Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Kolkende informatiestroom. ‘Levensvormen’ van Lex ter Braak
0 Reacties
recensie
literatuur

Kolkende informatiestroom. ‘Levensvormen’ van Lex ter Braak

Het romandebuut van Lex ter Braak is een van de moeilijkst te categoriseren boeken in jaren. Levensvormen lijkt voor de schilder, kunstcriticus en directeur van diverse kunstinstellingen vooral een dekmantel te zijn om vrijuit te essayeren. Maar lijden al die begeesterde gedachten over de verhouding cultuur-natuur niet al te zeer onder de complexe constructie van de tekst?

De Ginkgo biloba heeft in Japan een bijzondere status. De notenboom werd eeuwenlang gecultiveerd in tempeltuinen en op heilige gronden, en heeft als gevolg ook een verheven aura. Ruim 250 miljoen jaar oud is deze plantensoort, maar de hoge leeftijd gaat bepaald niet samen met ouderdomsverschijnselen: de Ginkgo kan zich handhaven in wisselvallige, hardvochtige omstandigheden en lijkt daarom klimaatverandering – vooralsnog – te doorstaan. Ook was het een van de weinige organismen die het atoombombardement op Hiroshima overleefde: “De Ginkgo die vlak bij de verzengende ontploffingshaard stond, bleef niet alleen recht overeind staan maar droeg het jaar daarna gewoon vrucht en leeft nog steeds.”

In Europa viel Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) voor de boom, die hij eigenhandig kweekte in tuinen en parken. Hij was vooral gefascineerd door het gespleten blad, waar hij in 1815 een gedicht over schreef. In een geheel ander Duitsland creëerde kunstenaar en milieuactivist Ben Wagin (1930-2021) het Bomenparlement (1990) om slachtoffers van de Berlijnse muur te herdenken. Hij plantte meer dan vijftigduizend Ginkgo’s, die daar ook wel Goethe’s Bäume worden genoemd, in de openbare ruimte. Een paar jaar eerder orkestreerde Joseph Beuys (1921-1986) een vergelijkbare actie tijdens Documenta, het kunstfestival in Kassel. Onder de noemer 7000 eichen (1982) legde hij met de plaatselijke gemeenschap een klein eikenbos aan om de stad te “vergroenen” en een band te scheppen tussen de inwoners.

Zo’n streng van associatief verbonden feiten en verhalen is typerend voor de schriftuur van Levensvormen, de debuutroman van Lex ter Braak (1950). Hij is al decennia een sleutelfiguur in de Nederlandse culturele wereld – Ter Braak was onder meer actief als schilder, kunstcriticus, leraar Nederlands en mentor van de dichter Menno Wigman (1966-2018), en als directeur van galerie de Vleeshal, het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, en meest recentelijk van de Jan van Eyck Academie in Maastricht – maar treedt nu voor het eerst voor het voetlicht als prozaïst met een van de merkwaardigste en moeilijkst te categoriseren boeken in jaren.

Na een reeks reflecties op leren lezen en schrijven, waarbij dat laatste expliciet in verband wordt gebracht met tekenen en schilderen, stelt de verteller van dit boek zich voor als Julius Heine, een in 1959 geboren Duitse auteur die vooral over kunst, natuur en de relatie tussen die twee schrijft. Na een jeugd in Hamburg en een periode in Florence belandde hij in Berlijn, waar het sociale leven op het moment van schrijven is platgelegd door een virus – op basis van woorden als lockdown en mondkapje moet worden vastgesteld dat Levensvormen ook een behoorlijk atypische coronaroman is.

De vrijgekomen tijd brengt Heine door met zijn rolodex vol plaatjes en knipsels, waarmee hij middels een curieus procedé literaire teksten genereert:

De afgelopen maanden heb ik ‘het wieletje’ van de molentjes vele malen rondgedraaid als was het een tijdrad dat met zijn kaartjes als schoepen de tijd verdreef. Ik gebruikte afbeeldingen en woorddelen om er al improviserend fragmenten omheen te schrijven; bij enkele heb ik de afbeelding ernaast geplakt. Hun onverwachte samenzijn leek mij noodzakelijk of werkte aanstekelijk.

