Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Elise ’t Hart bouwt aan een sensitief geluidsarchief
0 Reacties
© Elise ’t Hart
© Elise ’t Hart © Elise ’t Hart
kunst

Elise ’t Hart bouwt aan een sensitief geluidsarchief

De Nederlandse kunstenaar Elise ’t Hart legt alledaagse geluiden vast en deelt ze via installaties die een sterk sensitieve ervaring oproepen. Haar uitdijende archief noemt ze het Instituut voor Huisgeluid. Dat staat centraal tijdens haar eerste museale solo: Cosy Corner in het CODA Museum (Apeldoorn), te zien tot 4 september.

Nadat Elise ’t Hart (1991) was gevraagd voor de PaltzBiënnale 2022 in Soest, nam ze deel aan een eerste verkenning van het landgoed waar die kunstmanifestatie plaatsvindt. Van de andere deelnemers was er niemand die even opkeek toen er een vliegtuig overvloog. Maar toen er in de verte een takje brak, schrok de hele groep op.

Deze anekdote is een mooie illustratie van de ontregelende kwaliteit van geluid. Het menselijke brein moest ooit onverwachte geluiden direct herkennen omdat ze gevaar konden betekenen. Millennia van evolutie later slaan je hersenen daar nog altijd op aan.

Het huis vastleggen

De gebeurtenis inspireerde ’t Hart om een compositie te maken van het geluid van honderd takjes. Dat bleek nog best lastig: elk takje klonk anders tijdens het breken; elk geluid was onvoorspelbaar. Zelfs een getrainde luisteraar als zij wist niet precies wat ze ervan kon verwachten. Als je tijdens de biënnale (vier weekends in juni, 1 in juli) op het pad bij het landgoed loopt, hoor je al die takjes knappen en sta je op scherp. De “keerzijde” van je auditieve instinct is dat vertrouwd geluid voor een gerust gevoel zorgt.

Tegelijkertijd betekent dit ook dat al te bekend geluid vaak aan de bewuste aandacht ontsnapt. Maar niet bij ’t Hart, die zichzelf karakteriseert als iemand wier oren altijd open staan. Ze had al vroeg oor voor detail en kon bijvoorbeeld de stemming in huis “aflezen” aan de manier waarop de vaatwasser ingeruimd werd. Toch kwam ze pas relatief laat op het idee om geluiden ook daadwerkelijk vast te leggen. Daarmee begon ze in het laatste jaar van de kunstacademie, toen ze verhuisde van een studentenhuis naar een appartement. Wat jammer, dacht ze, dat ze die vertrouwde geluiden niet meer zou horen; net zoals die van de vorige huizen waarin ze had gewoond. Ze besloot de karakteristieke geluiden van haar nieuwe huis op te nemen. Ook begon ze composities te maken op basis van die afzonderlijke opnames.

Voor ’t Hart voelde die manier van werken al snel natuurlijk, maar op de academie wisten niet alle docenten goed wat ze ermee aan moesten. Ze dachten dat ze hiermee beter naar het conservatorium kon. Daar studeerde haar geliefde en die legde het werk voor aan zíjn docenten. Die vonden dat het meer iets voor de kunstacademie was. Die lastig te definiëren positie beviel ’t Hart wel: het versterkte haar gevoel dat ze met iets bijzonders bezig was. Overigens is haar manier van werken aan het inburgeren: inmiddels geeft ze les aan een kunstacademie, waar verschillende van haar studenten met geluid werken.

Geborgenheid, ergernis, gevaar

’t Harts fascinatie voor geluiden heeft geleid tot een hele trits aan projecten, tentoonstellingen en residenties. Daardoor is een flink archief van geluiden en andere documentatie ontstaan. Dat noemt ze sinds 2013 het Instituut voor Huisgeluid, dat alsmaar blijft groeien. Dat documenteren pakt ze serieus aan, inclusief beschrijvingen van de herkomst van het geluid en zelfs archiefkaarten. Ook hanteert ze een duidelijke definitie van “huisgeluid”, zo valt op haar website te lezen: “verzamelnaam voor geluiden, hoorbaar binnen de muren van een huis.”

Tegelijkertijd is dit geen droog, academisch project waaruit alle tederheid en emotie zijn geperst. De sensitieve ervaring staat centraal: bijvoorbeeld het maar half kunnen herkennen van geluiden en ze thuis proberen te brengen. Het geluid van het koffiezetapparaat herken je niet zo snel als er geen beelden bij zijn, merkt ’t Hart op. Je kunt geborgenheid of nostalgie ervaren bij sommige geluiden. ’t Hart vertelt me dat ze zich onder meer de rinkelende kopjes van haar oma goed kan herinneren. Ook het eerdergenoemde reageren op onverwachte auditieve prikkels, is natuurlijk een zintuiglijke ervaring bij uitstek. Bovendien, als je je aan een geluid ergert, maakt langdurige blootstelling alles alleen nog maar erger.

