Publicaties
Een meester in morele ambivalentie
0 Reacties

Een meester in morele ambivalentie

Birk en Zomervacht van Jaap Robben

De debuutroman van Jaap Robben (1984), Birk, werd een onverhoopt succes. Voordien had de Nederlandse auteur naast een dichtbundel en teksten voor het theater vooral jeugdboeken geschreven waarvan er enkele de shortlist van de Gouden Uil haalden. Van 2008 tot 2010 was Robben stadsdichter van Nijmegen.

In Birk (2018) woont een jongen samen met zijn ouders op een zo goed als onbewoond eiland, ergens tussen Noorwegen en Schotland. Het boek begint met de mysterieuze verdwijning van vader Birk nadat hij samen met zijn zoon Mikael naar het strand is geweest. Wat er gebeurd is, wordt niet duidelijk, Mikael kan de vragen van moeder Dora niet beantwoorden. Mettertijd zijn moeder en zoon steeds meer op elkaar aangewezen, met heel wat ongemakkelijke situaties tot gevolg. De sfeer wordt almaar beklemmender en doet denken aan Sartres beroemde eenakter Huis clos. Ondertussen zijn er meer dan 50.000 exemplaren van Birk verkocht, het boek verscheen zelfs in Engelse vertaling op de Amerikaanse markt.

Inmiddels heeft Zomervacht (2018), de opvolger van Birk, ook de weg naar een breed publiek gevonden. Net als in Birk zijn de personages een beetje van de maatschappij afgesneden en is de hoofdrol weggelegd voor een puberende jongen. De dertienjarige Brian woont samen met zijn vader Maurice en twee honden aan de rand van een onbestemd Frans dorp in een caravan die ze huren van Jean en Bruine Henri, twee ongure types. Omdat de instelling waar hij verblijft wordt verbouwd, moet een oplossing gezocht worden voor Lucien, de lichamelijk en verstandelijk gehandicapte broer van Brian. Als Maurice hoort dat hij een premie van 238 euro per week krijgt als hij zijn gehandicapte zoon enkele maanden lang in huis – of beter: in de caravan – neemt, twijfelt hij geen seconde.

Toch is het vooral Brian die tijdens zijn zomervakantie voor zijn broer moet zorgen. Zijn disfunctionele vader, die zowel bij het tankstation als in de kroeg op de poef staat,is vaak het huis uit op zoek naar een klus voor snel geld, maar even vaak komt hij met lege handen weer thuis.En dus moet Brian maar met zijn broer spelen, hem in en uit bed rollen, onder de douche steken, medicatie geven en helpen met lopen, wat steeds beter begint te lukken.

In eerste instantie kun je alleen maar respect hebben voor de ondernemingszin van Brian. Hij zorgt prima voor zijn broer, “als een vacht”, vandaar de titel van het boek. Brian beschermt zijn broer in de mate van het mogelijke, maar kan natuurlijk nooit volledig de rol van zijn vader overnemen. De verantwoordelijkheid die zijn vader hem in de schoenen schuift, is verpletterend. Een voorbeeld:

Hij (Maurice, KL) geeft me de groene map aan. Met hoofdletters is er LUCIEN op de zijkant geschreven. Ik sla hem open, blader er willekeurig doorheen, bekijk een schema. ‘Waar is dit voor?’ ‘Zijn gebruiksaanwijzing; Voor als hij ineens een storing krijgt. Wanneer welke pilletjes, wat je broer graag heeft, telefoonnummers van de instelling. Dat soort dingen.’

Zomervacht doet een beetje denken aan Joe Speedboot, de bestseller van Tommy Wieringa uit 2005 over de lotgevallen van de veertienjarige Fransje Hermans, die enkel zijn rechterarm kan bewegen en niet meer verstaanbaar kan praten. Door de kinderblik, de eenvoudige taal en de goed te volgen dialogen zou Zomervacht het eveneens goed kunnen doen bij jongeren, terwijl volwassenen er een diepere laag in kunnen vinden.

Die diepere laag betreft een paar morele kwesties die de lezer, net als in Birk, een ongemakkelijk gevoel bezorgen. Wanneer Maurice en Brian met de gehandicapte Lucien naar de supermarkt gaan, stopt de vader enkele boodschappen in de zak van Lucien. Als hij na het winkelen een pakje batterijen en scheermesjes uit Luciens jas haalt, zegt hij aan Brian:

Bij een mongool gaan ze echt niet in zijn jaszakken voelen. En als ze dat toch hadden gedurfd, had ik streng gezegd: foei, foei, stoute Lucien. En dan had ik alles keurig op de toonbank gelegd. En dan mochten wij doorlopen terwijl je broer lekker naar de flessen zwaaide.

