Deel artikel

geschiedenis, kunst

Hoe een Belgische toren met koloniale symboliek het decor werd van de Afro-Amerikaanse emancipatie

24 februari 2026 9 min. leestijd

Op een universiteitscampus in Virginia staat sinds de jaren 1940 een indrukwekkende toren: het Belgian Friendship Building. Martin Luther King kwam er spreken, waardoor het gebouw in de jaren 1950 en ’60 een symbool werd van de Afro-Amerikaanse emancipatie. Opvallend, want eind jaren 1930 werd in diezelfde toren nog de Belgische ‘beschavingsmissie’ in Congo verheerlijkt.

In 1939 was het de beurt aan New York om de wereldtentoonstelling te organiseren. Al sinds Parijs 1937 had de België de kaart van het modernisme getrokken om zichzelf aan de wereld te tonen. De geknipte persoon om de artistieke leiding te nemen, was Henry van de Velde.

Van de Velde had een internationale reputatie opgebouwd als modernistisch kunstenaar en was directeur geweest van het Institut Supérieur des Arts Décoratifs in Brussel, beter bekend als La Cambre. Naar het model van het Duitse Bauhaus verzorgde La Cambre hoger kunstonderwijs in ateliers waar boekbinden, keramiek, textielontwerp, meubelontwerp, grafische vormgeving en architectuur op een uitgesproken modernistische manier beoefend werden. Het lerarenkorps was toonaangevend in de Belgische modernistische beweging.

Tijdens de succesvolle deelname aan Parijs 1937 toonde het Belgische paviljoen prachtig weerwerk naast het blauw van de Seine en het staal van de rijzige Eiffeltoren, met ronde, horizontale volumes die bekleed waren met handgemaakte, terracottarode tegels. Van de Velde was de hoofdarchitect in Parijs en tegelijk als commissaris belast met de selectie van de getoonde kunstwerken en nationale nijverheden. Voor de wereldtentoonstelling van New York mocht hij van de Belgische regering exact hetzelfde doen.

Beschavingsplicht

De New Yorkse wereldtentoonstelling vond plaats in het park Flushing Meadows en was gewijd aan The World of To-morrow. Ze trok maar liefst vijfenveertig miljoen bezoekers. Het Belgische paviljoen, gerealiseerd door Van de Velde, Léon Stynen en Victor Bourgeois, had een ereplaats gekregen op het terrein en viel op door zijn rijzige toren. Als je eenmaal binnen was, lieten strakke glaspartijen het tentoongestelde baden in het licht. Opnieuw was de opvallende gevelbekleding uitgevoerd in terracottarood tegelwerk. De Amerikaanse pers was lovend: het paviljoengebouw was “unique in its modernity”. Van de Velde zelf sprak over een “radikaal modernistische schepping opgevat volgens de strenge formules eener nieuwe esthetiek, beproefd en aanvaard door twee generaties architekten”.

Bezoekers betraden het Belgische paviljoen via een glazen Atrium, waar ze begroet werden door woorden van koning Albert aan de burgemeester van New York. Ook werden ze herinnerd aan de Amerikaanse steun voor brave little Belgium tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vervolgens kwamen ze in de erehal, die getooid was met rubber en zwart marmer en waar de Vlaamse wandtapijtkunst groots aan de muren prijkte, met geweven taferelen uit de Belgisch-Amerikaanse geschiedenis van de hand van Floris Jespers. Het paviljoen leidde verder naar een arts-and-craftsgalerij waar het kruim van La Cambre tentoonstelde. Een grote zaal, die onder de verantwoordelijkheid van de minister van Koloniën viel, was volledig gewijd aan wat “den beschavingsplicht van het Moederland tegenover de inboorlingen” in materiële zin opgeleverd had.

Het paviljoen telde verder een receptiehal (vol koloniale en monarchale symboliek), een restaurant (met muurschilderingen van René Guiette en Edgard Scauflaire), een kroongalerij (waar kristallen en juweelkunst te zien waren) een binnentuin (met een monumentaal beeldhouwwerk van Oscar Jespers), een cinemazaal (waar zes verschillende kortfilms over de nationale kunstuitingen te zien waren) en helemaal bovenaan, in de nok van de toren, bevond zich een Mechelse beiaard die elk kwartier zijn lied speelde: folkloristische deuntjes zoals de ‘Rubensmars’ en ‘Daar ging een pater langs het land’. Dat beiaardspel, waarvoor een Vlaamse beiaardier was overgevlogen, gaf het Belgische paviljoen zijn bijnaam “the singing tower”.

