Publicaties
Torenmuziek als levend erfgoed. De beiaard in de eenentwintigste eeuw
0 Reacties
Belfort van Ieper © Andreas Dill
Belfort van Ieper © Andreas Dill Belfort van Ieper © Andreas Dill
kunst

Torenmuziek als levend erfgoed. De beiaard in de eenentwintigste eeuw

De beiaard belegen? Sinds begin deze eeuw en vooral na de erkenning door UNESCO in 2014 hebben beiaard en publiek elkaar weer gevonden.

Het was opmerkelijk nieuws in november 2014: de beiaardcultuur in België werd door de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur UNESCO erkend als een voorbeeldpraktijk voor de omgang met immaterieel cultureel erfgoed. Die internationale appreciatie stond in schril contrast met het belegen imago dat de beiaard al meer dan een halve eeuw heeft in zijn streek van oorsprong. Maar sinds de UNESCO-erkenning is het tot een aantal gemeentebesturen doorgedrongen dat ze belangrijk erfgoed in huis hebben en zijn lokale beiaardiers als erfgoeddragers in lokale kranten verschenen.

Intussen hangt de ingekaderde UNESCO-oorkonde in de klavierkamer van de meeste Belgische beiaardtorens. Wat heeft de VN-organisatie ertoe bewogen een cultuurproduct te erkennen dat in zijn geboorteland weinig bekend is, ondanks zijn manifest publieke karakter? En hoe proberen beiaardiers in de Lage Landen de verbinding met het eenentwintigste-eeuwse publiek te herstellen?

Dat beiaardmuziek vandaag nog bestaat, is opmerkelijk. Vanaf zijn ontstaan in de zestiende eeuw tot het jaar 1800 had de beiaard nog een functioneel nut als lokaal muzikaal massamedium. Nadien is zijn natuurlijke rol in de samenleving weggedeemsterd ten voordele van achtereenvolgens pianola, draaiorgel, grammofoon, radio, cd en streaming. Niettemin is de beiaard goed bezig een aantal van zijn opvolgers te overleven.

Een centrale rol daarin had de Mechelse stadsbeiaardier Jef Denyn (1862-1941). Hij verbeterde rond 1890 de mechanische inrichting van de beiaard, bracht tussen 1900 en 1930 de Mechelse maandagavondconcerten naar een ongeziene populariteit en richtte in 1922 met een paar stadsgenoten en met behulp van Amerikaanse dollars een beiaardschool op. Die laatste is vandaag internationaal nog altijd toonaangevend. Zonder Denyn was er geen moderne beiaardkunst geweest.

Paradoxaal genoeg zaaide Denyn ook de kiemen van wat later zou leiden tot een verwijdering tussen de beiaard en zijn publiek. Denyn ijverde voor een emancipatie van de beiaard van een folklore-instrument tot een volwaardig concertinstrument. Daartoe ontwikkelde hij een virtuoze en expressieve stijl met tremolospel, en gaf hij de aanzet voor een “klassiek” repertoire van oorspronkelijke beiaardmuziek. Maar de muziek die bij Denyn verbluffend en magisch klonk, werd later onder de vuisten van mindere beiaardgoden veeleer opdringerig en irritant.

Het is opmerkelijk dat beiaardmuziek vandaag überhaupt nog bestaat

In Nederland voltrok zich een vergelijkbare evolutie. Door het enthousiasme dat gepaard ging met wederopbouwcultuur na de Tweede Wereldoorlog verdubbelde het aantal beiaarden in Nederland in korte tijd. Beiaardiers profileerden zich als podiumkunstenaars met doorwrochte nieuwe beiaardmuziek en met hoogstaande programma’s zoals themaconcerten met beiaardwerk van Henk Badings en Kors Monster, integrale uitvoeringen van suites van Bach en dergelijke. Het grote publiek kon zich echter niet vinden in deze vorm van volksverheffing en de populariteit van beiaardiers bleef beperkt tot een kleine kring liefhebbers.

