Publicaties
Polyfonie in het middeleeuwse landschap
0 Reacties
Bieke Lebbe
Bieke Lebbe Bieke Lebbe
De Franse Nederlanden
kunst

Polyfonie in het middeleeuwse landschap

Bieke Lebbe zingt in verschillende koren, is gids in het Musée de Flandre en houdt van het landschap van Frans-Vlaanderen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ze met enthousiasme het boek Het landschap van de polyfonisten van Paul van Nevel las.

Ik moet het eerlijk toegeven, Vlaamse polyfonie is niet echt mijn ding. Ik heb ondertussen in mijn muzikale carrière al vanalles gezongen: Pergolesi, Mozart, Fauré, Pärt, Nees, … Sommige composities waren al beter verteerbaar dan de andere. Maar nu kreeg ik plots muziek van Jacob Regnart, Jean Mouton en Thomas Créquillon onder mijn neus. Vroege renaissance polyfonisten uit de 15de en/of 16de eeuw. Wat moest ik daar nu mee aanvangen?

Als zanger hou ik van heerlijke barokke muziek zoals de ‘Sind Blitze, sind Donner’ uit de Mattheuspassie van Bach. Expressief met uitdagende vocalises, die de luisteraar in muzikale vervoering brengen. Ja hoor, daar geniet ik als zanger nu echt van.

Maar die polyfonie bood mij geen technisch-vocale uitdaging en géén enkel plezier om te zingen. Dus, om muzikale inspiratie op te doen en deze muziek wat aan te kleden nam ik het boek ‘Het landschap van de polyfonisten – de wereld van de Franco-Flamands’ van Paul van Nevel bij de hand. Het werd boeiende lectuur waarbij de schrijver beweert dat de muziek van de toenmalige polyfonisten beïnvloed was door het landschap waarin ze opgroeiden. Laat me toe om te zeggen dat ik dit eerst toch met een flinke korrel zout nam.

Tot ik op een druilerige zondag onderweg naar mijn werk in het Musée de Flandre te Cassel (FR), mij een bedenking maakte.

Is dit glooiende, mistige landschap rond mij het landschap van deze componisten die nu thuis op mijn pupiter staan? En als dit landschap werkelijk de polyfonisten beïnvloedde, geldt dit dan ook voor de landschapschilders uit die tijd? Et en plus, als ik er van uit ga dat de landschapsschilders het landschap met een zekere ‘realiteit’ geschilderd hebben, kan ik er dan ook de polyfonie in ‘zien’?

Het Vlaamse landschap diende als inspiratie

De nieuwsgierigheid was geprikkeld. Ik ging te rade bij bevriende muzikanten en kunstkenners maar daardoor deinde het onderzoeksveld dan ook steeds verder uit. Want wat met onze madrigalen, onze chansons of onze tapijtkunst, onze retabels, laat staan onze religieuze architectuur?

Om nog het bos door de bomen te kunnen zien, of voor ons muzikanten; een melodie vinden over onze noten heen, werd het onderwerp beperkt tot landschapschilderkunst. Die wordt immers in het Musée de Flandre mooi, als apart thema tentoongesteld.

Het geboorteverhaal van de Polyfonie

Deo Gratias! In de middeleeuwen vulde het éénstemmige Gregoriaans de religieuze bastions van West-Europa en ook de schilderkunst bestond voor de glorie van God, Jezus, de maagd Maria en de vele, vele heiligen uit die tijd. Deemoed en contemplatie waren de kernwoorden en landschappen of landschappelijke inspiratie waren ver te zoeken. Toch kreeg de toeschouwer al een eerste glimp van de wijde wereld, al diende deze enkel om het hoofdonderwerp te benadrukken

Lees verder onder de foto's

Kleuren en muzieklijnen worden gestapeld

In de loop van de eeuwen kennen zowel de landschapsschilderkunst als de muziek een langzame verrijking. Maar vanaf de renaissance (16de eeuw) wordt het pas echt interessant. Zowel de landschapsschilderkunst als de muziekcomposities lijken een gelijkaardige (toevallige?) ontwikkeling door te lopen. Beide worden steeds meer afgestemd op aardse schoonheid en zinnelijke genot. De muziek en de schilders brengen nu langzaam aan kunst om esthetische redenen voort. Zo schilderde Patinir in zijn ‘Landschap met de heilige Christoffel die het Kind Jezus draagt’ voor het eerst een volwaardig, zij het disproportioneel landschap rond de giganteske heilige. Om diepte te creëren en het landschap tot zijn recht te laten komen stapelde hij kleuren (oker – groen – blauw) op.

