Deel artikel

literatuur recensie

In ‘Moet dwalen’ voltrekt Charlotte Mutsaers de krachttoer bij uitstek van de romancier

16 maart 2026 5 min. leestijd

Met een wonderlijke combinatie van associatief vermogen, dichterlijke kunstgrepen en intertekstueel vernuft schreef Charlotte Mutsaers een donker sprookje vol mythische beelden. Haar lezers zullen hun eigen duisternis én lichtheid erin terugvinden.

In de nieuwe roman van Charlotte Mutsaers (1942) gaan de vierenzestigjarige wetenschapper en kunstenaar Isi Witlamm en de dertig jaar jongere genderstudies-expert Fleur Vischbeen paddenstoelen plukken tijdens een vakantie in Frankrijk. In het woud van Métabief raakt het stel verdwaald. Van dan af ontvouwt Moet dwalen zich als een drama in drie bedrijven.

Isi en Fleur deden me onweerstaanbaar denken aan Martha en George uit de theaterklassieker Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962) van Edward Albee. In hun dialogen mixen ze een giftige cocktail van mansplaining, gaslighting en agressieve beledigingen over en weer. Zij vindt hem “een seksist met kauwgom in de aanbieding” en een “blatende blaasbalg”, hij haar een “blunder van de natuur” met een “blotebillengezicht”. De vele verwijzingen naar sprookjes sluiten dan weer aan bij Albees woordspeling op het liedje ‘Who’s Afraid of the Big Bad Woolf?’ uit de animatiefilm van Walt Disney over de drie biggetjes. En later in de roman zegt Isi tegen Fleur: “Jezelf verdrinken kan altijd nog, al moet je niet denken dat zoiets je onmiddellijk op het niveau van Virginia Woolf plaatst.”

Wilde Charlotte Mutsaers de herinnering aan het toneelstuk uitlokken? Misschien niet. Duidelijk is wel dat haar manier van schrijven allerlei sporen doet oplichten in het geheugen van de lezer. De roman is een klankkast waarin talloze andere teksten resoneren. Het kinderliedje uit de titel zingt voortdurend rond (“’k Moet dwálen, ’k moet dwahalen, langs bergen en langs dáhalen…”), maar we horen ook popsongs, commentaar op films van Pasolini en Hitchcock, Bijbelcitaten en verzen van Leopold en Gorter.

In het eerste deel van Moet dwalen voltrekt Mutsaers de krachttoer bij uitstek van de romancier. Ze trekt haar lezers de geest van Isi binnen, waar veel ruimte wordt ingenomen door zijn grote liefde, de rivier de Doubs:

Dat hij al jaren “verkering” heeft met dat krinklende winklende waterding van meer dan vierhonderd kilometer, dat geboren werd uit een onbeduidend gat aan de voet van de Mont Risoux en het toch maar heeft klaargespeeld om het complete Unesco-erfgoed plus alle queers en queens van de hele wereld naar de kroon te steken. Klasse, dát is wat haar typeert, een laagje gratin! […] Waar water vloeit, vlamt de verbeelding op. En waar de verbeelding fikt, ontstaan geen afvalstoffen. Nu jij weer.

Let op het citaat van Gezelle, de alliteraties, het verrassende beeld van de rivier als ovenschotel, de paradoxale combinatie van water en vuur, de uitdagende aanspreking tot slot. Die uitgesproken literaire manier van vertellen verleidt de lezer om mee te kijken door Isi’s ogen.

Later in de roman krijgt het gezichtspunt van andere personages meer ruimte. Fleur noemt Isi een narcist en een “toxische echtgenoot” met een “persoonlijkheidsstoornis”, iemand anders schrijft hem ADHD toe. Uit Isi’s eigen mond vernemen we: “Niet voor niks heb ik jaren bij een psychiater gelopen.” De ware diagnose blijft ongewis, maar dat zijn gedachtewereld niet zonder meer samenvalt met de realiteit van de roman wordt overduidelijk. Hij projecteert voortdurend zijn eigen gemoedstoestand op de omgeving. Tegelijk maakt Mutsaers volop gebruik van de onheilspellende symboliek die in eeuwen literatuurgeschiedenis – van Dante tot Tom Poes – is gaan kleven aan het donkere woud waarin Isi ronddwaalt.

