Publicaties
Plantijn was een culturele ondernemer die mensen verbond met boeken
2 Reacties
geschiedenis

Plantijn was een culturele ondernemer die mensen verbond met boeken

Mainz, 1450: Gutenberg ontwerpt MS-DOS. Antwerpen, 1550: Plantijn introduceert Windows. Zo voelt ’s werelds eerste grote communicatierevolutiede boekdrukkunstvandaag aan. Antwerpen kan de uitvinding van de boekdrukkunst niet claimen, maar in die boomtown aan de Schelde vond Christoffel Plantijn (1520-1589) het medium wel voor een tweede keer uit. Vijfhonderd jaar na zijn geboorte kunnen uitgevers nog altijd lessen trekken uit zijn culturele ondernemerschap.

In Mainz eindigden in 1450 de middeleeuwen. Gutenberg installeerde twee houten drukpersen. Hij deed anderhalf jaar over het printen van het eerste gedrukte boek ooit: een groteletterbijbel zonder versiering en zonder illustraties. Een editie van honderdtachtig exemplaren, bestemd voor kerken en kloosters die als intekenaars vooruit hadden betaald. Het restant ging naar een marktkraam in Frankfurt, vijftig kilometer verderop, waarmee ook de eerste Frankfurter Buchmesse een feit was. Maar toen was Gutenberg al lang en breed failliet.

In Antwerpen begon in 1550 de moderne tijd. Plantijn installeerde tweeëntwintig persen. Zo groot was een drukkerij nog nooit geweest, zelfs de beroemdste drukkers in Venetië en Parijs hadden tot dan toe met hooguit vier persen gewerkt. Hij printte op het hoogtepunt van zijn bedrijfsvoering vijfentwintigduizend boeken in één jaar. Genoeg om ieder gezinshoofd in de metropool Antwerpen van een boek te kunnen voorzien. Of om in een provinciale stad als Amsterdam, waar vijfentwintigduizend zielen woonden, zelfs ieder afzonderlijk individu van een boek te kunnen voorzien. In slechts één jaar.

Proto-industrieel

Op dat moment was Plantijn in zijn proto-industriële werkplaats al een kwarteeuw Europa’s pionier van het multidisciplinaire moderne boekenvak. Hij integreerde tekst steeds slimmer met illustraties. Hij varieerde steeds bewuster met indrukwekkende typografische ontwerpen. Hij organiseerde steeds efficiënter tekstuele inhoud. En hij experimenteerde steeds gewaagder met uiteenlopende prijsklassen, formaten en oplagen: een miniatuurgetijdenboekje zo klein als een gummetje, een koorliederenboek zo groot als een tafelblad, zeshonderd exemplaren van een wereldberoemde fraai geïllustreerde anatomische atlas, duizenden sjofele almanakken op grauw papier met trekschuittabellen en horoscopen, regelrechte pulp die aan het eind van het jaar diende als toiletpapier.

Zeven woonhuizen en een klooster had Plantijn in Antwerpen alleen nodig als magazijn om zijn voorraad te kunnen opslaan en ook zijn depot in Parijs puilde uit van het drukwerk. Boeken die hij mondiaal verhandelde, in tonnen versleepte naar de Frankfurter jaarmarkt, in balen verscheepte over de Schelde, naar klanten in de hele Oude en de Nieuwe Wereld. Zijn Hebreeuwse bijbel was te koop in Fez, in Marrakech, in Algiers. Zijn Tridentijnse missaal stond op de altaren in Lima, in Quito, in Veracruz. Zijn polyglotbijbel opende de poort van de verboden stad Peking.

De troost van Plantijn

Terugblikkend op de ontvangst van De woordenaar, mijn biografie over Plantijn uit 2014, viel op dat dit portret van zijn leven een troost bleek te zijn voor boekenmakers van nu. Het boekenvak heeft het moeilijk, in tijden van bezuinigingen in de cultuursector en concurrentie van digitale media.

