelijkheid personen en bedrijven te screenen en ze bestuurlijk aan te pakken. “Belgische burgemeesters zijn daar best jaloers op”, denkt Lieselot Bisschop (Erasmus Universiteit). In haar al jaren lopende onderzoek naar de havens van Rotterdam en Antwerpen merkt ze: de wetboeken verschillen hier en daar, maar onderling vertrouwen is misschien nog wel de belangrijkste factor.

In Nederland wordt er al langer publiek-publiek samengewerkt, het Hit And Run Cargo-team (22 fte, vanuit FIOD, douane, zeehavenpolitie en OM) is uniek in de wereld en bestaat al meer dan vijfentwintig jaar. Maar ook publiek-privaat zijn er partnerschappen; andere havens volgen dat voorbeeld. Bisschop: “Wat in Rotterdam gebeurt is: elkaar leren kennen, af en toe botsen, vertrouwen kweken. Dat kun je niet zomaar kopiëren, het vereist tijd. De beide havens volgen dezelfde evolutie, maar Rotterdam is met veel dingen al langer bezig en heeft daardoor al meer op de rails.”

De Belgische minister van justitie Paul Van Tigchelt beaamt dat Nederland met de wet BIBOB een voorsprong heeft. “Zolang die wet in Nederland bestaat, proberen wij die in België tot stand te brengen. Er is nu eindelijk over gestemd”, zegt hij op een januaridag in zijn Brusselse werkkamer. Waarom het zo lang moest duren? “Het grote verschil is dat de burgemeesters in Nederland ambtenaren zijn en bij ons politiek verkozen. Dat zorgt voor een beetje wantrouwen. Men vreest voor de burgemeester die zich zou gedragen als cowboy-sheriff, soms gedreven door politiek-ideologische motieven.”

Ter verklaring van het feit dat in Antwerpen dubbel zoveel drugs als in Rotterdam wordt gevangen, wijst de minister ook op de geografische verschillen tussen de twee havens. De haven van Antwerpen is door zijn gigantische oppervlakte lastiger “dicht te zetten”, herbergt ook veel niet-havengerelateerde activiteiten zoals het tweede grootste chemiecluster ter wereld en grenst aan de stad. Terwijl een Antwerpse drugssmokkelaar snel thuis is, moet een Rotterdamse vanaf de Maasvlakte nog 55 km rijden, met het risico door de politie van de weg geplukt te worden.

België doet er alles aan om die open haven voor drugscriminelen tot een gesloten fort om te toveren, bezweert Van Tigchelt. “Vandaag wordt in de ministerraad een nieuwe wijziging goedgekeurd die betekent dat mensen die toegang hebben tot cocaïnegevoelige terminals een biometrische pas nodig hebben waarop hun vingerafdruk staat.”

De haven van Antwerpen mag lastiger te controleren zijn, tegelijkertijd is de capaciteit van de politie er stukken geringer dan in Rotterdam. “De havenpolitie in Antwerpen was schromelijk onderbemand”, beaamt Van Tigchelt. “Ze had een kader van honderdtachtig man, maar er zaten er negentig. Die moesten niet alleen de haven van Antwerpen maar ook de binnenwateren tot in Brussel en Limburg beveiligen. En de haven is ook een Schengen-buitengrens. Nu, as we speak, is de capaciteit verdubbeld; ze zijn met bijna 190 en we willen naar 312. Dan zitten we op een niveau vergelijkbaar met Rotterdam.”

Samen het beest bedwingen

Als de politie in de Antwerpse haven dan op sterkte is, kan ze de deur wellicht een beetje sluiten. De cocaïnevangsten in Antwerpen bleven in de afgelopen jaren omhoog schieten, terwijl in Rotterdam in 2023 een kentering ingezet lijkt. “De haven was een soort woning waar de voordeur openstond”, zegt Jan Janse van de Rotterdamse zeehavenpolitie. “En als je naar binnenliep en het keukenkastje opentrok, lagen daar alle sleutels. Met een briefje erbij dat de kluis op de derde etage stond, inclusief code.” Janse doelt op de jarenlange pincodefraude waarbij codes waarmee containers vrijgegeven konden worden met mailtjes werden doorgestuurd en over het internet slingerden. Die systematiek is veranderd; smokkel is zonder hulp van binnenuit niet langer mogelijk, stelt Janse.

