Publicaties
In de strijd tegen racisme kun je niet ‘te licht van huid’ zijn
0 Reacties
column Hind Fraihi
maatschappij

In de strijd tegen racisme kun je niet ‘te licht van huid’ zijn

In haar vierde en laatste column over polarisatie en wantrouwen tegenover de gevestigde orde staat Hind Fraihi stil bij de strijd tegen racisme van de Black Lives Matter-beweging. ‘Merkwaardig hoe een strijd tegen superioriteit net gevoerd wordt met een zeker gevoel van superioriteit’, schrijft ze. ‘Vroeger was ik voor sommigen te bruin. De laatste jaren zou ik te wit zijn. Nooit eerder dan in dit bevreemdende jaar voelde ik me een antipode van een ander, op een speelveld van polariserend extreemrechts en blacktivisme.’ Het kan ook anders: antiracistische activisten keken in de jaren 1990 verbindend vooruit, divers en kleurloos.

De Dam in Amsterdam gaf ruim een halfjaar geleden het startschot. Al gauw volgden Utrecht, Enschede, Nijmegen, Rotterdam en andere steden. Het was de week van 1 juni 2020, waarin duizenden mensen de straat op gingen tegen racisme en politiegeweld. Het wereldwijde protest verspreidde zich als een lopend vuurtje.

Op 7 juni was het de beurt aan Brussel, waar tienduizend demonstranten ook hun steun aan Black Lives Matter (BLM) betuigden. Het straatprotest kwam er na wat een keerpunt werd genoemd. Een momentum, de politiemoord op de Afro-Amerikaan George Floyd.

In de strijd tegen racisme ben ik niet tuk op termen zoals momentum, een kantelpunt of een revolutie. Eenvoudigweg omdat een emancipatiestrijd, ontvoogding of streven naar gelijkheid zelden een kwantumsprong maakt. Zulke momenten brandmerken als “revolutionair” doet het werk van lange adem, dat zo kenmerkend is voor een strijd, teniet. Vuur kan nu eenmaal niet flakkeren zonder een onderaardse bron – die is niet noodzakelijk zichtbaar, maar wel woekerend.

Wat me dit jaar is bijgebleven? Niet de strijd tegen racisme. Die draag ik al mijn hele leven mee

Dus mocht iemand het toch in zijn hoofd halen om me te vragen wat me dit jaar is bijgebleven of wie: welnu, het is niet George Floyd. Het is niet de strijd tegen racisme. Die draag ik al mijn hele leven mee en is geen uitpakgebeurtenis voor een eindejaarslijstje. Racismebestrijding mag geen geuzenachtige koketterie zijn. Dat zou de strijd afvlakken tot een vorm van activistische zelfbevrediging die bij uitstek tot zijn recht komt op sociale media.

Afvlakken was op een welbepaald moment heel letterlijk te nemen. Een zwart vlak, een vierkant, werd een half jaar geleden massaal gedeeld op tijdlijnen tijdens Blackout Tuesday. Beroemdheden, influencers, merken en bedrijven publiceerden volledig zwarte berichten op Instagram ter ondersteuning van de George Floyd-protesten. Die virtuele “steun” was in feite een flink staaltje deugdpronken om een eigen heiligheid te bewieroken.

Het is merkwaardig hoe een strijd tegen superioriteit net gevoerd wordt met een zeker gevoel van superioriteit. “Er waren heel wat influencers die aan Blackout Tuesday deden en nu niet meer weten dat ze dat hebben gedaan”, zegt schrijfster Dalilla Hermans in het vrouwenmagazine Feeling, dat terugblikt op de golf van protesten. Wat ernstig zou moeten zijn en doeltreffend in de actie wordt zo gekaapt door selfiebrigades aller landen.

“Is dit een zomerhype of staan we op een kantelpunt in de geschiedenis?”, stelde de Nederlandse NPO Radio 1 in een teaser. De vraag is een prikkelend lokkertje, zoals het hoort, maar ook bijna een boutade. Het antwoord is uiteraard dat BLM geen van beide is.

Wat ernstig zou moeten zijn en doeltreffend in de actie werd gekaapt door selfiebrigades aller landen

Vanuit politieke hoek stelde Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam het bijna episch: “Wat begon met een paar activisten die het aandurfden om onrecht ter discussie te stellen en confronterende gesprekken te beginnen. Die genegeerd werden en belachelijk gemaakt, of vaker nog gehaat en bedreigd. Dat is de laatste maand uitgegroeid tot een onstuitbare nieuwe volksbeweging van moeders en dochters, vaders en zonen, grootouders en kleinkinderen. Van winkeliers, onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten.”

