Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Kwark en croissants op de set: Vlaams-Nederlandse samenwerking bij tv-series
0 Reacties
© Nyklyn / Eyeworks
© Nyklyn / Eyeworks © Nyklyn / Eyeworks
VL ⇄ NL
kunst

Kwark en croissants op de set: Vlaams-Nederlandse samenwerking bij tv-series

Nu VRT en NPO meer willen samenwerken bij de productie van tv-series, zien Vlaamse en Nederlandse makers mogelijkheden om hun werk inhoudelijk naar een hoger plan te tillen. Maar dan mogen de onderlinge verschillen niet worden onderschat. Nederlandse ‘ras-Amerikanen’ en Vlaams ‘vuil realisme’ kunnen elkaar versterken als ze een gemeenschappelijke creatieve taal vinden.

De in Terneuzen geboren en deels op Schouwen-Duiveland getogen Nederlandse regisseur Erik de Bruyn herinnert zich nog goed hoe hij een jaar of vijf geleden met een Vlaams-Nederlandse cast en crew op een zompige akker in Zeeuws-Vlaanderen stond voor de opnames van de misdaadserie Grenslanders.

Die trok hij uit de klei in samenwerking met de Vlaamse scenarist Rik D’hiet. Het werd een Belgisch-Nederlandse coproductie over mensensmokkel waar zowel VRT als NPO bij betrokken waren. Over een Rotterdamse politie-inspecteur (Jasmine Sendar) die moet samenwerken met een Vlaamse politiepsychiater (Koen De Bouw) in een zaak die zich afspeelt in het grensgebied tussen Zeeuws- en West-Vlaanderen. Monic Hendrickx speelde de eigenaresse van een bootverhuurbedrijfje langs de Westerschelde.

De Bruyn: “Zij had een ingewikkelde pruik die wat verregende en even moest worden bijgesteld. Als Nederlanders zijn we gewend om goed geoutilleerd op locatie te verschijnen, dus niet alleen qua licht- en cameratechniek, maar ook met een cateringbus en een make-up- en kledingbus met verwarming en spiegels. Als er iets is, loopt een acteur even naar die bus, honderd meter verderop. Vlamingen werken niet met zulke bussen maar met holdings: vaak een verenigingsgebouwtje van een nabijgelegen voetbalclub. Dat betekende in dit geval dat Monic Hendrickx moest worden opgehaald met een autootje, van die akker af naar de holding, en dat ze opeens twintig minuten weg was! Dat gaat van je draaitijd af.”

“Zelfde met de crew: als het lunchtijd is, moeten ze zich met z’n allen verplaatsen naar zo’n holding verderop. Dat kost zeeën van tijd. Misschien dat er ondertussen iets veranderd is, maar investeren in een paar goeie bussen lijkt me de moeite waard.”

Ziedaar een voorbeeld van een verschil in praktische werkwijze tussen Vlaamse en Nederlandse seriemakers met mogelijk inhoudelijke gevolgen. Wie met televisiedramamakers spreekt aan weerszijden van de grens, hoort meer van dergelijke ervaringen die zijn opgedaan tijdens incidentele samenwerkingsverbanden over de afgelopen jaren. Behalve Grenslanders (2019) was bijvoorbeeld ook Undercover (2019) een productie met een gemengde cast en Red Light (2020) ook met een gemengde crew.

Voor dit voorjaar staat de coproductie Arcadia aangekondigd, een serie over een gezagsgetrouwe familie die in de nabije toekomst door een sociaalkredietsysteem in de problemen raakt. Die serie werd geproduceerd en geschreven door onder meer de Vlaming Philippe De Schepper en geregisseerd door de Nederlander Tim Oliehoek en zal door zowel VRT als NPO worden uitgezonden.

Beide publieke omroepen hebben aangekondigd structureler te willen samenwerken op seriegebied. Onlangs is ook de jaarlijks terugkerende pilot met financiële steun voor tv-series van het Nederlands Filmfonds tot een meerjarige geldstroom omgevormd. Daarom is het interessant te kijken naar hoe de grensoverschrijdende samenwerking naar een hoger plan kan worden getild.

Want hoewel Vlaamse en Nederlandse fictiemakers de goede voornemens toejuichen, blijken er ook bedenkingen te bestaan over verschillen waar niet te licht overheen dient te worden gestapt en die de nodige afstemming vergen.

