Publicaties
Een bijzondere constructie in het Frans-Vlaams: ’t Maakt nuus we gingen naar de frèreschool
0 Reacties
Frans-Vlaams
De Franse Nederlanden
taal

Een bijzondere constructie in het Frans-Vlaams: ’t Maakt nuus we gingen naar de frèreschool

Zinnen in het Frans-Vlaams beginnen vaak met “het maakt”. Waar komt deze zogeheten ‘discoursmarkeerder’ vandaan, waar wordt hij gebruikt en wat is de functie ervan?

In de traditionele dialecten die in de jaren 60 van de vorige eeuw in Frans-Vlaanderen gesproken werden, komt een typisch fenomeen voor dat tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen in de literatuur. Hoofdzinnen worden er heel vaak ingeleid door ‘(he)(t)/da(t) maakt’ (hier verder gewoon ‘het maakt’). Een eerste voorbeeld is hieronder te zien.

(1) het maakt de boerinnen als ze anders kunnen leven ze laten het ook vallen eneeë.

‘Het maakt’ komt in het Frans-Vlaamse corpus heel vaak voor in hoofdzinnen zonder inversie waarin er meerdere andere zinsdelen voor het finiete werkwoord staan (2, vgl. het eerste artikel in deze reeks voor meer informatie over non-inversie en over het corpus).

(2) het maakt nuus we gingen naar de frèreschool

Daarnaast treffen we ook gevallen aan van ‘het maakt dat’ (3). ‘Het maakt’ wordt daarin gecombineerd met het onderschikkend voegwoord ‘dat’, dat een bijzin inleidt.

(3) het maakt [dat het de jeneverstraat gebleven heeft eneeë].

Zulke gevallen komen in het onderzochte materiaal uit Frans-Vlaanderen heel weinig voor, terwijl die zonder ‘dat’ net heel vaak voorkomen.

Een onduidelijke herkomst

Waar komt dat gebruik van ‘het maakt’ nu precies vandaan? Een logische hypothese is dat het om een leenvertaling van het Franse ‘ça fait (que)’ gaat, dat vooral in informele taal en in gesproken taal voorkomt. Die piste blijkt uit nader onderzoek weinig waarschijnlijk. Dat is onder andere omdat ‘ça fait (que)’ in Franse corpora enkel samen met het voegwoord (‘que’) voorkomt, terwijl ‘het maakt’ net voornamelijk zonder ‘dat’ geattesteerd is. Bovendien is ‘ça fait (que)’ helemaal niet geattesteerd in de Frans-Vlaamse data uit de jaren 60. Omdat het gebruikelijk is dat de meestal tweetalige sprekers in de onderzochte opnames af en toe overschakelen naar het Frans, zou je zo’n gebruik nochtans verwachten. Dat wisselen van taal, dat ook wel codewisseling genoemd wordt, werkt taalontlening namelijk in de hand, maar dat is hier niet het geval.

Een waarschijnlijkere optie is dat ‘het maakt’ een fenomeen is dat niet uit (contact met) het Frans voortkomt. Toch vinden we het in geschreven historische bronnen van het Nederlands en haar variëteiten niet terug. Dat geldt zowel voor bronnen uit Frans-Vlaanderen als daarbuiten. Uiteraard vormt het onderzochte materiaal uit de jaren 60 een historische bron op zich: de meeste sprekers werden immers geboren rond 1900. Dat we ‘het maakt’ enkel in de geluidsbanden aantreffen, kan erop wijzen dat het fenomeen typisch is voor gesproken taal.

Aanwijzingen in het dialectlandschap

Dialectologische taalkaarten kunnen een handig hulpmiddel zijn wanneer we weinig weten over de herkomst van een taalkundig fenomeen. Historische taalkunde en dialectologie zijn immers nauw met elkaar verweven: de studie van het dialectlandschap en de kaartpatronen die erop te vinden zijn, maken het soms mogelijk om hypotheses op te stellen over taalverandering.

Op onderstaande kaart zie je het relatieve aantal voorkomens van ‘het maakt’ tegenover het totaal aantal zinnen met vooropplaatsing zonder inversie in het onderzochte corpus. Het kaartbeeld geeft aan dat ‘het maakt’ vooral in het centrum van het onderzochte gebied voorkomt, terwijl het in de periferie van het taalgebied doorgaans minder gebruikt wordt. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat ‘het maakt’ een innovatie in het Frans-Vlaams is die niet tot in de periferie is doorgedrongen en dus ook niet uit het Frans komt.

Ook extern-linguïstische factoren kunnen helpen om het kaartbeeld te interpreteren. Vergelijken we bovenstaande kaart met een kaart van Willem Pée op basis van de gegevens over de taalsituatie in de regio verzameld door Dewachter (1908), dus ongeveer de tijd wanneer de sprekers in de opnames hun taal verwierven, dan zien we dat de blauwe gebieden op beide kaarten in grote mate overeenstemmen. ‘Het maakt’ komt met andere woorden vooral voor in die gebieden waar er voornamelijk Vlaams gesproken werd, terwijl het in de regio’s waar er al vroeg (overwegend) Frans gesproken werd veel minder voorkomt. Dat is onder andere duidelijk te zien in het zuidoostelijke gebied op de kaart.

Uiteraard kunnen we ook over de staatsgrens kijken om te zien wat er in andere West-Vlaamse dialecten gebeurt. Dat kunnen we doen met behulp van de transcripties van dialectbanden uit het Gesproken Corpus van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (GCND) waarvan het Frans-Vlaamse corpus deel zal uitmaken. Onderstaande kaart combineert de gegevens uit de vorige ‘het maakt’-kaart met gegevens uit 75 locaties in West-Vlaanderen (België), die helaas niet gelijkmatig over het volledige gebied verspreid zijn omdat het corpus nog in opbouw is. Ze toont dat ‘het maakt’ in de corpusdata uit de jaren 60 en 70 die wel al beschikbaar zijn enkel in combinatie met ‘dat’ voorkomt. Bovendien komt het vrij weinig voor.