Met de Belgen is er dagelijks operationeel contact, claimt de politieman. “Als er in België een Nederlandse uithaler wordt gepakt, weet hij dat binnen een paar minuten. “Er is weinig dat we niet samen doen,” zegt Janse, “maar de grens beperkt soms wel”.

‘Er is weinig dat we niet samen doen, maar de grens beperkt soms wel’ – Jan Janse (Rotterdamse zeehavenpolitie)

Het liefst zou hij dienders willen uitwisselen als het ergens druk is, maar dat gaat niet. Ook de informatieuitwisseling stuit soms op juridische barrières, waardoor de overheden als het ware vechten met een arm op de rug, tegen criminelen die zich nergens aan hoeven te houden. Janse illustreert dit met een voorbeeld: wanneer de politie in Rotterdam een chauffeur aanhoudt, deelt ze die informatie met het private bedrijf dat de toegangspassen afgeeft. De Wet politiegegevens (artikel 19) staat dat toe; de pas wordt dan ingetrokken en de persoon in kwestie kan de terminal niet meer op. Maar een dag later kan zo iemand in Antwerpen gewoon doorrijden met zijn truck.

“Wat je zou willen: diezelfde gegevens verstrekken aan de organisatie die de passen afgeeft in Antwerpen.” Maar dat gaat niet; België heeft niet zo”n artikel 19. Janse kan de gegevens wel delen met de Belgen, maar zij mogen er alleen “politiedingen” mee doen en het ook niet in een proces-verbaal zetten, want dat moet via justitie.

Van Tigchelt is niet onder de indruk. “Het lijkt mij logisch dat de Nederlandse politie niet rechtstreeks informatie aan een privaat bedrijf kan geven. De Nederlandse politie zou het moeten delen met de Belgische politie en via die weg Alfapass, het bedrijf dat de passen uitdeelt in Antwerpen, moeten informeren. Vaak is “het kan niet” een excuus. Wees creatief. Er zijn geen landen waar de mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van veiligheid verdragsrechtelijk zo gevorderd zijn als tussen België en Nederland.”

Die samenwerking begint in zijn ogen z’n vruchten af te werpen. “We hebben het netwerk van Sky ECC kunnen ontmantelen dankzij de medewerking van de Nederlanders, Fransen, Canadezen en Europol.” Op 9 maart 2021 begon in België de grootste politionele actie ooit, nadat het versleutelde telefonienetwerk waarvan drugscriminelen zich bedienden was gekraakt. Intussen zijn meer dan duizend mensen veroordeeld in het dossier Sky ECC.

“De drugscriminelen zijn zenuwachtig, ze zitten in de hoek waar de klappen vallen”, zegt Van Tigchelt. “Elke dag worden niet alleen loopjongens maar ook grote vissen gearresteerd, uitgeleverd, vervolgd en gestraft. Het feit dat ze in oktober een in beslag genomen partij probeerden te recupereren bij de douane is een teken aan de wand. Vroeger hielden ze rekening met het feit dat een partij in beslag werd genomen terwijl ze er drie, vier andere door kregen. We krijgen signalen dat de grote jongens met ons willen schikken, wat we natuurlijk niet gaan doen.”

‘De drugscriminelen zijn zenuwachtig. Elke dag worden niet alleen loopjongens maar ook grote vissen gearresteerd’ – Paul Van Tigchelt (Belgisch minister van Justitie)

De krachten bundelen in de Lage Landen en Europa is essentieel om het beest te bedwingen, denkt de minister. “Het is vooral een kwestie van cultuur. Het gaat om mensen die elkaar in de ogen durven kijken en zeggen: we gaan het nu samen doen. Die elkaar durven te vertrouwen en verder durven kijken dan hun eigen schaduw en die zeggen: we zitten hier met een gemeenschappelijk probleem.”

