Publicaties
Tussen fax en fictie: schrijfster Nicolien Mizee
0 Reacties
© Van Oorschot / Roger Cremers
© Van Oorschot / Roger Cremers © Van Oorschot / Roger Cremers
literatuur

Tussen fax en fictie: schrijfster Nicolien Mizee

In haar boeken beschrijft ze ‘de soap van mijn leven’

Met haar meesterlijk geformuleerde Faxen aan Ger en de fruitige whodunit Moord op de moestuin bereikte Nicolien Mizee de bestsellerstatus. Haar succesrecept? Ze dient eerst ongepolijst haar chaotische werkelijkheid op en brengt daar vervolgens met fictie orde in aan.

In 2003 interviewde ik voor NRC Handelsblad de beginnende schrijfster Nicolien Mizee (1965) naar aanleiding van haar zowel hilarische als ijzingwekkende roman Toen kwam moeder met een mes. Hoofdpersoon is de onaangepaste 28-jarige decoratieschilder Ida. Ze voelt zich geestelijk invalide, behept met een psychische stoornis waardoor ze niet kan functioneren. Ida vraagt zich af of ze erfelijk is belast met de gekte in de statusgevoelige familie van haar hysterische moeder, of dat haar onvermogen om een “normaal” leven te leiden het gevolg is van haar opvoeding.

Geïntrigeerd door haar stijl, scherpzinnigheid en humor zocht ik Mizee op en ontdekte (zonder er rechtstreeks naar te vragen) dat haar absurdistisch aandoende roman vrijwel volledig autobiografisch is. De beschrijving van het degenererende, boven zijn stand levende kunstenaarsgeslacht waaruit ze stamt, is een moderne versie van Couperus’ De boeken der kleine zielen.

Ook haar debuut Voor God en de Sociale Dienst (2000) over de twintiger Celia die ondanks haar intelligentie, keurige achtergrond en gedegen schoolopleiding al jaren van een karige uitkering leeft, is een autobiografisch verslag van Mizees gevecht met uitkeringsinstanties om erkenning te krijgen voor haar levenslange arbeidsongeschiktheid en medisch te worden afgekeurd. Dit boek bestaat uit drie faxen en is de voorloper van de bestsellers De kennismaking (2017) en De porseleinkast (2018). De ondertitel van die boeken (samen zo’n 800 pagina’s) luidt Faxen aan Ger, dezelfde aan wie ze – zo blijkt nu – per fax kond deed van haar ervaringen met de Sociale Dienst.

De gerenommeerde scenarioschrijver Ger Beukenkamp, bij wie Mizee vanaf januari 1994 lessen volgde aan de Schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam, bracht haar op het idee om in plaats van scenario’s, haar meesterlijk geformuleerde faxen aan hem te bundelen. En zo geschiedde. In juni 2019 verschijnt het derde deel, Allesverpletterende.

De twee verschenen delen beslaan de periode 1994-1998 en behalve Voor God en de Sociale Dienst blijkt ook Toen kwam moeder met een mes gebaseerd op wat ze haar aanbeden voormalige docent bijna dagelijks schreef. In de laatste faxen van De porseleinkast, gedateerd mei 1998, schrijft ze “Ger van mijn hart” over haar moeder. “‘Ze heeft me met een mes bedreigd’, zei mijn vader en toen begon hij te huilen. Zijn hele lichaam sidderde.” En vervolgens:

Er was iets met mijn ouders. Je moest altijd voorzichtig zijn. Ik moest het verbergen, het geheim. Al wist ik niet welk.

Misschien dat ik ben gaan schrijven omdat ik dat geheim moest achterhalen. Als ik het nou allemaal exact opschreef en het overlas, dan móést ik er toch achter kunnen komen wat het was?

Vergelijking met Voskuil

Mizees faxboeken worden terecht vergeleken met de dagboekachtige romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil. Maar ze zijn interessanter, omdat ze verslagleggen van de periode waarin ze haar romans concipieerde en nauwgezet weergeven hoe haar schrijverschap zich heeft ontwikkeld. Bovendien: vergeleken met Voskuils vlakke stijl is die van Mizee sprankelend, haar humor is sterker, haar zelfanalyse eerlijker, haar onaangepastheid authentieker, haar wanhoop meer invoelbaar.

