Publicaties
Fiona Tan kijkt naar hoe wij kijken in museum MAC’s
0 Reacties
© Fiona Tan / Foto Philippe de Gobert
© Fiona Tan / Foto Philippe de Gobert © Fiona Tan / Foto Philippe de Gobert
De Franse Nederlanden
kunst

Fiona Tan kijkt naar hoe wij kijken in museum MAC’s

De Nederlandse kunstenares Fiona Tan heeft voor het eerst een grote solotentoonstelling in België: Schaduw Archief in het museum MAC’s in Le Grand-Hornu bij Bergen. Ze toont er hoe de westerse cultuur de wereld probeert te archiveren én overheersen.

Fiona Tan, geboren in Indonesië en opgegroeid in Australië, is één van de meest internationaal georiënteerde kunstenaars uit de Lage Landen. Ze toonde met groot succes haar werk in de hele wereld: van Yokohama over Berlijn en de documenta in Kassel tot New York en São Paulo. En ze vertegenwoordigde Nederland op de Biënnale van Venetië in 2009.

“Ik kijk naar hoe we kijken”, zo vat Tan haar oeuvre kernachtig samen. Dat doet ze niet alleen in foto’s, film en video, ze heeft ook steeds meer belangstelling voor ‘kijkmachines’ als museums en archieven. In 1999 werkte ze voor het eerst samen met een beeldarchief: het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam. Ze gebruikte toen etnografische films uit het begin van de twintigste eeuw om te onderzoeken hoe wij naar andere, indertijd als “primitief” bestempelde volkeren keken. Het resultaat was Face Forward, een video die opgemerkt werd door Denis Gielen, de directeur van het MAC’s, wat uiteindelijk leidde tot deze tentoonstelling, Schaduw Archief.

Fiona Tan is naar Le Grand-Hornu gekomen met twee grote bestaande video’s/video-installaties, maar ook met twee nieuwe werken die helemaal op de site en de omgeving inspelen. Uiteraard inspireerde ze zich daarbij op de cirkelvormige architectuur van de voormalige kolenmijn.

Schaduw Archief opent met de twee oudere werken. Depot (2015) bevat prachtige beelden van natuurhistorische musea in Leiden en Berlijn, waaruit Tan allerlei specimen van dieren “op sterk water” toont. Het is een erg fraaie, kleurrijke revue van de slachtoffers van de westerse drang om, bij voorkeur dode, materie te classificeren.

De bizarre kanten van het verzamelen worden ook belicht in Inventory (2012), een video-installatie die het interieur van het Sir John Soane’s Museum in Londen op zes schermen tegelijk evoceert. Het is een fraaie video, maar in dit geval overtreft de realiteit toch de registratie. Soane, een negentiende-eeuwse neoklassieke architect, stapelde zijn huis, later museum, zo vol met fragmenten van en details uit de klassieke architectuur dat er vandaag nog nauwelijks toeschouwers bij kunnen om dit labyrint te bezoeken.

In een gloednieuwe installatie, Circular Ruins (2019), speelt Tan in op het verleden van Le Grand-Hornu als kolenmijn. De kleren van de mijnwerkers werden voor of na het werk aan koorden opgetrokken. Met soortgelijke koorden bouwde Tan een grote cirkel die verwijst naar de panoptische vorm van het gebouw – ook een fabrieksruimte is een kijkmachine. In elke koord heeft ze een serie knopen gelegd die verwijzen naar het koordenalfabet dat de oude Inca’s gebruikten. Daarbij is een fragment te horen uit het verhaal ‘De ronde ruïnes’ van Jorge Luis Borges.

Een andere nieuwe installatie, Archive (2019), is helemaal gewijd aan het Mundaneum, het museum en archief van Paul Otlet (1868-1944), de zoon van een Brusselse trammagnaat. Paul Otlet gooide het over een andere boeg dan zijn vader en trachtte, mede uit pacifistische overwegingen, een universele bibliografie te realiseren. Zijn magnum opus, in samenwerking met Henri La Fontaine, was het Mundaneum of Wereldpaleis. In dat gebouw moest alle menselijke kennis verzameld en geklasseerd worden. Om zo’n allesomvattend archief werkbaar te maken introduceerde Otlet de UDC-code, die tot vandaag in bibliotheken en archieven wordt gebruikt.

Otlets papieren wereldarchief met zijn twaalf miljoen steekkaarten wordt vaak als een voorloper van het internet beschouwd. Dat is niet helemaal juist: Otlet ging uit van een extreem gecentraliseerde opvatting van kennis, terwijl het internet juist compleet gedecentraliseerd is.

Ongebreidelde kennis

Fiona Tan maakt in de tentoonstelling de voor de hand liggende link tussen Otlet en het internet, ze refereert in de cataloog zelfs aan Facebook en Google, bedrijven vandaag de nadelen van ongebreidelde kennis belichamen. Maar ze introduceert ook een minder voor de hand liggende personage: Giordano Bruno, die al in de zestiende eeuw alle kennis wou verzamelen in een cirkelvormig diagram, maar daarvoor op de brandstapel eindigde. In een prachtige animatiefilm en stills daaruit – die je makkelijk voor oude foto’s zou kunnen houden – toont Tan een virtuele reconstructie van het Mundaneum als een ronde ruimte vol archiefkasten, maar zonder enige menselijke aanwezigheid, waarin de virtuele camera als in een nachtmerrie ronddwaalt. Het archief van alle menselijke kennis is verworden tot een gevangenis, een kerker van Piranesi.

De video wordt aangevuld met een installatie bestaande uit vele toonkasten boordevol met de visionaire tekeningen en handgeschreven notities waarin Otlet op een obsessieve manier de utopie van zijn universele kenniscentrum verder ontwikkelde. Otlets dromen liepen echter op de klippen: de collecties van het Mundaneum werden in 1934 verbannen uit een zijvleugel van de Brusselse Cinquantenaire of Triomfboog (vandaag zit daar Autoworld). Later vernietigde de Duitse bezetter een groot aantal documenten. De resten kwamen uiteindelijk in 1993 in Mons terecht, waar ze nu (met de steun van Google) worden bewaard.

Uit deze vier installaties blijkt Fiona Tans fascinatie voor de wijze waarop de westerse cultuur de wereld archiveert en in beeld brengt om hem te beheersen, te overheersen en te kolonialiseren. Tan is lang niet de enige hedendaagse kunstenaar die geïnteresseerd is in archieven en musea. Maar haar Schaduw Archief is – mede omwille van de lokale verankering – één van de mooiste benaderingen van het thema. Het is geen vrijblijvende overzichtstentoonstelling, wel een perfect uitgekozen serie werken rondom het thema van het archief en hoe dat onze manier van denken is gaan overheersen.

In de catalogus bij de expositie vertelt Tan de anekdote dat de oude Otlet met zijn kleinzoon op het strand van Oostende wandelde. Het kind vond een dode kwal. Otlet haalde prompt een briefje boven, zette er de passende UDC-code op en plakte die op het dode dier.

Schaduw Archief, nog tot en met 1 september in het MAC’s

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be