Het archief is een atelier, bewijst beeldend kunstenaar Jaasir Linger
Jaasir Lingers foto’s, films en sculpturen zijn geladen met symboliek en betekenis: in zijn werken verknoopt hij thema’s als kolonialisme, religie en familie. En toch spreken ze ook op een veel directere manier tot de toeschouwer.
Een scholier rent in Museum De Lakenhal (Leiden) naar Grontapu na asitere (2024) en draait aan het fietswiel van de sculptuur. Zijn begeleider spreekt hem streng toe, maar Jaasir Linger (1991) kan erom lachen. Als je voorzichtig bent, mag je het kunstwerk aanraken.
Linger vertelt dat hij twee soorten toeschouwers voor ogen heeft: zij die de begeleidende teksten lezen, maar evengoed zij die dat juist níét doen. Hij wil mensen bereiken die doorgaans niet naar een museum gaan, misschien wel omdat ze daar te weinig hun eigen verhalen herkennen. Zelf heeft hij een Indonesische en Afro-Surinaamse achtergrond: twee afkomsten waarvoor ook in de culturele wereld steeds meer aandacht komt. Maar er valt nog best wat te winnen.
Grontapu na asitere, 2024© Jaasir Linger
Of je een begeleidende tekst nodig hebt bij Grontapu na asitere hangt overigens sterk af van je culturele referentiekader. In het vogelkooitje zie je bijvoorbeeld een ster hangen: als je van Afro-Surinaamse afkomst bent of die cultuur kent, weet je dat die afkomstig is van de Duitse Evangelische Broedergemeente, een van de grootste christelijke stromingen in Suriname. Grontapu na asitere verwijst verder naar de haan: een symbool van trots in zware tijden. En wat met dat wiel in de sculptuur? Het beeld blijkt bovenal te zijn geïnspireerd door Sophie Redmond (1907-1955), de eerste zwarte, vrouwelijke arts in het Nederlandse koninkrijk, waar Suriname van 1667 tot 1954 deel van uitmaakte. En Redmond stond bekend als de fietsende dokter.
Dan nog heb je slechts enkele van de verwijzingen te pakken. Grontapu na asitere is een sculptuur met veel lagen: het komt niet voor niets voort uit de complexe, gelaagde Afro-Surinaamse cultuur en geschiedenis. En het is een heel open kunstwerk, niet alleen door de negatieve ruimte van het kooitje en het fietswiel, ook omdat het verwijst naar Redmond, een historische persoon over wie gaandeweg nieuwe informatie opduikt. Ze bleek bijvoorbeeld geregeld op een Surinaamse plantage te vinden: dat kan erop wijzen dat ze deelnam aan niet-christelijke wintirituelen. Het laat zien dat het verleden steeds nieuwe vormen kan aannemen.
Bols-jenever
Linger begon zijn carrière als fotograaf en filmmaker, vanuit de vertrouwdheid met de fototoestellen en handheldcamera’s van zijn ouders. Een atelier heeft hij niet – hij werkt thuis, achter zijn laptop. Hij is ook niet het soort kunstenaar dat vanuit het niets een schilderij maakt, zegt hij: meestal werkt hij op basis van archiefmateriaal. Dat haalt hij onder meer uit The Black Archives, waarin het werk van zwarte wetenschappers, denkers en schrijvers wordt bewaard en waarbij Linger betrokken is.
Een van Lingers bekendste kunstwerken is Family Self-Portrait (2019), te zien in De Lakenhal. Op die foto poseert hij met zijn vader en moeder, zijn zus en zijn oma. Linger valt direct op, omdat hij zichzelf van top tot teen wit heeft gemaakt met pemba doti, een witte klei. Het is een directe verwijzing naar zijn geloof: winti. Dat ontstond in Suriname, maar was er lang verboden, tot 1971 – een gevolg van hoe de Nederlandse kolonisten de Afro-Surinamers tot het christelijke geloof dwongen.
Family Self-Portrait, 2019© Jaasir Linger
Family Self-Portrait maakt deel uit van Lingers afstudeerproject Hier praten we liever niet over! (2019), waarvan de titel verwijst naar hoe veel Surinaamse families zwijgen over winti – nog steeds aanzien velen het als iets satanisch, zegt Linger. De pemba doti behoort tot een ritueel waarin de oorlogs- en luchtwinti (goden binnen dit geloof) zich kenbaar maken aan hun asi: de mens die zij beschermen. Aan de foto zie je hoe winti binnen veel families taboe is, omdat Linger zo sterk afsteekt tegen de rest van zijn gezin. Maar je ziet ook hoe hij dit geloof weer de plek en aandacht geeft die het verdient.
