Publicaties
Dichter, schilder, activist: Breyten Breytenbach is tachtig
0 Reacties
Breyten Breytenbach in 1987 © Vrye Weekblad / Max du Preez
Breyten Breytenbach in 1987 © Vrye Weekblad / Max du Preez Breyten Breytenbach in 1987 © Vrye Weekblad / Max du Preez
maatschappij
literatuur

Dichter, schilder, activist: Breyten Breytenbach is tachtig

Breyten Breytenbach is tachtig. De flamboyante Zuid-Afrikaan dankt zijn reputatie aan zijn dichter- en kunstenaarschap en aan het feit dat hij in de gevangenis zat vanwege zijn strijd tegen de apartheid. Maar Breytenbach is zoveel meer. Een portret van een complexe kunstenaar-activist door zijn Franse vertaler.

Breytenbach is wereldwijd vooral bekend als dichter. Zestienhonderd gedichten heeft hij al gepubliceerd. De woorden die het vaakst terugkeren in zijn teksten zijn maan, engel, wind, duisternis, gemurmel, naad, kruin, dood. Dat is alvast de indruk die ik heb als vertaler die al vierenveertig jaar met hem omgaat. Het wemelt in zijn verzen ook van duizenden vogels. Met zijn instemming preciseer ik graag die vliegende wezens en heb ik het al naargelang het landschap over een mees, een pijlstormvogel of een wouw.

Het is een ritueel : Breytenbach schrijft op elke 16 september, zijn verjaardag, een tekst waarin hij zich ouder ziet worden. Wat zal 16 september 2019 opleveren ?

Zijn laatste dichtbundel dateert van februari 2019, Op weg na kû (Human & Rousseau, Kaapstad). Hij bevat zengedichten, afgewisseld met tekeningen en foto’s. De dichter gaat dan ook elke ochtend wandelen, gewapend met een fototoestelletje om ongewone, dagelijkse scènes vast te leggen. In deze bundel zijn dat vaak dode vogeltjes.

Op weg naar , die toestand of staat waar er niets is, belijdt de dichter zijn voortdurende bezorgdheid voor wat ons op het einde van het leven te wachten staat. De titels van de gedichten zijn welsprekend: ‘fluittaal as ars moriendi’, ‘Mehr Licht! Mehr Licht’, ‘die woord word dood’, ‘van die lewe na die dood’, ‘die dood is ’n oordrywing’ en ‘bring doodgaan ooit verlossing?’.

Wijze

In deze beschouwende gedichten ontdekken wij Breytenbach als wijze. In zijn jonge jaren in Parijs was hij leerling van de beroemde goeroe Deshimaru (1914-1982). Vanaf zijn eerste bundel in 1964 vindt men gedichten over “in-spiratie” en “ex-piratie”. Op de website Zen Deshimaru kan men leren dat er in noch materie, noch ervaring, actie, bewustzijn, kleur, geluid, gedachte, kennis, illusie, geboorte, dood, lijden of voordeel is. Dat vermogen om leegte in zich te maken heeft Breytenbach twee jaar eenzame opsluiting in de gevangenis van Pretoria doen doorstaan.

Guerrillero

Veel Afrikaners koesteren ook het beeld van Breytenbach als guerrillero, “even fotogeniek als Che Guevara en Leila Khaled”. Tijdens zijn opgelegde ballingschap in Parijs was hij in contact gekomen met Solidarité, een netwerk opgericht door Henri Curiel om clandestiene militanten te helpen. Een tijdlang behoorde Adriaan van Dis (1946) tot dit netwerk. Het boek van Gilles Perrault, Un homme à part, wijdt mooie bladzijden aan de vriendschap tussen de oude weerstander die uit Egypte kwam en de jonge Zuid-Afrikaan. Breytenbach stichtte een kleine vereniging, Okhela, die zwaarwegende bewijzen verzamelde tegen het apartheidsregime. Tijdens een geheime missie in Zuid Afrika werd hij in 1975 gearresteerd en veroordeeld tot negen jaar opsluiting.

Gevangene

Breytenbach, de gevangene, heeft zichzelf geschetst in De ware bekentenissen van een witte terrorist (1984) en Mouroir. Notes of a Novel (1983).

De wil van de blanke macht om de rebelse zoon te breken, vertaalde zich in een complete isolering van twee jaar. Na een tweede proces werd hij zonder enscenering of gedwongen verklaring overgebracht naar een gewone gevangenis, waar hij tewerkgesteld werd in het magazijn. De cipier bevorderde sportieve activiteiten en leende hem een trainingspak. Zo kon hij zonder belemmering ook Kobie Coetsee ontmoeten, de toenmalige minister van Justitie die een gevangenenruil aan het onderhandelen was met verschillende landen. Breytenbach zal voor zijn tijd vrijkomen.

Schilder

Even productief als de dichter schildert de schilder onvolledige personages. Hij debuteerde met zwarte pentekeningen om uiteindelijk portretten en zelfportretten in kleur te maken. Door een vreemde ommekeer van de geschiedenis werden sommige van zijn werken verwijderd toen radicale studenten het koloniale verleden aan de Universiteit van Kaapstad aan de kaak stelden.

In zijn bundel Op weg na kû ontmoet men twee engelen die paren op een bergtop, het portret van Leonard Cohen met een vallende roofvogel en een schrijver met een machine die woorden afratelt, waarboven het masker van een sneeuwuil hangt.