Die genummerde fragmenten voegt hij weer samen tot reeksen, waarvan hij er “een zestal” wil bundelen onder de titel Levensvormen – de roman van Ter Braak, die uit zes hoofdstukken bestaat, wordt dus voorgesteld als het werk van Heine.

Het boek bevat wel meer reflecties op “het inherente collagekarakter van een kunstwerk”, dat de grillige vorm van deze tekst heeft bepaald, en de verteller last meer dan eens technische en soms tamelijk langdradige uiteenzettingen in over de schrijfmethode die eraan ten grondslag ligt:

Met plezier, ja dat is een belangrijke drijfveer, schrijf ik elke dag aan mijn fragmenten, geen dagboekaantekeningen of zoiets, eerder vergelijkbaar met tekeningen die in verschillende sessies en handelingen tot stand komen en kunnen bestaan uit een wirwar van lijnen of slechts een losse haal. Als ik uitgeschreven ben leg ik het fragment, afhankelijk van zijn staat (af, doodlopend, kansrijk) opzij of sla het op in een kartonnen doos of digitale map; er is geen orde of systeem behalve die van het opbergen en het weer terugvinden.

Ter Braak toont zich al schrijvend een omgevallen (kunst)boekenkast

In weerwil van de complexe fictionele constructie lijken het verhaal en de personages voor Ter Braak toch vooral een dekmantel te zijn om vrijuit te essayeren. Heine komt ergens wel in contact met een Nederlandse kunstenaar, Simon Kiebert, voor wiens tentoonstelling hij een begeleidende tekst moet aanleveren, en spreekt hier en daar met iemand, maar de hoofdmoot van dit boek bestaat uit begeesterde verhandelingen over de verhouding tussen cultuur en natuur.

Ter Braak toont zich al schrijvend een omgevallen (kunst)boekenkast en verbindt schijnbaar moeiteloos Augustinus aan Agamben, Borges aan Thoreau, Thomas Hardy aan Hölderlin en Vergilius aan Richard Powers. Hij is in mijn ogen op zijn best wanneer hij schrijft over schilders, over Turner en diens pleitbezorger Ruskin bijvoorbeeld, of over Goya, Picasso en Velázquez. Indrukwekkende vlagen essayistiek worden verrijkt met anekdotes en verhalen, soms met zeer enthousiasmerend resultaat: ademloos las ik de passage over intertekstualiteit en de boekenverzameling van essayist Aby Warburg (1866-1929), waarna ik meteen op zoek wilde naar meer informatie over deze wonderlijke figuur.

Het grote manco van dit boek blijft alleen de gekozen vorm. Door het volledig ontbreken van plot, spanning, karakterontwikkeling én psychologie is Levensvormen eigenlijk nauwelijks een roman te noemen. Al interesseren conventies en genrecategoriseringen je geen moer, dan nog blijft de leeservaring van deze actiearme tekst door de afwezigheid van bovengenoemde eigenschappen een gemengd genoegen. Ter Braak draagt weliswaar boeiend materiaal aan, maar deze kolkende informatiestroom vraagt uiteindelijk veel te veel van de verwerker. Ook de talloze afgedrukte zwart-witfoto’s gaan in mijn beleving geen verbinding aan met de lopende tekst; ze lijken er meer voor de kunstenaar zelf te staan dan voor de lezer, die overweldigd wordt door alle aangebrachte en aangewezen verbanden.

Maar misschien moet je in Levensvormen niet op zoek gaan naar totaalbegrip en het boek eerder zien als een archief van verhalen en gedachten, dat zich het beste laat lezen zoals het geschreven is: bladerend, sprokkelend, als een goudzoeker die op zijn vondsten voortborduurt.

Lex ter Braak, Levensvormen, Van Oorschot, Amsterdam, 2021, 324 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.