Publicaties
Mijn dubbele nationaliteit: Belg en Sleenoviaan
1 Reacties
Wankel
kunst

Mijn dubbele nationaliteit: Belg en Sleenoviaan

Ik heb een dubbele nationaliteit en ik ben blij dat ik ze heb. Ik ben Belg en Sleenoviaan!

U weet niet wat Sleenoviaan betekent? Bent u zo jong? Een Sleenoviaan is een geestelijke onderdaan van Sleenovia, en dat is het Land, het Keizerrijk, de Wereld, die werden geschapen door Marc Sleen, striptekenaar bij de genade Gods in de tweede helft van de twintigste eeuw, vormgever van een stuk Vlaamse volkscultuur.

De grote held van zijn Rijk was en blijft Nero, keizer van onze getekende kolderkunst. Jarenlang leverde hij veldslagen tegen de USL (de Unie van de Serieuze Landen) en bevocht hij snoodaards, geholpen door vrienden als Madam Pheip, Jan Spier, Petoetje en Patatje, en de supergeleerde jonge Adhemar, die telkens op het kritieke ogenblik de gepaste uitvinding deed. Op het einde van hun strijd, die zo’n dertig pagina’s duurde, zegevierden zij glorierijk aan een rijke feesttafel vol vers gebakken wafels en koele champagne.

Ik hield van hun reine dwaasheid en ik houd er nog van.

Voor mij waren beeldverhalen altijd eerst en vooral dolle humorverhalen, klaar en spontaan getekend, met ruimte voor improvisatie. Dus had Marc bij mij een streepje voor. Ook al waren sommige andere beeldvertellers misschien betere tekenaars. Ik geef graag toe dat ook een warme jeugdvriendschap en herinneringen aan een vrolijke journalistieke samenwerking meespelen in mijn voorkeur.

Tot in 2002, toen Marc Sleen, met de weemoed van een tachtigjarige, zijn tekentafel verliet, stonden De Avonturen van Nero in de kranten waar ook mijn leven aan verbonden was. De trotse artiest wilde niet dat iemand anders zijn werk zou voortzetten. Hij bleef zelf zijn holderdebolderscenario’s bedenken maar zijn tekenpen werd nu vastgehouden door een virtuoze jongere man, de tekenaar Dirk Stallaert, die zorgvuldiger was bij het bouwen van decors en het ontwerpen van auto’s.

Toen Marc in november 2016, op 93-jarige leeftijd, naar een ander en hoger gelegen Rijk vertrok, heeft de uitgever ons getroost met sierlijke heruitgaven van zijn beste verhalen in verzamelalbums. Er ontstond een reeks: De Stallaertjaren. Het is zo’n beetje alsof Sleenovia nu een Pleiade krijgt.

Vanuit mijn eigen tuin naar de grote comicwereld van tegenwoordig kijkend, merk ik dat de populaire familiestrips, waar Sleen-Stallaert bijhoort, het nog altijd doen. Er is wel een dalende tendens in de verkoop. Die heeft te maken met de opkomst van andere mediamiddelen: Netflix, gamingen andere geheimzinnige namen en begrippen die dagelijks op ons afgestormd komen.

Er is nog een oorzaak. Meer en meer krantenwinkels sluiten. Vlamingen kopen almaar minder leespapier. “En ze roken minder sigaretten”, voegt mijn weemoedige winkelier eraan toe. Rond mij zie ik het aantal lezers op kleine beeldschermen groeien. De oude gazettier in mij, wiens ogen en hersens door lange decennia van drukinkt en papier zijn aangetast, glimlacht pijnlijk. Er gaat niets boven het Echte Lezen uit Onze Tijd. Denkt hij en wil hij twijfelend blijven geloven.

