Publicaties
Leven en lijden van een onverplaatsbare dolmen
0 Reacties
literatuur

Leven en lijden van een onverplaatsbare dolmen

Een biografie van cultauteur J.M.H. Berckmans

“Mijn werkwoorden werken niet meer en mijn zelfstandige naamwoorden funksioneren niet meer zelfstandig, de lidwoorden druipen van mijn lid en bevuilen mijn laminaat, maar alles went en stemt ten slotte niet meer tot nadenken.” Acht jaar voor zijn dood jeremieerde de Vlaamse cultschrijver J.M.H. Berckmans (1953-2008) in een brief aan één van zijn vrienden dat hij meer dan ooit aan de grond zat en dat het tijd werd om hem finaal onder de zoden te stoppen. Vanaf dan gleed hij langzaam maar zeker weg in psychotische wanen die hij slechts mondjesmaat tijdens schrijforgieën tot bijzondere litanieën wist te transformeren.

Ondertussen rust Berckmans al tien jaar op het ereperk van het Antwerpse Schoonselhof, naast illustere collega’s als Hendrik Conscience en Herman De Coninck. In 2018 kreeg hij een biografie die hem alle eer aandoet, maar waarbij je als lezer voortdurend het hoofd schudt bij zoveel bodemloze tristesse. Schrijver en journalist Chris Ceustermans maakte met Schrijven in de Grauwzone een lichtvoetige maar schrijnende levensbeschrijving van “Pafke, het meest concrete Mafke”, zoals Berckmans zich met de nodige zelfspot bij zijn uitzinnige optredens wel eens opvoerde.

Berckmans, Limburger van geboorte,leek voorbestemd tot een doordeweeks bestaan toen hij op 28 oktober 1953 in Leopoldsburg als zoon van een lasser ter wereld kwam. Maar zijn curve schoot omhoog toen hij twaalf jaar later naar Antwerpen verkaste en er in het Sint-Lievenscollege in talenvakken excelleerde. Plus est en vous, fluisterde het leven hem toe en de jonge Jean-Marie kwam via zijn vriendenkring in een heel andere wereld terecht dan die van zijn biotoop: vader was meer dronken dan nuchter, waardoor moeder en zussen verplicht waren om het huishouden te bestieren. Omdat Jean-Marie een beloftevolle scholier was, kreeg hij de kans om aan de universiteit Germaanse filologie te gaan studeren, maar nog voor het academiejaar begon, liep het voor de eerste keer grondig mis.

Ceustermans vertelt met verve hoe Berckmans begin jaren 1970 met zijn latente homoseksuele verlangens werd afgewezen door zijn boezemvriend, en toen voor het eerst psychisch kraakte. Die crash gevolgd door een tijdelijke opname in een psychiatrische instelling was de eerste ineen lange lijdensweg van steeds meer en almaar langere opnames,tot Berckmans als uitgeprocedeerde, niet meer te behandelen patiënt uiteindelijk vereenzaamde, vervuilde en helemaal wegkwijnde.

Ceustermans beschrijft indringend hoe Berckmans als zelfdestructieve manisch-depressieve zieke voortdurend hengelt naar hulp en troost, maar tegelijk als een echte goeroe-despoot totale onderwerping vraagt aan al wie voor hem in de bres springt. Berckmans vluchtte weg in manische schrijfroezen en profileerde zich gaandeweg als grote vernieuwer van het Vlaamse korte verhaal. Hij huwde met Lut van Dijck, zus van de in 2018 afgezwaaide Letterenhuis-directrice Leen van Dijck, en ging begin jaren 1980 in Zuid-italië als schoenenimporteur aan de slag. Aan het Antwerpse thuisfront zorgde zijn schoonbroer-auteur Frans Roggen ervoor dat hij via het literaire tijdschrift De Brakke Hond een forum kreeg voor zijn intense, soms burleske maar even vaak overrompelende verhalen.