Dat besef is er, het vertrouwen groeit, de samenwerking verloopt door de bank genomen goed, is zijn optimistische boodschap. Maar het kan natuurlijk altijd beter, zegt hij. “We moeten nog meer durven vertrekken vanuit een gemeenschappelijk veiligheidsplan. Wij politici moeten nog meer onze plannen samenleggen en gemeenschappelijke prioriteiten stellen.”

De Belgische minister van Justitie heeft er zin in daar samen met zijn Nederlandse collega’s de schouders onder te zetten. Zolang ze zichzelf maar niet als het lichtende voorbeeld zien. “Labo’s, dumpingen, afrekeningen”, somt hij op. “De impact van de Nederlandse georganiseerde criminaliteit in ons land is groot.We stellen vast dat de jongeren die hier granaten komen gooien en containers uithalen, meestal uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag komen en soms heel jong zijn, veertien, vijftien jaar”, zegt Van Tigchelt. “De mensen die mijn voorganger hebben proberen te ontvoeren, kwamen ook uit Nederland.”

In september 2022 moest minister Vincent Van Quickenborne met zijn gezin naar een safehouse vertrekken, nadat een Nederlandse auto in de buurt van zijn huis was aangetroffen met vuurwapens en spanbanden erin. In oktober werd in Antwerpen een bus met daarin zeven zwaarbewapende Nederlanders klemgereden, op weg naar een in beslag genomen lading van maar liefst tien ton cocaïne, met een straatwaarde van een half miljard.

Van Tigchelt maakt zich geen illusie dat de opponent eenvoudig klein is te krijgen. “De war on drugs is een holle slogan”, zegt hij. We gaan het nooit winnen, we gaan het onder controle krijgen, de uitwassen moeten we beperken, het geweld moeten we indammen, we moeten zorgen dat het geen impact heeft op de legale economie, corruptie moeten we tegengaan, we moeten het verdienmodel, de ruggengraat van de maffia breken. Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen. Ook in Italië heeft men het probleem kunnen terugdringen.”

Dweilen met de kraan open

De Belgische crimefighter mag optimisme en daadkracht willen uitstralen, vooralsnog blijven de vangst en waarschijnlijk ook toevoer van drugs in Antwerpen alleen maar gestaag stijgen. En als de Belgische havenstad er al in slaagt de deur een beetje dichter te doen, is de kans groot dat de drugs via kleinere, vaak slechter bewaakte havens als Gent, Scheveningen, Moerdijk en Vlissingen en andere onconventionele routes binnenkomt. Die trend is nu al zichtbaar; zelfs de burgemeester van het Friese Harlingen vreest “Rotterdamse drugspraktijken”.

Ook strandvonders zien steeds vaker pakken coke aanspoelen. De pakken coke worden dan onderaan de boot gebonden of met een gps-tracker in de zee gedumpt. De smokkelaars komen met kunststof bootjes en duiksets op de pakken afgevaren. “De Noordzee is een groot pakhuis”, zegt er eentje. “Schepen liggen soms wel acht weken voor de kust. Tijd genoeg om drugs eraf te halen dus. Met visnetten gaan ze op pad; als de politie ze pakt, is het allang overboord.”

In een kat-en-muisspel met de autoriteiten verleggen de drugshandelaars de aanvoerroutes vanuit de bronlanden voortdurend. Burgemeesters De Wever en Aboutaleb bezochten eind januari onder andere Peru en Ecuador. Maar ook vanuit landen die als relatief veilig worden aangemerkt komen de drugs deze kant op. Zo werd op 28 december nog een lading van 2,16 ton cocaïne onderschept in Antwerpen, afkomstig uit Montevideo, Uruguay.