Belgisch-Amerikaanse krabbenmand

Aan het hoofd van de Belgische commissie stond tentoonstellingscommissaris Joseph Gevaert, die ook de baas was van het gelijknamige fotografiebedrijf. Tijdens de expo kwam hij in de schandaalpers met het nieuws dat zijn vrouw van hem scheidde om in dezelfde week met een Amerikaanse kunstenaar te trouwen. Het echte werkpaard was Gevaerts adjunct Jan-Albert Goris, vandaag beter bekend als schrijver Marnix Gijsen. Hij verbleef tijdens de expo in een kleine studio op de veertiende verdieping van een flatgebouw met zijn vrouw Julia De Bie en een fabelachtig zicht op de Hudson. Vanaf de opbouw van het paviljoen in 1938 vatte Goris er het Amerikaanse luik van zijn carrière aan, dat zou duren tot een eind na de Tweede Wereldoorlog. Hij volbracht er zijn dubbelleven als schrijver-ambtenaar, met de column ‘Dag en nacht in New York’ in De Standaard en tal van ander literair werk (als Marnix Gijsen) en werk voor het Belgian Information Center (als Jan Albert Goris). Ook hij scheidde tijdens zijn Amerikaanse jaren van zijn echtgenote, bevangen door de American way of life die zoveel vrijer voelde dan het katholieke Vlaanderen dat hij verlaten had.

Goris regelde alles op de World Fair: van vakbondsonderhandelingen tot boekhouding en de vertegenwoordiging van België bij allerlei instanties en gelegenheden. In zijn laconieke stijl bracht hij verslag aan zijn broer René:

Vrijdag achttien [oktober 1940] was de laatste officieele gebeurtenis in mijn kraam verloopen en de dapperste der Gallieers hadden zich daar op een prachtig buffet geworpen met een furie die aan het Albertkanaal volstrekt niet misplaatst zou zijn geweest. Gelieve te noteeren dat een dame zeventien taartjes opat en een andere van onze beminnelijke landgenooten wikkelde een hele kreeft in een serviette en was verwonderd toen ze dat beest moest terug geven.

Goris voelde zich als een vis in het water bij de Belgian Party die zich in het zog van de expo in New York vestigde. Daar kwam het Belgische paviljoen, zeker na het uitbreken van de oorlog, terecht in de krabbenmand van de Belgisch-Amerikaanse betrekkingen. In mei 1940 was het onduidelijk wat men met de Belgische tentoonstelling in New York moest doen. Een telegram van minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak gaf het bevel te sluiten. Maar wat moest er dan gebeuren met het paviljoen?

Enkele dagen na het telegram herzag de regering haar beslissing. Het idee om het gebouw af breken en te verschepen naar Europa, waar de Britse Navy en de Duitse Luftwaffe slag leverden, botste op praktische moeilijkheden. Het Belgische paviljoen mocht heropenen, maar het standbeeld van koning Leopold III werd uit de Erezaal verwijderd als gevolg van zijn pro-Duitse gezindheid en de complexe grondwettelijke situatie die daardoor gerezen was tussen de regering en de vorst. Ook tentoonstellingscommissaris Gevaert werd ervan verdacht op de hand te zijn van de Duitsers, hij was onder meer gesignaleerd in Italiaanse en Duitse diplomatieke kringen. Met weinig scrupules manoeuvreerde Goris hem aan de kant.

Paviljoen in de uitverkoop

De regering had tijd gekocht tot 27 oktober 1940, toen de wereldtentoonstelling officieel sloot. Uit Goris’ koker kwam het idee om het paviljoen in de Verenigde Staten te verkopen. Hij was al sinds de zomer van 1940 bezig met de uitverkoop: “In het paviljoen gaat alles nu normaal. Gevaert zie ik eens per week. Hij is nu naar Yellowstone park gegaan. Ik tracht alles wat hier is te verkoopen en dat lukt: liquideer den beiaard (aan Galpin-Hoover), massa’s peperkoek (aan Rossens & co), zilverwerk en ceramiek, kazuivels en boeken. Het lijkt wel een department store”, schreef Goris aan parlementsvoorzitter Frans van Cauwelaert, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in New York verbleef.

Goris lobbyde ook intensief bij de Afro-Amerikaanse Virginia Union University uit Richmond, een van de zogenaamde Historically Black Colleges and Universities (HBCU) uit het zuiden, om het paviljoen zelf te verkopen. Hij verkocht het gebouw voor de helft van de waarde, waarmee hij verlost was van de verplichte afbraak en ook de bouwkosten terugbetaald waren. Eigenlijk verpakte hij een schuldenpost en een lastig dossier voor de Belgische regering in ballingschap als een opportuniteit voor Virginia Union. Tegelijk stelde hij, in volle oorlogspropaganda, de verkoop voor als een geschenk: “A gift from Belgium to America to serve colored Men and Women.”

Handig gedaan van Goris: het modernistische expopaviljoen, dat eigenlijk had moeten terugkeren naar de Heizel in Brussel, werd als een Friendship Building verpand in de Verenigde Staten. Tegelijk tankte het bezette België emotioneel krediet bij een grootmacht.