Uit Mizees faxen spreekt, anders dan bij Voskuil, ontroerende passie

Wat Het Bureau en Faxen aan Ger gemeen hebben, is hun soapachtige karakter. Hoe futiel hun dagelijkse beslommeringen ook lijken: je wilt weten hoe ze aflopen, je moet doorlezen. Zowel het gortdroog opgetekende ongelukkige leven van Voskuils alter ego Maarten Koning als het hilarisch vertelde, door depressies en mislukkingen gestempelde bestaan van Mizee is zo levensecht weergegeven dat iedereen er – al dan niet met het schaamrood op de kaken – iets in herkent. Maar wat Mizees faxen vooral onderscheidt van Voskuils nihilistische notities is de ontroerende passie die eruit spreekt: het aanstekelijke verlangen om er ondanks alles iets van te maken.

Het dient zich aan

Dat verlangen spreekt nog sterker uit Mizees – altijd sterk autobiografische – romans. Na Toen kwam moeder met een mes, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2004, publiceerde ze het minder goed ontvangen En knielde voor hem neer (2006) over de dakloze jonge interseksueel Mischa. Volgens recensenten en Mizee zelf was het een “verzonnen” verhaal, maar uit De kennismaking en De porseleinkast blijkt het tegendeel. De onbegrepen, geminachte maar altijd goedbedoelende buitenstaander Mischa doorloopt dezelfde lijdensweg die Mizee in haar faxen aan Ger beschrijft. Sommige scènes in de roman zijn identiek aan die in De kennismaking en De porseleinkast.

Hetzelfde geldt voor haar columns in NRC Handelsblad, in 2007 uitgebracht onder de titel Schrijfles, waarin Mizee verslag deed van haar ervaringen als schrijfdocent. Die bundel bevat in kort bestek haar poëtica. Bijvoorbeeld in de column ‘Het dient zich aan’, over haar verliefdheid op Rob, een van haar cursisten. Ze vertelt hem pardoes dat ze altijd bij elkaar zullen blijven. Hij zegt: “Hoe kom je daar nou bij. We kennen elkaar net!” Zij noteert:

Maar ik kan het niet uitleggen, zoals ik ook nooit kan vertellen waar ik over schrijf. Dat hoort niet. Het dient zich aan, we noteren het zo goed mogelijk en lezen het telkens weer over. En zo raken we, door goed te kijken en te luisteren, dieper en dieper doordrongen van wat er voor ons ligt, en hoe het verder zal gaan.

Inmiddels is Mizee – voorheen verwikkeld in een tobberige, maar in de faxen geestig beschreven, lesbische relatie – getrouwd met diezelfde Rob. Hij figureert onder zijn eigen naam in haar geprezen familieroman De halfbroer (2015) als “amant van Marly”, alter ego van de schrijfster. Aan het eind van het boek beschrijft ze hoe Marly’s aanstaande echtgenoot twee dagen voor de geplande bruiloft een hartaanval krijgt en een zware operatie moet ondergaan waaruit hij als een zombie tevoorschijn komt. “Rob hing scheef weggezakt in zijn rolstoel. Hij was mager en ongeschoren. Bij zijn mondhoek zat een lange ontstoken wond tussen de harde baardharen. Zijn stem was zacht en schor en zijn adem rook als bedorven bloemenwater.”

In NRC Handelsblad schreef Janet Luis naar aanleiding van deze roman:

In de loop van vijftien schrijfjaren maakte Nicolien Mizee, voor onze ogen, een enorme ontwikkeling door. Van uitkeringstrekker werd zij schrijfster, van zenuwenlijder werd zij een zelfbewuste schrijflerares, van een eenzelvige zolderbewoonster werd zij een geduchte spreekster in het openbaar en van een wat zonderlinge alleenstaande werd zij een heuse mevrouw, nadat een van haar cursisten haar ten huwelijk vroeg.

