Nisrine Mbarki Ben Ayad vertelt in ‘Kookpunt’ verhalen die je zelden leest in onze literatuur
Met fonkelende taal borduurt Nisrine Mbarki Ben Ayad in haar prozadebuut de levensverhalen van haar personages, veelal met een migratieachtergrond, op het wandtapijt van de wereldgeschiedenis.
De tramrit van mijn appartement in Schaarbeek naar het Brusselse Noordstation is niet meer dezelfde sinds ik Kookpunt van auteur, vertaler én kersvers Dichter der Nederlanden Nisrine Mbarki Ben Ayad heb gelezen. Wanneer tram 25 piepend de hoek omslaat van de Rogierlaan richting het Liedtsplein komen de geuren en geluiden uit ‘Zalamit’, een van de verhalen van Mbarki Ben Ayads prozadebuut, onvermijdelijk aangewaaid. In enkele penseelstreken zet de auteur, die in 2022 debuteerde met de veelgeprezen dichtbundel Oeverloos, een personage neer dat zich “in de oksels van Brussel” nestelt en op het Liedtsplein in de avondzon geniet van een biertje en een sigaret.
Nisrine Mbarki Ben Ayad schrijft over kleine mensen die zich in de marge van de grote gebeurtenissen met vallen en opstaan door het leven bewegen © Willemieke Kars
Door de aanblik van een man die verdacht veel op zijn voormalige buurman lijkt, moet Yder Ben Abbes terugdenken aan zijn oude straat en haar bewoners in Algerije, waar hij opgroeide. Getriggerd door de geur van eucalyptus, uitlaatgassen en köfte ontvouwt zich een pijnlijk liefdesverhaal op de tonen van het nostalgische chaâbi-nummer ‘Ya Rayah’ van Dahmane El Harrachi. In dat verhaal zoomt Mbarki Ben Ayad niet alleen in op de bijna hoofse amourette tussen het hoofdpersonage en zijn mysterieuze buurvrouw met een revolutionair verleden, maar besteedt ze ook aandacht aan doodgezwegen hoofdstukken uit de Frans-Algerijnse geschiedenis. De Franse bezetter voerde in de jaren 1960 kernproeven uit in de Algerijnse woestijn, en bedong bij de onafhankelijkheidsakkoorden dat het die sites nog enkele jaren mocht blijven gebruiken – die beslissing liet een blijvende radioactieve erfenis na in de regio én in de herinnering van het hoofdpersonage. En dat is niet het enige grimmige historische hoofdstuk dat Mbarki Ben Ayad in ‘Zalamit’ belicht: ook de verdeling van het Afrikaanse continent door Europese grootmachten tijdens de Conferentie van Berlijn in 1884 en de door Amerikaanse en Belgische overheden bestelde moord op Patrice Lumumba passeren de revue.
Wat veel voor één verhaal? Dat lijkt misschien zo, maar Mbarki Ben Ayad laat de wreedheden van de (neo)koloniale systemen slechts op de achtergrond meezinderen in ‘Zalamit’, en bij uitbreiding in Kookpunt. Bovenal stelt ze scherp op de verhoudingen tussen haar personages: kleine mensen in de marge van de grote geschiedenis, veelal met een migratieachtergrond, die zich met vallen en opstaan door het dagelijkse leven bewegen en zich onderweg laten meevoeren door alledaagse handelingen en herinneringen. Tegelijk toont Mbarki Ben Ayad het blijvende effect van cynische geopolitiek op gewone mensenlevens. Die benadering maakt Yder Ben Abbes’ ervaringswereld invoelbaar, en dan vooral zijn verlies; niet alleen van een liefde, maar ook van een land. Hoe kan je dan nog onbewogen blijven wanneer tram 25 je langs de kappers en kebabzaken op het Liedtsplein voert?
Mbarki Ben Ayad toont het blijvende effect van cynische geopolitiek op gewone mensenlevens
De genres die Mbarki Ben Ayad in Kookpunt bedrijft, variëren van realistische coming-of-age en hilarische satire tot magisch-realisme en sciencefiction. Toch hanteert ze een gelijkaardige benadering in elk van haar zeven verhalen die zich tussen 1961 en 2061 afspelen in zeven verschillende steden, van Brussel tot Utrecht, van Parijs tot Damascus. Het resultaat is een verhalenbundel die tegelijk een veelstemmige roman is, want de verhalen haken op elkaar in, subtiele motieven als moedervlekken en moerbeibomen, maanvormige littekens en citaten van de Frans-Martinikaanse schrijver Frantz Fanon keren als echo’s terug, personages wandelen doodleuk in en uit de verhalen.
