Publicaties
Quo vadis, Taalunie? (1980-2020)
0 Reacties
© Pexels
© Pexels © Pexels
taal

Quo vadis, Taalunie? (1980-2020)

Notities bij het Jaarverslag 2019

De Taalunie bestaat dit jaar veertig jaar. Naar aanleiding van het Jaarverslag 2019 gaat hoofdredacteur Luc Devoldere in op het wezen en de uitdagingen waarvoor deze respectabele instelling staat en eigenlijk wij allemaal, gebruikers van het Nederlands.

De Taalunie bestaat dit jaar veertig jaar. Op 9 september 1980 sloten twee Koninkrijken, België en Nederland, een verdrag over de taal die ze gemeenschappelijk hadden, het Nederlands. Daar hadden Vlamingen lang op aangedrongen. Nederlanders gingen uiteindelijk overstag. Later werd België vervangen door Vlaanderen, en kwam Suriname erbij. Vandaag wordt ook met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten samengewerkt binnen raamovereenkomsten. Daarmee zijn alle landen waar het Nederlands een officiële taal is, bij de Taalunie betrokken. In januari 2020 is ook een overeenkomst ondertekend tussen het Algemeen Secretariaat van de Taalunie en de Afrikaanse Taalraad in Zuid-Afrika om het Nederlands en het Afrikaans verder te ondersteunen, met name door kennis uit te wisselen en partijen bij elkaar te brengen.

Veertig jaar is een cruciale leeftijd voor een instelling: matuur genoeg om zichzelf zonder angst af te vragen waarvoor ze op aarde is en nog soepel genoeg om zich te overstijgen. De Taalunie is opgezet als een eerbiedwaardige, misschien te eerbiedwaardige instelling. De optuiging was doordacht maar niet altijd even wendbaar: met een Comité van ministers van onderwijs en cultuur uit Noord en Zuid, een Interparlementaire commissie van volksvertegenwoordigers uit parlementen in Nederland en Vlaanderen, een Raad die adviseert en een Algemeen Secretariaat dat uitvoert. Al deze organen hebben hun wel en wee gekend. Maar laat er geen twijfel over bestaan. Wees blij dat de Taalunie bestaat. Want vandaag zou ze niet meer opgericht worden. En er is werk aan de winkel in een wereld waarin zo’n zesduizend talen worden gesproken waarvan er deze eeuw misschien de helft kan verdwijnen. Het Nederlands is niet direct bedreigd. Het heeft een stevige verankering in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen, maar er zijn kapers op de kust.

Ik lees in het Jaarverslag 2019 van de Taalunie dat “uit de resultaten blijkt dat het Nederlands het vooral goed blijft doen, ook online, maar dat het gebruik ervan in het hoger onderwijs en de wetenschap extra aandacht verdient.” Nee, ik zal me hier niet “against English” uitspreken maar wel aandacht vragen voor strategieën om het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal te versterken. Alles ingebed in een politiek van echte meertaligheid. Zo zou het al een winstpunt zijn bij elk internationaal congres af te spreken welke taal men zal gebruiken, welke taal het best gedeeld kan worden.

Het Jaarverslag legt de vinger op de wonde. De eerstkomende jaren gaat het over deze “uitdagingen”: het teruglopen van het leesplezier, de leesvaardigheid en de belangstelling voor de studie Nederlands binnen het taalgebied en de neerlandistiek buiten het taalgebied die in bepaalde regio’s te kampen heeft met een terugloop van studenten en afdelingen.

Voor alle duidelijkheid nog eens dit: “Op heel veel plaatsen in de wereld wordt het Nederlands als vreemde taal geleerd en onderwezen: in het Caribisch gebied, in de buurlanden van het taalgebied – het noorden van Frankrijk, het westen van Duitsland en de Frans- en Duitstalige delen van België – en wereldwijd in meer dan 40 landen aan ruim 130 universiteiten waar neerlandistiek op het programma staat. De Taalunie ondersteunt het onderwijs Nederlands buiten het Nederlandse taalgebied inhoudelijk en financieel. Daarmee versterken we de internationale contacten tussen het Nederlandse taalgebied en andere landen, op economisch, cultureel en diplomatiek vlak.”

De Taalunie kwam te weten dat Nederland en Vlaanderen fors minder besteden dan andere Europese landen (Zweden, Portugal, Duitsland, Polen en Hongarije) aan het buitenlands onderwijs van hun taal. Dat kwam hard aan.

Nederland en Vlaanderen besteden fors minder dan andere Europese landen aan het buitenlands onderwijs van hun taal

Terwijl nochtans uit ander onderzoek bleek dat dat Nederland en Vlaanderen wel veel baat hebben bij een sterk internationaal onderwijs van de taal en cultuur. Een veldanalyse in Polen en Italië wijst uit dat de Nederlandse taal en de Nederlandse en Vlaamse cultuur in deze landen een veel grotere rol spelen dan gedacht, in de handel, het toerisme, de culturele sector, de literatuur, de wetenschap en het onderwijs. Eigenlijk is dit een boodschap voor het Comité van ministers en dus voor de Nederlandse en Vlaamse overheden: investeer in de studie van het Nederlands buitengaats, uit welbegrepen eigenbelang en in het kader van een gerichte en slimme cultuurpolitiek.

Dat Nederlandse en Vlaamse kinderen hun leesvaardigheid zien dalen en minder graag lezen, is dan weer een complex onderwijskundig, cultureel en maatschappelijk probleem, waar ook de om zich heen grijpende digitalisering, het tanend prestige van opleidingen geesteswetenschappen, en dus ook talen, mee te maken heeft. Minder en minder jongeren gaan Nederlands studeren of willen leraar worden. Het vermogen om complexe teksten te lezen en te interpreteren neemt af. Een maatschappelijk probleem van de eerste orde. Want een democratische samenleving heeft mondige en kritische burgers nodig die boodschappen kunnen duiden en ontrafelen. De Taalunie doet wat ze kan, staat klaar om alle betrokken partijen te helpen dat tij te keren. Ze verbindt en versterkt zo bestaande en nieuwe initiatieven. Maar ze kan dit niet alleen aan. Zoveel is duidelijk.

Tot slot nog dit: uit het onderzoek “Vertrokken Nederlands” bleek dat Nederlandse en Vlaamse emigranten vooral behoefte blijken te hebben aan informatie over Nederlandstalig onderwijs en tweetalig opvoeden; aan betere, gratis toegang tot Nederlandstalige televisie, film, radio, nieuwssites, (digitale) kranten en tijdschriften; aan Nederlandstalige boeken en informatie over culturele evenementen in de regio. Ik wijs de Taalunie graag op dit eigenste platform dat daarin een rol kan spelen. Intussen groet ik afscheidnemend algemeen secretaris Hans Bennis en wens ik de nieuwe kapitein Kris Van de Poel alle succes toe. We hebben met zijn allen een slagvaardige Taalunie nodig.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.