Voor Hier praten we liever niet over! maakte Linger ook gebruik van ruimtelijke elementen en archiefmaterialen. Hij schreef een essay over zijn relatie tot winti en zijn afkomst in bredere zin, en hij toonde voorwerpen die je vaak vindt in Surinaamse families, zoals een fles Bols: de Nederlandse jenever is binnen winti een populaire offerdrank aan de goden. Vanuit dat project is Linger – nog altijd zonder atelier – steeds ruimtelijkere en grotere kunstwerken gaan maken, zoals Grontapu na asitere.
Die ruimtelijke inslag en aandacht voor zijn omgeving past goed bij zijn werk. Hij denkt na over kijkrichtingen en de manier waarop zijn werk je blikveld binnenkomt. Evengoed stelt hij zich in de aanloop naar een tentoonstelling vragen als: “Wat is de achtergrond van dit museum en wat hangt er?”
Zwarte ruiter
In De Lakenhal bevinden Lingers werken zich hoofdzakelijk in een zaal met een koloniaal verleden: de rode stijlkamer, waar een portret hangt van Pieter de la Court de jongere, lid van een zeventiende-eeuwse lakenhandelaarsfamilie. Die familie investeerde veel van haar geld in de WIC en VOC, waardoor haar geschiedenis verknoopt is geraakt met het kolonialisme. Zo zijn de De la Courts ook verbonden met Lingers eigen familiegeschiedenis. Dat is op verschillende manieren te zien: zo heeft hij Family Self-Portrait en een kinderfoto van zichzelf boven de schilderijen gehangen, op een net zo’n monumentaal groot formaat. Hij eist zijn plek op.
Over verknoopte verhalen gesproken: het museum is gevestigd in de monumentale Laecken-Halle, waar textielhandelaars als de familie De la Court werkten. Het museum heeft hierdoor ook een band met de koloniale geschiedenis, iets waaraan in de stijlkamer normaliter een kort zinnetje is gewijd. Dat De Lakenhal zo openstaat om die zwarte bladzijde in de (eigen) geschiedenis aan te kaarten, pleit voor het museum.
Rode kamer in Museum De Lakenhal, met Asi Boi (2025)© Joep Jacobs
Het portret van Pieter de la Court speelt een centrale rol in een kunstwerk dat Linger speciaal voor de tentoonstelling maakte: de korte film Asi Boi (2025). Die is een soort remix van allerlei archieven: van de historische schilderijen uit De Lakenhal tot privéfoto’s van de jonge Linger. Ook zijn er beelden te zien van de wreedheden waaraan Afro-Surinamers op de plantages onderworpen werden. Al die verhalen en thema’s zijn met elkaar verbonden. Linger liet zich onder meer inspireren door hiphopcultuur, waarin sampling en respect voor de voorgangers van groot belang zijn.
Een terugkerend beeld is een kort videofragment van een ruiter te paard, gefilmd door pionier Edward Muybridge. Er klinkt trots in Lingers stem wanneer hij erop wijst dat op dit vroege – het allervroegste? – filmbeeld een zwarte ruiter te zien is. Maar bovenal doet het paard denken aan een vertrouwd beeld in de Afrikaanse diaspora: het idee dat je als mens een paard bent dat bereden kan worden door goden en de geesten van je voorouders en voorgangers. Dat symbool duikt op in de meeste van Lingers kunstwerken, hoe breed zijn oeuvre inmiddels ook is. Het herinnert je eraan dat je de geschiedenis altijd met je meedraagt.
Werk van Jaasir Linger is tot en met 25 januari te zien in Museum De Lakenhal (Leiden). Aanleiding voor de expo is de Doesjenel Prijs, waarvoor Linger genomineerd is. Ook van de twee andere genomineerden, Larissa Esvelt en Katerina Sidorova, is werk te zien.
Van 7 maart tot en met 7 juni is nieuw werk van Linger te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, als onderdeel van een tentoonstelling van de bevriende kunstenaar Ivna Esajas.






Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.