In een kat-en-muisspel met de autoriteiten verleggen de drugshandelaars de aanvoerroutes vanuit de bronlanden voortdurend

De coke werd gevonden tussen de Portezuelo-pudding en flessen vermout op een schip dat was geladen op de Terminal Cuenca del Plata, in handen van Katoen Natie. De baas van dat Belgische bedrijf is de flamboyante ondernemer en mecenas Fernand Huts, een goede bekende van Bart De Wever. Twee jaar geleden tekende de regering van Uruguay een contract om de Katoen Natie-concessie in de haven van Montevideo te verlengen tot 2081. Katoen Natie is ondervraagd wegens vermeende spionage van twee senatoren uit de oppositie, die de deal tussen het bedrijf en de overheid wilden gaan onderzoeken.

“Er zijn veel te weinig liaisons”, zegt Janse van de zeehavenpolitie. Hij doelt op de verbindingsofficieren die in bronlanden een oogje in het zeil houden en informatie doorspelen naar Nederland. “Er is maar een enkeling die verantwoordelijk is voor veel landen. Als we zien dat het ene half jaar veel uit Costa Rica komt en het komende half jaar uit Panama, en we niet vertegenwoordigd zijn in die landen, dan hebben we een probleem.”

Het heeft alles van een gevecht tegen de cocaïnekaai. In de Belgische straten laat de greep van de handel zich intussen steeds sterker voelen. In Antwerpen zijn schietpartijen en granaten die bij huizen ontploffen schering en inslag. Een elfjarig meisje liet in janauri 2023 het leven toen schutters de garagepoort van haar huis onder vuur namen. De Brusselse wijk Peterbos was begin februari volop in het nieuws door een brandbrief van een sociale huisvestingsmaatschappij waarin was te lezen dat gemaskerde drugscriminelen bij checkpoints de toegang tot de wijk bewaken en bewoners terroriseren. De mediastorm was nog nauwelijks gaan liggen, of er waren dagen op een rij schietpartijen tussen drugshandelaars in de hoofdstad waarbij ook een dode viel.

Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam, vreest dat drugsgeld en -geweld ook hier buurten de dieperik in zullen helpen. De war on drugs noemt ze dweilen met de kraan open. Ze pleit ervoor de discussie te openen over of en hoe de drugsmarkt is te reguleren en zoekt naar een aanpak gericht op veiligheid en gezondheid in plaats van repressie. Eind januari organiseerde ze een internationale conferentie over hoe steden zoals Bern willen experimenteren met de legale verstrekking van cocaïne en inzetten op preventie.

Tussen de tientallen sprekers en ondertekenaars van het ‘Amsterdam Manifesto for Dealing With Drugs’ stonden geen Belgische namen. Gevraagd of Van Tigchelt regulering een interessant denkspoor vindt, laat zijn woordvoerder weten dat hij al voldoende uitgebreid is geïnterviewd en het wil laten bij wat hij heeft gezegd. De Wever maakte intussen in Peru zijn Amsterdamse collega belachelijk. “Mensen als mevrouw Halsema geloven dat ze gezond leven. Ze eten geen vlees, maar snuiven in het weekend wel een lijntje. Maar hey, cocaïne is toch een natuurlijk product?”, tekende een meereizende verslaggever van De Gazet van Antwerpen uit zijn mond op.

“Ik denk dat dhr. De Wever de handen vol heeft aan de lokale situatie”, reageert burgemeester Halsema per mail. “Het gaat in Antwerpen bepaald niet goed. Lijkt me verstandig als hij zich daartoe beperkt. Daarbij eet ik wel vlees.”

Of regulering een beloftevolle route is, valt nog te bezien, maar de kansen op een eendrachtige Laaglandse verkenning ervan lijken alvast niet heel groot. Terwijl ze in het openbaar monter en vol lof voor elkaar zijn maar heimelijk somber en geprikkeld, blijven Nederland en België hun troeven zetten op het met man en macht dichten van almaar nieuwe mazen in het net.

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Het verschijnt ook verschijnen bij De Groene Amsterdammer. De reactie van Halsema is op 4 maart toegevoegd, samen met een nuancering dat de cocaïnemarkt niet aan de vraag-aanbod-logica van gewone markten voldoet.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.