Zachte diplomatie, harde deals

In mei 1941 was Goris uitgenodigd voor de eerstesteenlegging van de heropbouw. Op 17 mei schreef hij aan zijn broer René:

Terug van het zuiden. Reed met de bus naar Richmond, drie uur ver, door een mooi en historisch landschap vol herinneringen aan den Secessieoorlog. De ceremonie zelf was werkelijk roerend van naieveteit en waardigheid tegelijk. Het was er in tegenstelling met New York, lekker warm en het groen was er nog egaal zijn frissche glorie. Onder de lage boomen op den campus had men een paar estrades opgetimmerd: op de eene namen de ‘euverheden’, plaats op de andere de ‘band’. In een halven cirkel daarrond waren banken opgesteld in drie vier rijen en daarop hadden onze zwarte broeders en zusters plaats genomen: allemaal op hun paaschbest met felle roze en lichtgroene en schitterend blauwe zijde en allemaal de haren blinkend geolied om er de krullen uit te krijgen. Een mengsel van alle tinten, een staalboek van al de overspelige en rassenschendige bezigheden van old Virginia sedert een paar eeuwen Het orkest was uniek: een collectie jongens en meisjes in de meest kleurrijke coutrementen: een was er die op een ebbenhouten gezicht een zonnebril droeg van wit celluloid een vinger dik.

En zo meanderde Gijsen nog een eind verder, over een plechtigheid die voor Virginia Union University een nieuw tijdperk inluidde. Het geld voor het paviljoen was bijeengebracht door collectes in de zwarte gemeenschap, zoals in de negentiende eeuw de Belgische katholieken rondgingen in de mis om geld op te halen voor de Leuvense universiteit. De datum van de steenlegging, 14 mei 1941, werd in de stichtingstoespraken gemarkeerd als een keerpunt in de lange geschiedenis van zwarte onderwerping.

Goris was een energieke commissaris, maar werd ook voortdurend gedekt door de Belgische diplomatieke diensten. De “gift” en de “Friendship Building” waren een onderdeel van de ruimere Belgisch-Amerikaanse betrekkingen die in Washington speelden. Die piekten, tijdelijk, omdat de Belgische kolonie Congo over grondstoffen beschikte die van grote strategische waarde waren in het oorlogsgebeuren.

Het was een merkwaardige, complexe situatie. Bijna één vierde van het Belgische paviljoen was gewijd aan de kolonie en aan het “beschavingswerk” van België in Congo. Datzelfde gebouw werd nu verkocht zeg maar “verpatst” door een koloniale mogendheid aan een Negro College, alleen maar omdat de omstandigheden van een wereldoorlog haar daartoe dwongen. Tegelijk speelde België de gebeurtenis uit als een “token of friendship” in de Atlantische verhoudingen. Soft diplomacy tegenover de harde koper- en uraniumdeals.

Trots symbool

Virginia Union University zelf lag er niet wakker van. Het beschouwde de afbraak in Flushing Meadows en de heropbouw in het zuidelijke Richmond van Van de Veldes modernistische paviljoen wel degelijk als een “gift of Belgium to Negro education in the United States”. Dankzij het omvangrijke expogebouw, dat bekend bleef staan als “the Belgian building”, groeide de campus er in een klap met vijftig procent en kregen de studenten er auditoria, laboratoria, een universiteitsbibliotheek en tal van gemeenschapsvoorzieningen bij.

In de jaren die volgden, werd Van de Veldes toren zelfs het trotse symbool van Afro-Afrikaanse emancipatie. In de jaren 1960 werd het Belgische modernistische gebouw de wat anachronistische omgeving waar het studentenprotest oplaaide en de Civil Rights-beweging werd aangevuurd, vanuit Richmond tot in verschillende andere zuidelijke steden toe. Martin Luther King Jr. kwam in 1956 in de Belgian Building spreken, toen de koloniale grandeur er al vergeten was. King keerde er later nog tweemaal terug, voor hij in 1968 doodgeschoten werd. Het basketbalteam van de Panthers speelde op de court die was aangelegd in het voormalige paviljoen en Afro-Amerikaanse jazzgrootheden als Duke Ellington en Count Basie traden er op. Generaties zwarte studenten behaalden er hun diploma.

De ironie, bijna het sarcasme dat Goris in zijn privébrieven aan de dag legde, en het opportunisme waarmee het gebouw als een “geschenk” verkocht werd, namen niet weg dat toren met trots overgenomen werd door een bevolkingsgroep die toen nog leed onder de segregatie. In het bezit van een stukje modernistische architectuur dat geschitterd had op de World Fair zagen zij juist het bewijs van hun groeiende kracht.

Het volledige verhaal is te lezen in het boek Belgian Friendship Building. From the New York World’s Fair to a Virginia HBCU van Kathleen James-Chakraborty, Katherine M. Kuenzli en Bryan Clark Green. Verschenen bij University of Virginia Press, Charlottesville, 2025, 384 p.

Het boek wordt voorgesteld op woensdag 25 februari om 18 uur in de Belvédère van de Boekentoren in Gent (Rozier 3). Meer info over dit Engelstalige evenement hier. Toegang is gratis, maar registratie is verplicht.

Ruben-Mantels-2

Ruben Mantels

schrijver, historicus en deeltijds verbonden aan de UGent. Hij schreef Torens van boeken (2020), een geschiedenis van Universiteitsbibliotheek Gent, en werkt aan een biografie van Henry van de Velde (met steun van de Boekentoren en de Henry van de Velde Foundation)

(foto Geert Roels)

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000003ca80000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)