Publicaties
In het gedicht blijft niets heel. ‘Exclusief’ van Michael Tedja
0 Reacties
© Miek Hoekzema
© Miek Hoekzema © Miek Hoekzema
literatuur

In het gedicht blijft niets heel. ‘Exclusief’ van Michael Tedja

Verbluffend productief als schilder, prozaïst en dichter, confronteert Michael Tedja lezer en museumbezoeker met onopgeloste conflicten tussen kleuren, woorden en visies.

Is onze maatschappij ook een samenleving, in de zin dat de leden serieuze pogingen doen het leven met elkaar te delen? Of leven we langs elkaar heen en hebben sommige individuen en groepen een grotere kans op succes en geluk dan andere? Wie het openbaar debat een beetje volgt, kan niet anders dan vaststellen dat er veel woede, haat en verongelijktheid is, waarbij doorgaans de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Dat de ene groep meer gelegenheid krijgt om de maatschappij in te richten dan de andere, is intussen evident. Insluiting en uitsluiting, respect en vernedering: we ontkomen er niet aan ons ermee bezig te houden, want de spanning loopt op.

Wat heeft dit alles met poëzie te maken? Sinds Lucebert geldt lyriek als “de moeder der politiek”, dus misschien kunnen ook dichters iets bijdragen aan hoe wij met elkaar omgaan. Dat is in elk geval wel een van de opdrachten die Michael Tedja (1971) zich heeft gesteld. Verbluffend productief als schilder, prozaïst en dichter, confronteert hij lezer en museumbezoeker met onopgeloste conflicten tussen kleuren, woorden en visies. In Regen (2015) schreef hij: “nadenken over de wereld op zoek naar het verhaal onder het verhaal achter het verhaal mooie dingen worden door tweederangsdichters gemaakt”, en in zijn nieuwe bundel wordt de dichter voorgesteld als “de poetser van de maatschappij”, die niet zachtzinnig te werk gaat: “In het gedicht blijft niets heel.”

De titel van de bundel, Exclusief, roept meteen een ongemakkelijk gevoel op. Bij exclusiviteit denk je aan luxe en geld, aan producten of gelegenheden die alleen voor een gefortuneerde minderheid zijn weggelegd. Met een mengeling van zelfspot en zelfvertrouwen, neem ik aan, presenteert Tedja zijn boek als zo’n kleinood, waarbij de lezer het gevoel mag krijgen dat hij tot de inner circle van de poëzie is toegetreden. Anderzijds staat exclusief tegenover inclusief, een woord dat de laatste jaren veel gebruikt wordt voor maatschappelijke systemen die hun best doen om structurele buitensluiting van groepen medemensen uit te bannen. Tedja zal zich toch niet tegen die beweging willen opstellen?

Tedja positioneert zich niet eenduidig binnen een politiek of etnisch debat

In het eerste gedicht laat hij zien dat inclusiviteit een problematisch begrip is, omdat insluiting per definitie een begrenzing of beperking impliceert: wat ingesloten wordt, is niet vrij. Tedja gebruikt het beeld van een oester, een kwetsbaar wezen dat zijn eigen insluiting schept, maar er natuurlijk naar streeft zich te openen. Met angst schiet men nu eenmaal weinig op. De oester spiegelt ons en zichzelf een “persoonlijke toekomst” voor, “niet door derden gefrustreerd”. Als zij geheel op eigen initiatief en in alle vrijheid haar stem verheft “en rondborstige blondines flyers uitdelen / voor één van de vele filialen van de Hunkemöller // pas dan opent de oesterschelp”. De verschijning van de blondines is volkomen onverwacht, het is alsof het naar abstractie neigende gedicht zich ineens opent voor de vrolijke, lelijke en alledaagse aspecten van het leven.

Het beeld van de oester is verre van eenduidig, de symbolische lading kan op verschillende manieren worden ingevuld: het is een inclusieve metafoor. Dat is precies wat Tedja beoogt, of liever: wat hem overkomt. “Mijn hart spreekt in metaforen”, zegt hij, “die ik onregelmatig in bedwang houd.” “Mijn hart frustreert de drang naar verklaring.” Dat betekent echter geenszins dat hij maar wat doet, want de bundel heeft een strakke structuur. Na het gedicht over de oester volgen er vijf delen, achtereenvolgens aangeduid als ‘Communicatie’, ‘Cultuurverschillen’, ‘Werkwijze’, ‘De casus’ en ‘Conclusie’, als betrof het een sociologisch rapport. De bundel wordt afgesloten met een toegift, die ‘Traktatie’ heet, waarin onder meer twee vertaalde gedichten staan, van Gean Moreno en Edgar Cairo. Los van de indeling werkt Tedja met herhalingen van woorden en zinnen door de bundel heen. Zo is er een personage dat Herman, Heer M. Anus en Hermanuscript wordt genoemd en een enkele keer geassocieerd mag worden met de transgene stier Herman (1990-2004). En er treedt een skinhead op wiens kaalheid in verband wordt gebracht met geschoren vulva’s: “De kale poezen zingen hun lied.”

Tedja hanteert een veelheid aan vormen. Gedichten die grotendeels bestaan uit strofen van twee, drie of vier regels worden afgewisseld met pagina’s waarop met typografie wordt gespeeld, volzinnen staan tegenover gestamel, retorische anaforen en refreinregels maken sommige teksten tot lied of indringend betoog. Maar hoe strijdbaar deze poëzie ook is, plezier en lichtheid ontbreken geenszins. De vierde afdeling richt zich zelfs expliciet “tegen de zwaarte”. Een “beer van een vent” roept uit:

Weg met de zwaarte!

Ik ben het kind in mezelf.

Een vrijdenker die niet denkt dat god nadenkt.

Het is hier pikkedonker en zonder inhoud.

Zolang er geen buitenaardse wezens bestaan zal niemand die zien.

Weg met de zwaarte!

Schoonheid scheppen is niet direct het doel van deze poëzie. Niet voor niets verklaart Tedja geïnspireerd te zijn door de “veelbetekenende Dada-beweging”, die eerder uit was op het stichten van verwarring dan op iets anders. De dichter realiseert zich dat die stroming zichzelf heeft overleefd, maar blijft trouw aan het beginsel dat zekerheden de dood in de pot zijn.

In Ons Erfdeel 3/2019 wordt Tedja door Michiel van Kempen tot de Caraïbische literatuur gerekend, al geeft hij toe dat dat een rekbaar begrip is.1 Natuurlijk, Tedja’s ouders kwamen uit Suriname, maar maakt hem dat tot exponent van een specifieke cultuur? Volgens die redenering zou ik een Friese dichter zijn. Ik geloof dat een dergelijk label in het geval van Tedja weinig bijdraagt aan inzicht in wat hij doet. Zijn werk is geworteld in Rotterdam en Amsterdam, kan gerelateerd worden aan Dada, Cobra en spoken word, maar positioneert zich niet eenduidig binnen een politiek of etnisch debat. Ja, hij spreekt zich uit tegen racisme, maar belijdt bovenal het uitgangspunt dat je zelf kunt en moet kiezen wie je wilt zijn. Ieder mens is immers exclusief.

Michael Tedja, Exclusief, IJzer, Utrecht, 2019, 64 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.