Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De mythologisering van een stad: 900 jaar Utrecht, 300 jaar regenbooggemeenschap
0 Reacties
© Rijksmuseum, Amsterdam
© Rijksmuseum, Amsterdam © Rijksmuseum, Amsterdam
geschiedenis

De mythologisering van een stad: 900 jaar Utrecht, 300 jaar regenbooggemeenschap

In 2022 viert Utrecht dat het al 900 jaar een stad is. De LHBT+- of regenboog­gemeenschap in de stad dicht zichzelf dan weer een geschiedenis van 300 jaar toe. En dan is er nog Utrecht als centrum van het Nederlandse christendom. In een persoonlijk essay verbindt Albert Meijer deze drie lagen van de stad met elkaar, waarbij hij zich afvraagt welke verhalen we over de werkelijkheid leggen om haar te vatten.

Wie de aarde onder een oude stad doorboort, vindt in elke grondlaag een ander verhaal. Een dinosaurusbot met een tandafdruk, een verloren vuursteen van een jager-verzamelaar, de contouren van een Romeinse burcht, een vaas met een afgebroken oortje in een oude beerput en een halfvergane zeldzame flippo vertellen ons: hier werd geleefd.

Maar ook boven de grond vermengen de verledens zich met elkaar. De reiziger die binnenkomt op centraal station Utrecht, ooit de stad van waaruit de kerk het land bekeerde en regeerde, komt vrijwel meteen Hoog Catharijne binnen: een moloch van een winkelcentrum, die als een buitenmaatse betonnen zeepok op de oude Utrechtse binnenstad is vastgeklonken.

Ooit lag hier de stationswijk, maar in de jaren 1960 moest het gebied mee in de vaart der volkeren. De Utrechtse binnenstad werd te klein bevonden, en het winkelcentrum moest een moderne trekpleister voor het winkelende publiek worden. De wijk werd gesloopt, inclusief het oude station en het geliefde jugendstilgebouw De Utrecht.

Ook het klooster van de zusters van de Eucharistie op de Catharijnesingel moest het onderspit delven voor Hoog Catharijne. Maar zelfs in deze betonnen ode aan het moderne leven heeft de christelijke geschiedenis van de stad zijn plekje veroverd: de nonnen bedongen een stiltecentrum in de nieuwbouw. Nog steeds kun je tussen het beton, staal en glas van Hoog Catharijne dit centrum binnengaan, als je goed zoekt tenminste. Hier vindt zelfs drie keer per week een kerkdienst plaats.

Stad als sluier

In de eerste aflevering van Wintergasten (eind 2021) spreekt Janine Abbring met Yuval Noah Harari over de mensheid en haar kijk op de wereld. Harari meent dat wij al duizenden jaren leven in een virtuele werkelijkheid, die als een sluier over de ware werkelijkheid gelegd wordt. Die sluier maken we zelf. Harari beschrijft de ware stad Jeruzalem als een doodgewone stad, met auto’s en bomen en honden en katten, maar waar de mens haar eigen fictieve stad omheen heeft gebouwd, een heilige stad. Het is dit idee van een stad waar kruistochten over gevochten zijn, waar mensen hun leven voor hebben gegeven, waar mensen elkaar nog steeds om uitmoorden. Harari stelt dat we die fictieve wereld zelfs waardevoller vinden dan de echte wereld.

De fictieve en werkelijke stad van Yuval Noah Harari zijn in Utrecht onlosmakelijk met elkaar verbonden

Anno 2022 sterven koraalrif en Amazone-gebied in rasse schreden af, iets wat direct invloed heeft op ons eigen overleven, en toch lijken de meeste mensen er niets om te geven. Maar beitel een steen uit de Klaagmuur, waar niemand voor zijn voortbestaan van afhankelijk is, en je wordt meteen verketterd, aangevallen, misschien zelfs gedood.

900 jaar Utrecht

Ik vraag me af in welke mate mijn eigen stad gemythologiseerd is. De stad Utrecht viert dit jaar haar negenhonderdjarige bestaan, maar ook dit is een viering van het fictieve. Er wonen namelijk al veel langer mensen op deze plek, sinds de Romeinen hier op hun noordgrens een nederzetting stichtten. Utrecht kreeg stadsrechten op 2 juni 1122, en als je de kleine letters van de campagne 900 jaar Utrecht leest, dan zie je dat in 2022 dát feit gevierd wordt. Het programma van de viering moet op het moment dat ik dit stuk schrijf nog worden bekendgemaakt. Burgers van alle wijken van de stad worden opgeroepen om met plannen te komen rond het thema Stad zonder muren, verwijzend naar de omwalling die in de negentiende eeuw is afgebroken.

De fictieve en werkelijke stad van Harari zijn in Utrecht onlosmakelijk met elkaar verbonden. De stenen van Utrecht zijn een kristallisering van een idee, een uitgesproken christelijk idee.

