Publicaties
Uit de tijd gevallen: nieuwe verzen en een bloemlezing van Jozef Deleu
0 Reacties
© ikwashier.be
© ikwashier.be © ikwashier.be
recensie
literatuur

Uit de tijd gevallen: nieuwe verzen en een bloemlezing van Jozef Deleu

In zijn nieuwe bundel met puntige miniaturen toont dichter Jozef Deleu zich als een man in de herfsttij van zijn leven. Uit de negentiende editie van zijn Nieuw Groot Verzenboek blijkt dan weer zijn uitzonderlijke métier als bloemlezer: hij is tegelijk keurmeester en schatbewaarder.

Jozef Deleu voorstellen is eigenlijk vragen “hoeveel tijd heb je?” of bij de eindredacteur polsen “hoeveel regels extra kopij krijg ik?”. Mag ik in één beweging wijzen op het mooie portret dat het Gentse Poëziecentrum zopas maakte? De online tentoonstelling Jozef Deleu, Citoyen de la Frontière biedt een goed gedocumenteerd inzicht in de levensloop van deze schrijver-denker-opiniemaker, cultuurondernemer en poortwachter van de poëzie.

De uitspraak “wij mensen zoeken het niet ver” blijft bij in dit relaas, al was het maar om het contrast met ’s mans talrijke verwezenlijkingen op allerlei terreinen. Jozef Deleu woont immers nog altijd op dezelfde plek aan de schreve, in hetzelfde dorp, met zijn dierbare Annemarie, naast de door hem opgerichte stichting Ons Erfdeel, uitkijkend over de streek waar de boerderij van zijn ouders stond.

Vandaag blinken twee titels van hem aan de horizon van de ars poetica. De ene bouwt voort op eerdere uitgaven en toont Deleus kunst en kunde als bloemlezer, de andere is gloednieuw: gedichten van eigen hand in de bundel Geluiden voor de laatste dag. Dankzij de bundeling in 2019 van zijn poëtisch werk Ongegrond. Gedichten 1963-2019 weten we dat zijn dichtoeuvre zeven (officiële) bundels bevat en daar voegt hij er nu dus een aan toe, met Miniaturen als ondertitel.

De miniaturen van Deleu zoeken de kaalste, minimale vorm met maximale betekenis

De gemiddelde bladspiegel van een gedicht in het verzameld dichtwerk leerde ons al iets over de dichter en zijn poëtica, nog versterkt door de lezing: Deleu is spaarzaam met woorden en schuwt het grote gebaar. Naar eigen zeggen wantrouwt hij eigenlijk de taal, en dat laat hij soms doorschemeren. Dat is niet minder het geval in deze nieuwe bundel. Hij houdt van precisie, laat elk woord wegen en puurt zijn poëtica verder uit: deze miniaturen zoeken de kaalste, minimale vorm met maximale betekenis. Leestekens en hoofdletters ontbreken. Ze doen eerst denken aan aforismen, maar zijn dat niet. Daarvoor zijn deze verzen – vaak niet meer dan twee volzinnen, over een blad verstrooid – te gelaagd.

Het thema is de titel van de bundel. Hier schrijft een man in de herfsttij van zijn leven, die al veel heeft gezien en nagedacht. Door deze kleine selectie van een dertigtal miniaturen loopt de tijdslijn van een mensenleven: er wordt getuurd (je kijkt mee naar een robuust West-Vlaams landschap met voorbij rennende hazen), er wordt gemijmerd en herinnerd. De generaties komen voorbij en de ziel gaat te voet, zoals in dit kleinood:

STRANDJUTTEN
langs de vloedlijn
hoor ik het water klotsen
kinderen roepen hun moeder
de mijne zag de zee
toen ze vijftig was
een vrouw van de aarde
het water beangstigde haar

Je voelt de adem van een dichter die voor de spiegel staat en bedachtzaam letters in steen beitelt. Het tijdperk van de digitale snelheid en een teveel aan decibels lijkt afwezig. Een zeldzame keer komt de vreemdsoortige tijd die we vandaag beleven letterlijk (“ophokplicht”) aan bod, zoals in het rake ‘Notenboom’. Ongenoegen en onbehagen sijpelen soms door, maar dan meer tussen dan in de regels, allemaal binnen de panoptische blik van de schrijver die inzoomt.

Deleu beoefent hier een zelfbedacht genre dat doet denken aan oosterse natuurgedichten, met toevoeging van de spreekwoordelijke klei. Ze zijn geaard. De kernachtige zegging, de alom aanwezige natuur, en dat wat de mens nietig maakt, geven deze verzen iets onmiskenbaar klassieks. Alsof ze uit de tijd gevallen zijn, onbesmet door de waan van de dag of de poëtica van de maand.

Toen ik 21 was, maakte ik voor het eerst kennis met de poëzie van Jozef Deleu. Toen kreeg ik de dunne verzamelbundel Nooit zag ik eerder in de handen gestopt ter gelegenheid van de Poëzieprijs Harelbeke (1990). De andere decoraties ben ik vergeten, net als mijn eigen poëzie die ik toen indiende, maar terugbladerend vind ik op pagina 19 van deze bloemlezing het gedicht ‘De wonde’:

Teder
tekent
tijd
de tepel
van het leven

Hulpe-
loos
heelt taal
de wonde
van de tijd.