Aanvankelijk hebben Brian en zijn vader een goede band, zo lijkt het. De zoon lijkt naar zijn vader op te kijken, maar er komen steeds meer barsten in dat beeld. Brian heeft het moeilijk met de fratsen van zijn vader en spreekt hem meer en meer tegen. De afstand tussen vader en zoon wordt groter, op een bepaald moment komt er zelfs fysiek geweld aan te pas. Het lijkt het signaal voor Brian om zelf de grenzen van het fatsoenlijke te overschrijden. Het lot van de zoon van de uitvreter?

Moreel ambigu is bijvoorbeeld de verliefdheid van Brian op Selma, een zwakbegaafd meisje uit de instelling van zijn broer. Op het eerste gezicht lijkt het een onschuldige kalverliefde, tot Brian haar gaat opzoeken in de instelling. Het stelt de lezer voor grote dilemma’s. Kun je een dertienjarige jongen een verliefdheid kwalijk nemen? Is er sprake van wederkerige liefde tussen een jongen en een zwakbegaafd meisje? Is dit een geval van misbruik? En is Brian net zo onstrafbaar als zijn gehandicapte broer, omdat hij nog maar dertien is en de zoon van een scharrelaar?

Uiteraard is ook de omgang met gehandicapten een belangrijk thema in Zomervacht. Verschillende mensen schuiven de verantwoordelijkheid voor Lucien door. Omdat ze na zijn opname was ingestort, ging Luciens moeder een tijdlang niet op bezoek in de instelling waar hij verbleef. In de tussentijd beloofde Maurice dat hij samen met Brian bezoekjes zou brengen aan Lucien, maar dat blijkt een grote leugen. Maurice wil enkel voor Lucien zorgen als hij er wat aan kan verdienen, en ook Brian schuift de zorg voor Lucien steeds vaker door wanneer hij er een mogelijkheid voor ziet.

En dan is er nog Emile, die op een bepaald moment in het verhaal een oude caravan onderhuurt van Maurice.Ook in deze verhaallijn toont Robben zich een meester in morele ambivalentie. Emile woonde samen met zijn vrouw, maar er is iets gebeurd waardoor hij in de caravan terechtkomt. Wat precies komen we niet te weten. Er wordt even gehint op pedofilie, maar dat wordt nergens bevestigd. Ook hier laat Robben de keuze aan de lezer. Terwijl Brians vader profiteert van de zwakheid van Emile om hem een veel te hoge huurprijs aan te smeren, sluit Brian met de man een vriendschap die niet heel gelijkwaardig is.

In zekere is Emile de tegenpool van Maurice: Brian en hij kunnen het goed met elkaar vinden. Maar is het daarom toegestaan dat Brian, die de huur van Emile int, wat geld opzij houdt voor zichzelf? Of is hij ook hier weer een zoon die niet aan zijn eigen lot kan ontsnappen?

Een belangrijk verschil met Robbens debuut betreft de dialogen in Zomervacht. In Birk zijn de eilandbewoners Mikael en Dora geen praters. Ze zijn haast uitsluitend op zichzelf aangewezen, waardoor er weinig dialoog in het boek zit. in Zomervacht daarentegen wordt veel gepraat, in de eerste plaats tussen Brian en zijn vader, maar ook met Emile, Jean en Bruine Henri. Bijzonder knap is hoe Robben de gesprekken tussen Brian en de verstandelijk gehandicapten Lucien en (in onderstaand fragment) Selma weergeeft.

'Wie is Nino?'
'Mijn vriend.'
'Je vriend?'
Het stellig knikken van haar hoofd lijkt meer op timmeren met haar kin.
'Wat voor vriend?'
'Gewoon.'
'Net als Lucien?'
'Ook me vriend.'
'Wat ben ik dan?'

Na zijn veelbelovende debuut Birk lijkt Robben geen last te hebben van de vloek van het tweede boek. En in tegenstelling tot veel van zijn leeftijdsgenoten moet de auteur daarvoor ook niet te veel uit zijn eigen leven putten. Dat belooft voor zijn derde boek.

Jaap Robben, Zomervacht, De Geus, Amsterdam, 2018, 314 p; Birk, 2014, 256 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.