Publicaties
Het glazen plafond en het glazen muiltje. Over de mannelijke dominantie in de Nederlandstalige literatuur
1 Reacties
Voor abonnees
literatuur

Het glazen plafond en het glazen muiltje. Over de mannelijke dominantie in de Nederlandstalige literatuur

(Aleid Truijens) ONS ERFDEEL – 2017, NR 2, PP.32 –39

Lezende mannen én vrouwen, ook degenen die er hun beroep van hebben gemaakt, lijken onbewust nog steeds geneigd om mannelijke auteurs als de ‘gewone’ schrijvers te beschouwen en vrouwen als de uitzonderingen. Gevolg: mannen worden vaker gerecenseerd en winnen meer prijzen. Vrouwen mogen dus wel wat zelfbewuster en minder bescheiden optreden. Maar is het, los van geslacht of gender, niet vooral de literatuur zelf die langzaamaan wordt gemarginaliseerd?

door Aleid Truijens
Journalist, columnist voor de Volkskrant en biograaf van F.B. Hotz en Hella S. Haasse

Het glazen plafond en het glazen muiltje

2016 was een best jaar voor de literatuur. Kijk maar eens naar de literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Wat een kwaliteit. De P.C. Hooftprijs ging naar Astrid Roemer, voor haar hele oeuvre. Connie Palmen kreeg de Libris Literatuurprijs voor Jij zegt het, Hagar Peeters de Fintro Literatuurprijs voor haar roman Malva. De Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ging naar Niña Weijers voor haar roman De consequenties, de Opzij-Literatuurprijs naar Annelies Verbeke voor Dertig dagen. Hanna Bervoets won de BNG Bank Literatuurprijs 2016 voor Ivanov. Esther Gerritsen schreef in 2016 het Boekenweekgeschenk – ook een soort prijs, om daarvoor te worden uitverkoren.

Mooie non-fictiebekroningen waren er ook. De Henriëtte de Beaufort-prijs werd toegekend aan Elisabeth Lockhorn, die de biografie van Andreas Burnier schreef. De dubbelbiografie Cécile en Elsa van Elisabeth Leijnse werd bekroond met de Erik Hazelhoff Biografieprijs én de Libris Geschiedenisprijs. Marja Pruis, columnist voor De Groene Amsterdammer, kreeg de J.L. Heldring Prijs; Marcia Luyten de Brusse-prijs voor Het geluk van Limburg. De best verkopende non-fictieboeken van 2016 waren Judas van Astrid Holleeder, Gouden jaren van Annegreet van Bergen, De Amerikaanse prinses van Annejet van der Zijl en Juliana. Vorstin in een mannenwereld van Jolande Withuis (besproken in Ons Erfdeel 2/201). Juliana’s biografie was veruit het meest spraakmakende boek in de pers.

En dan de jongeren. De Anton Wachter-prijs voor het beste debuut ging naar Roos van Rijswijk (31) voor haar roman Onheilig. Van Rijswijk werd ook, op de laatste dag van 2016, door de Volkskrant uitgeroepen tot “hét literaire talent van 2017”. De twee andere talenten die werden vermeld waren Wytske Versteeg (33) en Lize Spit (28). Van het bejubelde debuut van de Vlaamse Spit, Het smelt, werden al meer dan 160.000 exemplaren verkocht. Haar boek maakt ook nog kans op de Fintro en de Libris Literatuur Prijs 2017.

\"\"

1. Esther Gerritsen © Patricia Börger
2. Elisabeth Leijnse © Patricia Börger
3. Elisabeth Lockhorn © Bert Nienhuis
4. Marcia Luyten © Nol Havens
5. Connie Palmen © Annaleen Louwes
6. Hagar Peeters © Koos Breukel
7. Marja Pruis © Keke Keukelaar
8. Roos van Rijswijk © Irwan Droog

Quizvraag: wat valt je op aan bovengenoemde opsomming? Het antwoord is niet moeilijk. Deze succesvolle, bekroonde en bewonderde auteurs zijn allemaal vrouwen.

Gewetensvraag: was deze quizvraag ook zo’n inkoppertje als de succesvolle, bekroonde en bewonderde auteurs allemaal mannen waren geweest? Die vraag is niet zo makkelijk te antwoorden.

Natuurlijk, er gingen vorig jaar ook literaire prijzen naar mannen. Alle vier de prijzen van de Jan Campert Stichting gingen naar mannen: Atte Jongstra, Jan Baeke, Anton Valens en Kees ’t Hart. Ook de ECI Literatuurprijs 2016 ging naar een man, Martin Michael Driessen. Toch was het een opmerkelijk succesjaar voor vrouwen.