En hoe zou het met Suske en Wiske zijn? Ooit waren de geesteskinderen van Willy Vandersteen de voorbeelden waarmee Marc Sleen de concurrentiestrijd moest aangaan en die hem bij de keuze van zijn helden duidelijk voor ogen stonden. Zij stellen het behoorlijk goed in hun Studio. Hun albums halen nog altijd oplagen van om en bij de 100.000 exemplaren. Meer dan de helft daarvan wordt in Nederland verkocht. Suske en Wiske is de enige Vlaamse stripreeks die ook echt in het Noorden is doorgebroken. Zij heeft er dan ook de invloed van ondergaan. Je hoort nog altijd wel ergens een verzamelaar knorren om de hollandisering van zijn vrienden die hun Antwerpse kleur hebben verloren. (Antwerpen heeft altijd jeuk aan zijn noordergrens.)

De tweeling van verschillende ouders heeft ondertussen wel terrein moeten prijsgeven aan De Kiekeboes van de tekenaar Merho, omdat die serie zowel een jong als een volwassen publiek aanspreekt. Zij wordt van dichtbij gevolgd door de stripversie van de F.C. De Kampioenen, waarvan, ongelooflijk maar waar, al meer dan honderd albums zijn verschenen. Het boertige en oubollige televisiefeuilleton van de VRT had en heeft zelf een onwaarschijnlijk succes. Niet het minst bij kinderen! Het heeft zowaar 21 (éénentwintig!) seizoenen lang op het Vlaamse scherm gerollebold en telde 237 (tweehonderdzevenendertig…) afleveringen. In de stille televisiemaanden wordt het nog geregeld herhaald. Mij doet het denken aan de billenkletsers van kluchtspelen die in voorhistorische tijden in de winterse parochiezalen van de boerenbuiten werden opgevoerd. Zij het zonder wat men toen noemde “dubbelzinnige grappen”, of zinspelingen op The Pussy Cat.

In de stripwinkel worden de voetbalhelden gevolgd door jongere reeksen die eveneens uit televisieverschijnselen zijn voortgekomen, zoals De Buurtpolitie en Urbanus. Als vanzelfsprekend praten ze allemaal een taaltje waarvan ik in een variante op een bekend flamingantenlied wel eens zing: Lied van mijn land ‘k zal u altijd horen / in alle talen der verkaveling…

In Frankrijk, vanouds een Boekenrijk, ziet men het aantal van de Grote Lezers voortdurend verminderen, duidelijk onder de invloed van de digitale feuilletons. Gros Lecteur is men ginder als men tenminste twintig boeken per jaar leest. (Een Vlaming leest er elf.) Vooral de sector algemene boeken in les grandes espaces, de super- en hypermarkten, krijgen met dat verschijnsel te maken. De jeugdlectuur en de beeldverhalen trachten dat verlies wat goed te maken. Strips onder invloed van de manga’s rukken op. Manga’s zijn Japanse producten waarin nogal met zwaarden wordt gezwaaid. Artistiek gevoelige zielen hopen nu op een groei van de graphic novels. Hoop doet soms leven in de boekhandel.

En bij ons? De striproman met de Engelse naam krijgt in onze kranten en tijdschriften veel aandacht. Gemiddeld verkoopt zo’n min of meer literaire strip tussen de 500 en 1.500 exemplaren. Dat is tegenwoordig bij ons al het verkoopcijfer van een gemiddelde “gewone” Vlaamse roman. Bestsellers zijn de boeken van onder meer Brecht Evens en Judith Vanistendael, die enkele duizenden exemplaren verkopen en die vertaald worden.

De jonge lezers die mij in het dagelijkse leven tot mijn vreugde zo familiaal omringen, knikken instemmend als ik hun over die graphic novel aanspreek. Enkele Grote Lezers met meer dan 11 boeken moedigen mij aan om het genre te zien als een volwaardig deel van onze Literatuur. “Jij die zo houdt van goede grafiek en een sterk verhaal…”, zo beginnen ze dan zacht hun pleidooi.

En ja, ik ben bezig mij te bekeren. Een dubbele nationaliteit is niet bang voor een derde.

JefVanStaeyen

beste Gaston Durnez,
Heeft u ook gehoord wat filosoof Bart Verschaffel over de Nero-verhalen vertelde? (Klara, Door Berg en Dal, 12 mei 2019, omstreeks 20')
met vriendelijke groet,

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be