’t Harts focus op geluid is opmerkelijk: het kunstveld én de samenleving worden juist getekend door een stortvloed aan beeldmateriaal

Hoe divers en intensief je relaties met geluid ook kunnen zijn, toch is ’t Harts focus opmerkelijk in het huidige kunstveld en – bij uitbreiding – de huidige samenleving, die in zeer sterke mate getekend worden door een stortvloed aan beeldmateriaal. De term “audiovisuele kunst” is kwantitatief gezien vaker van toepassing op werk waarin het visuele aspect het belangrijkst is. Geluid vervult dan vaak een ondersteunende functie.

Bij ’t Hart zijn die rollen omgedraaid. Meestal maakt ze installaties, voorzien van speakers of koptelefoons. Op foto’s van de kunstwerken staan vaak mensen afgebeeld die luisteren: een mooie manier om iets onzichtbaars toch enigszins in beeld te brengen. Dat aandachtige luisteren, dáár gaat het uiteindelijk om bij zo’n kunstwerk.

Winderige ventilatie

Het Instituut voor Huisgeluid heeft inmiddels geleid tot Cosy Corner, haar eerste solo-expositie, in het CODA Museum in Apeldoorn. Er is wederom een installatie, met een stel koptelefoons en een computer waarop je de website van het Instituut kunt zien. Daar vind je geluiden als GA_#68 tikkend toetsenbord en GA_#67 winderige ventilatie. Je kunt er ook op zoek gaan naar specifieke geluiden, of je laten verrassen. Elk geluid is voorzien van een korte omschrijving én een tekening. ’t Hart vertelt dat ze bewust geen foto’s wilde gebruiken, omdat er in muziekencyclopedieën ook meestal een tekening staat van het instrument: een veelzeggende inspiratiebron.

De website is ongeveer gelijktijdig met de tentoonstellingsopening live gegaan, zodat je ook thuis al die huisgeluiden tot je kunt nemen. De expositie zelf is vernoemd naar de Cosy Corner van ontwerper en architect Chris Wegerif (1859-1920): een groot meubelstuk, bestaande uit onder meer een bank en een kastje. Wie de museumzaal binnenloopt, ziet het meubel ook als eerste. Als je dichterbij komt, valt op dat in het plateau eronder een luidspreker is gemonteerd. Vertrouwder in deze context zijn de geluiden van voetstappen, die ook af en toe door de ruimte klinken. Terwijl ’t Hart me door de zaal leidt, denk ik heel even dat er echt iemand aangelopen komt. Dat is toch weer dat instinct, dat je blijkbaar niet zo gemakkelijk uitzet. Geluiden scheppen daardoor in sterke mate je beleving van de ruimte.

Subtiel, rond gerinkel

Cosy Corner is weliswaar haar eerste museale solo, maar zeker niet ’t Harts eerste tentoonstelling. Eerdere exposities en residenties greep ze aan om het archief uit te breiden met nieuwe huisgeluiden én werk voor die specifieke locatie te maken. Zo legde ze onder meer een bibliotheek vast en het Belgische dorp Watou, bekend van het gelijknamige kunstenfestival.

Ook nu zag ze een mooie kans om “nieuwe” geluiden te documenteren. Het CODA Museum is door verschillende fusies het thuis geworden voor heel uiteenlopende verzamelingen van kunstwerken en objecten. Ze vond er onder meer een verzameling theekopjes uit vervlogen tijden.

Het porselein wordt tentoongesteld op een manier die doet denken aan zowel een vitrinebak als een draagbare platenspeler met ingebouwde speaker. De installatie als geheel laat mooi zien én horen dat geluid nog altijd voorop staat bij ’t Hart. Ze laat niet horen dat de kopjes deze geluiden maken, maar dat het gerinkel veroorzaakt wordt door deze objecten. Dat nuanceverschil zegt veel over de relatie tussen beeld en geluid in ’t Harts oeuvre. Elk object is bovendien voorzien van een archiefkaart met daarop heerlijke notities als: “Gerinkel: laag, subtiel, rond gerinkel: rongoo nongong longrongrrng loong. Extra gerammel door schoteltje.” De kopjes in de tentoonstelling zijn museumstukken: de kans is klein dat je hun precieze geluiden nog “in het wild” zult horen. Behalve geborgenheid of irritatie kan ’t Harts compositie daardoor ook melancholie oproepen: een geluid kan immers zo weer verdwenen zijn.

Website Elise ’t Hart | Instituut voor Huisgeluid

Cosy Corner is tot en met 4 september te zien in het CODA Museum (Apeldoorn).
Haar installatie TK is tot en met 3 juli te zien tijdens de PaltzBiënnale (Soest).
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.