Publicaties
Een kwarteeuw op de barricades tegen onrecht
0 Reacties
maatschappij

Een kwarteeuw op de barricades tegen onrecht

De Brieven van Dikke Freddy door Erik Vlaminck

Als Dikke Freddy schrijft Erik Vlaminck al 25 jaar brieven aan hoogwaardigheidsbekleders. Zijn grappige aanklachten tegen armoede en sociale ongelijkheid lezen tegelijk als een kleine geschiedenis van alles wat fout loopt in Vlaanderen en België.

Ministers van alle strekkingen en departementen, politiecommissarissen, burgemeesters en OCMW-voorzitters, bestuurders van bedrijven en verenigingen, niemand is veilig voor de frivole pen van Dikke Freddy. Als ze post krijgen, zijn twee dingen zeker: De Meester Frederik, in het Antwerpse beter bekend als Dikke Freddy (“omdat mijn lichaam meer vocht inneemt dan het afgeeft”), doet zijn beklag over een toestand of nieuwe maatregel waar de geadresseerde verantwoordelijk voor is, maar heeft tegelijk een suggestie klaar om dat probleem op te lossen. Niet zelden bestaat die suggestie erin dat Dikke Freddy zijn diensten aanbiedt om het probleem te verhelpen, zodat hij er zelf ook nog wat aan verdient.

Dikke Freddy is uit het leven gegrepen. Zijn bedenker, Erik Vlaminck, werkte tot begin jaren negentig in de dak- en thuislozenzorg. Als directeur bleef hij halftijds aan de slag als straathoekwerker, met als doelgroep dakloze oudere mannen, niet zelden met een drankprobleem. Toen Vlaminck in 1993 op bijna 40-jarige leeftijd besliste om zijn jeugddroom waar te maken en zich volledig te richten op het schrijven, kreeg hij van het tijdschrift voor hulpverleners Alert het voorstel een column te schrijven. Zo werd Dikke Freddy geboren.

“Freddy is gemodelleerd naar mensen die ik ken uit die tijd. Daar was iemand bij die geregeld brieven schreef naar de Koning, omdat je die niet hoefde te frankeren en altijd een antwoord kreeg”, vertelt Vlaminck in een telefonisch gesprek. “Op basis daarvan is het idee ontstaan om brieven te schrijven naar hooggeplaatsten. Ik had nooit gedacht dat ik dat 25 jaar later nog altijd zou doen.”

Het jubileum was voor Uitgeverij Vrijdag wel de aanleiding om de beste brieven van Dikke Freddy te bundelen. Dat geeft niet alleen een mooi beeld van de problemen waar hij als man met een leefloon mee kampt, het leest ook als een overzicht van grote en kleine schandalen die ons land hebben geteisterd. Van de onbruikbare milieuboxen van Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans over de lange wachtlijsten bij socialehuisvestingsmaatschappijen tot de peperdure bewegende pissijnen (“plascenseurs”) in Oostende, Dikke Freddy stelt het aan de kaak. Maar evengoed gaat het over kleiner ongemak, zoals het aanvragen van een elektronische identiteitskaart, het openen van een bankrekening of het veel te dure bezoek aan de tandarts.

Erik Vlaminck over Dikke Freddy: 'Een deugniet die veel pech heeft gehad, en ook wel een beetje een egoïst die overal profijt probeert uit te halen'

Dikke Freddy is vaak kwaad, maar de humor overheerst. Hij is op het sterkst als hij het verschil in behandeling aankaart tussen de keien die niet vallen te stropen, zoals hijzelf, en de rijken die dankzij het systeem nog rijker worden, of dat nu bedrijfsleiders zijn of topvoetballers. Die brieven zijn vaak zowel hilarisch als tragisch, omdat ze treffend de ongelijkheid in onze maatschappij aanklagen. Zo is er een brief aan minister van Vennootschappen Johan Van Overtveldt, waarin Freddy samen met enkele van zijn drinkebroers uit café De Nieuwe Nachtegael advies vraagt voor het oprichten van een vennootschap, zodat zij als gelijken kunnen onderhandelen met hun schuldeisers. Klopt het dat we een startpremie kunnen krijgen, korting op elektriciteit en telefonie, geen belastingen moeten betalen zoals Ikea, en failliet kunnen gaan zonder onze schuldeisers te moeten betalen, willen Freddy en zijn maten weten van de minister. Het is een van de manieren om fijntjes de hypocrisie van veel maatregelen te illustreren.

