Publicaties
Hij kwam het best tot zijn recht op papier
0 Reacties
maatschappij
geschiedenis

Hij kwam het best tot zijn recht op papier

Een biografie van journalist, conservatief en atlanticus J.L. Heldring (1917-2013)

Voor politiek geïnteresseerden in ons taalgebied had de Nederlandse journalist Jérôme Louis (J.L.) Heldring (1917-2014) in de laatste jaren van zijn bijna een eeuw lange (schrijvers)leven als “vrijgevestigd columnist” een cultstatus verworven. Misschien zelfs meer dan zijn collega Henk (H. J. A.) Hofland (1927-2016), die in 1999 door zijn vakgenoten werd verkozen tot dé Nederlandse journalist van de twintigste eeuw.

Heldrings rubriek Dezer Dagen, aanvankelijk in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en na de fusie met het Algemeen Handelsblad in NRC Handelsblad, groeide tussen 1960 en 2012 (!) uit tot een journalistiek kwaliteitsmerk dat onveranderlijk de moeite van het lezen loonde. Ook al was men het flagrant oneens met de opinies die in een fraaie stijl werden geventileerd. Toen Heldring met Dezer Dagen begon, was hij adjunct-hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Vanaf 1968 zou hij het hoofdredacteurschap van het blad op zich nemen en de transformatie tot NRC Handelsblad mee op de sporen zetten. Van 1972 en tot zijn pensionering een decennium later leidde hij het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken, de voorganger van het huidige Instituut Clingendael. Van 1949 tot 1953 had Heldring buitenlandse ervaring opgedaan bij het Nederlands Informatie Bureau in New York.

De verwachtingen omtrent een biografie over een figuur met een iconische status als Heldring waren hoog gespannen, en dan kan het resultaat wel eens wat tegenvallen.Helaas is dat ook zo met De eeuw van Heldring van freelancejournalist en publicist Hugo Arlman. Zijn biografie is niet van het kaliber van de persoon wiens leven en werk erin worden geboekstaafd: goed geschreven en informatief, maar zonder de stilistische en inhoudelijke brille die Heldring tot een instituut maakte.

De auteur maakt zijn belofte niet helemaal waar dat hij een antwoord zal geven op de vraag: “Wat voor mens school er achter het cerebrale, intellectuele en afstandelijke masker dat de meeste mensen van hem te zien kregen?” Zo gaat Arlman niet echt in op de impact die het overlijden van achtereenvolgens zijn moeder, een zus en een broer vóór zijn vijfentwintigste verjaardag op Heldring moet hebben gehad. Dat hij zelf geen voorstander was van “gepsychologiseer”, kan bezwaarlijk als een afdoend argument gelden. Wel verneemt men allerhande realia over onder meer Heldrings soms vergaande zuinigheid, zijn huwelijk en vaderschap van vier kinderen, de redenen waarom hij zichzelf beschouwde als een “niet gelovige christen” en het feit dat hij “in 1962 werd gepolst of hij particulier secretaris van de prins (Bernhard, NvC) wilde worden”.

Heldring stamde uit het bevoorrechte milieu van de Amsterdamse geldaristocratie. Zijn vader beschikte over uitgebreide relaties, zowel politiek als commercieel, tot in regeringskringen. Diens vader was één van de eerste autobezitters in Nederland. Zelf trok Jérôme tijdens zijn Leidse universiteitsjaren, die hij in 1941 afrondde met een doctoraaldiploma rechten, enkele keren op wintersport met vrienden. Kort na zijn afstuderen kwam Heldring te werken bij Uitgeverij Brill in Leiden en op 1 augustus 1945 trad hij toe tot de buitenlandredactie van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, in beide gevallen mede dankzij vaderlijke voorspraak.