Dubbel gevoel

D’hiet: “Nederlandse en Vlaamse film- en fictiemakers hebben een gemeenschappelijke taal en geschiedenis. Er zijn veel contacten over de grenzen heen. Maar door ervaring heb ik wel geleerd dat we toch in twee aparte culturen leven. Tot in de jaren negentig was de Nederlandse tv heel erg aanwezig in de Vlaamse huiskamers. Maar sinds er meerdere, ook commerciële tv-zenders zijn ontstaan, kennen we elkaars filmsterren en acteurs niet meer.”

“Als een film succesvol is in Nederland is het bijna vanzelfsprekender geworden om een Vlaamse remake te maken dan die film in de Vlaamse zalen te draaien. Zoals bij de speelfilms Zot van A. / Alles is liefde en het Vlaamse Loft waar een Nederlandse remake van kwam. Dus het zou mooi zijn als die beweging terug de andere kant op kan, dat we elkaars filmverhalen weer leren kennen, dat we terug naar elkaar zouden kunnen toegroeien als cultuur.”

Erik de Bruyn: “Vroeger, als kind, zapten we al tussen Nederland en België. Het is logisch dat wij als landen met hetzelfde, kleine taalgebied veel meer samenwerken en dat we het geld samenvoegen om met z’n tweeën betere producties te kunnen maken voor een grotere afzetmarkt. Het Scandinavische tv-drama heeft laten zien dat meer geld meestal leidt tot meer tijd en meer kwaliteit.”

“Maar de samenwerking moet wel verder gaan dan alleen draaien en monteren. Er moet beter worden nagedacht over samen uitzenden en gezamenlijk promotie maken, zodat je naar elkaar kunt verwijzen. Bij Grenslanders liep dat helaas anders: de VRT had al een eigen trailer gemaakt en de netmanager van de NPO vond na het zien van één aflevering de serie ‘veel te Belgisch’, waarna eenzijdig werd beslist dat-ie vanaf 25 augustus, tijdens de zomerhitte, terwijl een derde van Nederland nog in Spanje zat, in dubbele afleveringen zou worden uitgezonden, met magere kijkcijfers tot gevolg. De VRT zette de achtdelige serie daarentegen vanaf 8 september elke week op een vast tijdstip: daar trok hij een miljoen kijkers.”

Rik D’hiet: “Ik hoop in elk geval dat er niet puur economisch wordt gedacht en niet puur in draaidagen en technische mogelijkheden. Dat is allemaal heel belangrijk, maar het begin van het proces is het zoeken naar gezamenlijke verhalen, een gemeenschappelijke creatieve taal: dat we elkaar beter leren aanvoelen en begrijpen.”

Samengestelde familie

Wat wel en niet werkt in het samenvoegen van Vlaamse en Nederlandse verhalen en personages, wordt volgens de Vlaamse makers gedicteerd door de logica van het verhaal.

De Schepper: “Het moet niet te gemaakt zijn. Voor Arcadia hebben wij een nieuwe wereld gecreëerd die Vlaanderen noch Nederland is. Het verhaal speelt zich af in een nabije, beetje sciencefictionachtige toekomst, rond een samengestelde familie. De vader is een Vlaming die zijn vrouw kwijt is en is hertrouwd met een Nederlandse die haar man kwijt is. Zij had al dochters die net als zij met een Nederlands accent spreken, en de Vlaming had al dochters die met een Vlaamse tongval spreken zoals hij.”

De Bruyn zou graag zien dat er in de toekomst, in navolging van het kleurenblind casten dat in opkomst is, ook nationaliteitsblind zou worden gecast. “Ik denk dat het een kwestie van gewenning is om Nederlandse en Vlaamse acteurs naast elkaar te zien. Als Wim Willaert zes keer te zien is in een Nederlandse serie, kent het publiek op een gegeven moment die kop wel en doet-ie gewoon mee.”

‘Dat gezeur over ‘Ja maar dat is toch heel gek dat hij een Vlaams accent heeft’, daar moeten we nou maar eens met z’n allen overheen stappen’ (Erik de Bruyn)

“Ik vind dat de industrie daarin een voorhoedefunctie heeft naar het publiek. Dat gezeur over ‘Ja maar dat is toch heel gek dat hij een Vlaams accent heeft’, daar moeten we nou maar eens met z’n allen overheen stappen. Hoe vaak loop je niet door Antwerpen en kom je Nederlanders tegen? Of hoe vaak loop je niet door Amsterdam en zijn er Vlamingen? Zo vreemd is dat niet.”