Beiaard-plus

Omstreeks de recentste eeuwwisseling vonden beiaardiers en het publiek elkaar terug, mede dankzij de mobiele beiaard. Mobiele beiaarden werden al sinds de jaren 1950 gebouwd, maar worden pas recentelijk ingezet op een muzikaal verantwoorde manier. Een pionier was Boudewijn Zwart, onder meer stadsbeiaardier van Dordrecht en Amsterdam, die in 2003 zijn eigen mobiele beiaard liet gieten en daarmee onder de naam Bell Moods concert- en vertelprogramma’s bracht voor jong en oud. Zijn Maastrichtse collega Frank Steijns beschikt sinds 2006 over een mobiele beiaard waarmee hij talloze concerten heeft gegeven met het Johann Strauss Orkest van André Rieu, waarbij hij ook violist is. Het maakt van Steijns vermoedelijk de meest beluisterde beiaardier uit de geschiedenis. Hun Vlaamse collega Koen Van Assche liet samen met Anna Maria Reverté, beiaardier van Barcelona, in 2014 een mobiele beiaard bouwen in de vorm van een vleugelpiano. Deze Bronzen Piano is bestemd voor het concertpodium en wordt voornamelijk ingezet in kamermuziekverband.

Ook op torenbeiaarden is men vandaag creatief aan de slag. “Beiaard-plus” is een verzamelnaam voor uitvoeringen waarbij de beiaard buiten de lijntjes kleurt en optreedt in combinatie met andere instrumenten of kunstuitingen. De spectaculairste toepassing is de massacantus met beiaard die in 2000 voor het eerst plaatsvond op het Leuvense Ladeuzeplein en die vandaag wordt georganiseerd in de meeste Vlaamse studentensteden. In 2010 werd in Brugge een muzikaal dictee georganiseerd op de beiaard van het belfort en in hetzelfde jaar mocht het publiek het beroemde instrument zelf bespelen tijdens het zogenaamde kakofonieconcert. In 2017 speelde de Antwerpse kathedraalbeiaard samen met kindergroep K3 en de dj’s Dimitri Vegas en Like Mike.

Vandaag wordt in haast elke beiaardstad geregeld een beiaard-plusconcert georganiseerd. Beiaard-plus brengt de beiaard onder de aandacht van het grote publiek. Toch blijven de “gewone” beiaardbespelingen de kern van de beiaardcultuur. Zij zijn bij uitstek sfeerbepalend voor de steden van de Lage Landen.

Vandaag beseffen beiaardiers beter dan vroeger dat hun repertoire zich dient aan te passen aan het intrusieve karakter van hun instrument en aan de diversiteit van hun publiek. Vaker dan vroeger spelen zij muziek die past bij gebeurtenissen met een publieke relevantie, of het nu de euforie om de kampioenschapstitel van de lokale sportclub is, of de collectieve ontreddering na een terroristische aanslag is. Zij nemen daarin de communicatieve rol op die luidklokken vroeger speelden.

Wanneer musici sterven, treuren beiaardklokken mee door de grootste hits van de overledene over de stad uit te strooien. Het jaar 2016 was op dat vlak bijzonder druk, toen een groot aantal beiaardiers in de Lage Landen muzikale in memoriams speelden voor David Bowie, Eddy Wally, Prince, Toots Thielemans en Leonard Cohen. Deze bespelingen worden via de sociale media gedeeld, die daarmee het oude muzikale medium ondersteunen. Ook krijgt het publiek zelf inspraak in de muziek die klinkt op de beiaarden, onder meer met Jukebells, een online platform waarop het publiek kan stemmen welke nummers het op de beiaard van zijn stad wil horen.

Dat de beiaard de popmuziek heeft ontdekt, betekent niet dat klassieke muziek taboe geworden is. Het beiaardrepertoire plooit zich naar de eigenheid van elke stad. Zo brengt de beroemde zeventiende-eeuwse beiaard van de Utrechtse Domtoren met barokprogramma’s het publiek elk jaar in de sfeer van het Festival Oude Muziek. Tegelijkertijd stemmen beiaardiers hun repertoire vandaag ook af op de realiteit van de superdiverse samenleving. Een mooi initiatief in dit verband is het Groot Rotterdams Songbook. De drie Rotterdamse beiaarden spelen in 2018 en 2019 kinderliedjes van de honderdzeventig nationaliteiten die in de stad samenleven. Dit project toont overtuigend aan dat de beiaard een krachtige hefboom kan zijn tot maatschappelijke verbinding.