Heldring was “een onver-moeibare waarnemer van de tijdgeest”, veeleer obser-vator dan actor

Op achtentwintigjarige leeftijd zat Heldring daarmee professioneel helemaal op zijn plaats. Dat illustreerde hij al meteen door, vroeger dan heel wat anderen, vast te stellen dat het Europese kolonialisme in Afrika en Azië na de Tweede Wereldoorlog een gepasseerd station was. Het getuigt van Heldrings “intellectuele lenigheid” en “historische kennis en inzicht”, die zijn werk blijvend zouden kenmerken en die door zijn biograaf hoog geprezen en meermaals gememoreerd worden. Na de val van de Berlijnse Muur, bijna een halve eeuw later, constateerde Heldring– een overtuigde atlanticus die altijd enige “scepsisten aanzien van een verenigd Europa” bewaarde – even snel en terecht dat een nieuw tijdsgewricht was aangebroken in de internationale politiek, na het decennialange antagonisme tussen de VS en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog.

Heldrings richtsnoer bij zijn “weinig ideologisch bepaalde analyse” van de geopolitiek was en bleef dat “de politieke en economische belangen van landen centraal stonden, evenals de machtspolitieke verhoudingen”. Met die realpolitieke benadering van de mondiale werkelijkheid zat de eerder behoudsgezinde liberale commentator op dezelfde lijn als zijn geleidelijk meer naar links evoluerende vak- en generatiegenoot Luc Vandeweghe (1914-1985). Vanaf de jaren 1960 lichtte die aan de Leuvense universiteit als historicus gevormde chef buitenland onder het pseudoniem E. Troch de internationale politiek toe vanuit dezelfde invalshoek in de Vlaams een – toen nog – katholieke krant De Standaard.

Heldring –die zich sterk geïnteresseerd betoonde in (culturele) samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen en in de Nederlandse taal op zich én die over beide thema’s ook herhaaldelijk publiceerde– was een trouwe lezer van De Standaard, die eind 2018 zijn honderdste verjaardag vierde. In een briefje dat hij mij op 2 juli 2008 toestuurde,getuigde de toen 91-jarige daarover relativerend het volgende: “Het doet mij genoegen te vernemen dat u mijn commentaren over de ontwikkelingen in België waardeert. Ik vind het gewoon mijn plicht als commentator mij bezig te houden met die ontwikkelingen in een buurland. Dat maakt mij gauw tot een deskundige op dit gebied in mijn land. In werkelijkheid weet ik er weinig van af.”

Mijn particuliere ervaring bevestigt wat Arlman stelt: Heldring “beantwoordde alle brieven”. Hij had een groot respect voor zijn lezerspubliek en besloot de laatste aflevering van Dezer Dagen in april 2012– “helder en ondubbelzinnig” zoals altijd– met deze woorden: “Waarom het gaat is niet de lezer te bekeren, maar hem ten dienste te zijn. Vandaar dat mijn laatste groet de lezer geldt.”

In 1974, toen dat nog allerminst salonfähig was, outte Heldring zich uitdrukkelijk als conservatief, “in den waardigen zin van het goede te willen behouden en de traditie niet roekeloos te willen prijsgeven voor de mode van den dag”, zoals de door hem bijzonder gewaardeerde, internationaal gereputeerde Nederlandse historicus Johan Huizinga (1872-1945) het dertig jaar eerder had geformuleerd.

Heldring was vooral “een onvermoeibare waarnemer van de tijdgeest”, veeleer observator dan actor. Of nog: “liberaal in zijn kijk op de wereld, ondogmatisch, rationalistisch, met oog voor eigen andermans menselijk falen”, zoals Hugo Arlman hem terecht fêteert. Kortom: een intellectuele erflater die het verdient te worden opgenomen in het collectieve geheugen.Heldring als kwalitatief oriëntatiepunt dus, zoals de titel luidt van een bijdrage van politiek filosoof Luuk van Middelaar in NRC Handelsblad (28 september 2018): “Wat zou Heldring gedacht hebben?”

Hugo Arlman, De eeuw van J. L. Heldring (1917-2013). Een biografie, Van Oorschot, Amsterdam, 2018, 384 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be