Je zou zweren dat dit gedicht uit 1984 een voorafname was van zijn Miniaturen. Het sluit in vorm en zegging al aan bij het uitgebeende, lichtjes statige van de huidige bundel, zeker als je de vergelijking maakt met de bundel met dezelfde ondertitel uit 2005: Gras dat verder groeit. Miniaturen. Dat was een eerste proeve van de toe-eigening van een middeleeuws fenomeen uit de scriptoria tot een persoonlijk poëtisch genre. Die gedichten hebben karakter, maar zijn iets wijdlopiger van stijl. Door zijn puntigheid is zijn jongste bundel Geluiden voor de laatste dag beter en vraagt hij nu al om een vervolg, in weerwil van het absolute in de titel.

Poëzie neemt je de woorden uit de mond

Het Nieuw Groot Verzenboek is al vijfenveertig jaar een monument van een bloemlezing. Deleu vatte in 1976 het idee op om de belangrijke periodes en condities van een mensenleven te boekstaven in een selectie van dichters, beginnend bij Gorter en Gezelle tot vandaag. Hij schikte het per ijkpunt in het bestaan en noemde het toen Het Groot Gezinsverzenboek. Talrijk zijn de huizen in Vlaanderen en Nederland waar – zelfs als er niet één ander boek te zien is – precies dit boekwerk op de kast staat. Het wordt dan ook vaak geraadpleegd bij bijzondere momenten. Poëzie brengt troost, poëzie verbindt en neemt je de woorden uit de mond omdat ze het zoveel beter zeggen kan. Dat verklaart het succes van deze longseller: meer dan 85.000 verkochte exemplaren. Het is een direct antwoord op de stelling dat poëzie elitair moet wezen, dat het met de woorden van Du Perron louter “tijdverdrijf voor enkele fijne luiden” zou zijn.

De negentiende herziene druk ligt nu in de winkel en bundelt zeshonderd gedichten onder de titel Gedichten over leven, liefde en dood. Nieuw Groot Verzenboek. Dat zijn er honderd meer dan bij de eerste druk. De beste dichters staan erin met twee tot elf gedichten. Niet noodzakelijk onder hetzelfde lemma, wat het aha-gehalte verhoogt. Het is een blij weerzien voor de liefhebber. Gedichten kunnen dikke vrienden zijn en hier vind je ze allemaal bij elkaar.

Deleu heeft absoluut oog voor de jonge generatie. De flaptekst noemt maar vier dichters bij naam en lanceert er al meteen twee nieuwe: Simone Atangana Bekono en Iduna Paalman, terwijl beiden slechts één gepubliceerde bundel uit hebben. De flap had evengoed Roelof ten Napel en Radna Fabias kunnen vermelden: zelfde verhaal en zelfde opmerkingsgave van de selecteur.

Het enige minpunt is meteen ook die (flinterdunne, dubbelgevouwen) flap zelf: kon er echt geen hardcover rond dit 686 pagina’s tellende standaardwerk voor een solide uitgeverij als Lannoo? Het is wel accuraat vormgegeven, leest en bladert handig.

Deleu bezit de gedurende vijf decennia vergaarde kennis om afgewogen keuzes te maken

Terug naar de inhoud. In zijn geheel lees je uit het ruime register af wat voor een evenwichtsoefening dit moet zijn geweest. Deleu zou Deleu niet zijn mocht hij de klassiekers schuwen en niet af en toe een lang vergeten dichter met één briljante verzencyclus in zijn selectie smokkelen. De keurmeester is ook een schatbewaarder. Deleu laat alle bloemen bloeien, hoe uiteenlopend ze er ook uitzien.

Wat een verschil met bloemlezers die hun hoogstpersoonlijke strenge genrevoorkeuren niet in bedwang kunnen houden. Je ziet hier dus uiteenlopende poëtica’s naast elkaar, met zorg op kwaliteit geselecteerd in de plaats van het primaat van de allerindividueelste poëtica van de auteur zelf – denk Komrij of recent nog Pfeijffer. Bloemlezen is namelijk een métier, geen tussendoortje waarop de naam van de bloemlezer in grotere letters staat dan de titel van de bloemlezing.

Deleu bezit de gedurende vijf decennia vergaarde kennis om afgewogen keuzes te maken. Hij doet dat met strenge doch rechtvaardige hand. Die hand is des te meer getraind sinds hij in 2003 Het Liegend Konijn oprichtte, de selectie van nieuwe, ongepubliceerde poëzie die twee keer per jaar in boekvorm uitkomt. Hij noemt ze “uit het nest geroofd” en hij is de enige redacteur. Wie nooit publiceerde in Het Liegend Konijn, is niet zomaar domweg vergeten, stel je na al die jaren vast. Je wil niet weten hoeveel strekkende meters poëzie je moet lezen om tweemaal per jaar tot een evenwichtige, pertinente selectie te komen. Zo een die je in huis wil hebben als je mee wil zijn zoals dat heet, of gewoon wil genieten van de oogst van het seizoen.

Net die lange adem is wat Deleu als bloemlezer uitzonderlijk maakt. Als je bijna 84 bent en er keer op keer de beste nieuwe poëzie uitlicht, bestaat toeval even niet meer. Of ben je uit de tijd gevallen.

Jozef Deleu, Geluiden voor de laatste dag. Miniaturen, Poëziecentrum, Gent, 2021, 48 p.
Jozef Deleu (samensteller), 600 Gedichten over leven, liefde en dood. Nieuw Groot Verzenboek, Lannoo / Meulenhoff, Tielt, 2021, 686 p.
Online tentoonstelling: www.paukeslag.org
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.