Publicaties
Festoen van vruchten en bloemen
0 Reacties
© Rijksmuseum / Marianne Hommersom
© Rijksmuseum / Marianne Hommersom © Rijksmuseum / Marianne Hommersom
Reeks: Oude werken, jonge schrijvers
literatuur

Festoen van vruchten en bloemen

deBuren vroeg achttien jonge schrijvers uit Vlaanderen en Nederland om eeuwenoude topstukken uit de Eregalerij van het Rijksmuseum een stem te geven vanuit één kernvraag: wat zie je als je door een genderbril naar deze schilderijen kijkt? Obe Alkema geeft het woord aan een festoen van vruchten en bloemen: ‘Wij zijn fruit, flora, authentiek. Wij willen gezien worden zoals Yotam Ottolenghi ons ziet.’

Vruchten en bloemen hangen aan het beroemde Maria-blauwe lint. Dat zijn wij, een festoen van vruchten en bloemen, hangend voor een nis, bedoeld als ornament. Daarom hangen wij hier. Zo wordt een barokconcept vanzelfsprekend. Gevraagd naar zijn associatie met een tros druiven antwoordt Joost: wijn, zeeën van om precies te zijn. Wij hangen te grabbel. Wij gebruiken niet voor niets de wij-vorm. Een ondeelbare eenheid. Wij zien je wel kijken hoor. Niks leuks aan, eigenlijk. Je kijkt en wijst ons uiterst gebiologeerd aan. Wat gebeurt er? Het jeukt. Jij, moordenaar of bondgenoot, confisqueert ons. Lokken wij dat uit? Wat is de betekenis van de perzik? Onze naaste. De bezoeker denkt: Momotarō. Hij, geboren uit een grote perzik die meedreef op de stroom, verklaarde tegenover de vrouw die de perzik meenam en haar echtgenoot dat hij door de goden gezonden was om hun zoon te zijn. Dat was een andere perzik hoor. Vergeet de peach emoji, vergeet de perzik die Elio neukte. Deze perzik wil, net als wij allen, zichzelf zijn. Deze perzik is niet het licht van de wereld. Tijdloze symbolen, ons niet gezien. Zo simpel is het: een beslissing, niets meer en niets minder. Nogmaals Joost: aan de andere kant kan ik me ook wel indenken dat bloemen en vruchten het heerlijk vinden om bejubeld te worden, anders roken ze ook niet zo heerlijk. Willen we daar iets over kwijt? Ja, wij worden bevolkt door allerlei vraatzuchtige insecten. En de rot die ons aftast. Wij zijn fruit, flora, authentiek. Wij willen gezien worden zoals Yotam Ottolenghi ons ziet. Wij, op zoek naar de vergeten raakvlakken, willen niets liever dan met onszelf samenvallen. Wij willen onszelf zijn. Marlon Brando wil ook gewoon Marlon Brando zijn. Meer vernis! Echt, laat die roos blozen, laat die druif glanzen. Het duurde niet lang of Jezus werd, net als de zon bij de Egyptenaren, afgebeeld als een pasgeboren kind in de armen van zijn moeder, de maagd Maria. Wat doe ik hier, denkt de vrucht. Wij willen heel duidelijk zijn: wij bestaan bij de gratie van onszelf. Wij hangen niet af van prima donna, bezoeker, jou. Wij zijn geen speelbal van Adam. Van niemand hangen we af, behalve van de vraatzuchtige insecten die in dezelfde beweging van ons afhangen. Elk vrij uurtje verwelkomen wij hen. Een verademing. Is dat niet genoeg? Voor hen hangen wij graag te grabbel. Niet voor de religieuze herinnering, de sektarische reflex. Het nonnetje werkt de rot bij. Wij moeten de mensen eraan herinneren vraatzucht en exces te ontlopen. En de vraatzuchtige symboliek zelf? Ketters. Waarom haten ze ons? Het is ons verboden iets anders te zijn, fruit te zijn. Fuck, wij zitten hier langzaam in de vergetelheid te raken. Gek hè? Maar het voelt eigenlijk heel goed. Wij blijven de granaatappelpitten in de mond van de geroofde Persephone. Nu zijn wij het die het vijgenblad wegrukken. Lieverd, die tegenwind doet je goed.

Reeks:

Oude werken, jonge schrijvers

Haan

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.