Ook in 2017 daalt de prijzenregen op vrouwen neer. Onlangs werd bekend dat Kellendonkprijs 2017 naar Hanna Bervoets gaat en de VSB Poëzieprijs 2017 naar de bundel Kwaad gesternte van Hannah van Binsbergen. Xandra Schutte, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, haalt de Gouden Ganzenveer op voor haar bijdrage aan het publieke debat. De hoofdprijs van de Turing-gedichtenwedstrijd, die het beste gedicht beloont met het vorstelijke bedrag van 10.000 euro, ging naar Dorien de Wit, en ook de winnaars van de tweede en derde prijs waren vrouwen, Laurine Verweijen en Bernadette Stom. Niet zo heel lang geleden waren alle dichters die ertoe deden, op enkele uitzonderingen na, mannen. Het woord “dichteres” had een licht hysterische bijklank. Nu kwamen mannen niet eens in de buurt van een prijs.

LEZERES DES VADERLANDS

Hé, laat het vrouwelijke succesjaar 2016 nu net het jaar zijn geweest waarin een vrouw, onder het pseudoniem Lezeres des Vaderlands, wekelijks anoniem de staf brak over de door en door masculiene literaire kritiek in de Nederlandse en Vlaamse dagbladen en tijdschriften. Onder het motto #lekkertellen turfde de Lezeres het aantal door vrouwen geschreven gerecenseerde boeken, en het aantal door vrouwen geschreven recensies. Ze kwam bij beide categorieën uit op een bedroevende 30 procent. De Lezeres kan behalve heel goed tellen ook heel vilein en grappig schrijven.

Elke keer behandelde ze een thema, zoals de aanstelling van wéér een jonge mannelijke literair redacteur bij een krant of de boekencolumns van de hyperviriele, vrouwonvriendelijke Maxim Hartman. Een hoogtepunt was haar stuk over oudere, beroemde mannen die zich vanzelfsprekend volkomen identificeren met Nobelprijswinnaar Bob Dylan en degene die hem ontdekte, zangeres Joan Baez, wegzetten als zijn “muze” die hij gelukkig “gedumpt” heeft. Running gag in haar stukken is “het G3-alert”: zij constateert een kwijlerige verering, door oudere, mannelijke, witte recensenten, van de eeuwige Grote Drie: Hermans, Reve en Mulisch. Zij vormen nog steeds hun ijkpunt voor ieder debuut, en ieder stilistisch oordeel.

Punt voor de Lezeres. Maar hoe kan het nu dat zij de komeetachtige opmars van vrouwen in de literatuur in 2016 heeft gemist? Keek ze niet goed uit haar doppen? Kwam het haar niet goed uit, in haar kruistocht tegen de door mannen beheerste media? Of hebben literaire jury’s en boekenkopers zich haar oordeel aangetrokken, beschaamd de seksist in zichzelf ontdekt en razendsnel vrouwen omhoog gestoken? Dat laatste lijkt mij heel onwaarschijnlijk.

De Lezeres heeft dus zeker een punt. Het is wel erg raar dat vrouwelijke recensenten en literaire juryleden steevast in de minderheid zijn, en dat er meer boeken van mannen worden besproken en dat er gemiddeld veel meer literaire prijzen naar mannen gaan. Maar hoe komt dat? Daarover spreekt de Lezeres zich niet uit.

Het zou natuurlijk kunnen dat non-fictieboeken, waarmee het grootste deel van de boekenkaternen wordt gevuld, vooral door mannen worden geschreven. Het zou ook kunnen dat zich op de boekenredacties van de media meer ambitieuze mannelijke recensenten aanbieden dan vrouwen. Ik ben zelf tussen 1999 en 2006, chef Boeken geweest bij de Volkskrant, en weet uit ervaring hoe moeilijk het is om goede jonge recensenten (m/v) te vinden; we waren dolblij als zich een talent (m/v) aandiende. Maar deze twee factoren verklaren nog steeds niet waarom niet alleen non-fictie, maar ook romans en poëzie van mannen meer aandacht krijgen. Terwijl vrouwen de trouwste lezers zijn van de boekenpagina’s, en de meeste boeken kopen en lezen. En zij lezen vooral boeken van vrouwen.

Althans, dat wil het cliché: dat het kloppende hart van de leescultuur bestaat uit cultuurminnende vrouwen van vijftig-plus, met geld en tijd in overvloed. Daarom doet de Lezeres des Vaderlands ook net of zij zo’n vrouw is, met kortgeknipt haar, een felgekleurd brilmontuur en platte schoenen, een vrouw die dol is op kamperen. (Ik denk eerlijk gezegd dat zij een jonge vrouw is, een in cultuur- en genderstudies onderlegde feministe van achter in de twintig; haar stijl, grappen en internetgedrag doen me aan mijn eigen kinderen van die leeftijd denken.) Maar berust dat cliché nog op waarheid?