Beiaardiers stemmen hun repertoire vandaag af op de realiteit van de superdiverse samenleving

Haast alle beiaarden in de Lage Landen beschikken naast een uitrusting voor handmatig spel over een speelautomaat die de voortgang van de tijd muzikaal begeleidt: de voorslag. Daarnaast zijn er tientallen spellen met een beperkt aantal klokken die alleen automatisch spelen. Beiaardiers hebben de neiging om het belang van automatische beiaardmuziek te onderschatten of haar rol te beperken, al dan niet uit angst voor een mogelijke totale automatisering van beiaardmuziek. Maar door zijn hoge speelfrequentie is de beiaardautomaat de sfeerbrenger bij uitstek in de stad. Het is dan ook van belang dat lokale besturen of beiaardiers een actiever beheer uitoefenen over het repertoire van de automaat. Onlangs mocht het publiek in onder meer Diest, Gent en Menen voorstellen doen voor nieuwe voorslagmuziekjes.

De positie van de lokale beiaardier verschilt sterk. De meesten spelen in dienst van een gemeentebestuur, maar er bestaan haast evenveel statuten en verloningsniveaus als er beiaardiers zijn. Momenteel ontwikkelt de Vlaamse Beiaardvereniging samen met de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten een uniform vergoedingssysteem waarin ook de lokale pr-taken van een beiaardier en zijn studiearbeid op het oefenklavier worden gehonoreerd. In Wallonië is het engagement van de gemeenten lager en spelen sommige beiaardiers haast op vrijwilligersbasis. In Nederland hebben de gemeentelijke besparingen sinds 2012 diep gesneden in de lokale beiaarddynamiek. In een aantal gemeenten werd de beiaardiersfunctie geschrapt, gereduceerd of overgeheveld naar een stichting. Vandaag lijkt de ergste storm voorbij en wordt voorzichtig weer gebouwd aan een versteviging van de beiaardwerking.

Dat de beiaard de popmuziek ontdekt, betekent niet dat klassiek nu taboe is

Positief is ook dat steeds meer torens worden opengesteld voor het publiek, dat zo kan kennismaken met beiaarderfgoed. Naast het belfort van Brugge, dat jaarlijks enkele honderdduizenden bezoekers ontvangt, zijn de twee enorme beiaarden in de Mechelse Sint-Romboutstoren met bijna veertigduizend beklimmers per jaar een topper aan het worden. Op de begane grond zijn rijke collecties beiaarderfgoed te zien in het Nationale Beiaardmuseum Klok & Peel in Asten en in het Museum Vleeshuis in Antwerpen.

De Lage Landen zijn het enige gebied ter wereld waar haast elke stad en de meeste grotere gemeenten beschikken over een beiaard. In de stadscentra van Amsterdam, Rotterdam, Mechelen en Leuven klinken zelfs drie of meer toreninstrumenten. Daardoor ontstaat de indruk dat de Lage Landen volgebouwd zijn en dat er geen ruimte meer is voor nieuwe beiaarden. Een beiaard heeft echter een beperkt klankbereik en op vele plaatsen is er dan ook potentieel voor nieuwe instrumenten. De recente realisatie van nieuwe beiaarden in Vleuten, Neerpelt en Puurs toont aan dat ook kleinere woonkernen aan charme en identiteit winnen dankzij beiaardmuziek, en het kan een nieuw elan betekenen in de beiaardbouw. De wereldwijde productie van beiaarden is sterk geconcentreerd in de Lage Landen, met klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts in het Noord-Brabantse Asten als marktleider.

In Frans-Vlaanderen, een van de historische kernregio’s van de beiaardcultuur, gaat het er qua vernieuwing kalmer aan toe. De beiaard is er diepgeworteld in de traditie, zoals blijkt uit de verbinding die in Douai en andere steden wordt gelegd met de lokale reuzencultuur. Op verschillende beiaardtorens klinkt dan ook de Reuzegom als voorslagmelodie. De Frans-Vlaamse beiaardcultuur kreeg in 2008 een onverwachte impuls dankzij de film Bienvenue chez les Ch’tis. Regisseur Dany Boon speelt daarin de rol van Antoine Bailleul, postbode in Bergues en beiaardier van het lokale belfort. De film – die 20 miljoen kijkers trok en het stadje Bergues tot toeristische trekpleister promoveerde – liet de wereld kennismaken met de traditie van het beiaardspel in de Lage Landen.

Zulke massale belangstelling valt de beiaardcultuur niet elk jaar te beurt. Toch werpt de aangehouden inzet van beiaardiers en andere beiaardwerkers steeds meer vruchten af. Beiaardgemeenschappen in de Lage Landen profileren de torenmuziek steeds meer als levend erfgoed en geven vorm aan de eisen die UNESCO sinds 2014 stelt aan de beiaardcultuur van de eenentwintigste eeuw.

Dit artikel is verschenen in Ons Erfdeel 2/2018, pp. 110-113

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be