Publicaties
De verzorgingsstaat zou een vertrouwensstaat moeten zijn
1 Reacties
Het vangnet van de sociale zekerheid © Trui Chielens
Het vangnet van de sociale zekerheid © Trui Chielens Het vangnet van de sociale zekerheid © Trui Chielens
Voor abonnees
maatschappij

De verzorgingsstaat zou een vertrouwensstaat moeten zijn

België en Nederland bouwden vanaf 1945 een monumentaal systeem van sociale zekerheid uit. Dat bracht welvaart en emancipatie met zich mee, het verbond mensen en stabiliseerde het economische en politieke bestel. Anno 2020 staat dat systeem onder druk. Het blijkt niet vanzelfsprekend en al helemaal niet eeuwig te zijn. Hoe behouden we het goede van het systeem in de hervorming die zich aandient? Casper Thomas, die je een millennial zou kunnen noemen, onderzoekt het in dit essay uit het boek Nulpunt 1945 (Ons Erfdeel vzw, 2020). Daarin schrijven Vlaamse en Nederlandse auteurs over de wereld waarin de Lage Landen nu leven, en hoe die is veranderd sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€4/maand

€40/jaar

JefVanStaeyenFlag

beste Casper Thomas,
Enkele bedenkingen bij uw boeiende tekst, waar mijns inziens toch wat overhaaste dingen in staan.

(1) Wat hoogopgeleid en goed betaald betreft.
Als er één ding is dat de corona-crisis ons heeft geleerd (in feite wisten we het al, maar we wilden het niet zien), dan is het het feit dat de gelijkstelling tussen hogere opleidingsgraad en hogere verloning in haar algemeenheid maatschappelijk en economisch voorbijgestreefd is. We hebben moeten ervaren hoe essentieel talrijke financieel en maatschappelijk weinig gewaardeerde jobs met lage of middelmatige opleiding zijn. Zonder die mensen zijn we nergens meer.

In de voorbije 75 jaren werden enorme inspanningen geleverd om het hoger onderwijs te democratiseren, en om de opleidingsgraad te verhogen. Dat is een uitstekende zaak. Steeds meer jongeren studeerden af met de verwachting dat ook zij een boeiendere job konden bekomen dan hun ouders, en aan het beeld van de vroeger zeldzame hoogopgeleide konden beantwoorden, zowel financieel als naar maatschappelijke erkenning. Dat is grotendeels geslaagd, zowel door het creëren van steeds nieuwere (voorheen ondenkbare) jobs voor hoogopgeleiden − overloop je familie of je vriendenkring, en stel je de vraag of hun job enkele decennia geleden al bestond −, door verregaande automatisering van de laaggekwalificeerde taken (in de fabrieken, de landbouw, etc.), als door de relatieve diskwalificatie van eertijds hooggewaardeerde jobs (een arts is maar een arts, een notaris een notaris, een pastoor een pastoor, en dat is ooit anders geweest).

In de jaren 70 is er een eerste crisis gekomen in die groei. Plots was er geen plaats meer voor al die nieuwe afgestudeerden. Sommigen hebben hun studies verdergezet (studeren als wachtlijst), anderen hebben tien, vijftien jaar gesukkeld, vaak via een nepstatuut, nog anderen hebben definitief een andere oriëntatie gekozen dan waarvoor ze hadden gestudeerd, en voor nog anderen werden nog nieuwere jobs gecreëerd, waaraan voorheen echt niemand had gedacht (denk bijvoorbeeld aan de groei in milieusector, en nu de energie, de communicatie...). [Onderwijl gingen voor anderen ook talrijke "correct" betaalde jobs verloren, bv. in de industrie. Jobs waarmee je een Kadett, een caravan en vakantie kan betalen. Die mensen werden, zeer tegen hun zin, naar onzekere, minder betaalde jobs of naar werkloosheid gedrongen.] Die crisis heeft grosso modo 15 jaar geduurd. Pas eind jaren 80, begin jaren 90, zijn het woord "crisis" en de uitdrukking "het eind van de tunnel is in zicht" uit het politieke taalgebruik verdwenen. Maar de discrepantie tussen de steeds talrijkere hoogopgeleiden, die hogere lonen en hogere maatschappelijke erkenning verwachtten, en de slecht betaalde laagopgeleiden die essentiële taken uitvoeren, die bleef bestaan, of verergerde zelfs. Migratie en delokalisering werd het antwoord. Als iedereen architect of ingenieur of designer of commercieel manager of accountant of PR-verantwoordelijke of creative writer etc. etc. wil zijn, met de bijhorende verloning, dan heb je Poolse arbeiders nodig om het gebouw recht te zetten waarvan al die andere mensen de architect, ingenieur, designer, etc., etc. kunnen zijn. Hetzelfde in de landbouw, in het transport, in het toerisme (wie ververst de lakens als iedereen manager is?)... en in de gezondheidszorg. We hebben zelfs onderwijzers te kort, en proffen te veel. Ziekenhuizen sluiten afdelingen waarvoor ze, ondanks talrijke buitenlandse werknemers, geen personeel meer vinden.

