Publicaties
Terug naar de IJzer IX
0 Reacties
© Katrien Vandenberghe
© Katrien Vandenberghe © Katrien Vandenberghe
Reeks: Terug naar de IJzer
maatschappij

Terug naar de IJzer IX

Stavele-Diksmuide(-Stavele)

De IJzer stroomt door het onderbewustzijn van Katrien Vandenberghe. Dit voorjaar wandelde ze langs de stroom en volgde de GR 130. Terug thuis noteerde ze haar ervaringen.

Vanaf Stavele moet de ‘GR de l’Yser’, in se een wandelroute, goed te fietsen zijn. Ik start bij de Stavelebrug, IJzerstraat. Daarvóór heb ik me met de auto nog eens overgegeven aan het oude vertrouwde bochtenwerk vanaf Gyverinckhove richting Beveren-IJzer, langs een paar van de plekken uit mijn jeugdstreek die soms de achtergrond vormen in mijn dromen – iets waar ik me vreemd genoeg pas de laatste jaren van bewust ben – en waarvan ik er vorige etappe nog een met een schokje herkende.

Schapen, vogels en bruggen

Het is een mooie, ijzeren ophaalbrug, in Stavele over de IJzer. Ze dateert van 1945 en is overgeplaatst uit Elzendamme toen daar de nieuwe weg (annex brug) Ieper-Veurne werd aangelegd. Bruggen, molens, kiosken: het blijft niet staan waar het stond.

Het jaagpad is rijkelijk bemest. Algauw lopen in de berm bonte schapen te grazen, die over het pad banjeren maar zonder moeilijk te doen opzijgaan. Een paar stoer-zwarte lammeren hebben een wit kroesje op hun kruin. Hier en daar is een pluk wol gedropt. Er wordt niet geblaat. Wel hoor ik op mijn weg onbedaarlijk gejoel van kieviten, getsiftsjaf, alarmerige klaroenstoten van fazanten, krassend geclaxonneer van meerkoeten (soms in de lievere, angstiger vertolking van het waterhoentje) en het zangerige zuchten van een zo goed als lekke voorband. Mijn mond houd ik in tegenstelling tot oren en ogen zoveel mogelijk dicht: er vliegen veel insecten, zelfs ver voorbij de sporen van het groepje schapen. Weer drijven futen zomaar op de IJzer. Als ik de fotogenieke vogel op de gevoelige plaat wil vastleggen, steekt hij volgens de aloude wetten van zijn soort zijn kop in het water, en bij uitbreiding zijn hele lijf, om tien meter verderop na geruime tijd weer boven te komen.

Bij de Eversambrug, een nieuwe voetgangers- en fietsbrug, hebben jongeren – hoorbaar West-Vlamingen, op een universeel ‘what the fuck’ na – hun bivak opgeslagen op de rechteroever.

Weer een fiets- en voetgangersbruggetje, oud en bijna Van Goghiaans, vlak voorbij de brug van de baan Ieper-Veurne in Elzendamme. Inmiddels ben ik wel vijf vissers gepasseerd. De paaiplaats werpt zijn vruchten af.

Een vlakke, stille etappe

Het gehucht Fintele, waar de in de twaalfde eeuw uitgegraven Lovaart in de IJzer vloeit, is een soort drielandschappenpunt: het golvende plateau van Izenberge, dat het Franse coulisselandschap opvolgde, loopt ten einde, de broeken aan de rechteroever van de IJzer gaan nog steeds door, en achter de nu bedijkte linkeroever (twaalfde-eeuwse Veurne-Ambachtsdijk) begint het poldergebied. In de dertiende eeuw werden boten met een vernuftige, op vrouwelijke medewerking gebaseerde windas over de dam van de ene rivier in de andere geschoven. Nu is er een sluis, waar met krachtige, trage gratie een blauwe reiger opwiekt. Er zijn aalscholvers (eentje haalt eveneens de verdwijntruc uit) en ‘pie!’-ende scholeksters. Vroeger was hier een ‘hooipiete’, een wegneembare (dus telkens weer op te bouwen) houten brug waarmee landbouwers hun vee en hooi het water over brachten.

Het jaagpad wordt een graspad, dat met wat concentratie fietsbaar is - de berm is kort en duikt de IJzer in. Meidoornbloesemgeur waait me tegemoet. Dan trekt de GR-route de polders in: Groenendijkstraat en de elfde-eeuwse Oude Zeedijk (een eind van de huidige linkeroeverdijk vandaan), waar een vroege veldleeuwerik kwinkeleert en twee patrijzen op een blote akker verstijven in hun rosbruine camouflagekleed. Het landschap is vlakker dan vlak, doorsneden met berietkraagde afwateringskanalen. Wanneer de IJzertoren in beeld komt een laatste halte in het verstilde Sint-Jacobskapelle, met een na WOI (waarin hier zwaar is gestreden) heropgebouwd, fraai in het groen verscholen kerkje ter ere van Sint-Jacob-de Meerdere (vandaar de pelgrimsschelp in het moderne beeld ervoor).

Drie minuten na officiële sluitingstijd laat ik mijn voorband oppompen bij de Diksmuidse fietshandelaar Catrysse (‘Sjieke winkel!’ ‘We zijn dan ook een sjieke stad!’). Twee professionele pufjes en het is voor mekaar.

Ik fiets terug zonder van de IJzerloop af te wijken. Blauwe reigers legio. De tegenwind valt. De Knokkebrug, waar Ieperleekanaal en IJzer samenvloeien: in de zestiende eeuw hadden de Spanjaarden hier tegen de hervormingsgezinden Fort Knokke gebouwd, dat onder Lodewijk XIV door Vauban werd versterkt en onder keizer Jozef II is gesloopt.

Ik zie twee Nijlganzen (‘invasieve exoten’), een rat. De laatste Vlaamse otters zijn hier volgens infoborden door de slechte waterkwaliteit ‘de das omgedaan’. Het tentje van de West-Vlaamse jeugd is opgebroken. De vogels verzorgen een avondconcert, waarin een bijzondere solopartij is weggelegd voor een onzichtbaar, naamloos soort rietzangertje. Dit was van begin tot eind een van de allerstilste etappes. In de auto ruik ik toevallig aan de rug van mijn hand: heel anders dan na een dag vertalen.

Reeks:

Terug naar de IJzer

Terug naar de IJzer

Terug naar de IJzer II

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be