Het kaartbeeld dat de attestaties van ‘het maakt dat’ in het GCND voorstelt, is nogal verbrokkeld. Bij zo’n kaartbeeld wordt meestal aangenomen dat er oorspronkelijk een geografische eenheid was waarin het fenomeen voorkwam. Het gebied waarin ‘het maakt dat’ gebruikt wordt, is/was dus veel groter dan het gebied waarin ‘het maakt’ voorkomt. Dat alles kan erop wijzen dat ‘het maakt’ een Frans-Vlaamse innovatie is. In mijn onderzoek beargumenteer ik dat het een discoursmarkeerder is, ontstaan uit ‘het maakt dat’. Het onderschikkend voegwoord ‘dat’ ging verloren, waardoor ‘het maakt’ een hoofdzin ging inleiden. Gelijkaardige ontwikkelingen komen in nog heel wat andere talen voor (bijvoorbeeld ‘(ich) mein’ in het Duits).

De functie van ‘het maakt’ in de zin

Een typische eigenschap van discoursmarkeerders is dat ze invariabel zijn: ‘het maakt’ is een als het ware bevroren eenheid, waarin ‘maakt’ bijvoorbeeld niet op een andere manier vervoegd wordt. Soms ontstaan er daardoor interessante voorbeelden met een combinatie van ‘het maakt’ en de verledentijdsvorm ‘miek’ (4).

(4) het maakt ze miek een teugsje verse koffie met een vette boterstuite.

Wat er wel vaak voorkomt, is zogenaamde ‘erosie’ van de vorm: sommige sprekers zeggen duidelijk ‘da maakt’ of ‘et maakt’, terwijl anderen, ’t maakt’ of gewoon ‘maakt’ zeggen. Een andere eigenschap van discoursmarkeerders is dat ze meestal geen betekenis op zich dragen of dat hun eigenlijke betekenis verbleekt is (die van het werkwoord ‘maken’ bijvoorbeeld). Bovendien kunnen ze helpen om het discours, en dus wat er verteld wordt, te structureren. Daarvoor moeten ze steeds in hun context worden bekeken: vertelt een bakker bijvoorbeeld hoe een brood gebakken wordt, dan kan ‘het maakt’ gebruikt worden om de verschillende stappen in het proces te introduceren. Een laatste eigenschap van discoursmarkeerders die ik hier bespreek, is dat ze optioneel zijn. ‘Het maakt’-zinnen blijven, ook wanneer ‘het maakt’ wordt weggelaten, grammaticaal.

’t Maakt we weten nog niet alles

Het laatste woord over ‘het maakt’ is nog lang niet gezegd. Verder onderzoek kan bijvoorbeeld uitwijzen in welke contexten het precies gebruikt kan worden en hoe vaak, waar en hoe het in de hedendaagse dialecten nog gebruikt wordt. Dat ‘het maakt’ nog steeds voorkomt, weten we wel. Zo kan je het beluisteren in de vertaling van de fabel ‘de Noordenwind en de zon’ uit Bollezele in de Atlas sonore des langues régionales de France. Daarnaast is het meermaals te horen in de Youtube-filmpjes van Mark Ingelaere, die in zijn vrije tijd opnames maakt met (onder andere) dialectsprekers uit de regio. Verder wordt ook ‘het maakt dat’, met onderschikkend voegwoord, vaak gebruikt in een veel groter gebied, vooral in informele taal. Je kan het bijvoorbeeld vaak opmerken in reality-tv en op de radio. Ook hoe dat verband houdt met ‘het maakt (dat)’ in de West-Vlaamse dialecten uit de jaren 60 en 70, kan in de toekomst nog verder onderzocht worden.

Dit onderzoek wordt gefinancierd door een postdoctorale onderzoeksbeurs aan M. Farasyn van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO 12P7919N).


Referenties
• Boula de Mareüil, P, Vernier, F. & Rilliard, A. (2017). Enregistrements et transcriptions pour un atlas sonore des langues régionales de France. Géolinguistique 17: 23-48.
• Breitbarth, A., Farasyn, M., Ghyselen, A-S. & Van Keymeulen, J. 2020. ‘Het Gesproken Corpus van de zuidelijk-Nederlandse Dialecten’. Handelingen van de Konkinklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis (KZM) LXXII: 23–38.
• Farasyn, M. (in druk). ‘V(>)2 in de declaratieve hoofdzin in de Frans-Vlaamse dialecten’. Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis (KZM) LXXII.
• Farasyn, M. (2021, 21 mei). It makes (it) is very interesting: V>2 patterns with ‘het maakt’ in spoken French Flemish [online presentatie]. Diachronic Generative Syntax 22.
• Günthner, S. & W. Imo. (2003). Die Reanalyse von Matrixsätzen als Diskursmarker: ich mein-Konstruktionen im gesprochenen Deutsch. In Magdolna Orosz & Andreas Herzog (eds.), Jahrbuch der ungarischen Germanistik, 181–216. Gesellschaft ungarischer Germanisten / DAAD.
• Ingelaere, M. (2015-2021). Reeks interviews [video‘s]. Geraadpleegd op 14 mei 2021 via https://www.youtube.com/channel/UCdrj4xaIvZ3ekOmmM5dD8uQ/videos.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.