Maar ook in Plantijns tijd bleek het lastig overleven in het boekenvak, zo leerde zijn levensverhaal. De zestiende eeuw was dan wel de bloeitijd van de boekdrukkunst, maar boeken waren volledig met de hand vervaardigd en dus relatief duur. Het was altijd onzeker of mensen zo’n kostbaar luxe-artikel wilden aanschaffen. Terwijl de consumentenmarkt ook nog vele malen instabieler was dan tegenwoordig vanwege oorlog en drukperscensuur.

Toch kwam een mens met hard werken en heilige overtuiging in nut en noodzaak van het boekenvak een heel eind, liet Plantijn toekomstige generaties uitgevers zien. Deze drukker speelde het nota bene klaar om tot vier keer toe bijna of zelfs helemaal over de kop te gaan – na het kettervervolgingsjaar 1562, de Beeldenstorm van 1566, de Spaanse furie van 1576, de val van Antwerpen van 1585. Maar Plantijn wist steeds weer terug te komen.

Pulp en prestige

Van blijvende historische betekenis is eerst en vooral dat de onvermoeibare Plantijn in handelsmetropool Antwerpen uitgevers leerde een culturele ondernemer te zijn. Hij zorgde voor gegarandeerde inkomsten dankzij een voorspelbaar aanbod, waaronder kalenders en almanakken. Dat waren uitgaven waaraan de uitgever geen enkele beroepstrots ontleende. Dat hij tonnen kalenders en almanakken produceerde, valt niet eens vast te stellen op basis van de spectaculaire collectie boeken in zijn bedrijfsarchief. Want dat sjofele drukwerk bewaarde Plantijn nooit.

Door een gevarieerd fonds te produceren dat bestemd was voor zowel de vetst gemeste spaarpot als de smalste beurs spreidde Plantijn het risico. De winst uit pretentieloos drukwerk als kalenders en almanakken kon hij investeren in risicovolle vooruitstrevende uitgaven: boeken waarmee hij naam hoopte te maken. Daartoe scoutte hij de beste redacteuren die hij voorzag van kost en inwoning, leidde hij zelf zijn zetters op en betaalde hen goed, stak hij goudgeld in typografie en illustratiemateriaal.

Op die manier kon Plantijn unieke boeken uitgeven die ervoor zorgden dat professionele boekenlezers bij hem bleven terugkomen, ook nadat zijn bedrijf over de kop was gegaan. Dit fenomenale drukwerk dat mikte op specialistische lezerspublieken vergde kostbare voorbereidingen. De beoogde clientèle voor wetenschappelijke en literaire boeken was zeker in staat om een groot bedrag neer te tellen, maar ze was ook hoogopgeleid en kieskeurig. Een voorwaarde voor bestendig succes was kwaliteit. Dus succes was waar almanakkendrukker Plantijn compromisloos voor ging.

Koopverslaving

Plantijn leerde uitgevers ook dat cultureel ondernemen inhield: goed nadenken over het boek als object. Hij was een trendsetter op het gebied van typografisch en grafisch ontwerp omdat hij liefde had voor letters en oog voor vorm. Dankzij zijn peperdure letters en illustraties zorgde hij er tegelijkertijd voor dat lezers met de mindere grafische kwaliteit van andere drukkers niet langer genoegen namen. Plantijn veranderde boekenkopers: van boekenlezers die op zoek waren naar inhoud werden ze boekenbezitters die graag een meerprijs betaalden vanwege statusverhogend design.

Ook maakte hij school met zijn klassieke bibliotheek. Het ging om een ijzeren fonds van geijkte Latijnse en Griekse auteurs in slim vormgegeven ontwerpen die, juist omdat ze zo eenvormig werden uitgegeven, klantenbinders waren. Plantijn zette boekenkopers ertoe aan niet alleen boeken te kopen die ze wilden lezen. Ze gingen boeken kopen die ze nodig hadden om de imponerende reeks in hun boekenkast sluitend te maken.

Plantijn begreep dat boeken niet alleen informatiedragers waren maar ook prestigeobjecten. En hij demonstreerde hoe bij boekenkopers een vraag naar cultuur als consumptieartikel kon worden geforceerd die ze zelf eerst niet voor mogelijk hadden gehouden. Niet omdat dit zijn primaire belangstelling genoot. Omdat hij merkte dat het verkocht.