Zulke grootspraak verraadt niet alleen een miskenning van de decennialange strijd tegen racisme. Maar stuurt ook aan op een epoche-moment, groot(s) genoeg om alles wat ervoor kwam en erna komt te minimaliseren. Het is een in behaagzucht gehulde betuttelende visie en een groteske retoriek die vooral kan leiden tot één zaak: de deconfiture van de strijd tegen racisme. Gedoemd om te mislukken in de handen van een “nieuwe generatie” – zoals vaak te horen viel.

“Een generatie activisten voorstellen als ‘nieuw’ is een manier om ze te isoleren van de activisten die hen vooraf zijn gegaan, en vooral van wat we zouden kunnen leren van hun successen en nederlagen”, zegt Olivia Rutazibwa, docent en auteur van het dekoloniale manifest Het einde van de witte wereld.

Wat voorafging, is een lange strijd in al zijn vormen: in petities, in sit-ins op school, in aanbevelingen voor het beleid en hoge politieke druk zoals de realisatie van het migrantenstemrecht, met mijn broer Tarik als een van de voortrekkers.

Maar zeker en vast ook een strijd op straat. Denk maar aan de antiracismebetogingen begin jaren 1990. Ik herinner het mij als gisteren. Op 24 oktober 1992 was er onder meer Hand in Hand in Brussel, met 40.000 betogers. Zestien was ik, in een mensenzee van diverse pluimage uit het hele land. Dat aantal werd twee jaar later geëvenaard op 27 maart 1994. En ook nog in 2006 was er in Antwerpen een Witte Mars, naar aanleiding van de racistische moorden door Hans Van Themsche, met 15.000 à 20.000 betogers.

De betogingen van de jaren 1990 kenden geen hokjes of poespas rond identiteit. Termen als woke maakten geen deel uit van het glossarium

De opkomst was groot. In tegenstelling tot een halfjaar geleden was er dan ook geen pandemie. Maar de verontwaardiging, het onbegrip en zelfs de woede waren niet min. Begin jaren negentig was de schok door de extreemrechtse opmars in de verkiezingen behoorlijk groot. Het Vlaams Blok kende in de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 een eerste doorbraak in Antwerpen. Op Zwarte Zondag, 24 november 1991, volgde een doorbraak in heel Vlaanderen met voor het eerst 10 procent. De kiezer had een signaal gegeven. Jongeren gaven een signaal terug, gesteund door onder meer Jongeren tegen Racisme in Europa (Youth Against Racism in Europe, YRE).

Waarom ik daarnaar verwijs? Het gaat niet om wie eerst is, maar om wie eenheid vormt. De betogingen van de jaren negentig stonden zonder twijfel voor eendracht. De rangen werden gesloten ongeacht de kleur, de afkomst of geschiedenis. Er waren geen hokjes of poespas rond identiteit. Termen als woke maakten geen deel uit van het glossarium, evenmin was er sprake van witte privileges.

Nu zien rabiate BLM-aanhangers kleurenblindheid als een vorm van micro-agressie die etnische identiteiten en ervaringen zou uitwissen. De verschillen, zo luidt het, moeten juist benadrukt worden. Zelfs inter-Afrikaans: is een slachtoffer van politiegeweld bijvoorbeeld “zwart genoeg” om onderwerp te zijn van een BLM-protest?

In de aanloop naar de Brusselse BLM- manifestatie was er discussie of de ouders van Adil en een broer van Mehdi, twee jongemannen die stierven bij een politie-interventie in België, wel deel zouden mogen uitmaken van het protest.

“Sommigen vonden dat de betoging in het teken moest staan van ‘Black Lives Matter’ en niet ‘North-African Lives Matter’. Racisme tegenover zwarte Afrikanen is niet hetzelfde als tegenover andere mensen van kleur. Maar voor de nabestaanden ging het in de eerste plaats over politiegeweld en daar krijgen jongeren met Noord-Afrikaanse roots hier ook mee te maken. Voor mij was dat geen punt. In mijn ogen zijn zij evengoed Afrikaans. Zij hadden hun plaats op de manifestatie en ze hebben die ook gekregen”, zei jeugdwerker Muamba Bakafua, van de Brusselse vzw Change in De Standaard.

Laat ons een paar zinnen terugspoelen: Black Lives Matter en niet North-African Lives Matter. Racisme tegenover zwarte Afrikanen is niet hetzelfde als tegenover andere mensen van kleur.