Al in de zevende eeuw stichtte bisschop Willibrord een geestelijk centrum in de dan grotendeels verlaten nederzetting Utrecht. Door de eeuwen heen werd Utrecht het hart van het Nederlandse christendom, het centrum van waaruit de rest van de noordelijke Nederlanden moest worden bekeerd.

Die diepreligieuze functie werd teruggebracht in de fundamenten van de stad: volgens de canon van Utrecht werd de stadsstructuur gebaseerd op het christelijke kruis. Toen keizer Koenraad II in 1039 in Utrecht stierf, werd hij begraven in de Domkerk. Zijn zoon, Hendrik III, liet daar vier nieuwe kerken omheen bouwen, in de vorm van een kruis. De Pieterskerk, de Janskerk, de Pauluskerk en de Mariakerk vormden zo aan elke uithoek van de stad een symbolische bescherming, met de Domkerk als het stralende middelpunt.

De Utrechtse paus

Harari schrijft in zijn bestseller Sapiens dat het vermogen tot mythologiseren het belangrijkste onderscheid vormt tussen mens en dier. Een gezamenlijke mythe kan duizenden mensen verenigen in een gezamenlijk doel, zoals het beginnen van een heilige oorlog, het opzetten van een nationaal leger ter verdediging van het land, of het bouwen van een gezamenlijk systeem van wetten waar iedereen zich aan dient te houden.

De mythologisering van de stad draagt bij aan een gevoel van eigenwaarde, veiligheid en kracht. Utrecht werd een heilig centrum, waarmee ook de kerstening van de rest van het land gerechtvaardigd werd. Door de jaren heen bleef Utrecht die belangrijke symbolische functie behouden. Ook nu nog is Utrecht de hoofdzetel van de katholieke kerk in Nederland.

De mythologisering van de stad draagt bij aan een gevoel van eigenwaarde, veiligheid en kracht

De opmerkelijkste voetnoot in de katholieke geschiedenis van de stad is dat er in de zestiende eeuw kortstondig een Utrechtse paus was, de enige paus afkomstig uit de Lage Landen. Adrianus VI was de zoon van een Utrechtse scheepstimmerman, maar schopte het tot bisschop en kardinaal in Spanje. Daar bereikte hem in 1522 – exact 500 jaar geleden – het wonderlijke bericht dat hij als paus gekozen was.

De partijen op het conclaaf, waar de nieuwe paus gekozen zou worden, konden het niet eens worden wie van de kandidaat-pauzen uitverkoren moest worden en dus werd er uiteindelijk gekozen voor een relatieve buitenstaander. Adrianus dacht aanvankelijk dat het een grap was, en stond niet te springen om paus te worden. Toch aanvaardde hij het ambt, al was het met frisse tegenzin: als dit het lot was dat God voor hem had uitgekozen, dan moest het maar.

Als simpele timmermanszoon met een vroom en streng imago, die bovendien uit de barbaarse Nederlanden kwam, was Adrianus bij voorbaat al impopulair in het Vaticaan. Zijn leven als paus was van korte duur: na een jaar stierf Adrianus, mogelijk door vergiftiging, en het Vaticaan was blij om weer op oude voet verder te kunnen. Boven zijn graftombe in de St. Pieter, tussen die van paus Pius II en paus Pius III, kwam de spottende tekst: ”Hic iacet impius inter Pios” (“Hier ligt een onvrome tussen Vromen”) te staan. Het zou nog bijna vijfhonderd jaar duren voor er weer een niet-Italiaanse paus zou komen: de Poolse paus Johannes Paulus II.

Aan het begin van de Nieuwegracht, de straat waar ik woon, staat een standbeeld van Adrianus. Wie verder de straat in loopt, ziet tal van verwijzingen naar de christelijke geschiedenis van de stad, langs de oude Paulusabdij, het Sint Bonifaciushuis, het wijkgebouw Nicolaikerk en het rijksmuseum voor religieuze kunst, het Catharijneconvent.

Als je puur kijkt naar de infrastructuur van de stad, zou je met alle kerken en standbeelden al gauw het idee krijgen dat de inwoners van Utrecht zeer vroom en kerks zijn. Indirect heeft de kerk nog steeds een sterke invloed op de infrastructuur van de stad. De Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland, en met zijn 112 meter ook het hoogste gebouw van Utrecht. Met de modernisering van de stad groeide ook de angst dat de Dom niet meer centraal zou staan in de stedelijke skyline. In 1997 werd er een motie ingediend om te voorkomen dat er hoger dan de Domtoren gebouwd zou worden. Deze regel geldt voor de Utrechtse binnenstad, maar ook daarbuiten is er tot nu toe geen hoger gebouw in Utrecht gebouwd.

