Publicaties
De brief
0 Reacties
© Rijksmuseum / Marianne Hommersom
© Rijksmuseum / Marianne Hommersom © Rijksmuseum / Marianne Hommersom
Oude werken, jonge schrijvers
literatuur

De brief

deBuren vroeg achttien jonge schrijvers uit Vlaanderen en Nederland om eeuwenoude topstukken uit de Eregalerij van het Rijksmuseum een stem te geven vanuit één kernvraag: wat zie je als je door een genderbril naar deze schilderijen kijkt? Met Mandula van den Berg duiken we in het hoofd van deBrieflezende vrouw van Vermeer: ‘Het is nog vroeg en de hemel buiten lijkt gemaakt van melk en lood.’

Een vrouw staat bij het raam in haar nachtjak, en krabt de was van een envelop. Pulkend aan het zegel als aan het korstje van een wond. Heimelijk en een beetje beschaamd. Totdat het loslaat en begint te bloeden.

Dan vouwt de vrouw het papier open en strijkt het glad zoals slagers een mooie ham aaien, met zware polsen en onverwacht teder.

Het is nog vroeg en de hemel buiten lijkt gemaakt van melk en lood. De boten op de gracht drijven niet, maar hangen in het bruine water. Jongens met magere benen dragen grote manden naar de vismarkt.

De brief is geschreven met hanenpoten en een stierennek.
De vrouw glimlacht meewarig en leest, bijna zonder te kijken.

Zachtjes wrijft ze met haar duim over het papier.

De brief is van haar eerste geliefde. Hij schrijft dat hij haar lippen mist. Hij is op reis en drinkt jenever met meisjes zonder schaamte maar hij denkt aan de pigmentvlekken op haar buik. Het krijsen van de meeuwen klinkt hetzelfde in iedere havenstad, vindt hij.

De brief is van haar vader. De zinnen zijn onregelmatig en onaf, precies zoals haar vader spreekt. Meisje van me, ik huilde laatst, je moeder was er ook. Het zijn lieve woorden, de dwaasheid van een oude man. Hij denkt dat het niet lang meer duurt.

De vrouw leest verder met haar ogen dicht.

De brief is van haar doodgeboren zoon. Ze leest zijn brief met harde knokkels en een zachte buik. Ze fluistert: ga niet weg.

Het lijkt alsof haar handen trillen maar als de vrouw haar ogen opent en verder leest, dan doet ze dat zonder te knipperen.

De brief is van haar echtgenoot, schamper en beschuldigend, maar met de berooide woorden van een bedelaar.

De brief is van een vergeten vriend, van een kalende koopman met losse handen, een schilder, een koning.

In langgerekte zinnen schrijven ze over blauwe bergen, vroeger en gemis. Zelfs op papier klinken hun stemmen als de schorre honden van een grootvader, maar papieren honden bijten niet.

De vrouw staat in haar nachtjurk bij het raam, haar borsten voelen zwaar onder het dikke kleed.

Hoeveel vrouwen openen brieven vol mannenstemmen in kamers die ruiken naar bijenwas, een parelsnoer onaangeroerd op tafel, een graafschap aan de muur? De wond opnieuw geopend, tegen beter weten in.

Het is oktober en het waait, zoals gewoonlijk, uit het zuidwesten. De iepen lopen vol met zeewind en even twijfelt de vrouw of ze terug zal schrijven, maar dan bergt ze ook deze brief berustend op tussen de anderen. Het is nog vroeg.

Reeks:

Oude werken, jonge schrijvers

Gewone mannen

De tweede blik

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.