Dikke Freddy is ook inventief. Zo laat hij zijn sociaal werker weten het goede voorbeeld van de regering te zullen volgen, en zijn begroting pas in 2020 in evenwicht te brengen. Ook verzamelt hij volop blikjes in afwachting van een retributiesysteem, en ziet hij overal opportuniteiten voor jobs. Zo wil hij graag nachtwaker worden in cultuurcentrum De Grote Post in Oostende, waar hij tijdelijk verblijft, want hij slaapt er toch al iedere nacht en zo kan hij andere daklozen met minder eerbare bedoelingen wel buitenhouden.

Dikke Freddy kreeg in de loop der jaren steeds meer lezers. Hij las zijn brieven voor tijdens het Oostendse festival Theater aan Zee, werd gepubliceerd op sociaal.net (de digitale opvolger van Alert) en verscheen op de opiniepagina’s van eerst De Morgen en later De Standaard. Dat veranderde ook Dikke Freddy. “Soms begrijpen mensen niet altijd dat het een personage is. Daar hou ik toch wat rekening mee, ga ik af en toe eens op de rem staan. Maar hij blijft natuurlijk wie hij is: een deugniet die veel pech heeft gehad, en ook wel een beetje een egoïst die overal profijt probeert uit te halen”, zegt Vlaminck.

Toch behaalde Dikke Freddy succes, ook voor anderen. Zo schreef hij een brief over de Antwerpse BIG-kaart, een kaart voor Beperkt Inkomen Genieters waarmee ze vermindering konden krijgen in bibliotheek en theater. “Ge kunt u niet voorstellen hoe ik daar dagelijks van geniet, van mijn beperkt inkomen”, schreef hij aan minister van Welzijn Mieke Vogels. Hij mocht de column voorlezen op de radio, en OCMW-voorzitter Monica De Coninck paste het systeem aan. Nu heeft iedereen een A-kaart, vergelijkbaar met de Vlaamse UiTPAS, waardoor niemand kan zien of je korting krijgt of niet. Een andere brief van Dikke Freddy zorgde ervoor dat achterstallige betalingen voor het afgeschafte kijk- en luistergeld werden kwijtgescholden.

Dikke Freddy maakt geen onderscheid tussen partijen, iedereen kan van hem een brief verwachten. Toch merkt Vlaminck dat er steeds vaker kribbiger wordt gereageerd. “In de loop der jaren heb ik machthebbers van alle kleuren en partijen geschreven, maar als je iemand van N-VA aanschrijft, wordt het nu al snel bashing genoemd. Dat gebeurde vroeger niet. Blijkbaar is er ook een sfeer ontstaan waarin veel mensen denken dat armoede je eigen schuld is. Dat is niet zo, niemand kiest vrijwillig voor armoede”, aldus Vlaminck.

Het illustreert meteen dat de brieven van Dikke Freddy na al die tijd nog nodig zijn, al is Vlaminck zich ervan bewust dat hij met Freddy slechts een deel van de armoede kan beschrijven. “Dat is nu eenmaal de beperking van het format. Armoede kent vele gezichten, zoals van alleenstaande moeders of vluchtelingen, werelden die Freddy nauwelijks kent. Maar daar heb ik het dan over tijdens lezingen.”

Dikke Freddy schreef de afgelopen kwarteeuw meer dan tweeduizend brieven. Een selectie daaruit is altijd moeilijk. Dat blijkt ook uit de laatste brief van een knorrige Freddy aan Rudy Vanschoonbeek, “uitgever van boekskes”, waarin hij zijn beklag doet over het financiële voorstel en het geleverde werk. “Ik wil u bij dezen laten weten dat uw drukproeven op niks trekken”, schrijft Dikke Freddy. Gelukkig is er wel nog een boek van gekomen. Want als Dikke Freddy vandaag niet zou bestaan, dan zou Erik Vlaminck hem onmiddellijk moeten creëren.

Erik Vlaminck, Dikke Freddy in het zilver, Vrijdag, Antwerpen, 2018, 176 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be