Publicaties
Het moment is aangebroken om vrouwelijke atleten eerlijker te vergoeden
0 Reacties
Snijpunt
maatschappij

Het moment is aangebroken om vrouwelijke atleten eerlijker te vergoeden

Onrealistische verwachtingen en vooroordelen maken dat vrouwelijke sporters nog altijd maar een fractie verdienen van wat hun mannelijke evenknieën krijgen. Nergens laat de Gender Pay Gap zich zo sterk voelen als in het voetbal en het wielrennen. Tijd voor een grondige verandering, vindt Hind Fraihi. Er zijn genoeg argumenten voor een eerlijker loon voor vrouwelijke atleten.

De Nederlandse ex-international Frank de Boer stond afgelopen zomer volop in de aandacht in de Amerikaanse pers. Deels omdat hij met Atlanta United, het team dat hij coacht, de Campeones Cup won. Maar in de eerste plaats om zijn bijzonder ongelukkige uitspraken over vrouwenvoetbal. Zo noemde Frank het een “belachelijk idee” dat mannen en vrouwen in het voetbal evenveel zouden moeten verdienen. De Nederlander heeft inmiddels zijn excuses aangeboden, maar toch heeft hij een gevoelige snaar geraakt.

Om dat goed te begrijpen, verwijs ik naar twee opmerkelijke berichten uit de sportkaternen van deze zomer. Na de finale van het WK Voetbal voor vrouwen tussen Nederland en de VS in Lyon vulde het stadion zich met leuzen voor Equal Pay. Daarmee schaarde het publiek zich achter de aanklacht van vedette Megan Rapinoe dat de vrouwen slechts een fractie verdienen van hun mannelijke evenknieën. Begin juli kroonde Jesse Vandenbulcke zich dan weer tot Belgisch wielerkampioene. Op zich geen wereldschokkend nieuws, maar het staartje zat hem in de interviews achteraf. Daar lichtte de atlete een tipje van de sluier over hoe ze dagelijks als mama, studente, wielrenster, partner en werknemer van een broodjeszaak vele ballen in de lucht moet houden. “Soms train ik wat minder. Een vuile pamper laat zich niet timen”, vatte ze het ontnuchterend samen.

Grote ongelijkheid in voetbal en wielrennen

Dergelijke berichten zul je niet meteen tegenkomen over mannelijke voetballers of wielrenners. Nergens laat de infame Gender Pay Gap, de kloof tussen lonen voor mannen en vrouwen, zich zo sterk voelen als in deze sporttakken.

Een paar voorbeelden? In de Italiaanse wielerwedstrijd Strade Bianchi krijgt de winnaar bij de mannen 16.000 euro, de snelste vrouw moet het stellen met 2.256 euro. Grosso modo bedraagt de totale prijzenpot voor de vrouwen amper een vierde van die van de mannen.

Met het voetbal is het zo mogelijk nog erger gesteld. In oktober 2018 kondigde de FIFA trots aan dat ze het prijzengeld voor het WK vrouwen verdubbelde naar 30 miljoen dollar. Wat de voetbalbonzen er wel niet bij vertelden, is dat de mannen ruim 400 miljoen onder elkaar mochten verdelen. Alleen al wereldkampioen Frankrijk sleepte 38 miljoen in de wacht, of zo’n 8 miljoen dollar meer dan de totale pot voor de vierentwintig ploegen die deelnamen aan het WK voetbal voor vrouwen. Als uitsmijter geef ik ook nog even mee dat uit een recente studie van de BBC blijkt dat een mannelijke voetballer gemiddeld zo’n 175 keer meer verdient dan een vrouw die al dribbelend op een grasmat haar (droog) brood probeert te verdienen.

De voetbalwereld lijkt niet meteen geneigd om structureel iets te veranderen

Exorbitante cijfers, onrechtvaardige cijfers. En toch lijkt de voetbalwereld niet meteen geneigd om er iets structureel aan te veranderen. Het blijft nog te veel hangen in individuele initiatieven, zoals in Noorwegen, waar de voetbalbond in 2017 besliste het budget voor de vrouwenselectie op te trekken naar het niveau van de mannenploeg. De heren waren zelfs bereid een deel van hun commerciële inkomsten af te staan aan hun vrouwelijke collega’s. Galant en solidair zou je zeggen. Op het eerste gezicht dan toch. Want wie verder kijkt, ziet dat een ploeg met een WK-titel, twee Europese titels en olympisch goud bij een ploeg met een blanco palmares moet gaan bedelen voor een gelijkwaardige behandeling.

Talrijke tegenstanders

De tegenstanders van een gelijke vergoeding zijn dan ook talrijk. Grosso modo vallen ze op te delen in twee teams. Team FC Dédain bestaat voornamelijk uit sportjournalisten, commentatoren en (voormalige) voetballers die het vrouwenvoetbal nog steeds als een “hobby voor lesbiennes” beschouwen. De Oranje Leeuwinnen hebben op het WK 2019 een pracht van een prestatie neergezet en een heel land begeesterd. Toch vindt analist Johan Derksen hun spel “niet om aan te gluren”. Sportverslaggever Sjoerd Mossou heeft het in het Algemeen Dagblad dan weer over “kelderklasse”, een “hype opgepompt door marketeers en media” en “vrouwen die bijna honderd jaar achter liggen”. Hugo Borst, nog zo’n analist, leek het dan weer een goed idee om een top vijf te presenteren van de mooiste vrouwen op het WK.

