Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Een Hollandse Patriot op verkenning in Noord-Frankrijk
0 Reacties
© Rijksmuseum Amsterdam RP-P-OB-85.827
© Rijksmuseum Amsterdam RP-P-OB-85.827 © Rijksmuseum Amsterdam RP-P-OB-85.827
recensie
De Franse Nederlanden
geschiedenis

Een Hollandse Patriot op verkenning in Noord-Frankrijk

Vluchtelingen zijn van alle tijden: ook in het woelige einde van de achttiende eeuw verlieten veel mensen noodgedwongen hun land. Zo namen in Nederland 40.000 Patriotten de vlucht nadat ze in opstand waren gekomen tegen stadhouder Willem V. De notities van Adriaan Hendrik Eyck, een vooraanstaande Patriot, zijn nu uitgegeven. Ze omvatten onder meer een interessant verslag van een reis naar Noord-Frankrijk, waar Eyck een Hollandse kolonie wilde stichten. Eyck zag er welvaart naast grote armoede – en vond de uiensoep er niet te vreten.

In september 1787 vielen Pruisische troepen de Nederlandse Republiek binnen. Koning Frederik Willem II van Pruisen snelde zijn zus Wilhelmina, die door de Hollandse Patriotten gevangengenomen was, te hulp. Deze Patriotten waren in opstand gekomen tegen haar echtgenoot Willem V, de stadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze Patriotten waren burgers die de ideeën van de Verlichting aanhingen en inspraak eisten in het bestuur. In 1787 probeerden zij de macht over te nemen en de stadhouder af te zetten.

De inval van de Pruisen herstelde voorlopig de macht van de stadhouder en verplichtte vele duizenden Patriotten om het land te ontvluchten. Tussen oktober 1787 en februari 1788 verlieten meer dan veertigduizend van hen het land. Ze gingen vooral naar de Zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk. In steden als Antwerpen, Lier, Gent en Brussel waren er echte vluchtelingenconcentraties. Sommige landen probeerden rijkere Patriotten te lokken. De Franse koning beloofde bijvoorbeeld een uitkering of een pensioen. De Nederlandse Patriotten vatten ook het plan op om een kolonie te stichten in Noord-Frankrijk.

Een van die Patriotten was de Utrechtse burgemeester en bewoner van het Maartensdijkse landgoed Eyckenstein, Adriaan Hendrik Eyck. Hij speelde een belangrijke rol in het conflict. Na de inval van de Pruisen vluchtte hij samen met zijn zoon via Amsterdam naar Brugge, Gent en Antwerpen om ten slotte in Brussel aan te komen. In 1788 vertrok hij naar het noorden van Frankrijk om er de mogelijkheden te onderzoeken om daar een Hollandse kolonie te stichten.

Eyck heeft zijn herinneringen aan de Patriottentijd en aan zijn reis door Noord-Frankrijk genoteerd en het Online Museum De Bilt heeft die notities nu beschikbaar gesteld in het e-boek Patriot in de diaspora. De omzwervingen van Adriaan Hendrik Eyck).

Patriot in de diaspora bevat drie delen. In het eerste deel geeft Eyck zijn persoonlijke visie op de gebeurtenissen in het najaar van 1787. Het zijn duidelijk persoonlijke notities die vrij slordig zijn opgeschreven. Het was waarschijnlijk niet de bedoeling dat ze gepubliceerd zouden worden. Eyck lichtte zijn eigen optreden toe tijdens die hectische septembermaand in Utrecht. Uit zijn notities blijkt dat er geprobeerd is om een gesprek aan te gaan met stadhouder Willem V. In de zomer van 1788 was Eyck betrokken bij het opstellen van een verzoeningsplan om vrede tussen de Patriotten en Willem V tot stand te brengen. Het plan bood Willem een “beperkt erfstadhouderschap” aan, maar het mislukte.

De Fransen hadden de vervelende gewoonte om water bij hun wijn te mengen

Het tweede document bevat het persoonlijk verslag van Eyck van zijn tocht door het noorden van Frankrijk. Samen met een aantal gelijkgezinden bezocht hij er een aantal steden op zoek naar een ideale plaats voor een Hollandse kolonie.

De derde tekst is bedoeld voor een groot publiek. Hij is wel goed geschreven en overzichtelijk, maar bevat weinig nieuwe informatie en is minder persoonlijk dan de eerste twee documenten.

Op zoek naar een geschikte vestingsplaats

Op 17 januari 1788 vertrok Eyck vanuit Brussel in een reiskoets samen met vijf anderen. De reis duurde bijna een maand en bracht hen naar meer dan twintig plaatsen in de kuststrook van Artesië, Picardië en Normandië. Vanuit Brussel reisden ze over Doornik naar Rijsel. In de buurt van Rijsel merkte Eyck op dat er veel houten molens staan. De meeste daarvan werkten voor fabrieken in Rijsel en dienden om olie te persen. Er woonden veel rijke mensen, noteert Eyck. Hij vond wel dat de molens in Holland er beter uit zagen.

Via Armentiers (Armentières) reden ze naar Belle (Bailleul), waar ze een maaltijd namen. De wijn smaakte erg lekker, maar Eyck noteerde wel dat de Fransen de vervelende gewoonte hadden om water bij hun wijn te mengen. Ze vervolgden hun weg via de Casselberg naar Sint-Omaars (Saint-Omer), waar ze verschillende landgenoten tegenkwamen.