Verkavelingsvlaams

D’hiet ziet daarin toch een verschil in audiovisuele cultuur. “Sinds 2000 is er in Vlaanderen geprobeerd series te schrijven met personages die ABN spraken, ook met de ambitie om die series in beide landen zonder ondertitels begrepen te laten worden. Maar voor acteurs voelde dat onnatuurlijk en de Vlaamse kijker reageerde er afwijzend op. In Vlaanderen zegt het dialect ook iets over iemands karakter en de manier waarop iemand in bepaalde situaties zal reageren. Je kunt niet aankomen met een West-Vlaams personage dat spreekt met een Antwerps accent of een Limburger met een West-Vlaams accent: dat is ongeloofwaardig.”

“Inmiddels is dat wat geëvolueerd en is er een tussentaal ontstaan, die soms een beetje neerbuigend Verkavelingsvlaams wordt genoemd, die de standaard is geworden in Vlaamse fictie: eigenlijk een gekuist dialect dat iedereen in heel Vlaanderen begrijpt en tegelijkertijd natuurlijk aanvoelt.”

De Schepper ziet mogelijkheden om de twee werelden samen te voegen met eerbied voor de verschillen: “In misdaadserie Undercover werd het verhaal verteld vanuit de politieagent die undercover ging, gespeeld door de Vlaamse acteur Tom Waes. Dat verhaal kon je vanuit zijn perspectief bekijken. Nederlanders bleken echter heel anders naar die serie te hebben gekeken. Voor hen was boef Ferry het hoofdpersonage, omdat Ferry werd gespeeld door de Nederlandse acteur Frank Lammers.”

“Aangezien dat in het eerste seizoen in evenwicht was, was het voor de Nederlanders een Nederlandse serie met een Vlaming erin. En voor de Vlamingen een Vlaamse serie met een Nederlander erin. Bij het tweede seizoen ontdekte men pas dat er van verschillende kanten van de grens met verschillend perspectief naar werd gekeken, omdat de Nederlandse kijker een beetje ontgoocheld was nu Ferry en zijn familie er minder in zaten. Maar dat toonde ook dat het mogelijk is om een serie te maken waar je vanuit een Vlaams perspectief en vanuit een Nederlands perspectief naar kan kijken en die toch voor beide werelden goed kan werken.”

Ras-Amerikanen

Gevraagd naar wat er inhoudelijk van elkaar op te steken valt, vallen de verschillen in beeldculturele tradities in het oog. De Schepper: “Nederlanders zijn soms een beetje meer ras-Amerikanen; ze denken wat commerciëler. Ze zijn gewend heel snel te werken: als er bespaard moet worden kiezen ze voor minder draaidagen maar ze laten het er dan wel beter uitzien: ze investeren in sets, design en special effects.”

“Voor een genreachtige serie als Arcadia werkt dat goed, omdat Vlamingen altijd hard naar arthouse trekken, de gewoonte hebben om een beetje de donkerte op te zoeken. Pluspunt van de samenwerking bij Arcadia vond ik dat Tim een wat gladdere, meer romantische kijk heeft die de toon wat lichter heeft gemaakt. Nederlanders zijn ook geneigd wat meer voor de mooiere gezichten te gaan, merkte ik tijdens de casting.”

Alhoewel hij niet wil generaliseren, is Oliehoek is op zijn beurt te spreken over het Amerikaanse gehalte van zijn samenwerking met de Belgen. “Ik vond het interessant dat er bij Arcadia werd gewerkt met een uit de Verenigde Staten overgewaaide ‘writers room’ van drie Vlaamse schrijvers: die werkten sterk plotgericht.”

‘Nederlanders denken wat commerciëler. Vlamingen hebben de gewoonte om een beetje de donkerte op te zoeken’ (Philippe De Schepper)

“Ook was het leerzaam om met een showrunner te werken: dat is bij sommige series, naar Amerikaans voorbeeld, de spil die alles overziet. In dit geval Philippe De Schepper, de vader van de serie. Hij kan op elk departement goed verwoorden waarom iets wel of niet werkt. Als ergens geen goede locatie voor werd gevonden, pakte hij zijn laptopje om het script naar een andere locatie toe te schrijven. In de montage liet hij rustig een scène uit aflevering vijf naar aflevering drie verplaatsen als dat de logica of spanningsboog ten goede kwam.”

Vuil realisme

De Bruyn: “Nederlanders zijn sinds series als Pleidooi en Oud geld uit de jaren negentig misschien qua maakcultuur meer op de gegoede Nederlander gericht. Het moest allemaal over de bovenlaag van de bevolking gaan. Terwijl Vlamingen al snel films gingen maken over mensen die uit het arbeidersmilieu komen en meer aan de zelfkant van de maatschappij leven: een soort ‘vuil realisme’ dat mij altijd al aansprak. Daar kunnen wij van leren.”