Hoe die ontwikkeling zich precies heeft voltrokken, blijkt uit twee delen Faxen aan Ger (“licht van mijn leven, vlam van mijn hart”). Ze is duidelijk verliefd op haar homoseksuele ex-docent en verlangt hartstochtelijk naar enigerlei vorm van lichamelijk contact, dat hij consequent afhoudt. Wel betoont Ger zich een goede vriend en dat hij haar faxen nooit beantwoordt, stoort haar steeds minder:

Dat ik meer de architect van onze vriendschap ben dan jij, dat weet ik wel en dat vind ik ook wel eens moeilijk. Als ik ophoud je te schrijven, zou ik waarschijnlijk nooit meer wat van je horen. Vandaar misschien de ironie in mijn aanspreekvormen. Maar ja, wat is het alternatief? Ophouden je te schrijven? Waarom zou ik? Je bent de beste toehoorder die ik me wensen kan.

De faxen aan Ger, die ze zelf omschrijft als “de soap van mijn leven”, zijn scherp geformuleerde ontboezemingen over haar bestaan als outcast, haar onmacht om met een reguliere baan geld te verdienen en een doorsneeleven te leiden:

De hele dag achter zo’n bureau zitten! Trouwen! Kinderen krijgen! Met z’n allen naar de stacaravan! En dat gaat bij mij al-le-maal nóóit gebeuren en dat is al erg genoeg en dan hoef ik niet óók nog eens tot mijn dood opgejaagd te worden om dingen te doen die toch – nooit – gaan lukken!

Moord op de moestuin

Afgezien van kinderen krijgen heeft Mizee alles wat haar in de faxen aan Ger onmogelijk toescheen gerealiseerd, inclusief die stacaravan – nou ja, een zomerhuisje – om met z’n allen heen te gaan. En ook daarover schreef ze een roman. In februari 2019 verscheen haar Agatha Christie-achtige detective Moord op de moestuin, door het boekenpanel van het televisieprogramma De wereld draait door uitgeroepen tot boek van de maand en meteen een bestseller.

De personages zijn voor een groot dezelfde als die in haar vorige fictie- en non-fictiewerk, maar figureren onder andere namen. In de hoogbegaafde aan psychoses lijdende Anne herkennen we de vroegere Mizee. Het verhaal begint waar De halfbroer eindigt. De bekende schrijfster Judith, alter ego van de huidige Mizee, vertelt in de ik-vorm dat ze – halverwege de veertig – tot verbazing van haar familie en vrienden is getrouwd:

Thijs was veertien jaar ouder dan ik en hoewel hij er gezond uitzag, kreeg hij drie dagen na de bruiloft een hartaanval en moest hij een operatie ondergaan waarbij ze zijn borst openzaagden en een ader uit zijn been haalden om deltawerken rond het hart aan te leggen, waarna ze de hele boel weer dichtnaaiden. […]

Na zes weken mocht Thijs naar huis. Daar zat hij hele dagen roerloos in een stoel. Zijn kleren slobberden om hem heen, ook zijn gezicht leek hem te wijd geworden en hing in wallen en plooien naar beneden. […] Als ik hem wat vroeg, keek hij me alleen maar aan, zonder te antwoorden.

Om het herstel van Thijs te bespoedigen huren ze samen met Judiths zus en zwager voor hun vieren een zomerhuisje op het landgoed van hun jeugdvriendinnen Anne en Fiep Lanssen. Die twee alleenstaande vrouwen wonen daar bij hun demente moeder. Hun vader – oom Friso voor Judith – wordt al dertig jaar vermist. Hij blijkt te zijn vermoord op het aan het landgoed grenzende volkstuinencomplex, waar Judith een braakliggende moestuin krijgt aangeboden.

Zoals men in Vlaanderen “op café” gaat, zo zijn Nederlanders “op de tuin” als ze hun volkstuintje bedoelen. Vandaar de titel Moord op de moestuin, die overigens ook anders kan worden uitgelegd. Verscheidene figuren dreigen de moestuintjes om zeep te helpen.