Team KV Commercial Revenue bevat dan weer vooral journalisten die zich een ernstiger aura aanmeten en dus naar de cijfertjes kijken. Hun boodschap komt er voornamelijk op neer dat vrouwenvoetbal al ruim overbetaald is. De wedstrijden lokken minder kijkers en genereren dus minder inkomsten van reclame, tickets en merchandising. De prijzenpot van het WK voetbal voor mannen mag dan wel 370 miljoen dollar hoger zijn dan die van het WK voor vrouwen, de mannen nemen slechts 7 procent van de recettes mee naar huis; bij vrouwen komt het neer op 23 procent. In absolute cijfers verdienen vrouwen dan misschien maar een schijntje, is hun redenering, maar qua percentage laten ze de mannen ruimschoots achter zich.

De boodschap aan vrouwelijke sporters is vaak: kom over honderd jaar nog maar eens terug, als je hebt leren voetballen

De argumenten zijn dan wel uiteenlopend, maar eigenlijk is de boodschap aan vrouwelijke sporters hetzelfde: “Jullie sport is nog te onderontwikkeld. En veel te saai en onbeholpen in vergelijking met de mannen. Bovendien brengt het amper geld in het laatje. Kom over honderd jaar nog maar eens terug. Als je hebt leren voetballen.”

Hebben al die zelfverklaarde kenners dan een punt? Zijn wielerwedstrijden en voetbalmatchen bij vrouwen trager, minder flitsend en dus saaier en minder aantrekkelijk voor de sportliefhebber? Biologisch gezien valt er iets voor te zeggen; mannen zijn door de band genomen groter, sterker en atletischer dan vrouwen. Hun confrontaties op de weg of het veld ogen inderdaad aantrekkelijker voor de fans. Maar waar ligt dat aan? Aan de prestaties van de sportvrouwen of het verwachtingspatroon van de “kenners”?

Onrealistische verwachtingen

Neem nu bijvoorbeeld het tennis. In de wereldwijde top honderd van best betaalde atleten, staat slechts één vrouw; Serena Williams op plaats 63. Niet toevallig een tennisspeelster. De sport heeft dan ook een behoorlijk palmares als het aankomt op gendergelijkheid. De US Open keerde al in 1973 evenveel prijzengeld uit aan de mannelijke en de vrouwelijke winnaars. In 2007 kwam ook Wimbledon, als laatste grandslamtoernooi, over de brug. Daarnaast heeft tennis ook het verloop van de wedstrijden aangepast aan de biologische verschillen. Zo spelen vrouwen minder sets dan mannen. Vrouwentennis is overigens ook een sport die al zeer vroeg te zien was op televisie. Wat maakt dat de fans, journalisten en commentatoren het beschouwen als een “aparte” sport en dus minder vergelijkingen maken met de “betere” mannencompetitie.

Dameswielrennen en vrouwenvoetbal verschillen in weinig tot niets van hun mannelijke evenknie. Bovendien werden ze pas zeer laat voor “vol” aanzien, pas in de jaren 1970 was er sprake van een voorzichtige start. China was in 1991 het eerste land dat een officiële competitie voor vrouwenvoetbal in organiseerde. En de eerste Tour de France voor vrouwen, La Grande Boucle Féminine, werd pas in 1984 gereden. Om de allergrootste Nederlandse voetbalcoryfee te parafraseren: in dit geval “heb elk nadeel een nadeel”. Omdat er decennialang werd neergekeken op vrouwensporten, werden ze ook genegeerd door de media en supporters. Wat maakt dat journalisten, commentatoren en dus ook de fans de sportieve prestaties gaan bekijken met onrealistische verwachtingen.

Eerlijker salaris

Gaan we vrouwelijke sporters van nu opnieuw straffen voor de misogynie uit het verleden? Uiteraard niet.

Het moment voor een grondige verandering is aangebroken. Het WK vrouwenvoetbal heeft voor een kentering gezorgd. De finale tussen de VS en Nederland brak in heel wat landen kijkcijferrecords. Volgens de FIFA keken wereldwijd maar liefst 1 miljard mensen naar de wedstrijden. Bovendien heeft de sport met Megan Rapinoe een internationaal en flamboyant boegbeeld te pakken dat het louter sportieve overstijgt en meisjes kan inspireren tot andere sporten dan ballet en paardrijden.

Sport is echter over het algemeen een vrij conservatieve wereld die weinig geneigd is tot snelle veranderingen. Een absoluut gelijk loon zie ik binnen afzienbare tijd dus nog niet gebeuren. Maar laat een eerlijk loon dan de eerste horde zijn om te nemen. Het pleidooi van de Nederlandse Annemiek van Vleuten, tweevoudig wereldkampioen tijdrijden, voor een basisvergoeding lijkt dan de interessantste piste: “Voor de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen ligt de prioriteit nu niet bij het prijzengeld gelijkstellen met dat van de mannen. Het zou veel mooier zijn als we in 2020 allemaal met een minimumsalaris kunnen koersen. Dan kan iedereen in het peloton voltijds fietsen.”

Op die manier moet geen enkele atlete nog broodjes smeren om haar rekeningen te betalen. En dat lijkt me wel een minimum.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be