De Schepper: “Dat verschil in focus heeft – los van tv- en fictiemakers – te maken met een verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse geest. Wij Vlamingen vertrekken vanuit wat wij willen maken. Nederlanders vertrekken vanuit wat zij denken dat gaat verkopen. Wij willen mooie, goed in elkaar gestoken stoelen maken waar je goed op kunt zitten. Nederlanders willen stoelen verkopen en gaan daarna zien hoe ze die moeten gaan maken. Wij zijn dan al in paniek, als we stoelen gaan verkopen terwijl we nog niet weten hoe we die goed kunnen maken.”

De juiste toon

D’hiet ziet het zoeken naar gemeenschappelijke grond in het grensgebied tussen de clichés over Nederlanders en Vlamingen als een zoektocht die nog niet is voleindigd. “Vooral op het vlak van toon is het soms wat zoeken om elkaar goed te begrijpen. Het cliché zegt dat de Nederlanders wat directer zijn, dat Vlamingen meer in de subtekst handelen.”

“Dat voel je ook als je samenwerkt. Dat je moet investeren in het vinden van die gezamenlijke toon, een soort stem waarmee je zowel Nederlanders als Vlamingen kunt aanspreken. Dat benoemen is het moeilijke. Een Vlaams personage zal altijd een omschrijving geven waaruit een goede verstaander moet begrijpen dat iemand iets liever wel of niet doet. Nederlandse personages zijn daar directer in.”

‘Wij Vlamingen vertrekken vanuit wat wij willen maken. Nederlanders vertrekken vanuit wat zij denken dat gaat verkopen’ (De Schepper)

“Dat speelt ook in de manier waarop je dialogen schrijft voor acteurs. Daarbij probeer je het juiste evenwicht te vinden tussen wat een personage zegt en wat hij voelt. En wat een acteur dus kan spelen. Op dat punt heb ik soms het gevoel dat ik er niet in ben geslaagd om heel juist een bepaalde toon te communiceren. Dat je iets tongue in cheek of badinerend bedoelt, wat er dan toch iets ernstiger uitkomt, waardoor je toch op een andere manier dat verhaal beleeft. Daar bestaan verschillende scholen of benaderingen in die op elkaar afgestemd moeten worden.”

Kwark en croissants

Over hoe dat grensgebied letterlijk en figuurlijk kan worden verkend, heeft D’hiet ook ervaring opgedaan. “Heel fijn in de samenwerking bij Grenslanders was dat Erik de Bruyn en ik op een vroeg moment een aantal keren gewoon hebben rondgereden in het landschap in het grensgebied en ons door die omgeving hebben laten inspireren. Dat is belangrijk: het fysieke contact, dat je elkaar ook op een informele manier goed leert kennen.”

“In de serie is er een café op de grens en de scènes die zich daar afspelen, met een gezamenlijk ontbijt of gezamenlijke volksspelen als het bolderen, zijn ontstaan uit de dingen die we gezamenlijk hebben ervaren. Dat café stond een beetje symbool voor de manier waarop de twee landen moesten samenwerken. En dan blijken er veel historische sporten en spelen gemeenschappelijk te zijn die zich van de grensvorming door de eeuwen heen niets hebben aangetrokken. Ook het idee van de lorrendraaiers (Zeeuwse of West-Vlaamse slavensmokkelaars per schip, KW) is gebaseerd op bestaande piraten in de zeventiende eeuw. Ook dat waren vrijbuiters die zich van de landsgrenzen zoals we die nu kennen niets aantrokken: die bestonden nog niet eens.”

Zou dat niet iets voor film- en seriemakers zijn om de grenzen te slechten: elkaar regelmatig te treffen in zo’n grenscafé? D’hiet: “Dat is een uitstekend idee.”

Ondertussen zien zowel De Bruyn als Oliehoek alvast een punt waar winst te behalen valt om gezamenlijk optimaal uit de startblokken te komen op de set: het ontbijt. Opnieuw voert dat terug op het gemis aan een bus. Oliehoek: “In Nederland hebben we een cateringbus waar je de hele dag met allerlei lekkers wordt verwend of gewoon een kop koffie kunt halen. Bij de Vlamingen is het de opnameleiding die ’s ochtends met een zak zoetigheid – chocoladebroodjes en vette croissants – aankomt. Dat gaat er bij mij niet in. Ik start de dag graag lekker gezond met een bak muesli en verse magere kwark.”

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.