\"\"

9. Astrid Roemer © Filip Claus
10. Lize Spit © Keke Keukelaar
11. Annelies Verbeke © Alex Salinas
12. Wytske Versteeg © Eline Spek
13. Niña Weijers © Annaleen Louwes
14. Hanna Bervoets © Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier
15. Annejet van der Zijl © Anja van Wijgerden

WIE DEELT DE LAKENS UIT?

Leesgedrag is grondig onderzocht. De recentste en meest betrouwbare cijfers voor Nederland komen uit het onderzoek Mediatijd (2015) van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vrouwen lezen inderdaad meer boeken dan mannen, en meer fictie. Ouderen lezen meer boeken dan jongeren, mannen lezen vaker non-fictie dan fictie. Het SCP maakt geen onderscheid tussen literatuur en andere boeken.

Maar mannen zijn geen leeshaters. Als je lezen op internet meetelt, lezen ze zelfs iets meer dan vrouwen: dagelijks 46 minuten per dag, tegen 41 minuten bij de vrouwen. Drie kwartier – mannen én vrouwen lezen dus niet zo bar veel; aan “kijken” besteden ze gemiddeld drie uur per dag, aan “communiceren” ruim een uur. In 1975 las een Nederlander gemiddeld nog zes uur per week via gedrukte media, nu is dat 2,5 uur.

Een ander cliché zegt dat vrouwen weliswaar de grootste afnemers zijn van literatuur, maar dat ze er niet de lakens uitdelen. De hoofdkantoren, de bureaus die de vergunningen verstrekken, zouden nog altijd worden bevolkt door mannen, zowel in de uitgeverijen als bij de pers. Maar dat is allang niet meer zo. Bij het merendeel van de literaire uitgeverijen is een vrouw de hoofdredacteur en vaak ook de uitgever. De boekenredactie van de Volkskrant staat onder leiding van een vrouw, Wilma de Rek, net als die van Trouw (Jann Ruyters) en De Groene Amsterdammer (Marja Pruis).

Maar dat een vrouw de leiding heeft over een uitgeverij of boekenredactie, wil niet zeggen dat zij meer boeken van vrouwen uitgeeft of laat bespreken. Daar zijn zij, net als ik indertijd, niet voortdurend op gespitst. Zij willen niet op hun sekse worden aangesproken, die sekse zou er niet toe moeten doen. Zij willen mooie boeken uitgeven en een goed boekenkatern maken met de interessantste boeken, en ze slagen daar ook in.

Een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in een jury leidt ook niet automatisch tot meer prijzen voor vrouwen. Ik heb in vele jury’s gezeten die de prijs aan een man toekenden, ook in dat ene jaar toen de meerderheid van een Libris-jury uit vrouwen bestond. In de jury van de Jan Campertprijzen, die in 2016 naar vier mannen gingen, zaten ook drie vrouwen.

TYPISCHE VROUWENONDERWERPEN

Is het dan allemaal onzin, die achterstelling van vrouwen in de literatuur? Dat denk ik niet. Vooroordelen en clichés zijn hardnekkig.

Momenteel bereid ik een biografie voor, over de schrijfster Hella S. Haasse. Toen zij in 2011 stierf, had zij zo’n zeventig titels op haar naam, en vrijwel haar gehele oeuvre was vertaald in het Frans, Duits en vele andere talen. Dat kun je van Reve en Hermans niet zeggen. In de buitenlandse pers werd zij geprezen als de grande dame van de Nederlandse Literatuur. Maar in Nederland kostte het grote moeite om de erkenning te krijgen die ze verdiende. De feministen vonden haar te keurig, de Indische Nederlanders beschouwden haar als koloniaal – wat zij beide beslist niet was. Niet zij, maar Jan Wolkers werd beschouwd als de Grote Vierde.

In alle jury’s, fora en literaire tv-programma’s was Hella Haasse lang de enige vrouw. In interviews, in de rebelse jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, werd steevast gevraagd hoe zij toch haar schrijverschap combineerde met een gezin, en wat haar man vond van haar succes. Groot was de verbazing dat zij helemaal niet over “typische vrouwenonderwerpen” schreef, waarmee de lezeres zich kon identificeren. Eigenlijk schreef zij als een man!

