Publicaties
Glorieuze herinneringen en verstilde weemoed
0 Reacties
geschiedenis

Glorieuze herinneringen en verstilde weemoed

Een mens is maar een wandelaar van Gaston Durnez

Het verschijnen van het jongste geesteskind van Gaston Durnez, dat een vers van Bert Decorte als titel heeft, is om meer dan één reden een heuglijke gebeurtenis.

Ten eerste verscheen het boek bij de negentigste verjaardag van de auteur, als een geschenk van de schrijver aan zichzelf en zijn talrijke lezers (na een maand kwam er een tweede druk). Ten tweede bevat het een feestelijke stoet aan opstellen over een dertigtal mensen die Gaston Durnez van dichtbij heeft gekend, met wie hij jaren is opgetrokken− om beroepsredenen of door vriendschapsbanden (en vaak beide samen)− of met wie hij op beslissende momenten van hun (of zijn eigen) leven in nauw contact stond. Ten derde brengen die actoren telkens een reeks van nevenfiguren aan, die bijna allemaal op zich een apart opstel zouden hebben verdiend, omdat ze vaak even interessant zijn als de vertolker van de titelrol zelf. Het gaat om een tiental schrijvers, een half dozijn mensen uit de media, een half dozijn maatschappelijk geëngageerde geleerden, een paar vernieuwende grafisch kunstenaars, enkele sociale werkers en één politicus, maar dan een die liever Pascal citeerde dan de rapporten van de Nationale Bank, dus ook een lettré: voormalig eerste minister Théo Lefèvre.

Zestig jaar na zijn literaire debuut met een “kroniek over het dagelijkse leven met kinderen onder de opgewekte titel Met muziek door ’t leven, geschreven door een geestdriftige jonge vader”(aldus Durnez zelf in het opstel over de uitgever Steven Debroey) en ruim zeventig jaar na zijn eerste journalistieke pennenvruchten mag het als bekend worden verondersteld dat Durnez een rasjournalist, een empathische reporter en een geboren verteller is.

Daarnaast − hoewel: daarnáást?−bezit hij veel andere talenten, van biograaf (Felix Timmermans, 2000), autobiograaf (Vroeger waren wij veel jonger, 2008; De bolhoed van mijn vader, 2015), historiograaf (Zeg mij waar de bloemen zijn, 1988, over de Eerste Wereldoorlog) en essayist (De lach van Chesterton, 2006) tot reisverslaggever (Lente in de woestijn, 1960, over Israël), jeugdauteur (Faantje in het circus, 1975) en dichter van kolderverzen (Hooikoorts, 1962), zonder zijn “monumentale” (dixit de huidige hoofdredacteur, Karel Verhoeven) geschiedenis van De Standaard (twee delen, 1985-1993) te vergeten.

Durnez houdt het besef levend van wat 'Arm Vlaanderen' ooit aan grauwe realiteit betekende

In zijn nieuwe boek laat Durnez ons van dichtbij, en vaak vanuit onverwachte hoeken, kennismaken met enkele van zijn literaire vrienden: Bert Decorte, wiens dichtbundel Refreinen hem vergezelde toen hij begin 1947als achttienjarige zijn legerdienst ging vervullen; Maria Rosseels, zijn gelijkgestemde collega bij De Standaard, romanschrijfster, feministe en progressieve gelovige; André Demedts, dichter, prozaschrijver, hoofd van een regionale radio-omroep, maar vooral ook een ruimdenkend selfmade man zoals de auteur zelf; Louis Paul Boon, net zoals hij een arbeiderszoon en hem mede daarom zéér nabij; Paul Lebeau, een intellectueel pur sang en zijn collega in het bestuur van uitgeverij De Clauwaert, waarin beiden ook werk uitgaven; Emiel van Hemeldonck, in wie hij tegelijk een grootmeester van de Kempische streekliteratuur én een nieuwsgierige wereldreiziger erkent; Ernest Claes, de schrijver van De Witte, het succesboek dat verfilmd werd door Robbe de Hert, met Durnez, bijna zijns ondanks, als onverwachte scenarist; Hubert Lampo, met wie hij de liefde voor Antwerpen én−voor de “linkse” Lampo iets minder voor de hand liggend− voor Felix Timmermans deelt; de dichter Hubert van Herreweghen, ooit zijn mentor bij zijn eerste journalistieke probeersels, later een onvermoeibare tochtgenoot op ’s werelds en ’s levens paden.

