Publicaties
Tussentaal als onderwerp van (vreemdetalen)onderwijs. Een buitenlands perspectief
0 Reacties
Voor abonnees
taal

Tussentaal als onderwerp van (vreemdetalen)onderwijs. Een buitenlands perspectief

(Janneke Diepeveen & Matthias Hüning) Ons Erfdeel – 2013, nr 4, pp. 82-89

Dit is een artikel uit ons papieren archief

De tijd waarin er in de Lage Landen een onderscheid werd gemaakt tussen “Algemeen Nederlands” en “Belgisch-Nederlands” als een afwijking van die norm is voorbij. Vandaag de dag lijkt er een consensus te bestaan dat de Nederlandse standaardtaal verschillende nationale variëteiten kent die gelijkwaardig naast elkaar bestaan. In de taalwetenschap wordt een taal die door meerdere centra bepaald wordt “pluricentrisch” genoemd. Een pluricentrische taal komt voor in twee of meer landen en vervult er officiële functies (bv. het Duits in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland). In het standaardtaalgebruik tussen die landen zijn er verschillen ontstaan, waardoor zich nationale variëteiten hebben ontwikkeld (bv. het Duitse, Oostenrijkse en Zwitserse Standaardduits). Ze worden als gelijkwaardigbeschouwd, wat betekent dat er geen variëteit is die als “beter” of “correcter” gewaardeerd wordt dan de andere. De pluricentrische visie van het Nederlands gaat uit van in totaal vier nationale realisaties van de standaardtaal: Belgisch-Nederlands, Nederlands-Nederlands, Surinaams Nederlands en Caribisch Nederlands.

Wij, de auteurs van dit artikel, doceren Nederlandse taalkunde aan de Freie Universität Berlin. We stellen vast dat het fenomeen “nationale variatie” voor studenten Nederlands in Duitsland niet zo moeilijk te bevatten is. Zij zijn doorgaans vertrouwd met de verschillende nationale realisaties van de Duitse standaardtaal.

Het pluricentrische model is verbonden met het concept van de (nationale) “standaardtaal”. De standaardtaal is de variëteit die onder meer een vaste plaats bekleedt in het onderwijs en het openbare leven. Na recente publicaties van bijvoorbeeld Joop van der Horst (2008) mag echter duidelijk zijn dat “standaardtaal” op zich een moeilijk en problematisch concept is. De Nederlandse standaardtaal die destijds geïntroduceerd werd (en voor Vlaanderen is dat letterlijk te nemen) staat vandaag zwaar onder druk.

In het vreemdetalenonderwijs staat de standaardtaal wel nog steeds heel sterk. Er lijkt weinig discussie over te bestaan dat taalverwervingsvakken een norm moeten hanteren. Beginnende leerders hebben behoefte aan duidelijke regels voor wat “goed Nederlands” is.

Het pluricentrische karakter van het Nederlands moet men naar onze mening niet als een probleem voor het vreemdetalenonderwijs zien, maar juist als een uitdaging. In plaats van ons af te vragen “welk Standaardnederlands moeten we onze Duitse studenten aanleren?” lijkt het ons veel interessanter om de vraag te stellen: “hoe bereiden we hen voor op de talige realiteit in het Nederlandse taalgebied”?

Een aspect van die talige realiteit in Vlaanderen is variëteit die bekendstaat als “tussentaal” of “Verkavelingsvlaams”. Geregeld worden kritische beschouwingen over “dat tussentaaltje” geuit. De critici zijn bezorgd, soms vijandig en vaak ook pessimistisch. Toen de bundel De manke usurpator verscheen (2012), waarin de redactie door middel van gefundeerde wetenschappelijke bijdrages enige erkenning voor tussentaal probeerde te winnen, was dat koren op de molen van de critici. Via online nieuwskanalen en taalnieuwsbrieven kregen we tot in Berlijn een idee van de emotionaliteit en soms ook de agressiviteit waarmee de discussie gevoerd is.

Terugkijkend heeft de recentste discussie over tussentaal echter nauwelijks invloed gehad op het standpunt ten opzichte van taal en universitair onderwijs Nederlands dat wij al hadden. Het is allang duidelijk dat tussentaal een realiteit is waaraan ons onderwijs niet voorbij kan gaan. De praktische redenen liggen voor de hand: als we geen aandacht besteden aan tussentaal en onze studenten onvoorbereid naar Vlaanderen sturen voor een Erasmusverblijf, dan zullen ze verbaasd opkijken, of, sterker nog, in de (communicatie)problemen komen.

Als dit nu klinkt alsof tussentaal een noodzakelijk kwaad is waaraan het onderwijs extra muros aandacht moet besteden, omdat ze nu eenmaal behoort tot de talige realiteit in Vlaanderen, dan was dat niet onze bedoeling. Liever willen we die talige realiteit tot onderwerp van ons onderwijs maken.

"

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€4/maand

€40/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.