Wij, lezende mannen én vrouwen, ook degenen die er hun beroep van hebben gemaakt, zijn onbewust misschien nog steeds geneigd om mannelijke auteurs als de “gewone” schrijvers te beschouwen en vrouwen als de uitzonderingen. Ook mijn literaire helden waren Gerard Reve, W.F. Hermans en F. B. Hotz – knorrige, rechtse maar geestige mannen, veel ouder dan ik. Pas na mijn dertigste ontdekte ik dat er in de Nederlandse literatuur voortreffelijke schrijfsters zijn: Hella Haasse, Doeschka Meijsing, Judith Herzberg, Vasalis, Helga Ruebsamen. Die waren niet onbekend of miskend, maar de eredivisie was het niet.

Nog maar tien jaar geleden, in 2007, zette de toenmalige juryvoorzitter van de Libris Literatuurprijs Cox Habbema – zelf een autonome en succesvolle vrouw – haar schrijvende seksegenoten weg als types die altijd schreven over “relatieproblemen”, of “persoonlijke wissewasjes”, zoals de dood van een kind. Als vrouwen erover schrijven, is zelfs een onderwerp als de dood van een kind een “wissewasje”. Dat zou toch niemand hebben durven zeggen toen A.F.Th. van der Heijden Tonio schreef, zijn magistrale roman over zijn dode kind. Denigrerender dan Habbema over vrouwen sprak, kan bijna niet. Nu zou dat niet meer worden gepikt; ik denk dat ze nu op de sociale media met pek en veren zou worden weggehoond.

ASSEPOESTER-COMPLEX

Vrouwen mogen wat mij betreft wel wat zelfbewuster en minder bescheiden optreden. Nog altijd zijn de meesten niet geneigd om, zich op de borst roffelend, boven op de apenrots te gaan staan. Maxim Februari, een schrijver die tot voor een paar jaar geleden door het leven ging als schrijfster, schreef dat hij na zijn geslachtverandering minder angstig in het leven stond en meer ruimte durfde in te nemen. Ik schrok daarvan. En ik herkende het. Het is er bij ons van jongs af aan ingeramd: bescheidenheid siert de vrouw. Het Assepoester-complex: wie ben ik dat ik dit doen mag? Let maar niet op mij. Wat bof ik toch dat mijn talent wordt opgemerkt. Dolblij met het glazen muiltje, dat zo ongemakkelijk zit.

Ik denk dat jonge vrouwen zich niet meer zo makkelijk laten marginaliseren in de literatuur. Wel ben ik bang dat de hele literatuur langzaamaan wordt gemarginaliseerd. Het ging de afgelopen jaren slecht met de verkoop van literatuur: boekhandels werden opgeheven, uitgeverijen gedecimeerd, boekenbijlagen hebben het kwart van het aantal pagina’s dat ze tien jaar geleden hadden. Nu de crisis voorbij is, krabbelt de boekenbranche weer wat uit het dal, maar het zou best kunnen dat het lezen van literatuur steeds meer een buitenissige hobby wordt voor enkele fijne luyden, zoals schelpen verzamelen of aardewerk beschilderen dat zijn.

Mijn schrikbeeld is dit: hebben vrouwen eindelijk de plaats in de literatuur bemachtigd die hun toekomt, zijn ze eindelijk door dat vervloekte glazen plafond gebroken, dan stelt die hele literatuur weinig meer voor en heeft het schrijverschap geen status meer. Dat moeten we ons niet laten gebeuren. Er is toch nog werk te doen voor de Lezeres des Vaderlands, en voor iedereen die van literatuur houdt.

"

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€5/maand

€50/jaar

JefVanStaeyen

waarde redactie,
Naast het artikel staat ook deze tekst:
1. Esther Gerritsen © Patricia Börger
2. Elisabeth Leijnse © Patricia Börger
3. Elisabeth Lockhorn © Bert Nienhuis
4. Marcia Luyten © Nol Havens
5. Connie Palmen © Annaleen Louwes
6. Hagar Peeters © Koos Breukel
7. Marja Pruis © Keke Keukelaar
8. Roos van Rijswijk © Irwan Droog
9. Astrid Roemer © Filip Claus
10. Lize Spit © Keke Keukelaar
11. Annelies Verbeke © Alex Salinas
12. Wytske Versteeg © Eline Spek
13. Niña Weijers © Annaleen Louwes
14. Hanna Bervoets © Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier
15. Annejet van der Zijl © Anja van Wijgerden

Zou het kunnen dat er in het gedrukte Ons Erfdeel ook fotootjes stonden, en u voor de digitale publicatie vergeten bent samen met die fotootjes ook de bijschriften te verwijderen?

Vriendelijke groet

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be