In de muziek werd de Gregoriaanse eenstemmigheid ook doorbroken. Geleidelijk aan vullen andere stemmen de zang met een parallelle melodie aan. Maar vroege renaissance polyfonisten, zoals Jean Mouton, gaan de stemmen ook gaan stapelen

Gaandeweg neemt de muzikaliteit toe waarbij de stemmen een grotere onafhankelijkheid en ritmische levendigheid krijgen (contrapunt). Het worden eigenlijk vier onafhankelijke gregoriaanse zanglijnen. Bovendien werden deze stemmen ook harmonisch op elkaar afgestemd en dit met meer ‘gedurfde’ akkoorden. In de schilderkunst durfden de schilders ook steeds meer. Zo was de Kortrijkse Savery één van de eerste landschapsschilders die geen religieuze inslag in zijn landschappen verwerkte. Zijn familie is zoals zo velen uiteindelijk ook om geloofsredenen naar de Noordelijke Nederlanden moeten vluchten…

Dat deze ontwikkelingen tegelijkertijd in verschillende kunstvormen hun intrede deden zal wel met de tijdsgeest van de samenleving te maken hebben. Door het humanisme was er een drang naar vernieuwing, naar avontuur en de ontdekkingsreizen hadden sommigen rijk gemaakt. Aan alle voorname families, vorstenhoven en kerken in Europa waren dan ook kunstenaars waaronder schilders en componisten uit de Lage Landen verbonden.

Vlaamse heuvels in de polyfonie

Het is wel opvallend dat er bij deze mecenassen proportioneel gezien veel kunstenaars zaten die als jonge knapen opgegroeid waren in de Lage Landen. Regnard, Créquillon en Mouton incluis. En als ik Paul van Nevel in zijn boek mag geloven, kan je hun landschap nog altijd zien als ik naar mijn werk in Cassel rijd. Meer nog, hij beweert ook dat dit landschap te horen is in de Vlaamse polyfonie.

Een kruisbestuiving tussen muziek en schilderkunst

Mijn echte aha!-moment kwam toen ik las dat de stilte het belangrijkste element was voor de polyfonist. Stilte die op het platteland enkel onderbroken werd door hoefgetrappel, routinematige geluiden en vooral klokkengelui. Deze intense stilte die voor de polyfonisten een draagvlak was. Geen ‘Donner und Blitze’ maar fragiliteit van een stil landschap. En laat het nu net een ruiter, een kraaiende haan, een ruisend korenveld, een kerktoren, een kabbelende beek of spelende kinderen zijn die we vaak op volwaardige landschapsschilderijen terugvinden!

Ja, nu begrijp ik het boek van Paul van Nevel. Zowel de polyfonisten als de landschapsschilders ‘schilderden’ in muziek en beeld het landschap waarin ze opgegroeid waren. Kunnen we dus een verband leggen tussen polyfonie, landschapsschilderkunst en het huidige landschap?

Beïnvloeding door de kindertijd

Is het een brug te ver om te zeggen dat de polyfonisten (onbewust) muziek schreven waarbij de vloeiende lijnen van de contrapunt zijn als de vele heuvels in het Vlaamse landschap, dat hun bijna fanatieke ritmiek onbewust is overgenomen uit de exacte tijdsindeling van het klokkengelui, dat hun repetitieve melodieën van de polyfonie zijn als het repetitieve gezichtsveld waarin ze opgroeiden? Kunnen we ontkennen dat we op de landschapsschilderijen uit de renaissance net die elementen terugvinden die de polyfonie componisten in spe beïnvloed hebben?

Een ding weet ik zeker, een duidelijk antwoord op deze vragen is er niet. Maar ik weet wel dat ik nooit meer een landschapsschilderij van Savery, Patinir, Bruegel of de Momper op dezelfde manier zal bekijken. En de polyfonie, tja, het zal nooit liefde op het eerste zicht zijn. Maar hun muziek is nu plots zoveel rijker geworden. En weet je, volgende keer als ik naar mijn werk ga, verlaat ik de autosnelweg en rij ik langs de slingerende Franco-Vlaamse boerenwegen terwijl ik luister naar Créquillon, Regnard en Mouton.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.