Subversieve geluiden

Gutenberg drukte uitsluitend voor geestelijke instellingen. Kerken en kloosters golden als betrouwbare afnemers die bulkten van het geld. Maar Plantijn drukte in handelsmetropool Antwerpen niet alleen voor wereldlijke en geestelijke instituten – de structuren van de macht. Hij drukte ook voor boeren en burgers. Plantijn werkte niet met de zekerheid van institutionele intekenlijsten en bureaucratische vooruitbetaling. Hij was een handelskapitalist. Dus produceerde hij aanbod en creëerde zelf vraag.

Om succesvol te kunnen ondernemen en nieuwe vraag te creëren, moest een commerciële drukker feilloos aanvoelen wat er speelde in de samenleving. Daarin ging Plantijn andere uitgevers voor als een meester. Hij wist heel erg goed wat er op het spel stond in wetenschap en literatuur. Hij wist exact wat er miste op school en op de universiteit. Hij wist ook als geen ander wat de gemoederen bezighield in de burgerij. Daarom ontwikkelde hij zelf volkstalige schoolboeken en de allereerste volkstalige woordenboeken voor scholieren en schoolmeesters.

Hij wist heel erg goed wat er op het spel stond in wetenschap en literatuur

Zo bevorderde hij alfabetisme en literatuur in de volkstaal – en vergrootte hij in één moeite door zijn afzetmarkt. Hij drukte religieuze boeken voor katholieken en calvinisten, dopers en joden. Zo voorzag hij in de meest brandende leesbehoeften van bovenliggende én onderliggende religieuze gemeenschappen – en verdiende hij gegarandeerd goudgeld: voor een bijbel aten mensen een snee brood minder als het moest.

Nu eens werkte zijn drukwerk normerend, dan weer ondermijnend. Dat maakte Plantijn niets uit. Winstbejag maakt doof en blind – wat dan toch ook een podium biedt aan een subversief geluid.

Binden met boeken

Het knappe van Plantijns culturele ondernemerschap was dat hij onwaarschijnlijk veel tijd en geld investeerde in het agenderen van zijn persoonlijke intellectuele voorkeuren. Daarbij toonde hij zich een maatschappelijk geëngageerde man die zijn zorgen over het toenemende geweld in zijn samenleving als uitgever professioneel wenste te articuleren.

Hij probeerde in te grijpen in de grootste problemen van zijn tijd: de sociale en culturele verdeeldheid in de Nederlanden en de intolerante religiepolitiek van het landsbestuur dat op een godsdienstoorlog aanstuurde. In een tijd van verharding hoopte Plantijn de mensen te binden met boeken. Hij produceerde studiebijbels die een religieuze dialoog adviseerden en woordenboeken die een eenheidstaal propageerden.

Plantijn stak zijn nek uit met zijn polyglotbijbel waarvoor hij van ketterij verdachte redacteuren inschakelde, om vervolgens een door landsheer Filips II uitgezonden inquisiteur op zijn dak te krijgen. De uitgever was bereid om door het stof te gaan voor Filips om de polyglotbijbel, zijn levenswerk, te kunnen drukken. Cultureel ondernemerschap was uiteindelijk persoonlijk en politiek: dat liet Plantijn boekenmakers zien.

Humane held

Sinds het verschijnen van De woordenaar is de situatie in het boekenvak er niet rooskleuriger op geworden. In hoeverre biedt het verhaal van Plantijn ons nu precies troost, zoals in recensies van De woordenaar te lezen viel? Natuurlijk kunnen boekenmakers in alle tijden kracht ontlenen aan zijn heroïsche inzet voor het boek. Iedereen heeft helden nodig: laat Plantijn absoluut de held van alle boekenmakers zijn.

De troost zit hem in het herkenbaar humane van zijn professionele overlevingsstrijd, die wel eens lelijk was en zo opportuun als maar kon. Alles van waarde is weerloos, nu en in alle eeuwen. De troost zit hem niet in Plantijns succes. De troost zit hem in zijn levenslange vastberadenheid goede dingen te willen blijven maken tegen de klippen op. Alleen een heilige belandt nooit op het kruispunt waar zielen aan de duivel worden verkocht. Laten we het erop houden dat Plantijn die van hem zo duur mogelijk heeft gesleten.