Er blijkt zowaar een trappensysteem te zijn in de strijd tegen racisme.

Mocht er iemand dan toch vragen wat me dit jaar vooral is bijgebleven, dan is het ongetwijfeld mijn kleur. Vroeger was ik voor sommigen te bruin. Voor hen moest ik maar eens “terug naar mijn land”. De laatste jaren zou ik echter te wit zijn. Ik ben meer dan ooit tussenin. De Afropeaan in mij – Europeaan met Afrikaanse wortels – beleeft naar hartenlust culturen van twee continenten. Maar dat is er voor sommigen steevast één te veel, ook voor Afrikanen. Dan ben ik prompt te Belgisch.

Wit met bruine pigmenten zou racisme anders beleven en dus anders moeten bestrijden dan zwart gepigmenteerden. Een strijd waarin volgens diehard blacktivisten witten al helemaal geen plaats hebben. Die moeten zonder meer het zwijgen worden opgelegd, want het koloniale bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Die visie, waarmee ik al geconfronteerd ben, vormt een soort van Tabel van Mendeljev voor gevorderden in de racismestrijd. En dan vormen mijn Noord-Afrikaanse wortels slechts lichtgewichten op de apothekersschaal. Ik zou volgens sommige BLM-aanhangers een belangrijk element missen: een transgenerationeel overgedragen pijn die teruggaat tot de kolonie of de slavernij. Met andere woorden, mijn roots liggen niet in Congo.

Wat me dit jaar vooral is bijgebleven? Dat is ongetwijfeld mijn kleur

Nooit eerder dan in dit bevreemdende jaar voelde ik me een antipode van een ander. Tussen hamer en aambeeld, op een speelveld van polariserend extreemrechts en blacktivisme. Nooit eerder keek ik op die manier terug naar die zondagen in Brussel waarop ik als puber volop manifesteerde in de grote massa. Zo divers en zo kleurloos. Met de blik vooruit.

De racismestrijd van de jaren negentig liet zich niet alleen typeren door eenheid zonder een Engelstalig woordenregister, maar was in eerste plaats een strijd die verbindend vooruitkeek. Moedig voorwaarts, met het verleden slechts als bagage, niet als voorwaarde voor gelijkheid.

Hebben Noord-Afrikanen dan niets om met enig gevoel van leed naar terug te kijken? Is er dan in de “witte” geschiedenis geen bruin bloed gevloeid? In de Europese oorlogsherdenking is over het algemeen weinig aandacht voor het vergoten bloed dat vanuit de kolonies werd aangevoerd. Toch zijn er voorbeelden genoeg.

Op 22 april 1915 gebruikten de Duitsers bij Steenstrate voor het eerst gifgas in de strijd. De soldaten die de zwaarste klap te verduren kregen, waren de indigènes, inheemse soldaten, van de 45ste Algerijnse Divisie. De Tweede Wereldoorlog? Om maar de bekendste te noemen: la bataille de Gembloux. Op 15 mei 1940 waren het, langs de spoorlijn Ottignies-Gembloux, vooral Marokkaanse soldaten aan de frontlinie. Velen van hen zouden, ondanks het militaire succes, de Afrikaanse zon nooit meer zien.

Hun bloed is mee gevloeid voor de bevrijding. Of ik dat leed in mij draag? Ik draag liever hun bravoure in mij. En deze wetenschap: Europa was in oorlog niet van etnische scheidslijnen dooraderd. Laat dat ook in vredestijden zo zijn, en al zeker in de strijd tegen racisme. Eendracht maakt de toekomst.

Hind Fraihi is titularis van de Leerstoel Willy Calewaert aan de Vrije Universiteit in Brussel (VUB). Onder de vlag ANTIPODE organiseert de leerstoel een vierdelige lezingenreeks over groeiende polarisatie vanuit ultrarechts, decolonize, islamisme en klimaat (nu uitgesteld vanwege corona). Die thema’s vormen één voor één hete hangijzers, wat kan leiden tot een tweedeling in de samenleving: de ene groep wordt de antipode van de ander. In haar columns neemt Hind Fraihi telkens een antipode onder de loep. In september gaf ze context bij ultrarechts in de Lage Landen, in oktober bij moslimextremisten, in november stond ze stil bij Extinction Rebellion en antisemitisme, en in december sluit ze af met Black Lives Matter. ANTIPODE is een samenwerking met het August Vermeylenfonds, PEN Vlaanderen en het Hannah Arendt Instituut.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.