Tussendoor ontmoeten we de tweetalige Gentenaar Raymond De Kremer, alias Jean Ray, alias John Flanders, schrijver van de magisch-realistische roman Malpertuis (in het Nederlands vertaald door... Hubert Lampo) en leverancier van een paar honderd Vlaams(ch)e Filmkens voor de uitgeverij van de abdij van Averbode, en de scenarist Jeroom Verten van de populaire televisieserie Slisse& Cesar.

Tot de engere vriendenkring behoorden dan weer de fotograaf Paul van den Abeele, een collega op de krant en tevens grafisch kunstenaar, Luc Verstraete, pionier van de grafische humor, en Ray Gilles, cartoonist en mede-oprichter van het “tijdschrift van de nieuwe generatie” Tijd en Mens.

Met Emiel van Cauwelaert, hoofdredacteur van dagblad Het Volk, en Albert De Smaele, “de grootste Vlaamse krantenuitgever van de vorige eeuw”, zijn we weer in de wereld van de schrijvende pers, waarin ook Herman Bossier en Luc Delafortrie als journalist actief zijn: met de eerste vertoeven we tegelijk ook in de buurt van Joris-Karl Huysmans (Là-bas, 1891), Maxence van der Meersch (L’empreinte du dieu, 1936) en de roemruchte zoon Paul van de Multatuliaan Julius Pée, met de tweede meteen ook bij zijn grootvader Pieter Daens, die we al bij L.P. Boon tegenkwamen. De Nederlander Henk Brugmans, een van de eerste columnisten van De Standaard en rector van het Europacollege in Brugge, brengt ons als vanzelf bij de groei van de Europese gedachte in Vlaanderen.

Drie felle paters uit het naoorlogse Vlaanderen maken hun opwachting: de kapucijn Max Wildiers, oprichter van de Standaard der Letterenen pleitbezorger van de controversiële Franse jezuïet Teilhard de Chardin; de dominicaan Constant van Gestel, bij wie de in oorsprong communistische dichteres Henriëtte Roland Holstom het hoekje komt kijken; de norbertijn Ulrik Geniets, abt van de abdij van Averbode, die in zijn tijd naast leesvoer voor de jeugd ook bevrijdingstheologie en andere onorthodoxe geschriften de wereld inzond.

Het opstel over de historicus Albert De Jonghe reconstrueert meteen ook de Koningskwestie rond Leopold III, dat over de Kempense uitgever, amateur-historicus en Zuid-Afrikakenner Steven Debroey de houding van Vlaanderen tegenover “de vloek van de apartheid”, dat over de slaviste Carolina De Maegd-Soëp de receptie van het werk van Anton Tsjechov en van Joeri Trifonov, die ze persoonlijk kende, dat over Jozef Weyns, de oprichter van het openluchtmuseum in Bokrijk, de groeiende, maar niet onomstreden belangstelling voor de heemkunde in Vlaanderen, lang voor het begrip “erfgoed” een belangrijk aandachtspunt binnen het cultuurbeleid werd.

Ietwat apart staan twee opstellen die even authentiek het gedachtegoed van de schrijver illustreren en voortspruiten uit zijn levenslange bekommernis om het levend houden van het besef van wat “Arm Vlaanderen” ooit aan grauwe realiteit betekende: de bijdrage over de aalmoezeniers van de “Fransmannen”, de seizoenarbeiders uit de boeken van Stijn Streuvels en Edward Vermeulen (Warden Oom), over wier slavenarbeid Durnez destijds in de krant verslag uitbracht, en de bijdrage over de “kajotter” Eugeen Coine, uit de grensstreek van Menen en Wervik, waar, aldus Durnez, “mijn vader mee vocht voor een armzalige loonsverhoging”.

Het zijn stuk voor stuk portretten van een scherpzinnige waarnemer, die oog heeft voor het functionele detail, de brede achtergrond nooit uit het oog verliest, kleine mankementen niet weg fotoshopt (een van zijn personages “hield zoveel van zijn kinderen dat hij ze nooit los kon laten”) en aldus het beeld van een generatie vastlegt dat voor latere historici onmisbaar zal blijken te zijn.

Een feestelijk boek, zei ik, met uitbundig feestgedruis bij glorieuze herinneringen, en met verstilde weemoed om wat ooit was en nu niet meer is. Vintage Durnez, kortom.

Als het boek van ruim 430 bladzijden uit is, realiseert de lezer zich dat dit toch maar een beperkt aantal kan zijn van de vele boeiende mensen die de schrijver in zijn lange leven is tegengekomen. Wat mij betreft, hoeft Durnez met een nieuwe selectie niet te wachten tot zijn vijfennegentigste.

Gaston Durnez, Een mens is maar een wandelaar, Davidsfonds, Antwerpen, 2018, 432 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be