Wanneer hij door zijn steeds weer opduikende manisch-depressieve buien wegvlucht uit Italië en met zijn vrouw onderdak vindt vlakbij de woonst van haar zus Leen en man Frans kan hij met hun hulp én de schrijverij zijn demonen bedwingen tot zijn echtgenote het niet langer kan uithouden bij hem, en het huwelijk opblaast. Vanaf dan is het hek van de dam: Berckmans’ schulden swingen de pan uit, de opnames in depsychiatrie worden almaar uitzichtlozer tot Berckmans’ moeder hem dan maar terug in huis neemt. Na het overlijdenvan zijn beide ouders zit Berkcmans helemaal op de bodem van zijn bestaan en zal hij nog tot zijn plotse dood in augustus 2008 als performer aan de bak proberen te komen.

Sinds de jaren 1990 waren er jongere auteurs die naar hem opkeken als de enige echte avant-gardistische schrijver in de Lage Landen die zonder schroom op een podium zijn ding deed. Hij werd de frontman van Circus Bulderdrang, het speeltje van performancekunstenaar Vital “Vitalski” Baeken, en schreeuwde tijdens hun optredens zijn strak geritmeerde proza als een echte sjamaan in het rond. Legendarisch werden zijn optredens waarbij hij als “maf Pafke”– vrij naar de roemruchte Belgische doelman én mediafenomeen Jean-Marie Pfaff –het publiek aanstaarde en plots begon te scanderen: “De studenten dementeren, de dementen regeren, de regering studeert”.

Ceustermans vertelt hoe Berckmans met een eigen orale strategie tijdens het schrijven te werk ging. Hij las elke zin luidop voor en liet de woorden zichzelf verder dicteren via woordspelingen, spreuken, gezegdes en taalspelletjes tot er een soort van punkachtige potpourri ontstond die horen en zien deed vergaan, allicht een beetje zoals het Berckmans zelf tijdens zijn trips op speed of drugs verging.

Hoe dan ook, Berckmans schreef het soort proza dat in Vlaanderen sinds Roger van de Velde du jamais lu was, en dat het best te vergelijken was met de taalbrille van die andere Nederlandstalige schizo-woordkunstenaars: Jan Arends en J.M.H. Biesheuvel, aan wie Berckmans zijn schrijversinitialen ontleende.

Wie wil kennismaken met die onvergelijkelijke verhaalkunst van Berckmans wordt op zijn wenken bediend, want naast de meer dan boeiende biografie van Ceustermans selecteerde de man ook een best of uit het werk van Berckmans: Verhalen uit de Grauwzone. Wie nog nooit iets heeft gelezen of gehoord van cultauteur Berckmans, kan het best daarmee beginnen. Hij of zij zal allicht nieuwsgierig worden naar de wondere wereld van die eigenaardige schrijver en kan dan terecht in de biografie.

Het is jamer dat Ceustermans geen rechtstreekse inzage heeft gekregen in de medische protocollen over het psychische ziektebeeld van Berckmans, maar zijn toelichtende vignetten over de sleutelfiguren in Berckmans’ leven verklappen veel. Zo ging hij bijvoorbeeld praten met dokter Frieda Matthys, een van Berckmans’ psychiaters die als dokter Frieda Vindevogel vaak in diens verhalen figureert. Een beetje treiterig toont ze de biograaf een map met het label “Berckmans”, die ze om deontologische redenen echter niet naar hem kan doorschuiven Maar ze vertelt er wel bij dat ook in de psychiatrie uiteindelijk slechts labels worden gebruikt om ziektes te benoemen die puntje bij paaltje slechts even zo vele ervaringen zijn die een arts alleen zo leefbaar mogelijk kan maken.En die in Berckmans’ geval voor het eigenzinnigste verhaalproza van de laatste dertig jaar zorgde.

Ceustermans citeert geregeld uit Berckmans’ correspondentie met schrijvers en vrienden, zoals met de eveneens tien jaar geleden gestorven auteur Kamiel Vanhole: “Jij bent reiziger gebleken,ik de onverplaatsbare dolmen.” Tijd om ook eens een best of van de brieven van J.M.H. Berckmans te maken?

Chris Ceustermans, Schrijven in de Grauwzone. J.M.H.Berckmans de biografie, Vrijdag, Antwerpen, 2018, 328 p; J.M.H. Berckmans, Verhalen uit de Grauwzone. J.M.H.Berckmans’ beste, 232 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.