Maar het kerkenkruis en alle christelijke monumenten ten spijt is Utrecht al lang niet meer het religieuze hart van Nederland. De overgrote meerderheid van de inwoners van de stad, 61 procent, noemt zich ongelovig, blijkt uit cijfers van het CBS uit 2016. 12.3 procent is katholiek, 10.5 procent protestants, 9.9 procent islamitisch. Ter vergelijking: in 2019 noemde 54 procent van Nederland zich ongelovig, 20 procent katholiek, 15 procent protestants en 5 procent islamitisch.

In de schaduw van de Dom

Mythologisering is niet iets wat een stad overkomt. Wij schrijven zelf de roemrijke geschiedenis van onze dorpen, steden, landen. Ook in mijn ogen is Utrecht een heilige stad, al sta ik maar drie van de negenhonderd jaar dat deze stad zich een stad mag noemen ingeschreven als inwoner. Maar mijn verhaal van Utrecht staat haaks op die van de christelijke geschiedenis van de stad. De sluier die ik over Utrecht leg, is roze.

Wie als psycho-archeoloog in de grondlagen van mijn persoonlijke geschiedenis gaat wroeten, zal stuiten op een holte waar lange tijd een groot geheim bewaard werd. Of misschien ziet hij meteen al het roze bergkristal dat onder grote maatschappelijke druk gevormd werd, maar dat aan het einde van mijn tienerjaren stukje bij beetje bloot kwam te liggen.

Mythologisering overkomt een stad niet. Wij schrijven zelf de roemrijke geschiedenis

In die blootlegging van mijn homoseksualiteit speelde Utrecht een grote rol. Als Groningse student reisde ik een paar keer per jaar af naar de Domstad. In Groningen stond weliswaar een gay discotheek, de Golden Arm, maar vrijwel al mijn vrienden in de stad waren hetero. Daarnaast wist iedereen dat er een darkroom in de kelder zat, en dus voelde ik me niet genoeg op mijn gemak om me in de rij voor de Arm aan te sluiten.

In Utrecht voelde het veiliger. Hier vindt elke maand Pann plaats, een feest speciaal voor LHBT+-jongeren. In 1969, ongeveer gelijktijdig met de bouw van Hoog Catharijne, werd de Stichting Pann opgericht. Artikel-248 bis van het Wetboek van Strafrecht was toen nog van kracht, en stelde dat “de meerderjarige, die met een minderjarige van hetzelfde geslacht wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs moet vermoeden, ontucht pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar”. De grens van minderjarigheid ligt evenwel op 21 jaar voor homoseksuele relaties, terwijl die voor heteroseksuele relaties op 16 jaar ligt. Voor het COC (Nederlandse belangenvereniging van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en mensen met een intersekse-conditie) reden genoeg om jongeren onder de 21 te weren uit hun cafés. En dus organiseerden de jongeren maar hun eigen feestjes.

De Pann-feesten groeiden uit tot een maandelijks evenement voor LHBT+-jongeren, die vanuit het hele land naar Utrecht afreizen. Ook ik kwam hier in mijn jongere jaren op bedevaart, om tot de late uren te dansen op Rihanna, Shakira en Mika, en voorzichtig te flirten met de jongens op de dansvloer en in de wandelgangen van concertzaal Tivoli.

Dat Utrecht een lange queergeschiedenis had, wist ik toen nog niet. Die geschiedenis is nauw verweven met de christelijke mythologie van de stad en de stadsstructuur die daar onderdeel van is. Het dieptepunt van deze geschiedenis begint met een verwoestende storm die het hart van het kerkenkruis raakt.

Op 1 augustus 1674 woedt er een storm over de Lage Landen, die grote schade met zich meebrengt. In Utrecht laat de storm een groot litteken achter: het middenschip van de Domkerk stort in. Het puin zal anderhalve eeuw blijven liggen, en begin achttiende eeuw wordt het kerkelijke hart van Utrecht iets wat wij nu een homo-ontmoetingsplaats noemen.

In 1730 worden Gilles van Baden en Willem Luyten op heterdaad betrapt tijdens een romantische escapade. Het is een doorn in het oog van de Utrechtse rechtbank, die vermoedt dat er veel meer “sodomieten” actief zijn in de stad. De rechtbank doet verder “onderzoek” in de vorm van martelingen, en meer en meer namen van vermeende homoseksuelen komen boven water. Uiteindelijk worden in Utrecht achttien mannen ter dood veroordeeld vanwege sodomie.

Een nationale heksenjacht volgt. Er heerst dat jaar een epidemie onder runderen, en de dijken die het land beschermen worden bedreigd door de paalworm. Geestelijk leiders, predikanten en politici wijzen de sodomieten aan als zondebok. Als de sodomie aangepakt wordt, zeggen ze, zal het vee weer gezond worden, en de dijken weer sterk.