Elk van de hoofdstukken is een feest voor de zintuigen waarin Mbarki Ben Ayad de levensverhalen van haar personages met fonkelende taal borduurt op het wandtapijt van de wereldgeschiedenis. Die oefening resulteert in een alternatief voor de foutieve wereldkaart die tot vandaag in talloze westerse klaslokalen hangt. De Mercatorkaart toont een opgeblazen Europa boven op een gekrompen Afrika, dat veertien keer kleiner is dan het continent zou moeten zijn. De laatste pagina’s van Kookpunt bevatten een wereldkaart die de correcte verhoudingen hanteert en die ook de vaak moedwillig vergeten historische gebeurtenissen uit haar verhalen op de continenten prikt: van het vertrek van het eerste VOC-schip naar Amerika (1609) en de Bandungconferentie (1955) tot de verdrinking van Algerijnen in Parijs (1961) en de Broodoproer in Casablanca (1981).
Monument aan de Pont Saint-Michel in Parijs ter herdenking van de Algerijnen die in 1961 in de Seine werden verdronken© Wikimedia Commons
Op die manier hertekent Mbarki Ben Ayad met Kookpunt de eenzijdige eurocentrische voorstelling van de geschiedenis, teruggrijpend op enkele versregels uit haar poëziedebuut Oeverloos (waarop eveneens een wereldkaart prijkte):
mijn zoon wil nu al de wereld in
de oude erfenis stopt hier
hij zal een nieuwe wereldkaart moeten tekenen
de onze is nog nat van het bloed en achterhaald
Dat het koloniale bloedvergieten bijlange niet is gestopt, laat Mbarki Ben Ayad zien in het titelverhaal, misschien wel het mooiste hoofdstuk, waarin alle thema’s van het boek samenkomen en ja, tot een kookpunt worden gebracht. Net als in veel van de andere verhalen ontmoet de lezer er een hoofdpersonage dat de tijd neemt om koffie te maken:
Het gaat om de handeling, het vullen van de ketel, het aansteken van het vuur, de tijd die het in beslag neemt, het tikkende geluid van het koken, het wachten, de stoom en het uitzetten van het vuur. Elke handeling, een moment in je leven.
Bijzonder mooi ook toont Mbarki Ben Ayad hoe het koffiezetten voor sommigen een ritueel kan zijn waarin de handelingen van vorige generaties meeklinken: “Je handen maken dezelfde beweging als je grootmoeder.”
Met Kookpunt hertekent Mbarki Ben Ayad de eenzijdige eurocentrische voorstelling van de geschiedenis
Zoals elders in de roman zorgt de sprong van 99 naar 100 graden in dit verhaal voor een kantelpunt. Terwijl ze water opwarmt, denkt het hoofdpersonage terug aan haar droom van die nacht waarin zijzelf, haar vriendin en hun kinderen in een kelder werden doodgeschoten door soldaten van een bezettend leger die haar “zoons [hadden] kunnen zijn, met hun zwarte haar en donkere ogen”. Helaas klinkt dat niet louter als een nachtmerrie, maar als de bittere realiteit van de genocide die zich sinds 2023 in Gaza voltrekt en die enkele zinnen later ook zo wordt benoemd. Treffend is hoe verwijzingen naar oorlogsgeweld gesponsord met Amerikaans en Europees geld worden verweven met het dagelijkse ritueel van het koffiezetten:
Je plaatst een filter en schept twee maatlepels arabica in de filterhouder, dan giet je langzaam het kokende water over de koffie, je wacht tot het doorgelopen is en giet weer, de kan vult zich traag.
Je duwt het raam van de keuken open en de frisse ochtendlucht stroomt naar binnen. De genocide begon drie jaar geleden en is nu nog steeds gaande, de bommen vallen nog steeds in jouw naam op mensen met jouw naam.