Filosoof

Breytenbach de filosoof heeft het concept ontwikkeld van de “middenwereld”. Vier boeken die essays, fictie en poëzie vermengen, drukken uit wat hij denkt. Hondenhart (1999) gaat over verzoening en identiteit, cruciale kwesties in Zuid-Afrika. Deze formulering is alvast een schot in de roos: “Alleen het Afrikaans maakt van de Afrikaner een Afrikaner.”

De mens die voortdurend verhuist, vertrekt van het beginsel dat men “niet kan vooruitgaan zonder de herinnering aan de plaats waar men vandaan komt”. Intieme vreemde (2006) gaat over het schrijven en de schrijvers die “de stam verstrooid over de wereld vormen”. Woordvogel. Gedenkschriften van een nomadische romanfiguur (2008) analyseert zijn liefde voor beweging. Berichten uit de middenwereld (2010) belicht de ruimte waarin over alle grenzen heen tolerante en intelligente geesten zich bewegen.

Publieke figuur

In de tijd van de apartheid was Breytenbach een publieke figuur. In Parijs werd hij voortdurend benaderd door de media om de harde werkelijkheid in Zuid-Afrika te verklaren. Men verkoos de impertinente opposant boven de voorspelbare vertegenwoordigers van het ANC die geen Frans spraken.

Zijn grote bijdrage aan de oplossing van het conflict was de organisatie van de eerste ontmoeting van Zuid-Afrikaanse intellectuelen in Dakar in 1997. Dankzij het talent van de betreurde Frederik Van Zyl Slabbert en de steun van Abdou Diouf, toenmalig president van Senegal, en de stichting France Libertés van de toenmalige presidentsvrouw Danielle Mitterrand, konden witte Zuid-Afrikanen de kaders van het ANC in ballingschap ontmoeten. Het was de eerste stap in de dialoog die zou leiden tot de democratische verkiezingen van 1994.

Politieke militant

De ontmoeting van Dakar zal bepalend zijn voor Breytenbach, die dan een ware pan-Afrikaanse militant wordt. Hij sticht en leidt lange tijd het Goree Institute/Institut Gorée dat de democratie en de ontwikkeling van Afrika wil consolideren. De ontmoetingen, die plaatsvinden op Gorée, een eiland voor de kust van Dakar dat een symbool is van de slavernij, of elders op het continent willen de barrière slechten tussen Engels-, Frans- en Portugeessprekende landen. Gorée zal Breytenbach op het idee brengen van het collectief Pirogue, dat elk jaar een prachtige, meertalige publicatie uitbrengt, Imagine Africa.

Redenaar

Het succes van de schrijver gaat samen met een uitzonderlijk charisma. De redenaar kan een publiek in vervoering brengen. Ik heb hem zelf op verschillende plaatsen aan het werk gezien. In het Maison de la Poésie in Parijs, met zijn talent om zich aandachtig over te buigen naar de persoon die een vraag stelt. En in Johannesburg op een winteravond bij de schrijfster Dominique Botha, in aanwezigheid van een select gezelschap intellectuelen onder wie Achille Mbembe.

Meer nog dan zijn ideeën is het zijn dictie die een van de deelnemers had getroffen, want Breytenbach spreekt niet met een rollende ‘r’ zoals de meeste Afrikaners. In Wellington, het dorp van zijn kinderjaren, kan hij dan weer de hele nacht grappen vertellen.

Woedend

Breytenbach heeft nog andere pijlen op zijn boog: hoogleraar, polemist en nieuwsgierig reiziger. Hij doceerde literaire creatie aan de universiteit van New York. Hij houdt ervan zijn teksten vol te stoppen met citaten. Ik weet intussen niet meer of het Wittgenstein was die zei dat de poëzie, net zoals de wiskunde, iets was voor de jeugd. In Zuid-Afrika houdt hij niet op te fulmineren. Voor Mandela president werd, waarschuwde hij hem al tegen de corruptie van enkele van zijn kameraden. Ook vandaag nog komt hij geregeld tussen om de gebreken van de Zuid-Afrikaanse democratie te hekelen. De politiek die het Afrikaans als universitaire taal minoriseert, maakt hem woedend. Als een vogel op zijn tak houdt hij niet op weer op te vliegen om de wereld te doorkruisen, altijd op de loer om een treffend beeld te vinden.

De zingende hand

De man die voor twee generaties van dichters in het Afrikaans een model is geweest, heeft verschillende pseudoniemen verzonnen. Hij heeft teksten ondertekend met Jan Blom of Jan Afrika, en heeft zich ook geamuseerd met zijn naam te verbasteren: Breyten Breytaintain, de galeiboef B. Breytenboue, of zelfs Breyten Buiteblaf.

De dichter zwerft tussen zijn vier woonplaatsen en galoppeert over onze blauwe planeet. De gedichten blijven ontspringen onder de hoeven van zijn paard. Hij herneemt een zin die vermoedelijk van Matisse komt die de hand aanspoorde om te schilderen tot ze zong en publiceerde een bloemlezing (De zingende hand, 2017) onder dezelfde titel in verschillende talen. Noem het eenheid in verscheidenheid

Van 16 tot 18 oktober vindt aan de Gentse universiteit het zesde Gentse colloquium over het Afrikaans plaats. Breyten Breytenbach wordt er op de openingsavond geïnterviewd door Margriet van der Waal.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be