Lokale politici gebruiken de heksenjacht ook voor persoonlijk gewin. In het Groningse dorp Zuidhorn worden tweeëntwintig mannen, veelal politieke tegenstanders van grietman Rudolf de Mepsche, gedood. Uiteindelijk zullen er honderden mannen ter dood veroordeeld worden in de sodomietenvervolgingen, die zich als een lopend vuurtje door Europa verspreiden.

In de volksmond verwordt het woord “Utrechtenaar” tot een scheldwoord voor homoseksuelen. De inwoners van Utrecht willen er niets mee te maken hebben. Die noemen zich voortaan maar “Utrechters”.

300 jaar Utrechtse regenbooggemeenschap

Het project Queer U Stories vertelt de roze geschiedenis van de stad, en neemt de sodomietenvervolgingen als uitgangspunt. Wie naar de website gaat, ziet als eerste de kop “300 jaar Utrechtse regenbooggemeenschap”, wat natuurlijk een vreemde titel is. Waren er vóór de sodomietenprocessen geen homoseksuelen, of mensen met een andere genderidentiteit? En wanneer is er wel of niet sprake van een regenbooggemeenschap?

De canon van Queer U Stories pakt de draad na de sodomietenprocessen pas weer op in 1929, met de geboorte van Dirkje Kuik, kunstenares, schrijfster en transactiviste. Ook de oprichting van de lokale COC-afdeling Utrecht, stichting Pann en vrouwenboekhandel de Heksenkelder en evenementen als de Roze Zaterdag worden genoemd.

Ook de LHBT+-verhalen verankeren zich in de infrastructuur van de stad

Wat verder opvalt in die canon is dat, net als in de christelijke geschiedenis van de stad, ook de LHBT+-verhalenzich verankeren in de infrastructuur van de stad. In de canon zien we dat het eerste permanente regenboogzebrapad ter wereld in Utrecht te vinden is. De recentste gebeurtenis die de canon haalt, is de opening van het langste regenboogfietspad ter wereld in 2021. In het Utrecht Science Park kun je 570 meter lang fietsen over een uitgestrekte regenboog.

Ook in het hart van het kerkenkruis, het Domplein, ligt nu een bescheiden monument voor de LHBT+-gemeenschap. Op de gedenksteen staat: “18e eeuw, Sodomie. Barend Blomsaet en 17 andere mannen werden in Utrecht veroordeeld en gewurgd. Hun daden verzwegen.”

De zekerheid van een groter verhaal

In de twee beroemde en gelijknamige gedichten Ozymandias, beide geschreven in 1818 na een gezamenlijk kerstdiner door respectievelijk Percy Shelley en Horace Smith, stuit een avonturier in de Egyptische woestijn op de overblijfselen van het standbeeld van Ramses II, die in het oud-Grieks Ozymandias werd genoemd. Beide gedichten verwijzen naar de vergankelijkheid van macht, maar het gedicht van Smith trekt deze lijn door naar de verre toekomst, waarin een jager ooit op de schamele overblijfselen van de stad Londen zal stuiten:

We wonder,—and some Hunter may express
Wonder like ours, when thro’ the wilderness
Where London stood, holding the Wolf in chace
He meets some fragment huge, and stops to guess
What powerful but unrecorded race
Once dwelt in that annihilated place

Het beeld van een toekomstige jager die in een postapocalyptische toekomstdroom op resten van onze maatschappij stuit, spreekt enorm tot mijn verbeelding. Ik vraag me af welke resten Utrecht over negenhonderd, of negenduizend jaar achterlaat. Vindt één van onze nazaten dan de resten van de Domtoren? Het regenboogfietspad, het standbeeld van Adrianus VI, het monument van Barend Blomsaet, het stiltecentrum in Hoog Catharijne? Wat zal diegene denken van het standbeeld van de haas op de Neude, het plompe zittende konijn op de Croeselaan, of de standbeelden van Nijntje op de Mariaplaats, het Centraal Museum en het Nijntje Pleintje? Werden hier hazen en konijnen aanbeden?

We proberen de complexiteit van het leven te vangen in eenduidige verhalen en mythes – tegen beter weten in

De onmogelijkheid om alles wat wij achter zullen laten te vangen in één verhaal, maakt ook meteen het probleem duidelijk van negenhonderd jaar Utrecht, of driehonderd jaar regenbooggemeenschap. Tegen beter weten in proberen we de complexiteit van het leven te vangen in eenduidige verhalen en mythes.

Als we de vele levens die hier geleefd worden simplificeren, krijgen we het gevoel dat we deel uitmaken van een groter, gemeenschappelijk verhaal. Dat geeft ons zekerheid, trots en zingeving, genoeg om weer negenhonderd jaar mee vooruit te kunnen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.