De rekening van succes

Maar zijn zestiende eeuw is de onze niet en vandaar is de echt harde kern van Plantijns overlevingsstrategie niet herhaalbaar voor moderne boekenmakers. In de metropool Antwerpen stelde Plantijn alle concurrenten in de schaduw door zich als handelskapitalist zo onbeschaamd als maar kon te verrijken en tegelijkertijd zijn kans om mensen te informeren en te scholen maximaal uit te buiten. Het ambachtswezen zou na Plantijn nooit meer hetzelfde zijn.

Het is frappant dat vóór Plantijn generaties drukkers zich een eeuw lang keurig hielden aan middeleeuwse gildereglementen voor oudere ambachten die productiegroei en winstvergroting structureel ontmoedigden. Gilden zagen er als ondernemersorganisaties streng op toe dat slechts een uiterst beperkt aantal nieuwe ambachtsmeesters een bedrijf mocht openen. Iedere ambachtsmeester was verplicht zo min mogelijk werknemers in dienst te nemen, het aanbod klein te houden, de kwaliteit hoog, de prijzen gelijk: zo kon iedere werkplaats een solide afzetmarkt worden gegarandeerd en hadden alle werknemers altijd brood op de plank. Binnen die veilig gereguleerde wereld produceerden drukkerswerkplaatsen in feite eerder op bestelling dan voor de vrije markt.

Plantijns rekening kwam in slechte tijden ten laste van zijn niet beschermde werknemers

Plantijn lapte alle middeleeuwse gildereglementen aan zijn laars. Hij zette zoveel persen neer als hij kon en hij nam tientallen mensen in dienst. Mannen met gezinnen, die hij net zo hard weer op straat zette wanneer er in tijden van economische malaise in zijn bedrijf moest worden bezuinigd. Want voor succes wordt altijd een rekening betaald door de zwakste partij. Het overleven van zijn familiebedrijf was voor de uitgever begrijpelijk genoeg prioriteit nummer één: zijn onderneming moest een vrouw, vijf dochters, vijf schoonzonen en tweeëntwintig kleinkinderen onderhouden.

Plantijns rekening kwam in slechte tijden ten laste van zijn werknemers die niet door sociale wetgeving werden beschermd. En overigens ook van zijn auteurs. Want de zestiende eeuw kende geen copyrightwetgeving, zodat uitgevers geen betaling aan schrijvers verschuldigd waren voor de boeken die ze verkochten.

Kwetsbaar werk

Tijdens het schrijven van deze bijdrage naar aanleiding van de Plantijnviering in Antwerpen sloot in Nederland alweer een kleine kwaliteitsuitgeverij de deuren. Vantilt uit Nijmegen was een kwarteeuw lang een onafhankelijk uitgevershuis voor non-fictie. Plantijn zou zijn hart hebben opgehaald aan het culturele ondernemerschap dat ten grondslag lag aan Vantilts meesterlijkste uitgave: 1001 vrouwen. Dat is een intensief onderzocht naslagwerk op het gebied van vrouwengeschiedenis, onder redactie van historica Els Kloek en vormgegeven door grafisch ontwerpster Irma Boom. Slim sprak dit maatschappelijk buitengewoon geëngageerde boek twee heel verschillende groepen cultuurconsumenten aan: kopers van boeken en kopers van kunst. Het werd onlangs nog verkozen tot Beste Geschiedenisboek Aller Tijden.

De uitgever heeft verklaard dat de relatief hoge overheadkosten van een kleine uitgeverij niet langer zijn op te brengen, mede doordat de markt voor studieboeken en proefschriften – de almanakken van Vantilt – instort ten gevolge van de anglicering van de Nederlandse universiteit. Er is minder dan een Spaanse furie nodig om kwetsbaar modern uitgeverswerk tot een halt te brengen.

Het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen viert vijfhonderd jaar Plantijn met diverse expo’s en evenementen. Het volledige feestprogramma vind je hier.
JefVanStaeyenFlag

Antwerpen mag zich ook herinneren dat Plantijn een vreemdeling was, een anderstalige, afkomstig uit een zeer verre stad, die het jaar na zijn aankomst volledige burgerrechten kreeg.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.