Publicaties
Het einde van het ik. ‘De goede zoon’ van Rob van Essen
0 Reacties
© Atlas Contact / Anne Reinke
© Atlas Contact / Anne Reinke © Atlas Contact / Anne Reinke
literatuur

Het einde van het ik. ‘De goede zoon’ van Rob van Essen

De goede zoon is een road novel, een dystopische toekomstvisie, een thriller, een roman over afscheid nemen van een dementerende moeder, een ideeënroman én melancholische mijmering ineen. Dat klinkt overdadig, maar het is het beste werk tot nu van Rob van Essen (1963). Hij wint er de Libris Literatuur Prijs 2019 mee.

Na een bladzijde of honderd onderbreekt Rob van Essen plots zijn roman voor een interview met zichzelf. Of, beter gezegd, een interview met de verteller van het verhaal. “Ik schrijf dit vanuit de toekomst, zoals je hebt gemerkt. Vandaar dat ik er zo nu en dan wat postapocalyptische hints tussendoor gooi, en die rare robo’s.” O, op die manier. En dat maakt alles goed? Dat je je in gedachten naar de toekomst verplaatst? “Nee, ik zit daar echt, dat zei ik, dat is nu juist de truc. Ik schrijf dit in de toekomst, in een huiskamermuseum in een grote stad waar net de regenzone overheen is getrokken…”

Het is ontregelend, het is grappig, het is verrassend, het is terloops, want daarna gaat het verhaal gewoon weer verder. Het is Van Essen ten voeten uit: hij speelt een spel met de tijd, een spel met waarheid, en dus met de lezer. Maar die lezer heeft wel het gevoel dat het klopt, dat precies daar, op dat moment, een interview als rustgevend intermezzo noodzakelijk is. Dat doet Van Essen in dit boek nog een paar keer, maar dan met andere methodes: er de lezer aan herinneren dat hij fictie aan het lezen is. Of is het de schrijver die zichzelf toespreekt? Van Essen zaait volop verwarring, en oogst vervolgens een heerlijk verhaal.

De verteller is de goede zoon uit de titel, een zestigjarige man die net zijn dementerende moeder heeft verloren. De afgelopen twintig jaar heeft hij haar wekelijks opgezocht, op het eind meer voor zichzelf dan voor haar. De zoon was ooit een succesvol scenarist bij de soapserie Echte vrienden, slechte vrienden, maar werd er ontslagen. Daarna heeft hij zich als schrijver gespecialiseerd in een zelfbedacht genre, de plotloze thriller, het soort verhaal waarbij ook van de lezer enige inspanning wordt verwacht. Maar zijn jongste manuscript vindt geen genade in de ogen van de uitgever en zal ongepubliceerd blijven.

Dit is Van Essen ten voeten uit: hij speelt een spel met de tijd, met waarheid, met de lezer

Dit alles speelt zich af in een nabije toekomst, een wereld die nog genoeg gelijkenissen vertoont met de onze, maar toch fel geëvolueerd is. Door de introductie van het basisinkomen zijn de mensen lui geworden, al zijn ze wel allemaal gaan schrijven, wat dan weer het einde van de literatuur tot gevolg heeft. De kunst is al voor de invoering van het basisinkomen tot een einde gekomen.

Er zijn in de toekomst zogenaamde robo’s, robotten met een zekere emotionele intelligentie die afwisselend ironisch en cynisch commentaar leveren op de mensheid. Ze werken als zorgkundige of bemannen de incheckbalies van hotels, waar verder geen kelner of kamermeisje meer is te bespeuren. De mobilofoon is geëvolueerd tot een palio, een toestel dat haast tot alles in staat lijkt en zelfs de gezondheid van de drager controleert, en de zelfrijdende auto’s blijken in staat tot empathie. Tijdens een roadtrip die de zoon gedwongen onderneemt, voert hij lange gesprekken met de wagen, Jerôme, die hem steeds beter leert kennen. Dat resulteert uiteindelijk in een innige, zelfs lichamelijke band tussen beide.

De roadtrip is in gang gezet door een oud-collega van de verteller, Lennox. Ooit werkten ze samen in een archief. De verteller kreeg als taak een nieuw verleden te verzinnen voor een spijtoptant. Nu is die spijtoptant net dat deel van zijn nieuwe verleden vergeten, en moet de verteller dat euvel herstellen. Dat zal gebeuren door de hersenen van beiden met elkaar te verbinden en het geheugen van de ene over te planten bij de andere. Het inloggen op elkaars hersenen betekent niet meer of minder dan het einde van het Ik, of toch het einde van de illusie van het unieke individu. Gaandeweg de reis komt de goede zoon er ook achter dat hij veel minder vrijheid heeft dan gedacht. Zijn ontslag was geen toeval, net als de afwijzing van zijn manuscript, en beide gebeurtenissen staan niet los van elkaar.

In tegenstelling tot de thrillers van de verteller, is De goede zoon niet helemaal plotloos. Dat maakt het ook nog eens een spannend boek, al is dat niet het belangrijkste element. De tijd, en wat die doet met een mens, blijkt het raakpunt tussen al die verwikkelingen. De wekelijkse bezoeken aan zijn moeder, eerst bij haar thuis en later in het tehuis voor dementerende mensen, bleken gewoon een vergeefse poging om de tijd te stoppen. Hij fantaseert over een ander, beter leven voor zijn moeder, maar constateert dat hij haar angsten en zorgen altijd heeft onderschat.

De tijd, en wat die doet met een mens, blijkt het raakpunt tussen alle verwikkelingen

De tijd die we investeren in het proberen te begrijpen van de ander, van de wereld, lijkt een verspilling van energie. Eenmaal aangekomen in een soort klooster, waar hij in afzondering die nieuwe identiteit voor de spijtoptant moet verzinnen, verzucht de verteller: “Ik miste de wereld niet en van het idee dat dit wederzijds was, ging een weldadig kalmerende werking uit.” En voor wie toch heimwee heeft: met de palio kun je nostalgiekranten uitprinten, want echte kranten zijn uiteraard al lang verdwenen.

Klinkt dat wat veel? Het is nog niet alles. Van Essen doorspekt zijn verhaal ook nog eens met bespiegelingen over pseudoboeddhisme en gereformeerden, met analyses over de betekenis van moderne kunst, voyeurisme, eenzaamheid, de dood en het herkauwen van jeugdherinneringen. Thematisch vertoont De goede zoon zo wat raakpunten met de essays en herinneringen uit Kind van de verzorgingsstaat (2016), al laat Van Essen er hier uiteraard veel meer zijn verbeelding op los. Dat doet hij met brille en bij momenten met veel humor en zelfspot, waardoor De goede zoon helemaal in balans is. Die humor is vaak absurd, maar niet vervreemdend. Het absurdisme zit de verteller als gegoten, waardoor de humor nu eens niet relativerend werkt, maar de bespiegelingen nog net wat extra kracht geeft.

Rob van Essen, De goede zoon, Atlas Contact, Amsterdam, 2018, 384 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be