Laat dit geen pleidooi zijn voor minder onderwijs. In tegendeel. Maar voor andere dan financiële verwachtingen waartoe een hogere opleiding leidt. Onderwijs is in feite, nog vóór gezondheidszorg, nog vóór werkloosheidsverzekering, nog vóór pensioensverzekering, de allereerste pijler van de verzorgingsstaat. Naargelang de lengte en de aard van de opleiding besteedt de overheid tussen de 60.000 en de 260.000 euro per afgestudeerde − voor een "gewone" hoog-opgeleide ligt dat bedrag wellicht rond de 120.000 à 150.000 euro. Voor de millenials op de foto bij uw tekst geldt allicht dat ze een zeer belangrijk deel ervan zelf moeten betalen. (Le Monde van 19 mei vermeldt voor de Verenigde Staten een totale "studieschuld" van 1600 miljard dollar!; elke betrokken afgestudeerde draagt een schuld van gemiddeld 32.000 dollar.) In onze landen geldt dat niet. (Ik hoop althans dat voor Nederland ook telt, wat voor België en Frankrijk geldt.) En laat dat vooral zo blijven! [Wat niet betekent dat voor sommige jongeren of hun familie de eigen inspanning nog altijd te hoog blijft. Daar zitten we bij de echte problemen van ongelijkheid.] Hoogopgeleid zijn betekent dus: nog mógen studeren (terwijl leeftijdsgenoten en ouderen voor jouw studies belasting betalen), betekent ook een betere culturele en maatschappelijke voorbereiding op het leven, meer maatschappelijke en culturele kansen, boeiendere jobs, met meer vrijheid in hun uitoefening, etc. etc. Of daar ook nog een hogere verloning bij hoort is echter niet zo evident. Loonschalen in functie van opleidingsniveau moeten misschien maar eens overhoop worden gegooid. Net als anciënniteit, overigens.

Nog niet zo lang geleden verklaarde een of andere consultant in Vlaanderen (het soort mensen dat in kranten "topeconoom" wordt genoemd) dat men dringend op zoek moest naar nieuwe laagbetaalden. Om de lonen hoog te houden, of om meer hoogbetaalden in dienst te nemen, zijn er meer laagbetaalden nodig. Hier, of desnoods elders. Toch is het misschien niet nodig om dezelfde weg te volgen als in de jaren 70 en 80 is gebeurd: "wachtlijsten" (het duurt veel langer eer je de gedroomde job vindt), "afvallingskoers" (je vindt die job nooit, en doet maar wat anders), of het aantrekken van nieuwe laagbetaalden, die door hun lage lonen de hoogbetaalde jobs mogelijk moeten maken, er zorg voor dragend dat hun kinderen vooral niet teveel sociale promotie maken... (want dan zit je enkele decennia later weer met hetzelfde probleem). Wellicht moet de waardering die voor diverse jobs bestaat, heel anders worden gestructureerd, met meer waardering, ook financieel, voor wat uit maatschappelijk oogpunt het nuttigst is (en niet: het nuttigst lijkt). Overigens vergen ook laagbetaalde jobs van "laaggeschoolde" mensen meer en meer expertise.

(2) Wat "hardwerkend" betreft.
U schrijft: "Het totaal aantal gewerkte uren in Nederland is de laatste twintig jaar met 16 procent toegenomen, aldus het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS)". Okee, maar enig opzoekwerk bij CBS leert me dat de in de laatste 17 jaar (ik vond niet zo meteen cijfers voor 20 jaar) de beroepsbevolking met 15% is toegenomen en de werkende beroepsbevolking zelfs met 17%. Dat komt onder meer door de nog steeds toenemende deelname van de vrouwen aan de arbeidsmarkt. Steeds meer thuiswerkende vrouwen (of ook mee-werkende vrouwen, in de handel, de landbouw), wier arbeid in geen enkele statistiek te vinden was, zijn in de arbeidsmarkt getreden, en hebben het werk dat ze voorheen onbezoldigd en zonder erkenning deden, voortaan door anderen bezoldigd laten uitvoeren. Voeg daarbij misschien nog wat zwartwerk, dat efficiënter bestreden wordt (dienstenchecks e.a.), en misschien nog wat meer buitenlandse seizoenarbeiders, en je komt tot meer gepresteerde uren in de statistiek, zonder dat er op individueel of gezinsniveau meer werd gewerkt. Overigens meet je "hard werken" niet aan het aantal gepresteerde uren, en zeker niet aan de arbeidsproductiviteit.

Maar inderdaad, volledig akkoord: de verzorgingsstaat moet een vertrouwensstaat zijn.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.