Mutsaers maakt volop gebruik van de onheilspellende symboliek die in eeuwen literatuurgeschiedenis is gaan kleven aan het donkere woud

De obsessie voor zijn vloeibare geliefde bepaalt al jarenlang Isi’s keuzes, van het schrijven van een boek over De mainstream als Styx tot het eten van Gentse waterzooi op zijn huwelijksdag en het schilderen van aquarellen. Hoewel de Doubs uitgesproken vrouwelijke trekken heeft, blijkt Isi zich ook erotisch aangetrokken te voelen tot mannelijkheid. Het symbool daarvan is een antiek Opinel-mes dat hij altijd bij zich draagt, “diep weggeborgen in zijn broekzak, pal tegen zijn ballen”. Hij vergelijkt het mes met “die andere kleine knecht, die al even solidair is en nu als een geduldig kraantje tussen zijn eigen benen hangt”.

“Als er in het derde bedrijf een geweer afgaat, tone men in het eerste een geweer”: zo parafraseerde Gerard Reve een bekende toneelwet van Anton Tsjechov. Al is dat niet exact wat er bij Mutsaers gebeurt met de Opinel, toch komt de dwaaltocht van Isi en Fleur in het korte middendeel van de roman tot een gewelddadige apotheose.

De Doubs hebben ze niet gevonden, alleen een stilstaande vijver met “pikzwart water” in de buurt van een huisje met een broodoven ernaast. Fleur vindt het “snoeperig”, maar Isi ziet dat anders: “In plaats van snoep en peperkoek bestaat het uit zwart geteerde planken met een golfdak van asbest.” Hoe dan ook: de herinnering aan Hans en Grietje is niet ver weg. Opnieuw blijft de ware toedracht onzeker, maar in ieder geval verdwijnt Fleur uit het verhaal.

Het derde en laatste deel van Moet dwalen geeft een nieuwe lading aan de mythische beelden die de roman van meet af aan beheersten. Het opent met een hoofdstuk dat grotendeels bestaat uit een gebed van Isi tot een “Onbestaande God”. Isidoor Witlamm von Waldorf, de wolf in schaapskleren, ziet zichzelf nu als iemand die “pal naast het Lam Gods” staat en noemt zich zelfs ronduit “uw zoon Witlamm”. Intussen blijkt de Doubs droog te liggen ten gevolge van een hittegolf en krijgt Isi een nieuwe gezel op zijn tocht door het woud.

In de plaats van Fleur komt Elan. Daarmee wordt Isi’s vrouwelijke antagonist vervangen door een man in wie hij zichzelf herkent. In een enthousiaste begroeting door Elan komen de Christus-identificatie en de mannenliefde van Isi samen: “Ecce homo!” Maar ook aan hun schijnbare idylle komt al gauw een eind. Isi blijkt opnieuw verdwaald en dat brengt hem zowaar tot enige zelfreflectie. Na een kortstondige ontmoeting met Almeria, een zingende vrouw “in een kolossale rok met stroken in alle kleuren van de regenboog”, gaat hij weer alleen op pad. Hoe het verder gaat, vertelt de roman niet, maar het einde lijkt zowel open als hoopvol.

Qui n’a pas au fond de son coeur/ un sombre château d’Elseneur? Dat is een van de drie motto’s die aan Moet dwalen voorafgaan: twee verzen van Vincent Monteiro die Gaston Bachelard citeert in La poétique de l’espace (1957). Het motto is een sterke typering van het effect dat Mutsaers bereikt. Al is Isi’s psyche even particulier als die van Hamlet op Elseneur, toch zullen velen eigen varianten van hun duisternis én van hun lichtheid herkennen. Niet doordat Mutsaers haar lezers een gladde spiegel voorhoudt, maar doordat ze hun verbeelding stimuleert met een associatieve stroom van woorden en ervaringen, kolkend en bruisend als de Doubs in haar beste dagen.

Charlotte Mutsaers, Moet dwalen, Prometheus, Amsterdam, 2026, 282 p.

Koen Rymenants

Koen Rymenants

publiceert over moderne en hedendaagse Nederlandse literatuur

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003cdd0000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)