Publicaties
Het theater van de toekomst. Over community arts en de sociaal-artistieke praktijk in Vlaanderen
0 Reacties
Voor abonnees
kunst

Het theater van de toekomst. Over community arts en de sociaal-artistieke praktijk in Vlaanderen

(Wouter Hillaert) Ons Erfdeel – 2015, nr 1, pp. 80-87

Dit is een artikel uit ons papieren archief

In Vlaanderen zijn community arts alvast om één reden uniek in de wereld: ze heten “sociaal-artistiek” in plaats van community arts. Dat zegt meteen veel over hoe anders ze ontstaan zijn en opgevat worden. Sinds tien jaar horen ze direct onder het kunstenbeleid. En misschien worden ze zelfs ooit het model voor alle kunstenaars. Alleen beseft de rest van het kunstenveld dat nog niet.

In 2014 had de sociaal-artistieke praktijk in Vlaanderen eigenlijk twee verjaardagen te vieren, maar niemand dacht eraan. Twintig jaar eerder, in 1994, verscheen het Armoederapport van de Koning Boudewijnstichting, dat algemeen geldt als de wieg van wat pas later “sociaal-artistiek”’ zou gaan heten. Uit het rapport, gebaseerd op getuigenissen van mensen in armoede, bleek dat culturele uitsluiting als minstens zo ernstig werd aangevoeld als materieel gemis. Geen deel hebben aan de cultuur-productie van Vlaanderen ervoeren armen als een even groot probleem als geen geld hebben voor nieuwe kleren of de elektriciteitsrekening. Voor zowel welzijnswerkers als beleidsmakers was dat nieuw. Binnen de armoedebestrijding werd culturele participatie een extra aandachtspunt. Er kwamen budgetten vrij voor kunstzinnige initiatieven die actief aan de slag gingen met mensen in armoede. Vooral theater bleek een bijzonder medium om hen uit te dagen hun eigen verhaal te vertellen, door letterlijk hun stem te laten horen en zichzelf zichtbaar te durven maken voor anderen.

Dat is nog steeds de wondere chemie van communitytheater: leren acteren verhoogt vanzelf je zelfwaarde, en meer zelfwaarde maakt je een betere acteur. Hoe hoger de artistieke kwaliteit van een project, hoe hoger ook de sociale kwaliteit. Vandaar: sociaal-artistiek.

In de praktijk ging dat prille sociaal-artistieke werk vooral uit van het welzijnswerk, en werden projecten begeleid door cultureel geïnte- resseerde welzijnswerkers, niet door geoefende regisseurs. Het doel was in die dagen nog niet zozeer kunst maken, maar een immateriële vorm van armoedebestrijding.

De tweede verjaardag die in 2014 ongemerkt passeerde, was de tiende verjaardag van het Kunstendecreet, een subsidiereglement waarmee cultuurminister Bert Anciaux in 2004 alle niet-verfondste kunstdisciplines samenbracht onder één beleidsaanpak. Zijn grote hart voor “cultuur voor allen” deed hem beslissen om naast podiumkunsten, beeldende kunst, muziek en architectuur ook de prille sociaal-artistieke praktijk in te schrijven in het nieuwe decreet. De impact van die voluntaristische beslissing kan nau- welijks overschat worden. Ineens hoefden de vijf voornaamste sociaal-artistieke pionier- organisaties – Victoria Deluxe en Bij’ De Vieze Gasten (allebei Gent), De Unie der Zorgelozen (Kortrijk), De Figuranten (Menen) en Sering (Antwerpen) – niet langer jaren na elkaar uit allerlei potjes projectsubsidies bijeen te harken, maar konden ze nu structurele middelen aanvragen voor vier jaar, en dus eindelijk een professionele werking opzetten.

Belangrijker: na 2004 won het artistieke aspect meer en meer aan belang. Het bereik van sociaal-artistieke voorstellingen had zich intussen verbreed tot wijkbewoners, senioren, gevangenen, mensen zonder papieren, allochtone jongeren, psychiatrische patiënten, en die voorstellingen hoefden volgens het Kunstendecreet niet noodzakelijk te voldoen aan dezelfde kwaliteitsnormen als professioneel theater. Maar toch gingen organisaties zelf minstens zoveel eer scheppen in een artistiek overtuigend product als in hun sociale proces. Ze wilden waardige kunst maken. Het ging hen voortaan net zozeer om “het ontwikkelen van een nieuwe artistieke taal” als om een platform bieden aan onderbelichte verhalen in de culturele ruimte. En zo heeft vandaag vrijwel niemand het nog over armoedebestrijding, tenzij als een integraal deel van het gehoor geven aan stemmen die in de samenleving minder makkelijk doordringen. In amper twintig jaar tijd transformeerde “sociaal-artistiek” van een gespreide welzijnspraktijk tot een echte deelsector binnen het hele kunstenlandschap.

"

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€4/maand

€40/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.