Alles bestaat naast elkaar: ondanks de gruwel geniet het hoofdpersonage van de zomerochtend, ruikt de bloeiende jasmijn uit het open raam, luistert naar een nummer van de Libanese legende Fairuz en kijkt naar de dans van pimpelmezen: “Alles is goed zoals het is op dit oneindige punt.” Tegelijk is ze zich intens bewust van haar plaats in de wereld en de geschiedenis. Net als in Oeverloos situeert Mbarki Ben Ayad deze huiselijke scènes in een Amsterdamse wijk die vóór de Tweede Wereldoorlog bevolkt werd door Oost-Europese joden van bescheiden komaf. Een besef van die historische inbedding is noodzakelijk, zo stelt het hoofdpersonage, want “om te begrijpen waar je leeft en wie je bent moet je weten wie je voorgingen”. In haar gedachtestroom tijdens het koffiezetten linkt ze de razzia’s van 1943 aan jeugdherinneringen waarin ze structureel racisme ervaarde en belaagd werd door skinheads. Dat maatschappelijk en historisch bewustzijn deelt ze echter niet met iedereen: “Je buurtgenoten leven hun levens alsof er niets aan de hand is, maar niemand is onschuldig.” En dan, wanneer ze een kopje bittere koffie aan haar lippen zet, lijkt er iets te kantelen: “je huid is donkerder dan gisteren. Alles is nog hetzelfde, je bent alleen vele tinten donkerder.” Vanaf dan neemt het verhaal een magisch-realistische wending die op schrijnende wijze voelbaar maakt hoe mensen met een niet-witte huid onzichtbaar worden gemaakt in westerse samenlevingen.
Mbarki Ben Ayads beknopte roman weet een opvallende thematische eenheid te bewaren
Met Kookpunt voegt Mbarki Ben Ayad een veelomvattende en tegelijk gecondenseerde roman toe aan haar oeuvre. Van invoelbare vignetten over migratie tot momenten van spirituele extase in een Aramese kerk; van reflecties over het moederschap (“Het hart van een moeder is fucking groot, a sahbi, een soort oceaan of universum”) tot Arabische hymnen opgedragen aan Maria; van verwijzingen naar het werk van dekoloniale denkers tot de gedetailleerde world-building van een unheimlich Amsterdam in 2061 waar natuurlijke zwangerschappen verboden zijn: Mbarki Ben Ayads beknopte roman weet een opvallende thematische eenheid te bewaren én maakt tegelijk ruimte voor een veelheid aan verhalen over mensen die veelal geen stem krijgen in Nederlandstalige fictie.
Zo lijkt Kookpunt aan te sluiten bij The Carrier Bag Theory of Fiction van auteur Ursula K. Le Guin, een essay uit 1986 waar schrijvers en kunstenaars de laatste jaren graag naar verwijzen. Tegenover het dominante verhaalmodel – de heldenplot gedreven door conflict, climax en overwinning waarin strijd en (al dan niet metaforische) wapens centraal staan –, stelt LeGuin het draagtasmodel. Dat is een verhaalvorm die niet draait om een held die een vooropgesteld doel wil bereiken, maar om het bijeensprokkelen en vervoeren van de meest uiteenlopende ervaringen, stemmen en relaties, zoals een tas die onderweg verzamelde voorwerpen bijeenhoudt.
Een gelijkaardige tas verschijnt ook in het verhaal ‘Zalamit’. Wanneer Yder Ben Abbis op een Schaarbeeks terras kijkt naar het veelkleurige schouwtoneel dat zich op het Liedtsplein voltrekt, valt zijn oog op de blauw-roze geruite boodschappentassen waarin voorbijgangers hun boodschappen versjouwen: “Le Sac Tati heeft het straatbeeld nooit verlaten.” Omdat er zoveel in opgeborgen kan worden, wordt die iconische plastic tas vaak als transportmiddel gebruikt door mensen die tussen landen reizen, en wordt daardoor als een symbool voor migratie gezien. Is Mbarki Ben Ayads oeuvre ook zo’n tas? Ze heeft in elk geval een prachtige vorm gevonden waarin ze een vracht aan verhalen en ervaringen voor het eerst naar een Nederlandstalig publiek kan brengen.
Nisrine Mbarki Ben Ayad, Kookpunt, Pluim, Amsterdam, 2025, 160 p.





Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.