Als Judith bij haar tuintje de schedel vindt van oom Friso begint een politieonderzoek naar de dader. Oude volkstuinders, maar ook de moeder van Anne en Fiep zijn potentiële daders. En als er dan ook nog een vers lijk wordt aangetroffen op het tuincomplex is iedereen op en rond het landgoed verdacht. Mizee maakt er een verrukkelijke whodunit van, waarin de stokslabonen, worteltjesbedden, saffraanperen en eetbare bloemen je om de oren vliegen.

Moord op de moestuin is Mizees poëtica in fictievorm

Maar Moord op de moestuin is meer dan een fruitige thriller: het is Mizees poëtica in fictievorm. Over haar schrijverschap laat ze Judith uitspraken doen als: “Ik verzin nooit iets. Maar de waarheid doet zich aan de ene mens anders voor dan aan de andere.” Als een overijverige medetuinder op haar vraag waarom hij zo hard werkt, boos antwoordt met “daarom!”, betrekt ze dat op haar eigen motieven om iets te doen. “Er was geen keuze, je moest het doen. Het was je bestemming.” “Toevallig dacht ik net na over menselijke bestemmingen”, zegt ze tegen een ander. “Schrijven, zingen, tuinieren. Kapotmaken kan natuurlijk ook.”

Waarom doen de mensen met wie ze die zomer optrekt wat ze doen? Maken ze keuzes omdat ze iets per se willen of is hun leven voorbestemd? Daarover wil ze een boek schrijven. Voorheen was haar credo dat “de grote wil van de hoofdpersoon de drijvende kracht in elk verhaal was”. Nu denkt ze – op grond van haar eigen ontwikkeling: “misschien moest ik die grote wil veranderen in ‘lot’ of ‘noodlot’”.

Mijn grote wil was een half leven lang schrijven geweest. Tot Thijs zijn entree maakte en mijn grote wil van ‘schrijven’ in ‘Thijs’ veranderde. Ik had hem achtervolgd als een wolf en toen ik hem mijn hol had binnengesleept, bleek de prijs hoog te zijn: ik kreeg geen letter meer op papier. Ik had mijn stem moeten opgeven voor mijn prins. […] Dat had ik zelf veroorzaakt en toch had ik niet het gevoel dat ik ooit een keuze had gemaakt.

Het leven volgt de fictie

Door er een verhaal over haar bestemming dan wel keuze over te schrijven, vindt Judith haar stem terug. Een verhaal wijkt af van de werkelijkheid, stelt ze, omdat het een constructie is, “bedoeld om orde aan te brengen in de chaos van alledag”. Niet de kunst imiteert volgens haar het leven, maar andersom: “Het leven imiteert de kunst.”

In het geval van Nicolien Mizee, die in de faxen aan Ger ongepolijst haar chaotische werkelijkheid opdient om daar vervolgens met fictie orde in aan te brengen, lijkt inderdaad haar leven haar kunst te imiteren.

De samenhang tussen Mizees persoonlijke, essayistische faxen en haar autobiografische fictie maakt haar oeuvre – gekenmerkt door een uitmuntende stijl, een betekenisvolle inhoud en een sterk beeldend vermogen – tot één groots kunst- en levenswerk

Boeken van Nicolien Mizee:

  • Allesverpletterende. Faxen aan Ger, Van Oorschot, Amsterdam, 2019, 320 p.
  • Moord op de moestuin, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2019, 239 p.
  • De porseleinkast. Faxen aan Ger, Van Oorschot, 2018, 455 p.
  • De kennismaking. Faxen aan Ger, Van Oorschot, 2017, 393 p.
  • De halfbroer, Nijgh & Van Ditmar, 2015, 240 p.
  • Schrijfles, Nijgh & Van Ditmar, 2009, 80 p.
  • En knielde voor hem neer, Nijgh & Van Ditmar, 2006 (heruitgave in 2013), 144 p.
  • Toen kwam mijn moeder met een mes, Nijgh & Van Ditmar, 2003 (heruitgave in 2013), 192 p.
  • Voor God en de Sociale Dienst, Nijgh & Van Ditmar, 2000 (heruitgave in 2019), 160 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.