Publicaties
Michaelina Wautier doorbrak de normen
0 Reacties
© Musée-promenade de Marly-le-Roi
© Musée-promenade de Marly-le-Roi © Musée-promenade de Marly-le-Roi
Reeks: Vergeten Vrouwelijke Schilders
kunst

Michaelina Wautier doorbrak de normen

Heleen Debruyne haalt vrouwelijke schilders uit de vergetelheid en geeft ze alle eer die hen toekomt. Aflevering vier: Michaelina Wautier. De reikwijdte van haar kunnen is enorm.

Met onblote borst en strakke blik staat ze tussen een troep wemelende naakte mannen, om Bacchus te eren. Een ouwe geilaard raakt haar gezicht aan, hoopt wellicht op meer, maar Michaelina Wautier doet alsof hij lucht is. Het moet in 1655 minstens ongewoon geweest zijn, misschien wel ophef veroorzaakt hebben: een vrouw die zichzelf afbeeldt als een lustige volgelinge van Bacchus.

Vrouwen schilderden hooguit bloempotten, gingen niet in de leer bij professionele kunstenaars en mochten al helemaal niet oefenen op het schilderen van mannelijk naakt naar model – stel je voor! Toch wist Michaelina al die barrières te doorbreken. Het is gissen naar wat haar de kracht en het zelfvertrouwen gaf om zich aan het belangrijkst gevonden genre in de schilderkunst te wagen: het historiestuk.

We weten dat ze in Mons werd geboren in 1604, als de op een na jongste in een welstellend gezin met acht broers. Er waren nauwelijks scholen in de streek – je kunt je makkelijk voorstellen dat de kleine Michaelina nieuwsgierig meeluisterde naar de lessen die haar broers thuis kregen in geschiedenis, talen, politiek en kunst.

Haar broer Charles werd schilder – dat kan haar interesse voor het vak gewekt hebben. Hun beider werk lijkt geïnspireerd door het prachtige oeuvre van Michael Sweerts, die in Brussel een Academie had gesticht: misschien kneep de meester voor haar een oogje dicht en mocht ze daar tussen zijn jonge mannelijke leerlingen mee gaan schetsen? In elk geval: iemand moet haar talent genoeg hebben gewaardeerd om haar een kans te geven.

De reikwijdte van haar kunnen is enorm. Tussen de bijna dertig werken die nog van haar bekend zijn, zien we historiestukken, maar ook genretaferelen, ontzettend levendige portretten, stillevens, zelfportretten, religieuze taferelen, op groot en op klein formaat. De meeste andere zeventiende-eeuwse kunstenaars specialiseerden zich in een genre en experimenteerden niet veel: zij wel.

De manier waarop ze de heilige Agnes en Dorothea afbeeldt, bijvoorbeeld. Geen clichéplaatje van devote vrouwen, maar van twee jonge meisjes. Ongewoon: ze kijken niet naar de toeschouwer maar ook niet naar elkaar. Ze lijken volledig in zichzelf gekeerd, voorvoelen misschien al hun toekomstige lot. Dat lijken de symbolen toch te suggereren: de jonge Agnes aait een lammetje, symbool van haar martelaarschap. Dorothea heeft een palmtak in haar hand, ook een symbool voor martelaarschap en onwankelbaar geloof. Michaelina kende haar christelijke klassiekers en deed er haar ding mee.

Ook volksere thema’s schuwde ze niet. In het recent ontdekte Elk zijn meug gaat ze aan de haal met een spreekwoord dat iets betekent als ‘ieder heeft zijn eigen smaak’ – al zou je haar interpretatie eerder kunnen lezen als ‘elk zijn deel’. Ze schilderde een jongetje met een angeliek kapsel en een eitje in de hand. Een andere jongen aast op de lekkernij, maar hij wil zijn ei niet afgeven. Vooral de expressie van de twee kinderen is opmerkelijk: de speelsheid van de een, de teleurstelling van de ander: het is levensecht. Die gave komt vooral tot zijn recht in haar portretten. De Jezuïet Martino Martini loert met intrigantenoogjes van onder zijn bontmuts, bevelhebber Wautier heeft al veel van de wereld gezien, en de heilige Johannes is extatisch naïef in zijn geloof. Deze zeventiende-eeuwse koppen zouden zo naast ons in de bus kunnen zitten.

Michaelina wist haar werken waarschijnlijk voor goed geld aan de man te brengen – haar Bacchusstoet werd in ieder geval aangekocht door Aartshertog Leopold-Willem. Ook hing ze rond in kunstenaarskringen: Paulus Pontius, een medewerker van Rubens, heeft een gravure van haar portret gemaakt.

Toch werd in haar eigen tijd, zover we weten, niet over haar geschreven. Zelf heeft ze ook geen archief nagelaten. We kunnen niet weten wat haar visie op haar werk was, waar ze haar inspiratie haalde, hoe ze het vond om als vrouw in een mannenwereld te bewegen. Wel weten we dat ze nooit is gehuwd. Omdat ze rond zich zag dat het huwelijk de doodssteek was voor de carrière van de paar vrouwen die er in waren geslaagd naam voor zichzelf te maken? Ze zou ook nooit kinderen krijgen.

Na haar dood in 1689 verdween Michaelina in de plooien van de kunstgeschiedenis. Een paar werken van haar bleven circuleren in privécollecties, maar niemand die er toe deed wist nog wie ze was. Tot de Vlaamse kunsthistorica Katlijne Van der Stighelen rond 1990 oog in oog kwam te staan met Michaelina op de Bacchusstoet die stof lag te vergaren in een depot van een museum. Het werk intrigeerde haar meteen, en toen bleek dat het aan een vrouw werd toegeschreven, beet ze zich erin vast. Haar onderzoek zorgde er voor dat de werken van Michaelina eindelijk weer naar waarde worden geschat: op kunstbeurzen worden ze duur verkocht, in 2018 had ze een grote overzichtstentoonstelling in het MAS en in 2019 stond ze zelfs als doodle op de startpagina van Google.

Het laat zien dat uitzonderlijk talent alleen lang niet volstaat om in de canon opgenomen te worden, maar gelukkig ook dat de inspanningen van invloedrijke ambassadeurs die vergetelheid eeuwen na datum kunnen rechtzetten.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.