Ook al viel Sint-Omaars zeker in de smaak en leek het voor Eyck wel een geschikte plaats om te verblijven, toch namen ze ’s anderendaags al de trekschuit naar Duinkerke. De Hollanders hadden een bijzondere belangstelling voor havensteden. Duinkerke kon dus zeker op hun interesse rekenen. De stad had grote mogelijkheden, maar de commissie was ook kritisch. De haven moest volgens hen zeker uitgediept worden en de havendijk en -hoofden moesten worden verhoogd, want de situatie was er nu gevaarlijk, vonden ze. Eyck noteerde ook dat de huurprijzen van de huizen erg hoog waren.

Van Duinkerke ging de reis naar Grevelingen (Gravelines), een nette stad met vele huizen in gele baksteen en grote mogelijkheden voor de visvangst. De soep vond Eyck er echter zeer matig. Ze werd blijkbaar enkel met ui bereid, terwijl er toch veel meer groenten werden gekweekt op de vruchtbare gronden rond de stad.

Van Grevelingen gingen de Hollanders met postkoetsen naar Calais. Een moeilijke reis, want de weg was haast onberijdbaar. Maar deze zware reis werd ruim gecompenseerd door een prima logement en diner met lekkere wijn en Engels bier. Calais viel ook om andere redenen in de smaak van de bezoekers. Zo was er vrij veel beschikbare vruchtbare landbouwgrond en kon je van hieruit makkelijk naar Engeland varen. Eyck merkte ook op dat er in Calais veel Engelsen verbleven.

De Patriotten maakten voortdurend onderling ruzie

Eyck keert van Calais terug naar Sint-Omaars, maar zal later ook nog via onder meer Boulogne-sur-Mer, Etaples en Montreuil tot in Normandië op verkenning gaan. Tijdens zijn reis noteerde hij in detail de economische situatie van de plaatsen waar hij verbleef en hij liet zich daar ook grondig over inlichten door plaatselijke informanten.

Vanaf de zomer van 1788 verbleef hij samen met verschillende andere hooggeplaatste Patriotten op het kasteel van Watten, dat zij ook restaureerden. Een heel aangenaam verblijf moet het toch niet geweest zijn, want de Patriotten maakten voortdurend onderling ruzie. Ze werden ook beschuldigd van illegale graanhandel, een beschuldiging die in deze tijden van honger zeer zwaar woog. In 1791 braken er in de buurt van het kasteel van Watten voedselrellen uit. De verslechterende politieke situatie in Frankrijk maakte het verblijf voor de Patriotten nog moeilijker, zeker wanneer vanaf augustus 1792 het ‘Schrikbewind’ (de Terreur) van de Franse Revolutie begon.

Met het Franse leger terug naar huis

Er woonden rond 1788 meer dan twaalfhonderd Hollandse families in Noord-Frankrijk, vele daarvan in de buurt van Sint-Omaars. Ze waren ook politiek actief, maar vormden geen homogene groep. Er waren gematigden die de situatie aanvaardden, maar er waren ook heel wat harde Patriotten die het Ancien Régime, noch in Frankrijk, noch in hun eigen vaderland accepteerden. Met als voorwendsel dat ze hun eigen taal konden spreken, stichtten de Hollanders ook hun eigen vereniging, de Société Populaire, dite des Sans-Culottes Hollandais. Deze Hollandse vereniging was radicaler dan de Franse.

Wanneer in 1794-’95 de Fransen de Nederlanden veroverden, keerden vele Patriotten terug naar hun vaderland. Ook Eyck en zijn zoon kwamen in 1795 terug. Vader Eyck nam zijn oude ambt terug op en werd “eerste maire” van Utrecht. Hij kreeg ook al zijn bezittingen terug die tijdens zijn ballingschap verbeurd werden verklaard en hij werd volledig schadeloos gesteld.

Deze drie bronnen bieden interessante informatie over de Patriottentijd, maar ook over de sociaaleconomische verhoudingen in het noordwesten van Frankrijk aan de vooravond van de Franse Revolutie. Uit het verslag van Eyck blijkt dat armoede en uitzichtloosheid er samengingen met grote welvaart.

De teksten zijn in een vaak slordig achttiende-eeuws Nederlands geschreven. Gelukkig zijn er de inleiding en de annotaties van dr. Anne Doedens en drs. Pieter van Hees (die op 20 april van dit jaar overleed op 83-jarige leeftijd). Een Franse samenvatting zou een nuttige hulp zijn voor Franse historici. Het boek is ook opgedragen aan Pieter van Hees, die het werk niet heeft kunnen afmaken. Hij was een van de laatste leerlingen van de bekende Nederlandse historicus Pieter Geyl en had een uitmuntende kennis van de Vlaamse Beweging. Van Hees werkte ook jarenlang mee aan het tijdschrift Ons Erfdeel (nu de lage landen).

Het e-boek "Patriot in de diaspora. De omzwervingen van Adriaan Hendrik Eyck" kunt u hier downloaden.
Bij het boek hoort ook een podcast die u hier kunt beluisteren.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.